Overlevers deel 7 Tony: ‘Ik dacht dat het een vergissing was’

Het is hartje zomer 1970 ergens in een state park bij Aurora Kentucky. De 14-jarige Tony heeft net gezwommen in het meer bij het resort waar zijn moeder werkt. Als hij met zijn handdoek om zijn nek terug loopt naar zijn fiets wordt hij aangesproken door een man. ‘Ben je van hier?’ Tony knikt. Ze kletsen wat en Tony vertelt hem wat er allemaal te doen is in deze omgeving. ‘Loop anders even mee naar mijn kamer, drinken we daar een biertje’, zegt de man. Waarom niet? denkt Tony en loopt met hem mee. In het voorbijgaan strijkt de man met zijn hand langs de billen van Tony. Dat zal wel een vergissing zijn, denkt Tony. Dat is het dus niet.

Vloeken en grove praat

Tony wordt geboren in 1954 als enigs kind. Zijn moeder is serveerster in een resort in de buurt dat in het State Park gevestigd is. Hun huis grenst aan dat State Park, dus dat is de plek waar Tony altijd speelt. Zijn vader heeft een pompstation. De dichtstbijzijnde buren wonen honderden meters bij hen vandaan. Naar eigen zeggen komt hij uit een normaal liefhebbend gezin. Ook al zeggen denken sommige mensen daar anders over. 

Al vanaf dat hij een jaar of zes is is Tony regelmatig te vinden bij het pompstation van zijn vader. Het is niet alleen een pompstation, er is ook een gokhal bij. En er wordt whiskey verhandeld. Niet alles is helemaal legaal. Zijn vader heeft in de oorlog van Korea gediend als militair. Daar heeft hij het een en ander meegemaakt. Daarna besloot hij dat hij vooral voor veel lol in het leven moet zorgen. Tony voelt zich daar prima. Regelmatig laat zijn vader hem bij de mannen die aan het gokken zijn. Of bij de mannen van de nabijgelegen visafslag. Volgens zijn vader hoort dat bij zijn opvoeding. Dat hij weet dat niet alles altijd netjes gaat, er ook af en toe gevloekt wordt of grof gepraat. Maar ook dat Tony zo leert om voor zichzelf op te komen. Zijn vader vindt, dat je leert jezelf te verdedigen door af en toe in situaties terecht te komen waarin dat moet.

Kan ik iets voor u doen?

Ook is hij kind aan huis op het resort. Zijn moeder werkt daar al vanaf haar jeugd. Tony doet daar regelmatig klusjes. Hij helpt gasten op het resort, werkt soms mee in de nabijgelegen jachthaven of helpt met opruimen en schoonmaken. Zo heeft hij de sleutel van kamers die vrij zijn, zodat hij een handdoek kan pakken als hij die nodig heeft als hij gezwommen of gewerkt heeft.

Ook in de zomer van 1970 is Tony op het resort. Hij was aan het spelen met de kinderen van gasten op het resort. Hij heeft net heerlijk gezwommen. Met een handdoek om zijn nek loopt hij door de lobby van het resort. Hij wordt aangesproken door een man, een gast van het resort. ‘Ben je van hier?’ Vraagt hij. De man zegt, dat hij zelf uit Chicago komt. ’Zeker’, zegt Tony, ‘kan ik iets voor u doen?’

‘Dat zal wel een vergissing zijn’

Ze kletsen wat over en weer en Tony wil weglopen, hij raakt verveeld. Maar dan vraagt de man: ‘Wil je een biertje?’ Dat wil de 14-jarige Tony wel. Hij gaat met de man mee naar zijn kamer. Bij het binnengaan van de kamer gebeurt er iets vreemds. De man glijdt met zijn hand langs de billen van Tony. ‘Dat zal wel een vergissing zijn’, denkt Tony.

Dat blijkt het dus niet te zijn. Ze gaan zijn kamer binnen en Tony gaat in een stoel zitten. De man pakt een biertje uit een koelbox. Hij kletst wat met Tony over koetjes en kalfjes. Niks aan de hand zou je zeggen. Maar terwijl hij aan het praten is, doet hij eerst de gordijnen dicht. En vervolgens doet hij de deur op slot.

Tony denkt nog steeds, dat dit een soort leuk mannen onder elkaar gesprek zou worden. De man vraagt hem of hij seksboekjes wil zien. Tuurlijk. Maar het is niet de gebruikelijke Playboy, die hij had verwacht. Het zijn seksboekjes over jongens.

Tony krijgt steeds meer het gevoel dat er iets niet klopt. De man draait ook het extra slot dicht. En dan komt hij met nog een extra verrassing. Hij pakt een koffer vanonder zijn bed, vol met handboeien en kettingen.

De ontsnapping

Als Tony dat ziet raakt ie in paniek. Hij bedenkt een plan om weg te komen. Ze zitten op de begane grond, zijn fiets staat om de hoek, dus als hij de kamer uit kan komen, kan hij meteen weg. Als de man even naar de badkamer gaat, verplaatst hij de koeler. Vervolgens schopt hij zijn biertje om. Als de man terugkomt vraagt hij: ‘Heb je ook snacks?’ ‘Nee’, zegt de man. ‘Heb je dan nog een biertje voor me? Deze is omgevallen.’ De man gaat naar de hoek waar de koeler stond, maar ziet hem niet. Hij is even in verwarring. Op dat moment snelt Tony langs hem heen naar de deur. Hij draait alle sloten open en probeert weg te komen. De man probeert hem nog bij de arm te grijpen, maar is te laat. Tony is al weg.

Hij pakt zijn fiets en rijdt direct naar huis. Zijn moeder was al ongerust dat hij zolang weg was gebleven. Tony vertelt haar het hele verhaal.

De tweede ontmoeting

Het leven gaat door. Tony maakt zijn school af en gaat daarna in de jachthaven werken. Op een dag, Tony is dan een jaar of 18, is hij net klaar met zijn dienst. Hij wil naar huis gaan, maar komt dan opeen dezelfde man weer tegen. In eerste instantie schrikt hij, maar hij voelt zich nu sterk genoeg om hem te confronteren met wat hij toen gedaan heeft. Hij spreekt hem aan: ‘Ken je me nog?’ ‘Nee’, zegt de man en wil doorlopen. ‘Ja, jij kent me nog wel’, zegt Tony, ‘jij komt uit Chicago en je wilde me opsluiten in je kamer.’ Op dat moment komt de baas van Tony aanlopen en vraagt wat er aan de hand is. De man loopt weg.

De kranten staan vol

Er verstrijken weer wat jaren. Tony denkt nauwelijks nog aan het incident dat heeft plaatsgevonden. Dan is het 1978. En de kranten staan vol met berichten over een man uit Chicago, die 33 jonge jongens heeft vermoord. Tony ziet een krant, hij ziet nog niet eens het bericht wat erbij staat maar hij ziet de foto van een man. Hij krijgt kippenvel. Het is dezelfde man die hem toen opsloot in zijn kamer. Het is John Wayne Gacy.

En net als toen praat hij er weer met zijn moeder over. Zijn moeder vindt, dat ze iets moeten doen. Dat ze de politie moeten laten weten wat er destijds met Tony is gebeurd. Tony vindt het onzin, maar zijn moeder doet het toch. Ze belt de politie en vertelt wat er destijds heeft plaatsgevonden tussen haar zoon en John Wayne Gacy. De agent poeiert haar af: ‘Mevrouw, denkt u nou werkelijk dat we op een verhaal uit Kentucky zitten te wachten, terwijl we hier lichamen uit een kruipruimte lopen te halen?’ Maar de agent noteert wel haar gegevens.

John Wayne Gacy

John Wayne Gacy vermoordde tussen 1972 en 1978 tenminste 33 jonge jongens in Chicago. In de kruipruimte van zijn woning werden 29 lichamen gevonden. Hij was 36 toen hij werd opgepakt. Ongeveer zijn hele leven heeft hij twee kanten. Hij werd gekleineerd en afgeranseld door zijn vader. Volgens hem was John niet ‘mannelijk’ genoeg. John hield niet van sport, hij hield van taarten bakken. Maar omdat hij zijn vader wilde pleasen probeerde hij toch mannelijke dingen te doen. Samen met zijn vader sleutelde hij aan auto’s. Zijn vader bleef hem mishandelen. Toch maar sporten dan. Door een hartafwijking bleek dit niet meer mogelijk. Hij kreeg pas enigszins waardering van hem toen hij trouwde en kinderen kreeg. Hij was oprecht gelukkig met zijn vrouw en zijn gezin. Maar het aangetrokken zijn tot mannen kon hij niet onderdrukken. Toen hij werd veroordeeld voor aanranding van een jongen ging zijn vrouw van hem scheiden. 

John Wayne Gacy was een succesvol zakenman, hield zich bezig met politiek en was geliefd in zijn omgeving. Tegelijk verkrachtte en vermoordde hij 33 jongens. Zelf blijft hij ook na zijn veroordeling ontkennen ook maar iets met deze jongens gedaan te hebben. Sterker nog: Net als dat hij John niet meer kende zegt hij ook geen van deze jongens ooit ontmoet te hebben.

Slachtoffers buiten Chicago

In de jaren na de executie van John Wayne Gacy gaat de politie onderzoek doen naar eventuele andere slachtoffers die hij misschien gemaakt heeft. Ze bellen ook Tony. Jarenlang hoort hij niets, totdat hij in 2007 gebeld wordt door een journalist. Ook deze journalist is ervan overtuigd dat Gacy ook buiten Chicago slachtoffers heeft gemaakt. In de jaren 70 zijn er in Kentucky meerdere jonge jongens overleden. Telkens werd de doodsoorzaak vermeld als verdrinken. Zowel Tony als de journalist zijn ervan overtuigd dat het geen verdrinking was, maar moord.

Het is nu meer dan 50 jaar geleden dat Tony door John Wayne Gacy werd opgesloten. Hij is zijn ouders dankbaar, dat ze hem hebben opgevoed zoals ze hebben gedaan. Hij is ervan overtuigd dat dat zijn redding is geweest. Zijn ouders lieten hem de fouten maken die hij maakte, hebben hem nooit beschermd tegen de moeilijkheden van het leven. Zo heeft hij geleerd om zich te redden in situaties te penibel zijn.