In de winter van 1967 gaat de bel bij een huis aan de Tolsteegsingel in Utrecht. De vrouw des huizes doet open. ’U weet zeker wel waar we voor komen’, zegt een agent. ‘Geen idee’, zegt de jongedame. ‘Hans van Z., hij komt regelmatig bij u over de vloer,’ zegt de agent. ‘Nooit van gehoord’, zegt de dame. De agent laat een foto zien. ’O, u bedoelt Hans, Hans van Zon.’
Ome Hans en tante Maria

De dame die de deur open deed voor de politie is de vrouw van Jan Terlouw. Jan Terlouw is schrijver, ondermeer van Oorlogswinter en hij is een oud-politicus van D66. Hij woont al jaren met zijn vrouw en drie kinderen aan de Tolsteegsingel in Utrecht. Ze hebben een huisgenoot Maria, die een kamer bij hen huurt. En deze Maria heeft een vriendje en dat is dus Hans van Zon. Jarenlang komt hij ben hen over de vloer. Een welbespraakte behulpzame man, zo lijkt het. Het verloopt allemaal heel gemoedelijk. Hans heeft zelfs een sleutel van de woning.
Voor de kinderen van Jan zijn het Ome Hans en Tante Maria. Toch hebben Jan en zijn vrouw ook hun twijfels. Deze twijfels worden sterker als er een incident plaatsvindt. Jan Terlouw komt erachter dat een deel van zijn muntenverzameling is verdwenen. Hij weet zeker dat Maria dit niet heeft gedaan. Hij vraagt haar of het misschien Hans kan zijn geweest. De volgende dag komt Maria bij Jan: ‘Hans zit beneden te huilen op de bank.’ Jan gaat naar hem toe en Hans geeft toe dat hij de muntenverzameling heeft gestolen. Jan accepteert zijn verontschuldigingen en spreekt een betalingsregeling met hem af. Zaak afgedaan.
Schuldgevoel
En dan is het de winter van 1967. De politie staat voor de deur en de vrouw van Jan doet open. De politie heeft het over Hans van Z, maar in eerste instantie weet zij niet over wie ze het hebben. Totdat ze duidelijk maken dat het om Hans van Zon gaat.
De familie Terlouw kan het in eerste instantie niet geloven. Hans, de man die jarenlang bij hun over de vloer kwam, die de sleutel van hun huis had, die met de kinderen speelde. Twijfels over zijn betrouwbaarheid oké, maar een seriemoordenaar? De politie heeft echter zoveel bewijs dat ze er niet omheen kunnen. Jan krijgt zelfs een schuldgevoel. Had hij aangifte moeten doen toen hij bestolen werd door Hans?
Hans van Zon pleegt in 1967 drie moorden. Zijn eerste moord is op zijn vriendin Coby van der Voort. Hij slaat haar met een loden pijp op haar hoofd. Daarna verminkt hij haar met een mes. Hij neemt kleding en juwelen van haar mee en geeft deze aan Caroline Gigli, zijn andere vriendin. Naar eigen zeggen was dit een ‘uitprobeersel’.
Hij biecht deze moord op bij Ouwe Nol, een Utrechtse crimineel. Ze gaan samenwerken. Nol weet welke mensen geld hebben en Hans berooft en vermoordt ze. In de maanden erna vermoordt hij eerst Jan Donse, die een winkeltje in feestartikelen in Utrecht heeft en daarna melkveehouder Reijer de Bruijn. Ook hen slaat hij dood met een loden pijp. Hij kan worden opgepakt als hij de weduwe Dora Woortmeijer wil beroven. Zij overleeft de aanval en kan op foto’s aanwijzen wie de dader is.
Proces van de eeuw
De rechtszaak die volgt wordt wel het proces van de eeuw genoemd. Er is veel internationale pers aanwezig. Journalisten bekijken uitgebreid de loden pijp die als moordwapen is gebruikt. Hij krijgt in eerste instantie levenslang opgelegd. Later wordt deze straf omgezet in 28,5 jaar gevangenisstraf.
In 1986 komt hij vrij. Hij gaat met zijn vrouw, die zijn therapeute was in een observatiekliniek, in Groningen wonen. Daar overlijdt hij in 1998 door overmatig alcoholgebruik.
In 2015 schrijft Jan Terlouw samen met zijn dochter Sanne een boek over de tijd dat Hans van Zon bij hen over de vloer kwam. Het boek heet ‘In huis met een seriemoordenaar’
