
Naam: Hopkinson, Mark Allen
Bijnaam: Mobster of Wyoming
Geboren: 8 oktober 1949, Evanston Wyoming, VS
Overleden: 22 januari 1992
Aantal moorden: 4
Straf: Doodstraf
Jeugd
Zijn vader Joe was timmerman, zijn moeder Norma Jean verpleegster. Zijn vader was alcoholist. Hij mishandelde zijn moeder vooral als hij gedronken had. Regelmatig lag zijn moeder in het ziekenhuis vanwege de mishandeling. Daarom werd hij mede opgevoed door zijn grootouders. Hopkinson was goed in sport, hij blonk uit in alle sporten. Dat maakte hem een populaire jongen op school. Ook zijn charmante charismatische voorkomen zorgde ervoor dat hij zowel bij leraren als leeftijdsgenoten vaak dingen voor elkaar kreeg. Zijn grootouders leerden hem dat alles om hem draaide, dat hij degene was die de punten moest scoren met sport, dat hij niet hoefde samen te werken met zijn teamgenoten, dat algemene regels niet voor hem golden.
Hij misbruikte zijn charme ook om meisjes te manipuleren. Hij lokte ze mee naar zijn trailerpark, had gewelddadige seks met ze, maakte foto’s en chanteerde ze vervolgens met deze beelden. Als puber pleegde hij regelmatig diefstallen en inbraken. Toen hij voor de rechter moest komen zorgde zijn charme er weer voor dat hij niet veroordeeld werd.
Hij kreeg een sportbeurs voor de universiteit van Arizona. In 1972 verliet hij de universiteit, waarschijnlijk omdat hij intellectueel het niveau niet aankon. Datzelfde jaar werd hij opgepakt voor drugshandel en kreeg vijf jaar gevangenisstraf. Binnen drie jaar was hij weer vrij en trouwde met Judy.
Misdaden
Toen Hopkinson in 1975 terugkeerde na zijn gevangenisstraf was zijn verwikkeld in een juridische strijd met de buren, de familie Roitz. Tijdens de bouw van zijn nieuwe trailerpark had hij de de sloten tussen beide erven dichtgegooid met puin. Toen de rechter de familie Roitz gelijk gaf ging hij naar hen toe, sloeg Frank Roitz met een hamer op zijn hoofd en schopte zijn zwangere dochter Arlene in haar buik. De familie Roitz deed aangifte, maar omdat de officier van justitie Jim Phillips een vriend van Hopkinson was werd de aangifte afgewezen. Hopkinson had het idee dat niemand hem iets kon maken. Hij sloot de trailers van zijn nieuwe park aan op een bestaand rioleringssysteem. Dat mocht niet omdat dit systeem niet bij zijn erf hoorde.
Frank Roitz wilde hier een stokje voor steken en nam contact op met de plaatselijke advocaat Vincent Vehar. Er werd tegen Hopkinsons zin in een regeling getroffen: Hopkinson moest het drievoudige van de normale prijs betalen ($ 12.300) om van het rioolsysteem gebruik te mogen maken. Ondanks de regeling weigerde Hopkinson te betalen. Zowel de familie Roitz als het waterschap dienden een klacht in tegen hem. Beiden werden bijgestaan door Vehar.
Hopkinson vond Vehar de kwade genius en vond dat hij dood moest. Hij vroeg een werknemer de 21-jarige Jeff Green met twee van zijn vrienden Mike Hickey en Jamey Hysell om dit klusje voor hem te klaren. Hickey had eerder een moord gepleegd op een 15-jarig meisje. Ze bedachten dat ze een bom in de kelder van Vehars huis zouden gooien. Dan zou het lijken dat het een gasexplosie was. Op 7 augustus 1977 gooide Hickey de bom. Vincent Vehar, zijn vrouw en zijn jongste zoon kwamen om. De enige die het overleefde was de oudste zoon.
Arrestatie en rechtszaak
In 1978 stond Hysell terecht voor de moord op het 15-jarige meisje. Toen hij de doodstraf kon krijgen brak Jeff Green. Hij biechtte op, dat niet Hysell maar Hickey de moord had gepleegd. Hij bekende ook meteen dat hij in opdracht van Hopkinson in 1976 een (mislukte ) bomaanslag op iemand had gepleegd. Ook vertelde hij dat Hopkinson de opdrachtgever was voor de bomaanslag bij de familie Vehar.
Hopkinson werd opgepakt en veroordeeld tot 40 jaar cel voor het geven van de opdracht voor de bomaanslag uit 1976. Er was nog niet genoeg bewijs om hem te linken aan de bomaanslag op de familie Vehar. Hij wist dat hij de doodstraf zou kunnen krijgen als hij hiervoor veroordeeld zou worden. Hij achtte Jeff Green verantwoordelijk zijn veroordeling en was bang dat hij ook zou getuigen in een rechtszaak voor de bomaanslag op de familie Vehar.
In mei 1979 werd het dode en verminkte lichaam gevonden van Jeff Green. Op zijn hele lichaam zaten brandwonden gemaakt met een sigaret. Alle brandwonden waren in de letter T. De T stond voor Traitor (verrader). Zijn lichaam werd twee dagen voordat hij zou getuigen in de Vehar-zaak gevonden.
In de weken voorafgaand aan de moord op Green bleek Hopkinson regelmatig te hebben gebeld met een oud-huisgenoot, Alvin Russell. Hij kwam ook op bezoek bij Hopkinson in de gevangenis in die periode. Russell zou vervolgens aan een oud-klasgenoot van Green om een foto van hem te hebben gevraagd.
Verder werd ontdekt dat Hopkinson een oude vriendin had gevraagd om wat geld voor hem te bewaren. Twee dagen nadat het lichaam van Green werd ontdekt bracht Scott Hopkinson, de broer van Mark het geld naar deze vriendin.
Toen Hickey hoorde van de moord op Jeff Green werd hij bang dat Hopkinson ook hem zou vermoorden. Hij bekende bij de politie dat hij het 15-jarige meisje had vermoord en dat Hopkinson hem opdracht had gegeven om de bomaanslag bij de familie Vehar te plegen. Hiervoor kreeg hij strafvermindering.
Op 3 september 1979 stond Hopkinson terecht voor de moord op de familie Vehar en de moord op Jeff Green. De uitvoerders van de moord op Green zijn nooit gepakt. Volgens Hopkinsons kon daarom onmogelijk bewezen worden dat hij de opdrachtgever was. Wat betreft de moord op de familie Vehar zei hij dat Hickey loog, alleen maar om zelf strafvermindering te krijgen. Hopkinson pleitte onschuldig op alle feiten. Hij noemde de aanklagers ‘charlatans’ en een ‘liegend stuk stront’.
Op 25 september deed de jury uitspraak: schuldig aan vier moorden en twee samenzweringen tot moord. Hij kreeg de doodstraf. Hopkinson reageerde: ‘Ik pleitte onschuldig en dat staat nog steeds.’
Eenmaal op death row schreef Hopkinson meerdere dreigbrieven naar zijn aanklager. Ook Frank Roitz kreeg doodsbedreigingen via brieven. Hopkinsons heeft ook daadwerkelijk opdracht hebben gegeven zijn aanklager en Roitz te vermoorden. Degene die de opdracht aannam kreeg echter spijt en ging naar de politie.
In de jaren erna bleef Hopkinson in hoger beroep gaan tegen zijn doodstraf. Hij bleef zijn onschuld volhouden. Vlak voor en op de dag van zijn executie werd hij van over de hele wereld gesteund, onder andere door Amnesty International. Zij vonden, schuldig of niet, dat de doodstraf inhumaan was.
Op de dag van zijn executie was Hopkinson opvallend spraakzaam en opgewekt. Toen de bewakers vroegen of ze nog iets voor hem konden doen zei hij: ‘Doe maar een blondine en een helikopter.’ Verder zei hij dat hij gecremeerd wilde worden en dat zijn as verstrooid moest worden op de oprit van zijn aanklager. Als laatste maaltijd had hij een pizza en een schaal fruit, die hij deelde met familieleden. Na zijn laatste maaltijd speelde hij nog een paar potjes poolbiljart met zijn bewakers en gevangenisdirecteur. Hij vroeg de gevangenisdirecteur zijn hand op zijn schouder te leggen op weg naar de executiekamer, wat de directeur met tranen in zijn ogen deed.
De laatste woorden van Hopkinson waren: ‘Er wordt een onschuldig man vermoord.’
Hopkinson is tot op de dag van vandaag de laatste geëxecuteerde in Wyoming.
Het trailerpark waar alles begon bestaat nog steeds. Het heeft de naam ‘Mark III Mobile Home Park’.
Aanbevolen
In onderstaande korte documentaire vind je beelden bij bovenstaand verhaal.
