
Naam: Donald Harvey
Bijnaam: The Angel of Death
Geboren: 15 april 1952, Hamilton Ohio VS
Overleden: 30 maart 2017
Slachtoffers: 37+
Straf: Levenslang
Jeugd
Donald Harvey wordt geboren op 15 april 1952 in Hamilton Ohio. Hij is de oudste van drie kinderen van vader Ray en moeder Goldie Harvey. Na hem krijgen ze nog een zoon Tony en dochter Patricia. Goldie is pas 17 jaar als Donald geboren wordt. Ray werkt als productiewerker bij een lokale fabriek, waar hij een mager inkomen verdient. Hij is blind aan één oog, wat het voor hem moeilijk maakt om het hoge werktempo in de fabriek bij te benen. Dit zorgt ervoor dat een eventuele opslag om beter rond te kunnen komen er niet inzit. Ray en Goldie hebben vaak ruzie over hun geldproblemen. In 1956 kunnen ze de huur niet betalen en verhuizen ze naar Booneville in Kentucky, een klein dorp zo’n 300 kilometer zuidelijker. Ray en Goldie zijn daar zelf opgegroeid en weten, dat het een arm dorp is. Ze wonen daar in een klein huis met twee slaapkamers een eindje buiten het dorp. Hier gaat Ray aan de slag als arbeider op een tabaksplantage. Ook dit is geen vetpot. Donald en de andere kinderen klagen regelmatig dat ze honger hebben, maar er is niet genoeg geld om de kinderen dagelijks voldoende eten te geven.
Ondanks de armoede thuis doet Donald het goed op school. Hij doet goed zijn best en zorgt nooit voor problemen. Als hij niet op school is, is hij het liefst buitenshuis. Hij gaat dan zelf op zoek naar eten om maar niet weer met honger naar bed te hoeven. Bovendien vindt hij thuis niet de veilige haven, die hij nodig heeft. Zijn ouders hebben vaak ruzie, vooral over het gebrek aan geld. Hij zoekt zijn heil bij de buren. Van de buurvrouw krijgt hij regelmatig een warme maaltijd, maar in ruil hiervoor moet hij wel klusjes in hun huis, hoe klein hij ook is.
Bij andere buren krijgt hij ook eten, waar hij wat voor moet doen. Vanaf zijn vierde wordt Donald seksueel misbruikt door een buurman. In ruil voor seks krijgt hij wat te eten of geld van de man. Datzelfde gebeurt door zijn oom Wayne, een halfbroer van zijn moeder. Wayne woont bij Donalds grootouders. Als Donald bij zijn opa en oma op bezoek gaat, vaak ook omdat hij honger heeft, wordt hij seksueel misbruikt door zijn oom. Hij dreigt om zijn ouders te vermoorden als hij dit vertelt en dan zal hij naar een weeshuis moeten. Dit misbruik duurt tot ver in zijn puberteit. Donald voelt zich vaak machteloos. Hij weet niet hoe hij moet ontsnappen aan de armoede en het seksueel misbruik. Hij heeft nodig wat deze mannen hem aanbieden en heeft het gevoel dat hij geen andere keus heeft dan hen te geven wat ze hiervoor terug willen.
Donald voelt zich nergens veilig. Thuis is er veel ruzie en geen eten, buitenshuis krijgt hij eten, maar wordt seksueel misbruikt. Bovendien is zijn jonge moeder niet in staat om echt een moeder voor hem te zijn. Goldie lijdt onder de ruzies met haar man en zoekt na een ruzie vaak troost bij haar oudste zoon. Donald heeft het idee, dat ze meer broer en zus zijn dan zoon en moeder. De relatie met zijn vader is zo mogelijk nog slechter. Ray ziet, dat zijn zoon anders is dan andere jongens van zijn leeftijd. Hij vindt hem zwak en meisjesachtig. Om hem in zijn ogen wat sterker te maken gaat hij op een koude botte manier om met zijn zoon, waarin geen enkele liefde te bespeuren is.
Aan het begin van zijn puberteit komt Donald erachter dan hij op jongens valt. Als hij dit tegen zijn vader vertelt, wordt hij woedend. Hij kan niet accepteren dat zijn zoon homoseksueel is. In de jaren 60 is homoseksualiteit zelfs strafbaar. Pas in 1992 zal dit officieel legaal worden in de VS.
Ook op zijn middelbare school wordt hij niet geaccepteerd. Hij wordt door zijn klasgenoten vaak uitgescholden voor ‘sissy’ en ‘girly’. Ze vinden hem te vrouwelijk en Donald wordt hier vaak mee gepest. Hij voelt zich een buitenstaander en houdt het niet meer uit op school. Op zijn zestiende gaat hij van school af.
Donald weet niet wat hij met zijn leven wil. Het liefst wil hij ontsnappen aan de armoede thuis en aan het seksueel misbruik door zijn oom en buurman. Ook zou hij graag weg willen uit het kleine conservatieve dorp Booneville. Hoe fijn zou het zijn als hij naar een plek kon verhuizen, waar zijn seksualiteit wel geaccepteerd zou worden. In 1970, als hij 17 jaar oud is, moet zijn opa naar het Marymount Hospital in London Kentucky, een stad zo’n 45 kilometer verderop. Hoewel hij niet echt een band heeft met zijn opa is dit voor hem wel een kans om eens buiten Booneville te komen en te kijken wat de buitenwereld hem te bieden heeft.
Tijdens één van zijn bezoekjes aan zijn opa in het ziekenhuis raakt hij in gesprek met Randy White. Randy is assistent verpleegkundige in het Marymount Hospital. Hij legt aan Donald uit, wat zijn werk zoal omvat: patiënten van de ene plek naar de vervoeren, helpen met wassen en verzorgen en een aantal medische basishandelingen uitvoeren. Hoewel het hard werken is en slecht betaalt is het volgens Randy prachtig en dankbaar werk. Dit is waar Donald op heeft gewacht. Als hij hier een baan kan krijgen is hij verlost van de armoede in Booneville, wordt hij niet meer geconfronteerd met de ruzies van zijn ouders en is hij bevrijdt van het seksueel misbruik door zijn buurman en oom. Hij zal zijn eigen geld kunnen verdienen en niet meer afhankelijk zijn van anderen.
In mei 1970 begint Donald als assistent verpleegkundige in het Marymount Hospital in London. Randy biedt hem aan om bij hem in te trekken en daar maakt Donald graag gebruik van. In de eerste weken op zijn werk voelt hij zich erg gesteund door zijn huisgenoot. Randy legt hem de fijne kneepjes van het vak uit en vertelt hem over patiënten die lastig zijn en hoe je daarmee om kunt gaan. Donald is euforisch. Zijn leven kan eindelijk beginnen.
Deze euforie is van korte duur. Niet lang nadat hij bij Randy is ingetrokken wordt hij door hem verkracht. Weer wordt er misbruik van hem gemaakt door iemand van wie hij afhankelijk is. Weer voelt hij zich machteloos en heeft hij het idee dat anderen over hem beschikken. Dit keer weet Donald zich wel uit zijn situatie te bevrijden. Hij verdient nu zijn eigen geld en besluit een eigen appartement te huren. Hoewel Randy nog steeds zijn collega is, is hij niet meer van hem afhankelijk.
Misdaden
Dan is het 30 mei 1970. Donald is de kamer aan het schoonmaken van de 88-jarige Logan Evans. Dit is één van de patiënten waar Randy hem voor gewaarschuwd heeft. Logan heeft een hersenbloeding gehad en is dementerend en kan daardoor soms onvoorspelbaar gedrag vertonen. Terwijl Donald aan het schoonmaken is poept Logan in zijn bed. Donald is geïrriteerd en zegt er iets van tegen zijn patiënt. Logan reageert hierop door zijn uitwerpselen naar het hoofd van Donald te gooien. Dit maakt hem zo boos, dat hij een kussen pakt, er een blauwe papieren wegwerphanddoek oplegt en deze op het gezicht van Logan drukt. Terwijl hij het kussen stevig op zijn gezicht houdt, luistert hij met zijn stethoscoop hoe het hart van zijn slachtoffer steeds langzamer gaat kloppen. Als het hart helemaal gestopt is met kloppen komt er een extatisch gevoel over hem heen. Eindelijk heeft hij de macht. Nu kan hij doen wat hij wil met iemand die volledig afhankelijk van hem is. Het zorgt ervoor, dat hij zich onoverwinnelijk voelt. Hij gooit de blauwe handdoek weg, trekt Logan een schone pyjama aan en waarschuwt een verpleegkundige, dat het niet zo goed gaat met de patiënt. De verpleegkundige probeert alles om hem nog te redden, maar het is te laat. Logan Evans is overleden.
De volgende dag 31 mei 1970 is Donald weer aan het werk in het verpleeghuis. Dit keer bij de 69-jarige James Tyree. Hij moet de katheter van James vervangen. Terwijl hij hiermee bezig is begint James te gillen. Donald heeft per ongeluk een te grote maat katheter in de plasbuis van James geplaatst. James schreeuwt tegen hem dat hij deze eruit moet halen. Als Donald ziet dat hij een fout heeft gemaakt haalt hij de katheter er meteen uit. James blijft het uitschreeuwen van de pijn en Donald legt de muis van zijn hand op zijn mond om hem stil te krijgen. Hierbij drukt hij zo hard, dat James bloed moet overgeven. James Tyree sterft ter plekke. Zonder iets te melden verlaat Donald zijn kamer. Hij wil niet zijn baan verliezen door een ongelukkige fout.
In de weken erna gaat Donald gewoon door met zijn werk, alsof er niets gebeurd is. Hij is geliefd bij collega’s en patiënten. Zijn collega’s zien hem als een harde werker, die nooit te beroerd is om bij te springen als het druk is. Zijn patiënten vinden hem grappig en attent. Eén van patiënten waar hij het goed mee kan vinden is de 42-jarige Elizabeth Wyatt. Elizabeth is chronisch ziek en verblijft in het verpleeghuis om hier te sterven. Donald ziet haar regelmatig bidden. Tijdens deze gebeden vraagt Elizabeth om uit haar lijden verlost te worden. Donald vindt het moeilijk om te zien hoe de vrouw lijdt. Hij besluit haar een handje te helpen. Donald is verantwoordelijk voor de zuurstoftank, waar Elizabeth van afhankelijk is. Hij draait de zuurstoftoevoer van haar tank aanzienlijk naar beneden. Vier uur later wordt Elizabeth Wyatt dood gevonden in haar bed door een verpleegkundige.
In de maanden erna vermoordt Donald nog eens meer dan tien patiënten. Hij gebruikt hiervoor verschillende methodes. De ene keer verstikt hij zijn slachtoffer met een kussen, de andere verlaagt hij de zuurstoftoevoer. Geen van zijn collega’s heeft enig vermoeden. Zijn slachtoffers zijn allemaal mensen die chronisch ziek zijn of zijn al oud en hebben de nodige gezondheidsproblemen. Niemand heeft enig vermoeden dat deze mensen zijn vermoord, laat staan door de hardwerkende grappige Donald Harvey.
Donald lijkt het goed voor elkaar te hebben. Hij heeft alles wat hij wil. Een baan, weg uit de omgeving van armoede en seksueel misbruik en hij heeft zelfs af en toe een vriendje. Toch voelt de 19-jarige zich depressief. Zijn onveilige jeugd met de nodige trauma’s draagt hij met zich mee. Hij weet niet wat hij met zichzelf aanmoet. Donald zegt zijn baan op bij het Marymount Hospital. Hij komt nauwelijks nog zijn bed uit en ziet het leven niet meer zitten.
In juni 1971 doet hij een zelfmoordpoging. Hij gaat naar een leegstaand appartement, waar hij zichzelf opsluit in de badkamer. Vervolgens sticht hij daar brand, in de hoop dat hij sterven door verstikking. De zelfmoordpoging mislukt. Hij wordt gearresteerd voor brandstichting. De agent die hem verhoort heeft met hem te doen. Hij ziet hoe depressief Donald is en stelt voor dat hij in therapie gaat in plaats van dat hij de gevangenis in moet. Donald gaat akkoord.
Als zijn ouders horen over zijn zelfmoordpoging zijn ze niet bezorgd, maar boos. Ze zien hem nog steeds als een zwakke jongen. Donald wil nog steeds de goedkeuring van zijn ouders. Zijn vader stelt voor, dat hij het leger ingaat. De structuur en de discipline zouden hem goed doen. Daar zullen ze een echte man van hem maken. In de hoop dat zijn vader hem dan wel zal waarderen meldt Donald zich in juni 1971 bij de luchtmacht.
Hij reist af naar de Travis Airforcebase in Californië. Deze basis ligt op een uurtje rijden van San Francisco. Deze stad staat in de jaren 70 bekend als de gay hoofdstad van de VS. Dit staat in schril contrast met hoe er in het leger over homoseksualiteit gedacht wordt. Het grootste gedeelte van zijn tijd brengt hij daar door en weer voelt hij zich een buitenstaander. Hij verbergt zijn seksualiteit op de basis en gaat tijdens zijn spaarzame vrije tijd naar de gaybars in San Francisco. Voor het eerst in zijn leven komt hij in een homokroeg. Hij heeft zich nog nooit zo vrij en geaccepteerd gevoeld. Maar ook tijdens zijn tijd bij de luchtmacht wordt hij weer depressief. Weer doet hij een zelfmoordpoging, ditmaal door een overdosis antidepressivum in te nemen. De poging mislukt en Donald wordt naar een psycholoog gestuurd. Een paar maanden later wordt hij eervol ontslagen bij de luchtmacht om medische redenen.
Donald heeft geen woning meer London en besluit terug te gaan naar zijn ouders in Booneville. Hij had gehoopt op een warm onthaal door zijn ouders, maar het tegendeel bleek waar. Zijn ouders vertellen hem, dat hij de familie te schande maakt door zijn homoseksualiteit. Als hij ’s avonds weer in zijn oude slaapkamer ligt wordt het hem te veel. De 20-jarige Donald doet weer een zelfmoordpoging. Nog diezelfde nacht wordt hij gevonden door zijn ouders, die hem naar de eerste hulp brengen. Daar wordt zijn maag leeggepompt en de volgende dag wordt hij overgebracht naar een veteranenziekenhuis in Lexington in Kentucky.
In dit ziekenhuis krijgt hij therapie. Donald is wel opgelucht, dat hij hier naartoe is gebracht. Misschien kan hij met een juiste behandeling zijn leven weer op de rails krijgen. Zijn psychiater stelt elektroconvulsietherapie voor. Dit houdt in dat er onder narcose een korte, gecontroleerde epileptische aanval wordt opgewekt. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat de balans in zijn hersenen hersteld wordt. Donald is enthousiast over dit idee. In totaal krijgt hij zo’n 20 behandelingen met deze ECT. Het lijkt te werken. Donald heeft het idee, dat hij weer helder na kan denken en dat hem misschien wel een mooie toekomst wacht.
In oktober 1972 wordt hij uit het ziekenhuis ontslagen. In de jaren erna werkt hij als assistent verpleegkundige in verschillende ziekenhuizen in Lexington.
In 1975 besluit Donald te verhuizen naar Cincinnati Ohio. Hij kent Ohio nog vanuit zijn jeugd en Cincinnati staat bekend als een homovriendelijke stad. Hij wil graag aan de slag in het Cincinnati Veterans Administration Hospital, maar daar nemen ze geen assistent verpleegkundigen aan. Wel is er een baan vrij in het mortuarium van het ziekenhuis. Deze neemt hij aan. Zijn taak is om overleden patiënten van het ziekenhuis naar het mortuarium te brengen, ze te wassen en klaar te maken voor autopsie. Donald houdt van zijn werk. Hij is blij, dat hij bij dit werk niet in de verleiding kan komen om patiënten te vermoorden, ook al voelt hij nog steeds af en toe de drang om te moorden. Op een dag haalt hij het laken van een overleden patiënt van zijn lichaam om hem te wassen. Als hij het gezicht van de overledene ziet, schrikt hij. Deze man lijkt zoveel op Logan Evans, dat hij zijn eerste moord weer herbeleeft. Hij beleeft weer de opwinding die hij voelde toen hij de hartslag van Logan steeds langzamer voelde gaan, de macht die hij voelde over iemand die van hem afhankelijk was. Op een vreemde manier voelt meer intimiteit met de mensen die hij vermoord heeft, dan met wie dan ook uit zijn omgeving. Zij zijn de enigen, die hem ten volle hebben gezien in wie hij is.
Naast zijn werk geniet Donald volop van het vrije leven, dat hij ervaart in Cincinnati. Hij is elk weekend te vinden in de talloze gaybars in de stad. Voor zijn gevoel heeft hij een heel leven in te halen op het gebied van relaties en seksualiteit en hij geniet dan volop van vele onenightstands. In 1980 ontmoet hij Doug Hill, die voor hem meer betekent dan een onenightstand. Ze beginnen een relatie. Ze hebben veel met elkaar gemeen: beiden zijn temperamentvol en ze zijn allebei geïnteresseerd in het occultisme. Door hun vurige karakters hebben ze regelmatig ruzie, waarbij ze aan elkaar gewaagd zijn. Zo weigerde Donald na een avondje uit in de auto te stappen tijdens een ruzie. Doug draait zijn auto, geeft gas en rijdt Donald aan. Doug heeft meteen spijt en biedt zijn excuses aan. Donald zegt ze te accepteren, maar van binnen broeit er iets bij hem. Als hij onder de auto ligt voelt hij weer dezelfde machteloosheid van vroeger. Hij wil wraak. Een paar dagen na deze ruzie zitten ze met zijn tweeën bij Donald thuis. Donald maakt voor hen beide een kommetje vanille-ijs. Op het ijs van Doug sprenkelt hij wat arseen. Niet genoeg om hem te doden, maar wel om hem zwak en ziek te maken. Binnen een uur krijgt Doug zoveel maagpijn, dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Zijn huid voelt brandend aan en hij is misselijk. Doug gaat naar het ziekenhuis. Doktoren wijten zijn pijn echter niet aan arseen, maar aan brandend maagzuur. Dit is de eerste keer, dat Donald een slachtoffer maakt buiten zijn werk, al overleeft Doug het wel.
Al snel krijgt Donald een nieuwe liefde. Hij ontmoet de tien jaar oudere Carl Hoeweler. Carl heeft een eigen kapsalon, een eigen woning en leeft een stabiel leven, iets waar Donald zijn leven lang naar verlangd heeft. In augustus 1980 trekt Donald in bij zijn nieuwe vriend. Hoewel ze officieel niet mogen trouwen, dragen ze allebei een trouwring. Carl toont zijn liefde aan Donald door dure cadeaus voor hem te kopen. Donald doet dat op zijn manier door vaak uitgebreid te koken voor zijn geliefde. Ze hebben het goed samen. Maar na een paar jaar komen er scheurtjes in hun relatie. Carl wordt opgepakt voor exhibitionisme. Zo komt Donald erachter, dat zijn vriend regelmatig naar het park gaat om vreemd te gaan met andere mannen. Hij is woedend. Hij neemt zichzelf voor, dat Carl nooit meer in staat zal zijn om vreemd te gaan. Aangezien hij de kok des huizes is, kan hij met zijn eten doen wat hij wil. Hij besluit het eten van Carl te mengen met arseen. Precies genoeg om hem zo ziek te houden, dat hij niet meer de deur uit kan. Carl laat zich onderzoeken in het ziekenhuis en de artsen concluderen dat hij ziek is geworden van de chemicaliën, die hij gebruikt in zijn kapsalon. Donald geniet ervan, dat hij de controle over zijn vriend heeft, dat deze hem zelfs dankbaar is voor de goede zorg die hij krijgt en dat niemand doorheeft dat hij Carl gif toedient.
Donald wil nieuwe slachtoffers maken om hem nog meer een gevoel van macht en onoverwinnelijkheid te geven. Zijn nieuwe slachtoffer wordt zijn 63-jarige buurvrouw Helen Metzger. Helen is slechtziend en Donald doet al langere tijd boodschappen voor haar en brengt haar af en toe eten. De laatste tijd begint ze echter te klagen over van alles en nog wat. Dat irriteert hem, hij wil van haar af. In de weken erna stopt hij steeds kleine beetjes arseen in het eten, dat hij haar brengt. Dan bakt hij een hartige taart, waar hij een grotere hoeveelheid aan toevoegt. Na een paar happen van haar taart raakt Helen verlamd en kan nauwelijks ademen. Ze overlijdt op 10 april 1983. Artsen denken, dat ze is overleden aan een auto-immuunziekte.
Donald wil meer. Hij ziet een nieuw slachtoffer in zijn 83-jarige schoonvader Henry Hoeweler. Henry heeft een nierziekte en wordt opgenomen in een verpleeghuis. Donald en Carl gaan regelmatig bij hem op bezoek, meestal met zijn tweeën. Eind april 1983 gaat Donald alleen. Hij geeft Henry een grote hoeveelheid arseen. Een paar dagen later, op 1 mei 1983 overlijdt hij.
In mei 1984 gaat Donald aan de slag op de afdeling cardiologie binnen het ziekenhuis als assistent verpleegkundige. Hij rijdt patiënten rond, neemt hun hartslag en bloeddruk op en is het eerste contact als de patiënt of zijn familie vragen heeft. In november komt er een bekend gezicht binnen op de afdeling. Het is James Peluso, één van de vele mannen met wie Donald wel eens een nacht doorbracht toen hij net in Cincinnati woonde. James heeft hartproblemen, die zijn kwaliteit van leven steeds meer beperken. Volgens Donald zou James tegen hem hebben gezegd, dat als hij niet meer voor zichzelf zou kunnen zorgen, dat het dan niet meer hoefde voor hem. Op 10 november 1984 doet Donald arseen in de pudding van James. Een paar uur later sterft hij.
In de loop van 1985 gaat het bergafwaarts met relatie tussen Carl en Donald. Ze krijgen steeds meer ruzie. Donald probeert afleiding te vinden in zijn werk in het ziekenhuis. Maar in juli 1985 gebeurt er iets onverwachts. Als Donald op zijn werk komt ziet hij, dat beveiligers van het ziekenhuis zijn locker doorzoeken. Ze hebben een anonieme tip binnengekregen, dat hij hier een wapen zou hebben. Als ze zijn kluisje doorzoeken vinden ze een revolver, een plattegrond van het mortuarium en een menselijke lever. Donald zegt, dat hij deze had meegenomen voor een studie, maar in werkelijkheid is dit niet het eerste orgaan, dat hij had meegenomen uit het mortuarium. Donald wordt gearresteerd. Maar door een procedurefout kan hij niet vervolgd worden voor wat er in zijn locker is gevonden. De enige consequentie is, dat hij geen baan meer heeft.
In februari 1986 krijgt Donald een baan als assistent verpleegkundige in het Drake Memorial Hospital. Zijn werkgever is niet op de hoogte waarom Donald niet meer in het veteranenziekenhuis werkt. Of ze dit niet gevraagd hebben of dat zijn werkgever niet de echte reden heeft gegeven, is niet bekend.
Ondertussen gaat het bergafwaarts met de relatie tussen Donald en Carl. Donald begint steeds meer te drinken en gaat regelmatig alleen naar de kroeg voor anonieme seks. Uiteindelijk gaan ze in mei 1986 uit elkaar. Donald verhuist naar een caravan op een trailerpark net buiten de stad.
Het enige wat hij nog heeft is zijn werk. En de mogelijkheid om te moorden. In het komende jaar pleegt hij zo’n 20 moorden in het Drake Memorial Hospital, totdat het net zich na zijn laatste moord begint te sluiten. Als blijkt dat patiënt John Powell is overleden door een vergiftiging met cyanide wordt zijn naam genoemd door zijn collega’s.
Arrestatie en rechtszaak
Het lichaam van John Powell wordt onderzocht door een patholoog. Als de patholoog een incisie in zijn buikwand maakt, wordt hij overspoeld door een geur van amandelen. Dit had hij niet meer geroken sinds hij was afgestudeerd. Deze geur betekent een grote doorbraak in de zaak. Deze sterke geur van amandelen betekent, dat hij cyanide in zijn lichaam heeft. De cyanide zorgt ervoor, dat lichaamscellen geen zuurstof kunnen opnemen. Dit betekent, dat mensen die vergiftigd zijn met cyanide letterlijk stikken. Dat veroorzaakt dus steeds de ademhalingsproblemen, die John Powell eerder ook al had. Eerst moet onderzocht worden of het wellicht zelfmoord zou kunnen zijn. John kon echter niet slikken. Hij kreeg zijn voedingsstoffen via een gastronomie. Het is uitgesloten, dat John Powell zichzelf van het leven heeft beroofd. Iemand heeft de cyanide in zijn voedingssonde gedaan. Dit kan maar één ding betekenen: er loopt een moordenaar rond in het verpleeghuis.
De politie gaat onderzoek doen. Ze beginnen met het zoeken naar een motief. Wie heeft er belang bij om John Powell te vermoorden? De enigen die er voordeel bij zouden kunnen hebben, zijn familieleden. Ze gaan langs bij zijn vrouw Patricia. Pas dan hoort ze, dat haar man vermoord is. Ze kan het niet geloven. Ze hoort ook, dat zij als verdachte wordt gezien, omdat zij er als enige belang kan hebben bij zijn dood. Patricia is verbijsterd, maar om haar onschuld te bewijzen stemt ze in om een leugendetectortest te ondergaan. Ze slaagt met vlag en wimpel en wordt uitgesloten als verdachte.
Politie gaat vervolgens alle artsen, verpleegkundigen en assistent-verpleegkundigen verhoren, die toegang hebben tot de kamer van John Powell. In totaal ondervragen ze 32 personeelsleden. Tijdens deze gesprekken wordt één naam steeds genoemd door collega’s. Hij zou tegen een collega verpleegkundige hebben gezegd, dat hij al eerder bij een dergelijk onderzoek betrokken was geweest, toen hij in het Cincinnati Veterans Administration Hospital werkte. Ook was uit het onderzoek dat de verpleegkundigen zelf al hadden gedaan, dat deze collega tijdens vrijwel alle mysterieuze sterfgevallen dienst had. Ze vonden het zelf echter te voorbarig om destijds zomaar een collega te beschuldigen van moord. Ook waren er collega’s die niet konden geloven dat deze collega zoiets zou doen. Hij was een zeer bekwame collega, die hard werkte en vaak grappen maakte met de patiënten. Bovendien heeft toen de leiding niets met hun onderzoek gedaan.
De politie roept hem op voor verhoor. In eerste instantie ontkent Donald elke betrokkenheid. Maar na een intense ondervraging van zo’n vier uur bezwijkt Donald. Hij bekent, dat hij John Powell heeft vermoord. Donald geeft toe, dat hij cyanide in zijn voedingssonde heeft gespoten, die rechtstreeks naar zijn maag gaat. In eerste instantie zegt hij uit medelijden te hebben gehandeld, maar later in het verhoor verandert hij zijn verhaal. Hij zegt, dat hij al eerder kleine hoeveelheden cyanide in zijn voedingssonde had gedaan. Dat verklaart waarom het elke keer weer bergafwaarts ging met John. Donald wordt gearresteerd en aangeklaagd voor moord. Terwijl hij vastzit, doorzoekt de politie zijn huis. Daar vinden ze niets dat hun zaak kan ondersteunen. Dat betekent dat de hele zaak rust op zijn bekentenis. Als hij zijn bekentenis in zou trekken of hij wordt niet sterk genoeg bevonden door de rechter commissaris dan zou de hele zaak komen te vervallen en zou Donald weer als vrij man het politiebureau verlaten.

De verpleegkundigen van het ziekenhuis zijn ervan overtuigd, dat Donald meer patiënten heeft vermoord. Ze krijgen echter geen gehoor bij hun leidinggevende en ook de politie doet niets met de lijst met namen van mysterieuze sterfgevallen op hun afdeling. Ze besluiten de media op te zoeken. Ze nemen hiermee een enorm risico. Als zij onterechte beschuldigingen zouden uiten, staat hun baan op het spel. Uit liefde voor hun patiënten móeten ze het doen. Ze geven een journalist van een lokaal tv-station een lijst met 18 sterfgevallen die verdacht zijn. Ook overhandigen ze hem de roosters waaruit blijkt, dat Donald dienst had tijdens al deze sterfgevallen. De journalist brengt dit verhaal op tv en uit daarbij zijn vermoeden, dat Donald Harvey een seriemoordenaar zou kunnen zijn.
De politie kan niet achterblijven en ze doen onderzoek naar meerdere sterfgevallen in het Drake Memorial Hospital. Ook de advocaat van Donald hoort van dit onderzoek. Als zou blijken, dat zijn cliënt betrokken zou zijn bij meerdere moorden, zou hij de doodstraf kunnen krijgen. Om dit te voorkomen, besluit Donald zelf het heft in handen te nemen en bekent dat hij meer moorden heeft gepleegd. Hij blijkt een opmerkelijk goed geheugen te hebben. Hij weet precies wanneer hij welke patiënt heeft vermoord, op welke datum dit gebeurde, hoe hij ze vermoord heeft, hoe de patiënt reageerde terwijl hij ze vergiftigde en welke collega’s dienst hadden tijdens zijn moorden. Zo vertelt hij, dat hij Leon Nelson, de man die in coma raakte na een hersenoperatie, heeft verstikt met een plastic zak, die hij vond in zijn kamer.
Op aanwijzing van Donald vindt de politie bewijs, dat zijn verhaal bevestigt. Verstopt in een fotolijst vinden ze een handgeschreven brief, waarop hij een opsomming heeft gemaakt van alle patiënten, die hij heeft vermoord. Er staan namen, overlijdensdata en bednummers op vermeld. Het lijkt erop, dat hij deze lijst heeft bewaard als een soort trofee. Vervolgens worden er tien lichamen opgegraven van genoemde slachtoffers. Bij deze slachtoffers worden cyanide en schoonmaakmiddel aangetroffen in hun lichamen, die de bekentenis van Donald bevestigen.
Op 18 augustus 1987 bekent Donald Harvey schuld aan 25 moorden. Omdat hij door zijn bekentenis niet ter dood veroordeeld kan worden, krijgt hij de maximale straf mogelijk: levenslang voor elke moord. Tijdens zijn verhoor in de rechtbank zegt Donald, dat hij uit medelijden handelde. Hij zegt, dat hij patiënten in hun bed zag liggen, terwijl na een tijdje niemand meer bij hen langs kwam en ze aan hun lot waren overgeleverd. Hij wilde hen uit hun lijden verlossen. Nabestaanden van slachtoffers ontkennen dit ten stelligste. Ondermeer Patricia Powell en haar kinderen geven aan, dat ze elke dag bij hun geliefde John langsgingen.
In november 1987 staat hij terecht in Kentucky voor nog eens acht moorden, die hij in de jaren 70 pleegde in het Marymount Hospital. Ook hier krijgt hij levenslang.
Donald zit zijn straf uit in het Toledo Correctional Institution in Ohio. Hij heeft nooit enig berouw getoond voor zijn daden. Hij blijft volhouden, dat hij handelde uit medelijden. Hij beseft, dat zijn patiënten of hun familie geen toestemming hebben gegeven en dat hij deze beslissing voor hen heeft gemaakt. Dat hij de rechter, de jury en beul was.

Op 28 maart 2017 wordt Donald in zijn cel in elkaar geslagen door celgenoot James Elliott. Twee dagen later op 30 maart overlijdt hij aan zijn verwondingen. Donald Harvey werd 64 jaar. James Elliot zegt, dat hij Donald heeft vermoord om zijn slachtoffers te wreken en om te protesteren tegen het slechte gevangenisbeleid. Hij krijgt 25 jaar voor de moord op Donald. Waar Donald Harvey is begraven blijft onbekend voor het publiek.
Aanbevolen
In onderstaand interview geeft Donald Harvey zijn kijk op de zaak. In onze podcast hoor je zijn hele verhaal.
