
Naam: Leslie Irvin
Bijnaam: the Mad Dog Killer
Geboren: 2 april 1924, Evansville Indiana, VS
Overleden: 9 november 1983
Aantal moorden: 6+
Straf: Doodstraf, omgezet in levenslang
Jeugd
Irvin was als kind een gevoelig jongetje, dat snel van slag raakte als de leraar op school boos op hem was. Hij wilde dat mensen hem ‘Les’ of ‘Bud’ noemden, omdat hij dat mannelijker vond. Hij ging naar de Bossy High School. Hij werd daar meerdere keren betrapt op brandstichting in de school.

Misdaden
Toen hij klaar was met school begon hij met inbreken. In 1945 werd hij veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor een gewapende overval in Indianapolis. In mei 1954 werd hij vrijgelaten en ging hij terug naar Evansville, waar hij was opgegroeid.

Op 2 december 1954 ging Irvin naar de drankhandel van Mary Holland aan de Bellemeade Avenue in Evansville. Meteen bij binnenkomst richtte hij een pistool op haar en dwong haar hem het geld uit de kassa te geven. Daarna dwong hij haar mee naar achteren te lopen en liet haar knielen voor het toilet. Hij bond haar vast en schoot haar van dichtbij door het hoofd dood. Ze was drie maanden zwanger. Haar man vond haar aan het eind van de dag. De buit was $ 250,-.

Drie weken later, op 23 december, overviel Irvin een tankstation in Evansville. De 29-jarige pompbediende Wesley Kerr gaf onder bedreiging van een pistool het geld dat in de kassa zat. De buit was $68,-. Daarna bond Irvin hem vast in het toilet en schoot hem door het hoofd. Het was de politie al snel duidelijk dat het om dezelfde dader moest gaan: beide slachtoffers waren overvallen, vastgebonden en door het hoofd geschoten met eenzelfde kaliber pistool.
Op 21 maart 1955 ging Irvin met zijn auto naar het huis van de 47-jarige huisvrouw Wilhelmina Sailer in Mt. Vernon in Indiana en brak bij haar in. Hij stal het geld uit haar portemonnee, bond haar vast en schoot haar door haar hoofd. Later die middag werd ze dood gevonden door haar zevenjarige zoon.

Een week later op 28 maart ging Irvin naar Henderson in Kentucky. Daar brak hij in bij de familie Duncan. Vader Goebel, zoon Raymond en schoondochter Maple werden doodgeschoten. Moeder Mamie werd ook in het hoofd geschoten maar overleefde de aanval. Ze raakte haar gezichtsvermogen kwijt. Ook de kleindochter overleefde het. Zij werd niet beschoten.
Arrestatie en rechtszaak
Een buurman van de familie Duncan kon de auto beschrijven van de inbreker. Het was een donkere auto met kentekenplaten uit Indiana en schade aan de linkerkant van de auto. De politie plaatste een oproep in de krant en een stel tieners zagen de auto en noteerden het kenteken. Deze bleek van Irvin te zijn. Op 8 april 1955 werd hij gearresteerd op zijn werk bij een elektriciteitsbedrijf. Hij had een portemonnee op zak die van Wesley Kerr bleek te zijn. Een week later bekende hij alle moorden en vertelde waar hij de moordwapens had gedumpt. Deze werden gevonden.
Hij werd als eerste berecht voor de moord op Wesley Kerr in Indiana. Er was veel publiciteit rondom de misdaden van Irvin. Daardoor was het moeilijk een objectieve jury te vinden. De rechtszaak werd verplaatst naar een county verderop, maar ook daar was het vinden van een goede jury moeilijk. Er werden honderden mensen benaderd en onderzocht, maar de meesten bleken al hun oordeel te hebben geveld of waren tegen de doodstraf. Uiteindelijk werden twaalf juryleden aangesteld, maar ook hiervan bleken al acht juryleden vooraf overtuigd van zijn schuld. Hij kreeg de doodstraf.

In januari 1956 vluchtte Irvin. Hij had sleutels gemaakt van papier, waardoor hij zichzelf kon bevrijden. Hij ging richting Californië. Drie weken later werd hij aangehouden in San Francisco toen hij ringen wilde verpanden, die hij in Los Angeles had gestolen. Hij werd teruggebracht naar Indiana.
Zijn advocaat ging in hoger beroep tegen zijn doodstraf bij het Hooggerechtshof van de VS. Zijn argument was dat Irvin nooit een eerlijk proces had gehad door de vele publiciteit rondom zijn misdaden en dat werd geweigerd om zijn proces in een omgeving te laten plaatsvinden waar een objectieve jury kon worden samengesteld. Op 5 juni 1961 werd zijn veroordeling teruggedraaid. Het was de eerste staatsveroordeling in de VS die werd teruggedraaid door vooringenomen publiciteit.
‘De constitutionele claim ontstaat op deze manier. Zes moorden werden gepleegd in de buurt van Evansville, Indiana, twee in december 1954 en vier in maart 1955. De misdaden, uitgebreid behandeld door nieuwsmedia in de plaats, wekten grote opwinding en verontwaardiging in heel Vanderburgh County, waar Evansville ligt, en grenzend aan Gibson County, een landelijke provincie met ongeveer 30.000 inwoners. De indiener werd op 8 april 1955 gearresteerd. Kort daarna gaven de aanklager van Vanderburgh County en Evansville-politiefunctionarissen persberichten uit, die intensief werden gepubliceerd, waarin stond dat de indiener de zes moorden had bekend. De Vanderburgh County Grand Jury beschuldigde de indiener al snel van de moord die resulteerde in zijn veroordeling. Dit was de moord op Whitney Wesley Kerr die naar verluidt op 23 december 1954 in Vanderburgh County was gepleegd. De raadsman die was aangesteld om de verzoeker te verdedigen, vroeg onmiddellijk om een verandering van locatie van Vanderburgh County, die werd verleend, maar naar aangrenzende Gibson County. Op 29 oktober 1955, waarbij hij beweerde dat de wijdverbreide en opruiende publiciteit ook de inwoners van Gibson County sterk had benadeelde tegen de indiener, zocht de raadsman op 29 oktober 1955 een nieuwe verandering van locatie, van locatie, van Gibson County naar een provincie die voldoende verwijderd was van de plaats Evansville dat een eerlijk proces niet zou worden bevooroordeeld. De motie werd afgewezen, blijkbaar omdat het relevante Indiana-statuut slechts één wijziging van locatie toestaat.’
Op 13 juni 1962 kreeg hij levenslang. Hij verbleef in de Indiana State Prison in Michigan City. Hij werd door medegevangenen en gevangenispersoneel omschreven als één van de aardigste en schoonste gevangenen. Hij stierf op 9 november 1983 aan longkanker.
Aanbevolen
Onderstaande video schetst een beeld van de misdaden en rechtszaak van Irvin.
