
Naam: Joachim Georg Kroll
Bijnaam: Ruhr Cannibal
Geboren: 17 april 1933 Hindenburg Duitsland
Overleden: 1 juli 1991
Aantal moorden: 8+
Straf: Levenslang
Jeugd
Joachim Georg Kroll wordt geboren op 17 april 1933 in Hindenburg. Destijds lag deze stad in Duitsland, maar na de tweede wereldoorlog krijgt de stad de naam Zabrze in ligt het in het zuiden van Polen. Het is een industriestad, waar vooral veel mijnbouw plaatsvindt. Zijn vader werkt ook in de mijnen. Hij maakt lange dagen en is nauwelijks thuis. Joachim is de zesde in een rij van negen kinderen. Het gezin woont in een klein arbeidershuisje met drie compacte slaapkamers en kan nauwelijks rondkomen.
Als zijn vader wel thuis is, regeert hij het gezin met harde hand. Een corrigerende tik gaat al snel over in mishandeling. Als Joachim iets doet wat hem niet aanstaat, grijpt zijn vader naar de riem of de wandelstok. Als zijn broers iets uitvreten, geven ze vaak de schuld aan Joachim en krijgt hij weer de nodige klappen.
De enige met wie Joachim een soort van band ontwikkelt is zijn moeder Hedwig. Bij haar zoekt hij troost als hij gepest wordt door zijn broers of slaag krijgt van zijn vader. Maar ook zij heeft vaak geen tijd voor hem door haar grote gezin.
Op school wordt Joachim gepest, omdat hij een klein en mager jongetje is en grote flaporen heeft. Hij voelt zich een buitenstaander bij zijn leeftijdsgenootjes. Ook kan hij niet goed meekomen op school. Schrijven, lezen en rekenen vindt hij erg moeilijk. Vanaf de derde klas moet hij naar het speciaal onderwijs. Daar blijft hij een buitenstaander. Vriendjes heeft hij niet. Vaak zwerft hij wat alleen door de stad.

De tweede wereldoorlog breekt uit als Joachim zeven jaar is. Zijn vader wordt naar het Russische front gestuurd. In 1944 vlucht zijn moeder met de kinderen naar haar grootouders in Dittersdorf, zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Leipzig in het oosten van Duitsland. Joachim wordt geconfronteerd met de wrede kanten van oorlog. Overal ziet hij vluchtelingenstromen, verminkte slachtoffers en dode mensen en dieren op straat. Hij moet toekijken hoe twee kinderen overlijden, omdat ze met een handgranaat aan het spelen zijn.
Rond diezelfde leeftijd krijgt Joachim tyfus en hersenvliesontsteking. Hij overleeft het, maar raakt zwaar verzwakt. Na een jaar van herstel moet hij opnieuw leren staan en lopen. Het is dan het einde van de oorlog. Het gezin moet de boerderij verlaten en ze worden in barakken ondergebracht. Daar worden ze herenigd met hun vader. Van daaruit worden ze in 1947 in West-Duitsland ondergebracht. Via wat omwegen komt het gezin in Oesdorf terecht, een klein dorp in Noordrijn-Westfalen.
Hier begint voor de 14-jarige Joachim een nieuw leven. Net als veel kinderen uit gevluchte families moet hij aan de slag als knecht op een boerderij. Hij moet vroeg opstaan, de koeien melken en vervolgens naar school. Na school moet hij direct naar de boerderij om weer aan te gaan werken. In 1948 gaat hij van school en gaat voltijd aan de slag als knecht op verschillende boerderijen in het dorp. Het is zwaar werk voor een kleine magere jongen. Hij kan zijn collega’s niet altijd bijbenen. Dat levert hem een klap met een honkbalknuppel op van zijn baas.
Joachim is een stille teruggetrokken jongen, die zoveel mogelijk onder de radar wil blijven. Op zijn vijftiende plast hij nog steeds regelmatig in bed ’s nachts. Dit is een contrast met de hormonen, die zich langzaam gaan ontwikkelen. In huize Kroll wordt nooit over seksualiteit gesproken en Joachim weet niet wat hij met zijn opkomende verlangens aanmoet. Bovendien praat hij nauwelijks met leeftijdsgenootjes, laat staan met meisjes. Hij is ervan overtuigd, dat er toch geen meisje is die hem wil. Toch probeert hij het op een dag. Tijdens zijn werk op de boerderij gaat hij in de pauze naast een meisje zitten, die ook ook op de boerderij werkt. Hij legt zijn hand op haar dij en kijkt haar aan. Het meisje slaat hem met haar vlakke hand in zijn gezicht en loopt weg. Joachim schaamt zich diep.
Joachim moet het doen met zelfbevrediging. Hij probeert zich een lichaam van een meisje voor te stellen maar heeft nog nooit een naakte vrouw gezien. De enige seks, die hij kent is als hij moet helpen als de koeien en varkens gedekt worden op de boerderij. Uit frustratie pleegt hij zelf seksuele handelingen met de dieren, waarbij hij zich voorstelt dat het meisjes zijn.
Tijdens zijn werk op de boerderij moet hij vanaf zijn zestiende helpen met het slachten van koeien en varkens. Hij vindt het in eerste instantie afschuwelijk, het bloed, het schreeuwen van de dieren, het schokken van hun lichamen als ze gedood worden. Maar na een tijdje merkt hij, dat hij er opgewonden van raakt. Tijdens het slachten tintelt zijn hele lichaam, hij begint te zweten en krijgt een hoge hartslag. De enige manier om zijn lichaam tot rust te krijgen is masturberen. De werkelijkheid en zijn fantasie gaan steeds meer door elkaar lopen. In zijn verbeelding slacht hij geen dieren, maar doodt hij meisjes en is dat hetgeen wat hem opwindt.

De familie van Joachim verhuist van Oesdorf naar Bottrop, een stad ten noorden van Duisburg. Joachim mag niet mee, volgens zijn vader is hun nieuwe woning te klein en moet hij achterblijven. Een jaar later zorgt zijn moeder ervoor, dat hij alsnog naar Bottrop kan verhuizen. Joachim hoopt op weer een nieuw begin. Zijn wens is om radio- en tv-technicus te worden. Hij heeft zelfs een sollicitatiegesprek hiervoor, maar als ze horen, dat hij op zijn vijftiende zonder diploma’s van school is gegaan, wordt hij al snel afgewezen. Hij krijgt een baan als mijnwerker. Het grootste deel van zijn loon moet hij afgeven aan zijn ouders.
Ook in Bottrop lukt het Joachim niet om vrienden te maken. Hij vindt het nog steeds lastig om mensen aan te spreken, laat staan meisjes. Daarmee praat hij alleen in zijn gedachten. Daardoor blijft zijn seksleven ook frustrerend. Regelmatig sluipt hij ’s avonds naar boerderijen in de buurt om daar seks te hebben met dieren.
Dan wordt hij verliefd op een meisje. Haar naam is Rita. Ze is 17 jaar en werkt als serveerster in een plaatselijk restaurant. Joachim gaat zo vaak hij kan naar het restaurant waar ze werkt. Hij zit dan in een donker hoekje aan de bar met een glas appelsap naar haar te kijken. Haar aanspreken durft hij niet. Hij wacht totdat zij hem aanspreekt, als hij een keer bij haar gaat afrekenen. Als ze even aan het kletsen zijn waagt hij de stap. Hij vraagt of ze een keer mee wil naar de bioscoop. Dat wil ze wel. De volgende avond gaan ze samen naar de film. Joachim zit verstijfd naast Rita in de bioscoop, bang om ook maar iets fout te doen. Gelukkig voor hem neemt Rita het initiatief. Ze legt haar hand op zijn arm en kust hem. Na de film lopen ze hand in hand door Bottrop. Joachim is nog nooit zo gelukkig geweest. Hij weet het zeker, nu wordt alles anders, alles beter. Een week later zijn ze voor het eerst intiem met elkaar. Joachim komt binnen een paar tellen klaar, tot teleurstelling van Rita. Misschien is het de spanning en zal het de volgende keer beter gaan. Helaas duren hun volgende intieme momenten net zo kort. Rita wordt boos. Ze scheldt Joachim uit voor looser en watje. Dat is het einde van hun relatie. Joachim verliest niet alleen een vriendinnetje, maar ook de hoop om ooit een mooie toekomst met een vrouw op te kunnen bouwen. Hij trekt zich weer terug in zichzelf.
Op zijn werk gaat het al niet veel beter. Joachim is wat onhandig, waardoor hij steeds belandt in kleine ongelukken en blessures oploopt. Zo valt er een mijnwerkerslamp op zijn voet, beklemt hij zijn vingertoppen en haalt zijn volledige scheenbeen open. Uiteindelijk geeft Joachim de moed op en stopt met zijn werk. Zijn vader is woedend, voor hem is zijn zoon niet meer dan een nutteloze zwakkeling.
Des te slechter het met Joachim gaat, des te vaker raakt hij seksueel opgewonden op de vreemdste momenten. Hij moet dan bevredigd worden. Vaak loopt hij dan een bos in, waar hij zichzelf bevredigd. Zijn fantasieën op zulke momenten gaan steeds vaker over het vermoorden van een vrouw.
Op 21 januari 1955, als Joachim 22 jaar is, verliest hij degene van wie hij het meest houdt, zijn moeder Hedwig. Ze overlijdt plotseling aan een hartaanval. Voor zijn gevoel is hij nu alles kwijt. Er knapt iets in hem. Joachim wordt agressiever, mondiger. Als hem iets niet aanstaat laat hij opeens van zich horen, zowel met woorden als vuisten. Dat is tegen het zere been van zijn vader. Hij zet hem het huis uit, een paar dagen na de begrafenis van Hedwig.
Misdaden
Op 6 februari 1955, net nadat Joachim zijn ouderlijk huis moest verlaten, staat in de buurt van Lündinghausen, zo’n 50 kilometer boven Bottrop, een jonge vrouw langs de kant van de weg. Het is de 19-jarige Irmgard Strehl. Irmgard heeft de pech dat haar pad deze dag kruist met een jongeman, die zojuist alles verloren heeft. Zijn werk, moeder, huisvesting, hoop op een goede toekomst en contact met familie. Joachim is in de trein gestapt, zomaar ergens heen, als hij maar weg is uit Bottrop. Na een paar stations stapt hij uit en gaat te voet verder. Hij heeft weer die tinteling in zijn lichaam. Onrust, opwinding en een onweerstaanbare drang hebben zich van hem meester gemaakt. Dan ziet hij langs de kant van de weg een meisje staan. Hij benadert haar van achteren en als hij dicht genoeg bij is steekt hij haar in de nek. Hij duwt haar op de grond en steekt met een mes verder op haar in. Irmgard is zo geschrokken van de plotselinge bestorming, dat ze zich niet kan verweren. Als ze dood op de grond ligt probeert Joachim seks met haar lichaam te hebben, maar dat lukt hem niet. Gefrustreerd bevredigt hij zichzelf en verlaat de plaats delict. Twee dagen later wordt het lichaam van Irmgard gevonden door een boer.
Joachim is weer teruggereisd naar Bottrop. In de dagen erna is hij bang, dat mensen aan zijn gezicht kunnen zien dat hij een moord heeft gepleegd. Hij vraagt zich keer op keer af of hij misschien sporen heeft achtergelaten en of er misschien toch een getuige is geweest.
In paniek vlucht hij naar Leipzig, in Oost-Duitsland, daar zal niemand van deze moord weten. Hij gaat weer aan de slag als mijnwerker. Maar het tintelende opwindende gevoel raakt hij niet kwijt, de drang om te verkrachten en te moorden blijft. Een paar maanden na zijn eerst moord loopt hij op 14 mei 1955 door Zwenkau, een stad ten zuiden van Leipzig. Hij ziet een vrouw, die hij wil. Joachim volgt haar door de donkere straten van de stad, wachtend tot hij haar aan kan vallen. Hij is echter te nerveus en besluit zijn plan niet door te zetten.
Tijdens zijn werk in de mijn komt Joachim in de problemen. Hij is vergeten een remblok op een rails te monteren. Hierdoor ontsporen twee wagons vol met bruinkool. De autoriteiten zien dit ongeluk als sabotage. Joachim wordt veroordeeld en moet een aantal maanden de gevangenis in. De eenzaamheid in de gevangenis zorgt ervoor, dat hij zich nog meer verliest in zijn donkere fantasieën. Begin 1956 komt hij vrij. Voorwaarde voor zijn vrijlating is, dat hij nog een tijdlang in Oost-Duitsland moet blijven en arbeid gaat verrichten op een boerderij. Als zijn zus, die West-Duitsland woont trouwt, krijgt hij toestemming om daar naartoe te gaan en de DDR te verlaten.
Na de bruiloft gaat hij weer bij zijn vader wonen. Hij is na het overlijden van zijn vrouw opnieuw getrouwd en een nieuw gezin gestart. Verrassend genoeg kan Joachim het goed vinden met zijn nieuwe stiefmoeder Annelise. Zij luistert naar hem en helpt hem bij nieuwe sollicitaties. Toch blijft de drang om te moorden te sterk. Op 3 maart 1956 verkracht en wurgt hij de 12-jarige Erika Schuletter in Bottrop. De volgende dag wordt haar lichaam gevonden, maar er is geen enkel spoor naar een dader.
Weer bekruipt hem de angst om gepakt te worden. Gelukkig krijgt hij dankzij zijn stiefmoeder een baan als fabrieksarbeider in Duisburg. Hij neemt zijn intrek in het arbeidershotel aldaar. Na een paar jaar lukt hem om een eigen huurwoning te krijgen aan de Friesenstraße in Duisburg. Vanaf dat moment begint hij weer te moorden.
Op 17 juni 1959 heeft de 24-jarige Klara Frieda Tesmer een gezellige avond gehad in een kroeg in het centrum van Duisburg. Klara is twee jaar geleden vanuit de DDR naar Duisburg gevlucht. Sindsdien werkt ze als huishoudster en woont ze met een collega in de stad. Vrienden heeft ze nauwelijks en haar familie woont nog in Oost-Duitsland. Rond één uur ’s nachts verlaat ze het café, volgens getuigen samen met een man met wie ze die avond heeft zitten kletsen. De volgende ochtend wordt haar lichaam gevonden door een paar tieners in een park aan de oever van de Rijn. Uit autopsie blijkt, dat Klara is gewurgd en met een hard voorwerp op haar hoofd is geslagen. Haar lichaam is na haar dood seksueel misbruikt.
Het onderzoek van de politie richt zich op de man, met wie ze die avond in de kroeg is gezien. Getuigen omschrijven hem als slank, blond en schatten hem begin 20. Hij heeft een Berlijns accent en draagt een opvallende gouden zegelring. Al snel wordt er een man, Heinrich Ott, gearresteerd die aan deze beschrijving voldoet. Ondanks zijn heftige ontkenning wordt hij schuldig bevonden aan de moord op Klara. Na zijn veroordeling hangt hij zichzelf op in zijn cel.
Een week later, op 26 juli 1959, heeft de 16-jarige scholiere Manuela Knodt de hele dag gezwommen in het buitenbad van Essen, zo’n 20 kilometer ten westen van Duisburg. Rond zes uur die avond gaat ze op weg naar huis. Joachim ziet haar lopen en valt haar aan als ze door het dichtbeboste stadspark loopt. Hij wurgt haar tot ze dood is. Daarna heeft hij seks met haar lichaam. Dan doet hij iets, wat hij nog niet eerder heeft gedaan. Hij snijdt stukken vlees van haar billen en dijen en neemt dit mee naar huis.
Wekenlang blijft blijft Manuela vermist. Totdat een groep jongens haar lichaam vindt tussen de struiken. De politie staat onder grote druk om de dader te vinden. Zo’n jong meisje dat vermoord wordt op klaarlichte dag zorgt voor woede en paniek bij de bevolking, dus ze moeten de dader vinden. Er wordt sperma op haar lichaam aangetroffen, maar DNA-technologie bestaat nog niet eind jaren vijftig. Een half jaar na de vondst van haar lichaam, meldt zich iemand bij de politie, die zegt dat hij de dader is. Als hij wordt voorgeleid trekt hij zijn verklaring weer in. Hij legt uit, dat hij in een crisis verkeerde en hoopte dat een tijdje in de gevangenis hem wat rust zou bieden. Toch wordt hij veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens doodslag.
Drie jaar lang houdt Joachim zich rustig. Waarom dat zo is, is niet bekend. Op 23 april 1962, gaat de 13-jarige Petra Giese uit Wesel samen met een vriendinnetje naar de kermis in Dinslaken, een dorp zo’n 15 kilometer verderop. Na een heerlijke avond nemen de meisjes rond negen uur die avond afscheid van elkaar en gaat Petra alleen terug naar huis. De volgende dag wordt het lichaam van Petra gevonden in een bos net buiten Dinslaken. Ze is gewurgd. Het lijkt erop, dat de moord niet op deze plek heeft plaatsgevonden maar dat haar lichaam hier is gedumpt.
Zes weken later verdwijnt er weer een kind. De 12-jarige Monika Tafel woont samen met haar ouders en twee jongere zusjes in het noorden van Duisburg. Op maandagochtend 4 juni 1962 maakt Monika zich klaar om naar school te lopen. Ze trekt haar rode lievelingsjurk aan, smeert een paar boterhammen en vertrekt rond half acht richting school. Dat is zo’n anderhalve kilometer lopen van haar huis, waarvan het laatste stuk een zandpad is dat tussen de maisvelden loopt. Ze komt nooit aan op school. Als ze ’s middags niet thuiskomt, belt haar moeder naar school. Dan hoort ze dat haar dochter die dag niet op school is aangekomen. Haar moeder gaat meteen op zoek, maar als ze die avond haar dochter niet gevonden heeft geeft ze haar als vermist op. De volgende dag begint een grootschalige zoekactie. De weg van huis naar school, inclusief het zandpad en de maisvelden wordt uitgekamd, maar ze wordt niet gevonden.
Twee weken later vliegt een helikopter boven het maisveld. De wind van de rotorbladen van de helikopter zorgt ervoor, dat de maisplanten opzij gaan. Tussen de rijen mais ziet de piloot een schooltas liggen met daarnaast een lichaam van een meisje. Hij zet meteen zijn helikopter aan de grond en belt de politie. Agenten zien aan de naam op schriften in de schooltas dat het om de vermiste Monika Tafel gaat. Bij autopsie wordt duidelijk, dat ze is gewurgd. Ook zien ze, dat er stukken vlees van haar billen zijn afgesneden. De inwoners van Duisburg zijn geschokt. Ouders durven hun kinderen niet meer alleen naar school te laten gaan. De politie looft een beloning van 13.000 mark uit voor de gouden tip die naar de dader leidt. Deze is er nooit gekomen.
Weer blijft het drie jaar stil. Op 22 augustus 1965 zal Joachim zijn enige mannelijke slachtoffer vermoorden. Marion Veen heeft die dag haar rijbewijs gehaald en viert dit met haar vriend Hermann Schmitz in een kroeg in de binnenstad van Duisburg. Rond een uur of negen die avond verlaten ze de kroeg en rijden met hun volkswagen kever naar een afgelegen plekje bij een oude grindgroeve om nog even te genieten van elkaar. Rond diezelfde tijd gaat ook Joachim op weg naar deze grindgroeve. Deze plek staat erom bekend, dat jonge stelletjes hier de liefde bedrijven. Joachim ligt hier regelmatig in de bosjes om vrijende stelletjes te aanschouwen. Die avond ziet hij de volkswagen kever staan met de verliefde Hermann en Marion. Joachim steekt één van de banden lek, zodat ze niet kunnen vluchten. Marion ziet in de achteruitkijkspiegel een donkere gestalt bij hun auto. Hermann stapt uit om te kijken wat er aan de hand is. Joachim steekt hem met een mes in zijn borst. Voordat hij sterft kan hij nog net tegen Marion schreeuwen, dat ze weg moet rijden, omdat de man haar wil. Marion start de auto en rijdt weg. Ondanks de lekke band. Joachim gaat gefrustreerd naar huis.
De volgende dag hoort hij op zijn werk, dat de man is overleden. De politie hangt posters op bij de grindgroeve met de vraag om tips. Dit beangstigt Joachim. ’s Nachts gaat hij er naartoe en scheurt alle posters kapot. Hij neemt zich voor zich voorlopig rustig te houden. Mocht hij weer de drang voelen om te moorden, dan zal hij dat niet meer in Duisburg doen. Joachim heeft geen rijbewijs dus zal hij per trein of bus naar nieuwe slachtoffers moeten zoeken.
Een jaar later, in de avond van 13 september 1966 verlaat de 20-jarige Ursula Rohling haar kantoor, waar ze werkt als boekhoudster bij een levensmiddelenbedrijf in Marl, een stad zo’n 50 kilometer ten noorden van Duisburg. Ze heeft met haar vriend Adolf Schickel afgesproken in een cafe in de stad. Hun relatie gaat al een tijdje niet goed en rond half tien die avond krijgen ze weer ruzie. Ursula verlaat de kroeg, ook omdat ze nog een afspraak heeft met een goede vriend. Op weg daar naartoe snijdt ze haar route af door een stukje door het bos te lopen. Er is geen verlichting in het bos en het regent. In het bos loopt haar een man tegemoet. In eerste instantie spreekt hij haar vriendelijk toe. Maar als hij vraagt of ze eens kunnen afspreken en Ursula hem afwijst, valt hij haar plotseling aan. Hij neemt haar in een wurggreep en sleept haar verder het bos in. Door de strakke greep rond haar nek raakt ze buiten bewustzijn. Zodra ze niet meer beweegt verkracht de man haar. Daarna wurgt hij haar dood.
Twee dagen later wordt haar lichaam gevonden door een gemeentewerker. De politie heeft meteen een verdachte op het oog, haar vriend Adolf waarmee ze ruziënd uit elkaar ging. Hij heeft geen goed alibi voor die avond en agenten zien krassen in zijn nek. Toch hebben ze niet genoeg bewijs om hem lang vast te houden. De verdenking van moord heeft zoveel impact op Adolf, dat hij een paar weken later uit het leven stapt.
Op 22 december 1966 is Joachim afgereisd naar Wuppertal, zo’n 50 kilometer ten zuiden van Duisburg. Op straat ziet hij een meisje lopen. Het is de 5-jarige Ilona Harke, die van haar grootouders naar haar ouderlijk huis loopt, een wandeling van nog geen 300 meter. Als Joachim het meisje ziet lokt hij haar mee door te zeggen, dat hij een vogelnestje heeft gezien. Het meisje loopt met hem mee naar een meer afgelegen gebied. Daar verkracht hij het meisje. Als Ilona bewusteloos is, gooit hij haar levend in een nabijgelegen sloot, waar ze verdrinkt.
Een half jaar later op 12 juli 1969 reist Joachim af naar Hückeswagen, zo’n 80 kilometer ten zuiden van Duisburg. Op straat ziet hij een vrouw, die hij wil. Urenlang wacht hij voor het huis van de vrouw, maar ze verschijnt niet meer op straat. Dan ziet hij in de tuin van de onderburen een vrouw staan. Bij gebrek aan de vrouw die hij wil, pakt hij deze vrouw. Het is de 61-jarige Maria Hettgen. Hij slaat haar op het hoofd sleept haar naar een meer afgelegen plek en wurgt haar. Daarna heeft hij seks met haar lichaam. Later worden in de buurt van haar lichaam een pakje sigaretten en een knoop van een broek gevonden, die waarschijnlijk van de dader zijn. Getuigen melden rond half twaalf die nacht hard geschreeuw te hebben gehoord. In de maanden erna worden tientallen mannen uit de buurt ondervraagd, maar zonder resultaat.
In het voorjaar van 1970 krijgt Joachim een andere functie bij de fabriek. Hij wordt schoonmaker van de vele toiletten, washokken, kluisjes en kantines van het bedrijf. Grotendeels werkt hij alleen. Zijn collega’s vinden hun inmiddels 37-jarige collega een vreemde man. Hij zegt weinig en loopt vaak met een vreemde grijns op zijn gezicht. Ook privé leidt Joachim een geïsoleerd leven. Hij ziet om zich heen dat de meeste mensen van zijn leeftijd zijn getrouwd en een gezin hebben. Voor zijn gevoel zal dat er voor hem niet inzitten. Praten met vrouwen vindt hij moeilijk, uit angst om toch weer afgewezen te worden.
Joachim houdt zich veel op rondom speeltuinen, zwembaden en kleuterscholen. Regelmatig spreekt hij meisjes aan en lokt ze mee met mooie verhalen en smoezen dat hij ze iets leuks kan laten zien. In de struiken of verlaten hoekjes misbruikt hij de kinderen en zet ze daarna weer af op de plek waar hij ze heeft opgepikt. Na een paar maanden is misbruik alleen niet genoeg en komt ook de drang tot moorden weer terug.
Op 21 mei 1970 verlaat de 13-jarige Jutta Rahn aan het begin van de middag haar middelbare school in Essen. Ze wil naar huis lopen, maar het regent hard. Na een tijdje geschuild te hebben vervolgt ze haar weg. Ze moet zo’n 300 meter door een bos lopen. Jutta heeft niet door, dat ze gevolgd wordt. Als ze aan het eind van de middag nog niet thuis is, gaat haar moeder op zoek naar haar dochter. Ze loopt de weg van haar school naar huis af, in de hoop haar daar te vinden. Als ze door het bos loopt, begint haar hond te blaffen bij een struik. Moeder slaat er geen acht op en gaat zonder resultaat naar huis. ’S Avonds loopt haar vader dezelfde tocht. Precies bij de struik waar de hond blafte, vindt hij het naakte levenloze lichaam van zijn dochter. Ze is gewurgd met haar bh. Er worden spermasporen bij haar dijen aangetroffen.
In 1973 moet Joachim naar het ziekenhuis. Hij heeft al langere tijd last van zijn been en wordt geopereerd. Zijn kamergenoot in het ziekenhuis krijgt, in tegenstelling tot Joachim elke dag bezoek. Zijn vrouw en kinderen komen vaak langs. Joachim wordt verliefd op vrouw van zijn kamergenoot. Als hij het ziekenhuis mag verlaten, gaat hij bij haar op bezoek. Hij neemt bloemen mee en vraagt haar om haar man te verlaten en met hem verder te gaan. De vrouw weigert dit. Joachim doet nog een laatste poging om deze vrouw op andere gedachten te brengen. Hij koopt een kleurentelevisie voor haar. Ook dit kan haar niet overtuigen.
De operatie aan zijn been heeft niet veel geholpen. Joachim blijft moeite houden met lopen en raakt hierdoor nog meer geïsoleerd. Vaak strompelt hij zijn woning uit en gaat naar het speeltuintje voor zijn huis om daar naar de spelende kinderen te kijken.
Dan is het 2 juli 1976. Het is een warme zomerdag, waarbij de temperatuur boven de 30 graden uitkomt. Meerdere kinderen zijn buiten aan het spelen in het speeltuintje en opgezette zwembadje. Zo ook de vierjarige Marion Ketter en haar broertje. Vanuit zijn raam bekijkt Joachim dit tafereel. Als aan het eind van de middag het broertje zonder Marion terugkeert naar huis, wordt haar moeder ongerust. Samen met haar man gaan ze naar het speeltuintje, maar daar is niemand meer. Wel zien ze Marions jurkje en schoenen naast het zwembadje liggen. De ouders vragen buren in de omgeving of ze Marion hebben gezien. Ook vragen ze de kinderen met wie hun dochter speelde of ze iets hebben gezien. Niemand heeft informatie. Diezelfde avond gaan ze naar de politie. Zij zetten meteen een zoekactie op touw. Politiebusjes rijden met luidsprekers door de wijk waarin wordt opgeroepen tot meer informatie rondom de verdwijning. Dit alles zonder resultaat.
Arrestatie en rechtszaak
De volgende ochtend besluit de politie alle deuren van buurtbewoners af te gaan in de hoop Marion daar aan te treffen of meer gegevens te verzamelen over waar ze zich wel kan bevinden. Dan worden ze aangesproken door een man die ook aan de Friesenstraße woont. Het toilet van zijn flat zit verstopt en een buurman reageerde wel heel vreemd toen hij hiernaar vroeg. Bovendien zaten er bloed en nog andere vreemde objecten in hun toilet. De politie loopt met hem mee en belt een loodgieter en voor de zekerheid een medisch onderzoeker. Voor hen is het al snel duidelijk, dat de wc verstopt is geraakt door het doorspoelen van menselijke resten.
Ze kloppen aan bij Joachim Kroll, de man die tegen de buurman had gezegd, dat hij beter niet naar het toilet kon gaan. Als ze de woning binnengaan zien de agenten bloedspatten in zijn woonkamer. Als ze doorlopen naar de keuken staat daar een pan op het fornuis te pruttelen. Tussen de aardappelen en de wortelen vindt één van de agenten een kinderhand in de pan.
Joachim vertelt de agenten, dat hij de vorige avond Marion heeft meegelokt naar zijn appartement. Naast de hand in de pan vinden ze stukken verpakt vlees in de koelkast, die ook van Marion blijken te zijn. Joachim wordt gearresteerd en meegenomen naar het politiebureau van Duisburg. Daar wordt hij verhoord. Joachim praat zacht en aarzelend en geeft in eerste instantie alleen korte antwoorden op de vragen van de rechercheur. Wel geeft hij toe Marion vermoord te hebben.
In de weken erna probeert de rechercheur vertrouwen op te bouwen met Joachim. Tussen de vragen met betrekking tot onopgeloste moorden door praat hij met Joachim over motoren, stereoinstallaties en voetbal, vooral over de prestaties van MSV Duisburg. In de loop der maanden begint Joachim steeds meer te bekennen. Bij elke moord die hij bekent vertelt hij weer over de vreemde tintelingen in zijn lichaam en zijn drang om te moorden. In totaal bekent hij dertien moorden, die hij tussen 1959 en 1976 heeft gepleegd. Bij sommige moorden weet hij heel gedetailleerd te vertellen wat hij heeft gedaan, bij andere is hij veel vergeten of wil hij er niet over praten. De rechercheur wijt dit gedeeltelijk aan de gebrekkige geestelijke vermogens van Joachim. Als ze zijn IQ testen, blijkt hij een score van 76 te halen.
Om zijn geheugen te helpen gaat de rechercheur met hem langs vele plaatsen delict. Stukje bij beetje komen meer herinneringen bij Joachim terug. Hij weet details te vertellen, die nooit in het nieuws zijn geweest en die kloppen met forensisch onderzoek.
Uiteindelijk wordt Joachim Kroll aangeklaagd voor acht moorden. Voor de overige moorden is er te weinig ondersteunend bewijs. Zijn proces begint op 5 oktober 1979 in de rechtbank van Duisburg. In totaal zijn er 150 procesdagen, die verdeeld zijn over ruim twee jaar. Tijdens vrijwel alle procesdagen zit de rechtbank vol met pers, nabestaanden en andere geïnteresseerden. Joachim ondergaat alles rustig en schijnbaar onbetrokken. Tijdens het proces wordt duidelijk, dat Joachim slechts beperkt begrijpt wat hij heeft gedaan en wat de gevolgen voor anderen zijn geweest. Ook snapt hij niet, dat hij hiervoor waarschijnlijk lang, zo niet levenslang zal worden opgesloten. Hij denkt, dat als ze zijn hersenen opereren, dat hij genezen zal zijn en weer op vrije voeten zal komen.
Meerdere psychiaters buigen zich over de vraag of Joachim toerekeningsvatbaar is. Door zijn lage IQ begrijpt hij niet goed wat hij heeft gedaan. Verder wordt er een parafiele stoornis bij hem vastgesteld, die zich in de loop der jaren steeds sterker heeft ontwikkeld. Toch denken ze, dat hij wel in staat was om goed en kwaad te onderscheiden en wordt hij toerekeningsvatbaar verklaard. Op 8 april 1982 krijgt hij zijn straf te horen. Hij krijgt acht keer levenslang voor acht moorden. Hij wordt opgesloten in de gevangenis van Rheinbach.
Joachim voelt zich prettig binnen de routine van de gevangenis. Hij werkt in de wasserette. In de avonden leest hij graag stripboeken. Hij heeft nauwelijks contact met andere gevangenen en krijgt nooit bezoek.
Op 1 juli 1991 overlijdt Joachim Kroll in de gevangenis aan een hartaanval. Hij wordt 58 jaar oud. Hij wordt begraven op de oorlogsbegraafplaats van Rheinbach.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire geeft een goed beeld van Joachim Kroll.
