
Naam: Dorothea Helen Puente
Bijnaam: Death House Landlady
Geboren: 9 januari 1929 Redlands Californië VS
Overleden: 27 maart 2011
Aantal moorden: 9
Straf: Levenslang
Jeugd
Dorothea Puente wordt op 9 januari 1929 geboren als Dorothea Helen Gray in het Californische Redlands. Ze is de dochter van Trudy Mae Yates en Jesse James Gray, twee mensen die meer worstelen met hun eigen demonen dan dat ze in staat zijn een gezin liefde en stabiliteit te bieden. Beide ouders zijn zwaar verslaafd aan alcohol, en het gezin leeft in diepe armoede. De kindertijd van Dorothea draait om overleven. Ze moet zelf naar eten zoeken. Het gezin is arm en al het geld gaat op aan de drank voor haar ouders. Als de kinderen willen eten, moeten ze daar zelf voor zorgen.
Het huis waarin Dorothea opgroeit, is geen veilige plek. Haar vader, die gekweld wordt door depressies en tuberculose, dreigt regelmatig met zelfmoord. Soms doet hij dat terwijl zijn kinderen toekijken, en dat drukte een zware stempel op de jonge Dorothea. Haar moeder, die naar verluidt als sekswerker werkt, is vaak afwezig en geeft nauwelijks aandacht aan haar kinderen. Warmte of bescherming krijgt Dorothea er niet.
Als Dorothea acht jaar oud is, sterft haar vader aan tuberculose. Nog geen jaar later komt ook haar moeder om het leven bij een motorongeluk. Daarmee verliest Dorothea, nog maar tien jaar oud, in korte tijd beide ouders. Ze is wees. Samen met haar broers en zussen wordt ze ondergebracht in een weeshuis. Deze plek biedt haar ook geen veiligheid. Daar wordt ze slachtoffer van seksueel misbruik. Er is geen warmte naar de kinderen toe en ook daar worden ze verwaarloosd. Vanuit het weeshuis komt Dorothea in verschillende pleeggezinnen terecht. Zo woont bij een pleeggezin in Napa, Los Angeles en Washington. En weer wordt ze met dezelfde onveiligheid en instabiliteit geconfronteerd. In het ene pleeggezin wordt ze seksueel misbruikt, in het volgende gebruikt in de huishouding en in weer een ander gezin wordt er niet naar haar omgekeken.
Op zestienjarige leeftijd begin Dorothea met sekswerk. Het is een manier om te overleven, maar ook een eerste stap richting een leven aan de rand van de maatschappij. Kort daarop ontmoet ze de 22-jarige Fred McFaul, een soldaat die net terug is uit de Filipijnen. Ze gaan samenwonen in het motel, waar Dorothea haar klanten ontvangt. Na een paar maanden trouwen ze, gaan in Riverside Californië wonen en krijgen samen twee dochters. Maar Dorothea heeft geen interesse in het moederschap en haar dochters. Ze worden afgestaan, één binnen familie en de ander ter adoptie. Het huwelijk houdt geen stand. Na korte tijd staat ze er opnieuw alleen voor.
In dezelfde periode komt ze voor het eerst in aanraking met de politie. In 1948 wordt ze gearresteerd voor fraude: ze heeft spullen gekocht met vervalste cheques. Voor die daad zit ze vier maanden in de gevangenis, waarna een proeftijd volgt. Het is het begin van een patroon dat haar hele verdere leven zal blijven terugkomen: kortdurende relaties, onrust, en perioden van crimineel gedrag.
In 1952 trouwt ze opnieuw, dit keer met marinier Axel Johansson. Axel is veel weg voor zijn werk. Dorothea maakt gebruik van haar vrijheid. Ze heeft verschillende affaires. Ook vergokt ze een groot deel van het loon van haar man. Dit doet ze niet alleen met het geld van haar man, ze heeft inmiddels zelf een ook bedrijf opgezet. Ze exploiteert een bordeel in Sacramento. Ze heeft hier niet de nodige vergunningen voor en doet naar de buitenwereld alsof het een boekhoudkantoor is. In 1960 wordt ze hiervoor opgepakt en moet ze drie maanden zitten.
Eenmaal thuis ziet Axel dat het niet goed gaat met zijn vrouw. Ze begint steeds meer te drinken, liegt constant en is depressief. Ze heeft meerdere keren geprobeerd een einde aan haar leven te maken. Hij stuurt haar naar een psychiatrisch ziekenhuis. Daar krijgt ze de diagnose van een pathologisch leugenaar met een instabiele persoonlijkheid.
Dorothea begint steeds vaker haar harde verleden te verbergen achter zorgvuldig opgebouwde verhalen. Ze vertelt dat ze Mexicaanse wortels heeft, dat ze danst bij de beroemde Rockettes in New York, en dat ze bevriend is met politici en filmsterren. Soms beweert ze zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog als verpleegster gediend te hebben, terwijl ze toen in werkelijkheid nog een tiener in Californië was. Haar verzinsels helpen haar om gezien te worden.
In 1966 eindigt het huwelijk van Dorothea en Axel. Dorothea gaat in Sacramento wonen. Ze begint een tehuis, dat ze ‘The Samaritans’ noemt. Hier biedt ze onderdak aan jonge vrouwen, die door armoede en misbruik geen andere plek hebben om veilig te verblijven. Vrouwen waarin ze zich herkent. In 1968 trouwt ze met Roberto Puente. Het is een turbulente relatie, waarbij sprake is van huiselijk geweld. Na anderhalf jaar is Dorothea het zat. Ze doet aangifte tegen haar man, maar nog voordat hij opgepakt kan worden, vlucht hij naar Mexico.
Daarna vestigt ze zich aan de 1426 F Street. Ze huurt in eerste instantie een kamer van de Ricardo Ordorica, een goede vriend van haar en eigenaar van het huis. Als de familie Ordorica verhuist, vraagt Dorothea of zij er mag blijven wonen en de hele woning mag huren. Het huis valt op door zijn klassieke Victoriaanse architectuur, gebouwd in 1895. Het is een elegante villa, die blauw en wit is geschilderd. Het huis heeft een veranda met sierlijke balustrades en is omringd door rozenperken, een grasveld en een kleine groentetuin. Het huis heeft meerdere verdiepingen. Dorothea woont op de bovenste verdieping. Om in haar onderhoud te kunnen voorzien maakt ze van de andere verdiepingen een pension. Ze biedt kamers aan voor mensen die dakloos zijn, mensen met mentale problemen en mensen met verslavingsproblematiek. Toekomstige bewoners pikt ze op bij louche cafe’s. Ze biedt mannen drankjes aan, terwijl ze ondertussen vraagt naar hun financiën. Als ze het idee heeft, dat ze voldoende inkomen hebben, nodigt ze hen uit om in haar pension te komen wonen. Het is echter niet alleen maar geldgewin. Ook voor de mensen die niet in haar pension komen wonen heeft ze een luisterend oor en goede adviezen. Niet alleen mensen aan de rand van de samenleving zien haar graag. Ze is geliefd bij iedereen. Ze wordt gezien als een intelligente vrouw en binnen de gemeenschap de
Dorothea zorgt goed voor haar huurders. Ze betalen $350,- huur per maand. Hiervoor hebben ze een eigen kamer en krijgen ze ontbijt en diner. Dorothea is een goede kok en schotelt haar gasten goede maaltijden voor. Zo zijn er elke ochtend pannenkoeken, eieren en spek. Maar als iemand niet om half zeven ’s ochtends aan het ontbijt zit of om half vier ’s middags aan het diner, is ze onverbiddelijk. Stipt op tijd of anders geen eten. Ze is streng voor haar huurders. Ze mogen niet de telefoon oppakken of de post uit de bus halen. Ook mogen haar gasten alleen op oneven uren in de keuken komen. Door deze strikte aanpak zorgt ze ervoor, dat de huurders, die allemaal een randje hebben, in goede harmonie met elkaar omgaan.
Naast haar strenge regime heeft ze ook een zachte kant. Zo vangt ze regelmatig zwerfkatten op en geeft ze eten. Haar kostgangers krijgen regelmatig kleding en sigaretten als ze even zonder zitten. Dorothea heeft ooit voor een gehandicapte bewoner een driewieler gekocht, zodat deze wat meer mobiel zou zijn.
Misdaden
Eén van de bewoners van haar pension is Ruth Monroe. Dorothea ontmoet Ruth in 1982 via een wederzijdse vriend. Ze raken al snel bevriend. Ruth is 61 en inmiddels met pensioen. Financieel zit ze er warmpjes bij. Ruth krijgt een relatie met deze man, maar al snel overlijdt hij aan kanker. Ze voelt zich eenzaam en Dorothea stelt voor dat Ruth wel bij haar in het pension kan komen wonen. Op 14 april 1982 betrekt Ruth een kamer in het pension. Haar zoon Bill komt haar elke dag bezoeken. Ruth heeft het naar haar zin. Maar na anderhalve week wordt ze ziek. Ze weet niet wat er aan de hand is, ze voelt zich niet lekker. Als Bill haar bezoekt, ziet hij dat ze een glas sterke drank in haar hand heeft. Dat is vreemd, zijn moeder drinkt nooit alcohol. Als hij ernaar vraagt zegt zijn moeder, dat ze dat van Dorothea heeft gekregen, zodat ze wat rustiger wordt en snel weer zal opknappen. Haar zoon heeft er alle vertrouwen in dat het snel weer beter zal gaan met haar. Ze heeft tenslotte de goede zorg van haar vriendin. In de dagen erna lijkt zijn moeder steeds meer afwezig, ze reageert nauwelijks nog en kijkt suf voor zich uit. De volgende dag sterft Ruth.
Als Bill aankomt bij het pension is haar moeder al meegenomen door de uitvaartmaatschappij. Dorothea condoleert hem en vertelt dat Ruth zelfmoord heeft gepleegd. Bill is verbijsterd. Hij kan zich niet voorstellen, dat zijn moeder dat zou doen. Ruth was een vrolijke vrouw en genoot van haar kleinkinderen.
In de dagen erna is Dorothea flink aan het stofzuigen en boenen in deze kamer. Volgens haar is de kamer vervloekt door het overlijden van Ruth.
In augustus 1982 wordt Dorothea opgepakt voor fraude. Ze heeft handtekeningen vervalst op de cheques van haar huurders, waarmee zij het geld van hun sociale verzekering inde. Ook heeft ze geld, creditcards en sieraden van hen gestolen. Ze krijgt vijf jaar gevangenisstraf. Tijdens detentie correspondeert ze met Everson Theodore Gillmouth, een 77-jarige man uit Oregan. Dit ligt zo’n 600 kilometer boven Sacramento. In deze briefwisseling stelt Dorothea hem voor, dat hij wel bij haar kan wonen. Na drie jaar wordt ze vervroegd vrijgelaten, op 9 september 1985. Een paar dagen eerder is Everson inderdaad ingetrokken in haar pension. En op 9 september staat hij haar op te wachten bij de poort van de gevangenis.
Niet lang daarna huurt Dorothea klusjesman Ismael Florez in om een kamer in haar pension te verbouwen. Ook vraagt ze hem een grote kist te bouwen. In ruil hiervoor zal Ismael $800,- verdienen en de vrachtwagen waarmee Everson Gillmouth naar het pension van Dorothea is verhuisd. Ismael gaat akkoord. Een paar dagen nadat hij de kist bij haar heeft afgeleverd vraagt Dorothea hem om samen de kist naar een opslagplaats te brengen. Ismael vindt het vreemd, dat de kist dichtgetimmerd is en meer dan 100 kilo weegt. Ze brengen de kist niet naar een opslagplaats, maar zetten hem langs de Sacramento rivier, zo’n uur rijden van het pension. Dorothea stuurt de familie van Everson regelmatig kaartjes en brieven, waarin ze schrijft, dat ze gaan trouwen en dat ze het leuk hebben samen. Dorothea blijft nog een jaar lang de cheques innen, die voor Everson bedoeld zijn.
In januari 1986 wordt de kist gevonden door een visser. De politie ontdekt, dat er een ontbonden lichaam in zit. Pas twee jaar later wordt duidelijk, dat het om Everson Gillmouth gaat.
In februari 1988 komt maatschappelijk werker Judy Moise op gesprek bij Dorothea. Een client van haar Alvaro Gonzales Montoya, ook wel Bert genoemd, zoekt onderdak. Bert is 51 en komt uit Costa Rica. Hij heeft schizofrenie en last van stemmen in zijn hoofd. Zijn familie woont in zijn thuisland, hij kent hier niemand. Hij is een ontzettende lieverd. Als hij geld op straat vindt, brengt hij het naar het politiebureau. Als iemand zegt, dat hij een mooi t-shirt aanheeft, trekt hij het uit en geeft het weg. Bert verblijft nu in een soort magazijn, waar een basic detoxruimte van is gemaakt. Daar slaapt hij op een matras op de betonnen vloer in een grote ruimte met 60 anderen. Judy heeft met hem te doen en ontfermt zich over hem. Ze ziet, dat dit geen goede plek is voor hem en gaat op zoek naar iets beters. Ook zorgt ze ervoor, dat hij zijn uitkering weer terug krijgt, die hij tijdens zijn verblijf op straat is kwijtgeraakt.
Als Judy met Dorothea in gesprek gaat over een plek voor Bert, is ze meteen enthousiast. Dorothea komt over als een lieve vrouw, die Bert de zorg en warmte kan geven, die hij nodig heeft. Twee dagen later betrekt hij het pension. Hij gedijt goed in het pension en heeft het naar zijn zin. Dorothea zorgt ervoor, dat hij nieuwe kleding krijgt en er weer verzorgd uitziet. Hij noemt haar zelfs ‘mama’. Andere huurders zijn jaloers op de aandacht die Bert krijgt en dat hij vrijwel geen huur hoeft te betalen.
Na een half jaar is Dorothea niet meer zo enthousiast over haar lievelingetje. Op een dag komt Bert zo dronken thuis, dat hij nauwelijks nog kan lopen. Drie mannen moet hem ondersteunen om zijn kamer binnen te komen. Dorothea is boos en zegt, dat hij weer terug moet naar de detox, zijn vorige verblijf. Bert smeekt haar om hem niet terug te sturen, maar ze is onverbiddelijk.
Na een paar dagen keert Bert terug. Dit is tegen het zere been van Dorothea. Ze wil hem niet meer. Als Bert de volgende ochtend niet aan het ontbijt verschijnt, vragen de andere bewoners waar hij blijft. Dorothea vertelt hen, dat Bert bij familie in Mexico is gaan wonen.
Zijn maatschappelijk werkster Judy Moise maakt zich zorgen om Bert. Ze heeft al twee maanden niets van hem gehoord en hij heeft meerdere afspraken gemist. Ze neemt een paar keer contact op met Dorothea en vraagt naar Bert. Ook tegen haar zegt ze, dat hij naar familie in Mexico is vertrokken. Judy blijft doorvragen, hoe het met hem is en wanneer hij weer terugkomt. Dorothea zegt haar, dat ze zich geen zorgen hoeft te maken. Bert zou haar nog wekelijks bellen en hij heeft het erg naar zijn zin bij zijn familie.
Judy vertrouwt het niet. Ze weet, dat Bert niet zomaar zou zijn vertrokken en zijn spullen achterlaten. Ze weet ook, dat Bert contact met haar zou hebben gezorgd. Judy belt de politie.
Arrestatie en rechtszaak
Een paar dagen later gaat de politie langs bij het pension van Dorothea. Ze worden vriendelijk ontvangen door haar en ze vindt het geen probleem, dat ze onderzoek doen in haar pension en in de tuin om te kijken of ze de vermissing van Bert op kunnen lossen. Maar als de politie een bot in haar tuin vindt die lijkt op het bot van een dijbeen en niet van Bert is, willen ze meer onderzoek doen.
De volgende dag graven ze verder in de tuin. In eerste instantie vinden ze niets. Als Dorothea vraagt of het goed is, dat ze even koffie gaat drinken buiten de deur is dat dan ook geen probleem. Nog geen kwartier nadat ze is vertrokken, vinden ze een tweede lichaam. En de vogel is gevlogen. Dorothea is gevlucht. Ze heeft een taxi gebeld, die haar naar Stockton rijdt, een plaats ten zuiden van Sacramento. Van daaruit stapt ze op een bus, die haar naar Los Angeles brengt.
Ondertussen vinden de agenten nog meer lichamen, die in de tuin begraven liggen. De agenten doen verder onderzoek in het pension. Als John het tapijt van één van de kamers in de hoek omhoog tilt, komt hem een afschuwelijke lucht tegemoet. Dit kan niet anders, dan lichaamsvloeistof zijn van ontbonden lichamen. Deze geur heeft hij niet geroken in de graven. Zo wordt hem duidelijk, dat Dorothea de lichamen soms weken lang verborg in één van de kamers. Ze wachtte tot het juiste moment om de lichamen te begraven. Omdat er mensen in het pension wonen, moet dat op een moment gebeuren, dat er niemand is of dat iedereen ligt te slapen. In totaal liggen er zeven lichamen in de tuin van het pension.
Na identificatie wordt duidelijk, dat het allemaal bewoners van het pension zijn geweest. Het eerste lichaam dat ze vinden is van de 78-jarige Betty Palmer. Zij kwam in 1986 in het pension wonen en is waarschijnlijk niet veel later begraven in de tuin. Van ontbreken het hoofd, haar handen en haar voeten. Deze zijn nooit teruggevonden. Een tweede lichaam is van de 78-jarige Leona Carpenter. Als ze haar lichaam vinden, doen ze een vreemde ontdekking. Het lijkt erop, dat ze nadat ze al begraven was, haar benen nog heeft bewogen om het zand weg te schoppen. De kans is groot, dat ze levend begraven is. Het derde lichaam is van de 62-jarige James Gallop. Hij kwam in februari 1987 in het pension wonen. Niet lang daarna werd een tumor in zijn darmen ontdekt. Hij zou hieraan geopereerd worden, maar vlak voor de operatie kreeg het ziekenhuis een telefoontje, dat hij naar familie in Los Angeles zou zijn vertrokken. Een volgend lichaam is van de 55-jarige Benjamin Flink. Toen hij verdween vanuit het pension waren de overige bewoners niet verbaasd. Benjamin was alcoholist en als hij dronken was, zorgde hij voor overlast. En als een bewoner voor overlast zorgde, werd hij op straat geschopt. De volgende twee lichamen zijn van de 65-jarige Dorothy Miller en de 61-jarige Vera Martin. Beide dames zijn sinds oktober 1987 niet meer gezien. Het zevende lichaam is inderdaad van Bert Montoya. Zijn lichaam werd gevonden in de hoek van de tuin.
Terwijl de politie druk bezig is met de opgravingen en identificatie is Dorothea gearriveerd in Los Angeles. In een cafe ontmoet ze een man, met wie ze een drankje doet. Wellicht haar volgende slachtoffer, wie zal het zeggen. Deze man is Charles Willgues. Ze zitten gezellig aan de bar te kletsen. Dorothea vertelt hem, dat zij alles weet over uitkeringen en dat ze er misschien voor kan zorgen, dat hij meer geld kan krijgen. Na de nodige drankjes en een gezellig gesprek stelt Dorothea voor dat Charles met haar meegaat naar haar hotel. Charles vindt het prima zo en laat het hierbij. Dorothea geeft hem het adres van haar hotel, mocht hij zich bedenken. Als Dorothea weg is, kijkt Charles nog wat tv in het cafe. Dan opeens verschijnt de foto van Dorothea op het scherm in het CBS nieuws. Daar hoort hij, dat deze vrouw gezocht wordt, omdat er meerdere lichamen in de tuin van haar pension zijn gevonden. Charles belt meteen naar de LAPD, de politie van Los Angeles. Een uur later wordt Dorothea gearresteerd in haar hotelkamer. Ze wordt teruggebracht naar het politiebureau van Sacramento.
De politie onderzoekt haar boekhouding. Het wordt al snel duidelijk, dat ze al het geld van de uitkeringen van haar huurders zelf inde. Dit zorgt ervoor, dat ze maandelijks meer dan $5000,- binnenkrijgt. Deze cheques inde ze ook nog maanden nadat iemand al verdwenen, en na later blijkt overleden, was. Eén van de mensen die door de politie werd geïnterviewd was de postbode. Het viel de postbode op, dat op het moment dat de cheques voor de uitkeringen aan het eind van de maand per post werden bezorgd, dat Dorothea altijd in haar tuin al zat te wachten op de post. Geen van haar huurders heeft ooit zelf de cheques ontvangen.
Ook nam de politie contact op met stichtingen, die regelmatig iets van Dorothea ontvingen. Zij ontvingen regelmatig vuilniszakken vol kleding van haar. Achteraf blijkt dit de kleding van haar vermoorde huurders te zijn. Een goede manier om zich te ontdoen van bewijs.
De politie is ervan overtuigd, dat Dorothea een handlanger moet hebben gehad. Zij zou nooit in haar eentje de lichamen vanuit het pension naar de tuin kunnen dragen. Dat is één van de troeven die ze gebruikt tijdens het verhoor door politie.
Eén van de huurders van het pension, John McCauley wordt gearresteerd, maar wordt al snel weer vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Het is meer aannemelijk, dat verschillende huurders, zonder het zelf te weten, een kleine rol hebben gespeeld bij het verbergen van de lichamen. De één krijgt de opdracht om een tapijt naar de vuilnis te brengen, de ander wordt gevraagd een gat in de grond te graven, zonder te weten waarvoor het was.
De reden dat Dorothea zo lang onder de radar kon blijven heeft waarschijnlijk ook te maken met de dubbele rol, die ze jarenlang heeft gespeeld. Ze is de lieve vrouw, die mensen aan de rand van de samenleving helpt. Die goed voor ze zorgt, zelfs extra zaken voor ze regelt, die gewaardeerd wordt door buurtgenoten. Daardoor is het moeilijk te geloven, dat zij betrokken zou zijn bij zoiets gruwelijks als negen moorden. Tegelijk zijn haar slachtoffers mensen aan de rand van de samenleving. Mensen zonder familie of een netwerk die naar ze uitkijkt of hen mist.
Het ging fout bij Bert Montoya. Hij heeft een maatschappelijk werkster, Judy Moise, die wél naar hem uitkijkt en op hem let. Die wél bezorgd is en hem mist als ze een tijdje niets van hem heeft gehoord. Volgens de politie had Dorothea nog jaren door kunnen gaan als Judy Moise niet aan de bel had getrokken.
Na jaren onderzoek en vele vertragingen moet moet Dorothea Puente in februari 1993 voorkomen voor negen moorden. Ze blijft volhouden niets met de moorden te maken te hebben. Volgens haar hadden alle overledenen reeds bestaande condities, waardoor ze op een natuurlijke manier zijn overleden. Het toxicologisch onderzoek wijst anders uit. Bij alle lichamen werd een hoog gehalte van verschillende slaap- en kalmeringspillen gevonden. Dorothea kwam aan deze middelen door naar verschillende apotheken te gaan met verschillende ID’s van haar huurders.
Dorothea Puente wordt schuldig bevonden aan drie moorden, die op Benjamin Fink, Leona Carpenter en Dorothy Miller. Voor de andere moorden was te weinig bewijs, hoewel het logisch lijkt, dat ook deze aan haar te linken zijn. Het grootste bewijs voor de jury was, dat er zeven lijken in haar tuin zijn gevonden. Dorothea krijgt levenslang en wordt opgesloten in de vrouwengevangenis van Chowchilla. Daar overlijdt ze op 27 maart 2011 op 82-jarige leeftijd.
Huis Dorothea Puente
Na de arrestatie van Dorothea kwam het huis aan de 1426 F Street leeg te staan. De gemeente wilde het afbreken zodat het geen toeristische trekpleister zou worden. Dit was niet mogelijk, omdat het een gebouw uit 1895 is en gezien wordt als een monument.
Het huis heeft leeggestaan tot 2011. Toen overleed Dorothea en kwam werd het huis geveild op een openbare veiling. Tom en Barbara Williams kochten het pand voor $ 215.000,–. Ze wisten wat er in het pand gebeurd was. ‘Ik dacht dat we een nieuwe verflaag konden aanbrengen en daardoor mensen konden laten vergeten wat hier gebeurd was,’ zei Barbara. Er komen echter nog steeds mensen aan de deur. In Sacramento is het huis zelfs onderdeel van spook- en misdaadtours.
Daarom besloten Tom en Barbara een QR-code aan de poort van het huis te hangen. Als je de QR-code scant kom je bij de documentaire ‘The House of Innocent’. Deze documentaire vertelt het verhaal over Dorothea Puente en haar misdaden.
Tom en Barbara spelen met het verleden van het huis. Ze hebben op de veranda een paspop neergezet, met een grijze pruik op, een grote bril en een rode jurk aan. De pop lijkt verdacht veel op Dorothea. Aan de binnenkant van het huis hebben ze weinig veranderd. De houten vloer, waar de slachtoffers wekenlang gelegen hebben voordat ze werden begraven, ligt nog steeds in het huis. De kamer die Dorothea gebruikte om haar slachtoffers te vermoorden en op te bergen is nu de slaapkamer van Tom en Barbara.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire en onze eigen podcast geven een goed beeld van de misdaden van Dorothea Puente.
