Naam: Paul Michael Stephani
Bijnaam: Weepy-Voiced Killer
Geboren: 8 september 1944, Austin Minnesota VS
Overleden: 12 juni 1998
Aantal moorden: 3
Straf: 58 jaar gevangenisstraf
Jeugd
Stephani was de jongste uit een gezin van tien kinderen. Zijn ouders gingen scheiden toen hij nog een baby was. Toen hij drie was trouwde zijn moeder met zijn stiefvader. Ze waren streng katholiek, vooral zijn stiefvader. Het gezin ging elke week naar de kerk, werden opgevoed met een gevoel van schuld en moesten regelmatig biechten. Zijn stiefvader sloeg de kinderen en gooide ze regelmatig van de trap als hem iets niet aanstond.
Stephani trouwde met Beverly Lider en ze gingen wonen in St. Paul. Ze kregen een dochtertje. Eind jaren zeventig scheidden ze weer. Hij kreeg een nieuwe vriendin. Deze verliet hem plotseling omdat ze werd uitgehuwelijkt. Tegelijkertijd verloor hij zijn baan. Hij had het gevoel alle controle over zijn leven kwijt te zijn.
Misdaden
Op 31 december 1980 zag Stephani de 20-jarige student Karen Potack in de buurt van de Malberg Manufacturing Company, het bedrijf waar hij pas ontslagen was. Ze droeg een rode jurk, wat hem triggerde. Hij bood haar een lift aan. Eenmaal in de auto viel hij haar aan. Hij sloeg haar en stak haar neer. Om 3 uur ’s nachts belde hij 911. ‘Stuur alstublieft een ambulance naar de Malberg Manufacturing Company. Daar ligt een meisje gewond op de grond!’ Toen er werd gevraagd wie hij was hing hij op. Potack overleefde de aanval maar heeft blijvend hersenletsel. Na de aanval ging Stephani naar een kerk om te biechten.
Een half jaar later op 3 juni 1981 viel hij de 18-jarige studente Kimberley Compton aan met een ijspriem. Hij zag haar zitten in een lunchroom. Haar rode jasje viel hem op. Hij bood haar een lift aan. Onderweg beval hij haar de auto uit te gaan. Ze weigerde. Stephani pakte een ijspriem en stak haar dood met tientallen steken. Hij belde 911 en zei: ‘Godverdomme, vind me alsjeblieft. Ik heb net iemand neergestoken met een ijspriem . Ik kan mezelf niet stoppen. Ik blijf mensen vermoorden.’ Twee dagen later belde hij de politie om te zeggen dat het hem speet dat hij Compton had neergestoken en dat hij zichzelf zou aangeven maar dat deed hij niet. Zijn volgende telefoontje was op 11 juni. Met een jammerende, nauwelijks samenhangende stem riep hij: ‘Het spijt me wat ik Compton heb aangedaan.’
In juli 1981 had Stephani een afspraak met de 33-jarige Kathleen Greening. Hij ging bij haar thuis op bezoek. Hij verdronk haar in haar bad.
Op 5 augustus 1982 ging Stephani wat drinken in de Hexagon bar in Minneapolis. Daar zag hij de 40-jarige Barbara Simons. Ze had een rode broek aan. Hij bood haar een sigaret aan waarna ze in gesprek raakten. Hij bood haar een lift naar huis aan. De volgende dag werd haar lichaam gevonden aan de kant van de Mississippi rivier. Stephani had haar vermoord met tientallen steken met een priem. Twee dagen later belde hij de politie: ‘Het spijt me dat ik dat meisje heb vermoord. Ik heb haar 40 keer neergestoken. Kimberly Compton was de eerste in Saint Paul … Ik heb meer mensen vermoord … Ik zal nooit de hemel halen!’
Op 21 augustus 1982 pikte Stephani de 19-jarige sekswerker Denise Williams op. Ze hadden seks en daarna stelde Stephani voor om Williams een lift terug te geven. Ze stemde ermee in. Hij reed echter een doodlopende weg in en stak Williams dertien keer met een schroevendraaier. Williams vocht terug en vond een glazen fles in de auto. Daarmee sloeg ze Stephani op zijn hoofd. Williams kon vluchten en zocht hulp.
Arrestatie en rechtszaak
Toen het lichaam van Simons was gevonden werd een politieonderzoek gestart. Door het telefoontje van Stephani dacht de politie dat ze te maken hadden met een seriemoordenaar. De politie ging met een aantal foto’s van mensen die eerder verdachte waren bij een geweldsmisdrijf op pad. Het personeel van de Hexagon bar herkende Stephani op de foto als de man met wie Simons de bar had verlaten.
Ondertussen had Williams aangifte gedaan bij de politie van de gewelddadige aanval. Stephani was door de slag op zijn hoofd met de glazen fles ernstige verwondingen opgelaten en liet zich verzorgen op de eerste hulp. Daar werd hij opgepakt door de politie.
Tijdens de rechtszaak getuigden ondermeer de zus en ex-vrouw van Stephani tegen hem. Ze gaven alledrie aan zijn stem te herkennen als de stem van de ‘Weepy Voiced Killer’. Dit was echter niet genoeg om te bewijzen dat hij dit ook daadwerkelijk was en dus meerdere moorden op zijn geweten te hebben. Hij kreeg 40 jaar voor de moord op Barbara Simons en 18 jaar voor de gewelddadige aanval op Denise Williams.
Een motief heeft Stephani nooit gegeven. Wel vertelde hij dat hij dissocieerde vlak voor hij een vrouw aanviel. Als hij dan weer ‘bijkwam’ was het kwaad geschiet. En net zoals vroeger wilde hij in het reine komen. Dit deed hij door te ‘bekennen’ bij de politie en na elke aanval naar de kerk te gaan. Hoewel hij tijdens de telefoongesprekken met 911 wel beloofde zichzelf aan te geven heeft hij dit nooit gedaan.
In 1997 kreeg Stephani de diagnose huidkanker. Hij zou niet lang meer te leven hebben. Toen hij dit hoorde bekende hij alsnog de aanval op Karen Potack en de moord op Kimberley Compton en Kathleen Greening. Die laatste bekentenis was opmerkelijk omdat hij nooit verdachte is geweest in deze zaak.
Aanbevolen
Dit is onze podcast over Paul Stephani.
