
Naam: Peter William Sutcliffe
Bijnaam: The Yorkshire Ripper
Geboren: 2 juni 1946, Shipley Engeland
Overleden: 13 november 2020
Aantal moorden: 13+
Straf: Levenslang
Jeugd
Peter William Sutcliffe wordt geboren op 2 juni 1946 in het ziekenhuis van Shipley. Hij wordt te vroeg geboren en moet twee weken in het ziekenhuis doorbrengen, voordat hij met zijn ouders mee naar huis mag in Bingley. Shipley en Bingley zijn beide steden, die deel uitmaken van het grootstedelijke gebied van Bradford in het noorden van Engeland. De kans is groot, dat Peter te vroeg is geboren, omdat zijn moeder Kathleen, ook tijdens de zwangerschap, mishandeld wordt door zijn vader John. Hij is de jongste van zes kinderen. Zijn broers en zussen hebben een sterk karakter en hebben geleerd om voor zichzelf op te komen in het arme arbeidersgezin. Peter is anders, hij is verlegen en teruggetrokken en is erg gehecht aan zijn moeder. Hij vindt alles aan haar geweldig. Zij wordt gecontroleerd, gedomineerd en mishandeld door zijn vader en Peter heeft met haar te doen.
John, die regelmatig naar de fles grijpt, kijkt neer op Peter, omdat hij klein en mager is, niet voor zichzelf opkomt en onhandig is. Zo gooit hij eens een vol bierglas over het hoofd van de slechts vierjarige Peter, omdat hij onhandig is met het bestek tijdens het kerstdiner. Omdat Peter niet aan de verwachtingen van zijn vader kan voldoen heeft hij constant een gevoel niet goed genoeg te zijn, hij schaamt zich voor wie hij is.
Peter wordt, net als zijn moeder en broers en zussen regelmatig afgeranseld door zijn vader. Als er iets is wat John niet aanstaat, vooral als hij gedronken heeft, dan krijgen ze er van langs met een riem. Peter haat zijn vader. In zijn ogen doet hij nooit leuke dingen met zijn kinderen, maar is hij alleen maar bezig met drank en achter de vrouwen aan.
Op zijn vijftiende gaat Peter van school. Hij heeft daarna verschillende baantjes. Eén van zijn baantjes zal naar eigen zeggen een grote invloed hebben op zijn latere daden. Hij werkt lange tijd als grafdelver op de begraafplaats van Bingley. Volgens zijn collega’s heeft hij veel plezier in zijn werk, in hun ogen misschien wel te veel. Ook als hij vrij is wast hij op vrijwillige basis de lichamen van overleden mensen. Volgens Peter is er tijdens deze baan iets gebeurt, wat er toe heeft geleid, dat hij is gaan moorden. Terwijl hij aan het werk is hoort hij stemmen. In eerste instantie denkt hij, dat het spelende kinderen zijn of collega’s die een grap met hem willen uithalen. Dat blijkt niet zo te zijn. Hij hoort een stem, dat uit het graf van ene Bronisław Knapik komt. Peter is ervan overtuigd, dat dit de stem van god. De stem houdt zich jarenlang rustig, maar komt in 1975 weer terug.
Op Valentijnsdag 1967 ontmoet de dan 20-jarige Peter de 16-jarige Sonia Szurma, een dochter van Tsjechische vluchtelingen in een kroeg in Bradford. Ze krijgen al snel een relatie. Peter adoreert zijn vriendin. In zijn ogen is ze trouw, zorgt ze goed voor hem en weet ze wat ze wil. Door andere wordt Sonia omschreven als koud, prikkelbaar en veeleisend. In hun relatie zou zij Peter domineren en zelfs mishandelen. Sonia studeert om onderwijzeres te worden. Halverwege haar studie wordt ze gediagnostiseerd met paranoïde schizofrenie, waardoor ze haar studie staakt.
In 1969 als Peter 23 jaar is, komt John erachter, dat zijn vrouw Kathleen vreemdgaat. Hij besluit zijn vrouw te confronteren, door naar het hotel te gaan, waar Kathleen op dat moment een afspraakje heeft met haar minnaar. John neemt Peter mee. Als ze de kamer binnengaan, confronteert John haar met haar ontrouw. Hij trekt een negligé uit haar tas en zegt haar dat hij weet dat ze hem bedonderd. Hij vernedert haar en maakt haar uit voor hoer. Peter is flink van slag door dit incident. De vrouw waar hij altijd tegen heeft gekeken blijkt ook een hele andere kant te hebben. Hier kan hij niet mee omgaan.
Misdaden
Rond diezelfde tijd pleegt Peter zijn eerste bekende misdaad. Peter is op pad met zijn vriend Trevor Birdsall. Met de auto van Trevor rijden ze door Bradford, als Peter aan Trevor vertelt, dat een sekswerker hem nog geld schuldig is. Samen gaan ze op zoek naar de vrouw en als ze haar gevonden hebben, neemt Peter haar apart. Hij heeft een sok bij zich, waar hij stenen in heeft gedaan. Hiermee slaat hij de dame hard op haar hoofd. De aanval verloopt klungelig, de sok breekt en stenen vliegen in het rond. Daarna rent hij terug naar de auto en maant Trevor snel weg te rijden. De dame heeft het kenteken van de auto genoteerd en melding gedaan bij de politie. De volgende dag staat de politie bij Peter op de stoep. Hij verzekert hen, dat hij alleen met zijn hand heeft geslagen. De politie maakt hem duidelijk, dat hij geluk heeft gehad dat de dame geen aangifte wilde doen van het incident en dat het dus bij een waarschuwing blijft.
De adoratie die hij voor zijn moeder had, heeft hij nog wel voor zijn vriendin Sonia. In 1974 trouwen ze. Sonia krijgt meerdere miskramen en na verloop van tijd blijkt, dat ze geen kinderen kunnen krijgen. Sonia maakt haar opleiding voor leraar af en gaat al snel aan de slag in het onderwijs. Peter is inmiddels vrachtwagenchauffeur. Ze kopen een huis aan de Garden Lane in Heaton, wat ook een stad is binnen het grootstedelijk gebied van Bradford.
Volgens Peter komt rond deze tijd de stem weer terug, die hij voor het eerst hoorde tijdens zijn werk als grafdelver. Hij is ervan overtuigd, dat het de stem van god is. De stem vertelt hem, dat Peter een missie heeft. Hij moet alles sekswerkers vermoorden, omdat ze de straten vervuilen.
Volgens hem is dat de reden, dat hij op 5 juli 1975 zijn tweede bekende aanval pleegt op een vrouw. In deze nacht wandelt de 36-jarige Anna Rogulskyj alleen door Keighley. Plotseling voelt ze een harde klap op haar hoofd. Peter heeft haar met een hamer op haar hoofd geslagen. Anna valt bewusteloos op de grond. Peter pakt een mes, waarmee hij probeert haar buik open te snijden. Hij wordt echter gestoord door een voorbijganger, waarna hij wegvlucht en Anna laat liggen. Zij overleeft de aanval, maar moet naderhand meerdere hersenoperatie ondergaan. Datzelfde geldt voor de 46-jarige Olive Smelt. Zij wordt een paar weken later op dezelfde manier aangevallen door Peter. Ook tijdens deze aanval wordt hij gestoord, waardoor zij het overleeft.
Op 27 augustus 1975 slaat Peter weer toe. De 14-jarige Tracy Browne woont op een boerderij net buiten Bradford. Op deze avond loopt ze samen met haar zus terug naar huis nadat ze bij een vriendin op bezoek zijn geweest. Ze besluiten door het park te lopen omdat dat een kortere route is. Tracy komt wat vrienden tegen in het park waar ze nog even mee kletst, maar haar zus besluit door te lopen. Daardoor loopt Tracy de laatste kilometer alleen. Onderweg komt ze een man tegen, die een praatje met haar begint en met haar oploopt. De man is rustig en ze kletsen gezellig, dus Tracy voelt geen enkele angst. Met de boerderij al in zicht bedankt ze de man voor zijn gezelschap. Maar dan uit het niets krijgt ze een klap op haar hoofd. De klappen blijven komen. Tracy smeekt hem om te stoppen, maar hij gaat door. Gelukkig voor Tracy rijdt er een auto langs en haar aanvaller vlucht weg. Uiteindelijk lukt het Tracy om op te staan en ze rent zo hard ze kan naar de dichtstbijzijnde huis. Ze voelt hoe het bloed langs haar hoofd stroomt. Ze ramt op de deur van het huis, smekend of de mensen haar willen helpen. Als er eindelijk wordt opengedaan, kan ze niet meer praten. Ze trilt over haar hele lichaam. De bewoners brengen haar naar het ziekenhuis, waar ze een hersenoperatie moet ondergaan. Op dat moment weet Tracy niet, dat haar aanvaller Peter Sutcliffe is. Volgens Peter valt hij Tracy aan, omdat hij denkt, dat ze een sekswerker is. Ze ziet wel, dat ze er jong uitziet, maar ze loopt heel langzaam in het donker langs de kant van de weg. Tijdens de aanval vertelt de stem hem, dat het een vergissing is. In zijn ogen is hij niet gestopt omdat er een auto aan komt rijden, maar omdat hij doorkrijgt dat het een vergissing is.
Dan is het 30 oktober 1975. In de vroege ochtend wordt het lichaam gevonden van de 28-jarige Wilma McCann op een veldje in Leeds. Wilma woont met haar vier kinderen in een sociale huurwoning in de buurt van dit veldje. Ze is een alleenstaande moeder van vier kinderen. Wilma komt uit Schotland en heeft in Leeds geen vrienden of familie. Ze werkt als sekswerker om genoeg geld te verdienen om voor haar kinderen te kunnen zorgen. Wilma is de vorige avond voor het laatst in leven gezien. Die nacht is ze aangevallen door Peter. Hij heeft haar met een hamer op haar hoofd geslagen en haar daarna vermoord door haar vijftien keer met een mes in haar nek, rug en borst te steken. De politie heeft geen idee in welke richting ze de moordenaar moeten zoeken.
Drie maanden later op 20 januari 1976 slaat Peter weer toe. Op zoek naar een sekswerker om te vermoorden rijdt hij naar de Roundhay Road in Leeds. Daar ziet hij de 42-jarige Emily Jackson, die haar diensten aanbiedt. Emily is getrouwd en is moeder van een zoontje. Het gaat niet goed met het dakdekkersbedrijf van haar man en hij heeft haar gevraagd om deze manier wat geld in het laatje te brengen. Peter pikt haar op en brengt haar naar een afgelegen industrieterrein. Daar slaat hij haar met een hamer op haar hoofd. Vervolgens sleept hij haar lichaam naar een met afval bezaaide binnenplaats, waar hij haar 52 keer met een afgeslepen schroevendraaier in haar rug, nek en borst steekt. Peter heeft niet door, dat hij tijdens het steken met zijn rubberlaars op haar rechter dijbeen staat, waardoor hij een schoenafdruk heeft achtergelaten. De politie probeert nog uit te zoeken waar deze laars maat 41 is verkocht, maar deze rubberen laarzen worden zoveel verkocht, dat dit niet is gelukt.
Een jaar later, op 5 februari 1977 vermoordt Peter zijn derde slachtoffer. Het is de 28-jarige sekswerker Irene Richardson, die haar diensten verleent in Leeds. Ze is op dezelfde manier om het leven gebracht als haar vorige slachtoffers. Het enige spoor dat de politie vindt is een bandenspoor in de buurt van haar lichaam.
Twee maanden later wordt de 32-jarige sekswerker Patricia Atkinson vermoord gevonden in haar flat in Bradford. Patricia biedt zich aan op straat, maar neemt daarna haar klanten mee naar haar huis, zo ook Peter. Patricia heeft gehoord over de moorden op sekswerkers en weet, dat zij zijn vermoord op afgelegen plekken. In haar ogen zou ze thuis veiliger zijn. Dat blijkt niet het geval. De politie kan haar moord al snel linken aan die op Emily Jackson. Op het beddengoed van Patricia wordt dezelfde schoenafdruk gevonden als op het dijbeen van Emily. Het is voor hen duidelijk, dat de seriemoordenaar die ze zoeken sekswerkers als zijn slachtoffers heeft.
Dit patroon wordt doorbroken als twee maanden later de 16-jarige Jayne MacDonald wordt vermoord, het meisje dat met haar collega’s een avondje uit is in het Hofbrauhaus in Leeds. In de nacht van 26 juni 1977 is Peter op zoek naar een volgend slachtoffer en hoopt deze te vinden in de Reginald Street, de rosse buurt van Leeds. Rond twee uur ’s nachts ziet hij een meisje in een blauw rokje lopen over de Reginald Street. Hij achtervolgt haar en ziet dat ze een zijstraatje inloopt, dat uitkomt bij een speeltuintje. Uit het zicht van getuigen slaat hij haar met een hamer op haar hoofd. Hij sleept haar bewusteloze lichaam naar de zijkant van de speeltuin, waar hij haar doodsteekt. Voor hij weggaat legt hij haar lichaam in een uitdagende pose.
Pas na de moord op Jayne, die in de ogen van de pers een onschuldiger slachtoffer is dan de sekswerkers, die voor haar zijn gedood, komen alle vijf de moorden groot in het nieuws. De dader krijgt de bijnaam The Yorkshire Ripper. Yorkshire is het graafschap waar ondermeer Leeds en Bradford in liggen, de steden waar alle slachtoffers zijn gevonden. Er wordt een speciaal rechercheteam opgericht om de moorden te onderzoeken. Ze willen er alles aan doen om een volgende moord te voorkomen. Onder vrouwen ontstaat de angst om ’s avonds nog de straat op te gaan. Maar niet alleen dat, vrouwen gaan hun geliefden in de gaten houden. Wat doen ze ’s nachts? Waar waren ze in de nachten van de moorden?
Ondanks de opschaling bij de politie blijkt de Yorkshire Ripper hen steeds een stap voor te zijn. Op 1 oktober 1977 reist hij af naar Manchester, zo’n 60 kilometer zuidelijker dan zijn normale jachtgebied. Daar pikt hij de 20-jarige sekswerker Jean Jordan op en rijdt met haar naar een afgelegen volkstuinencomplex. Daar slaat hij haar dood met een hamer. Een paar dagen later beseft hij, dat hij haar een nieuw briefje van vijf pond heeft gegeven en hij weet, dat dit briefgeld traceerbaar is. Op 9 oktober rijdt hij weer naar dezelfde plek, op zoek naar de vijf pond. Hij verscheurt haar kleding, gaat door haar thuis, zoekt de omgeving af, maar kan het geld nergens vinden. Hij besluit om het lichaam dusdanig te verminken, dat het voor de politie moeilijk wordt om het slachtoffer te identificeren. Hij bewerkt het lichaam met het glas van een kapotte fles en probeert haar te onthoofden, wat uiteindelijk niet lukt. Voor de zekerheid organiseert hij voor die avond een familiefeestje. Mocht hij dan getraceerd worden door het vijf pond biljet, dan heeft hij in elk geval een alibi.
Op 10 oktober wordt haar lichaam gevonden door Bruce Jones, die later bekend zal worden als acteur die een hoofdrol speelde in de Engelse soapserie Coronation Street. In eerste instantie ziet hij niet dat het een lichaam is, omdat het zo verminkt is. Als hij dichterbij komt krijgt hij de schrik van zijn leven. Zelfs jaren later heeft hij nog nachtmerries. Het hele gebeuren heeft zoveel impact op hem, dat zijn huwelijk er aan onderdoor gaat. Bruce belt meteen de politie. Als deze arriveert wordt Bruce afgevoerd naar het politiebureau. Hij wordt als verdachte gezien. Tijdens zijn verhoor vertelt Bruce, dat hij al dagenlang langs de plaats delict loopt, maar nooit iets heeft gezien. Hij weet zeker, dat de dag ervoor iemand het lichaam heeft verplaatst.
Als duidelijk is dat hij er niets mee te maken onderzoekt de politie de plaats delict. In een geheim vakje in de tas van Jean Jordan wordt een nieuw briefje van vijf pond gevonden. De politie weet te achterhalen, dat zo’n 5000 mannen gegadigde zijn dat dit biljet in hun loonzakje zat. Zij worden allemaal verhoord. Onder hen is ook Peter Sutcliffe. Hij wordt al snel buiten verdenking gesteld, omdat zijn familie bevestigt dat hij op de avond dat het lichaam zou zijn verplaatst op een familiefeestje was.
Twee maanden later op 14 december 1977 valt Peter de 25-jarige sekswerker Marilyn Moore aan als hij haar oppikt en naar een afgelegen fabrieksterrein in Leeds rijdt. Peter zegt, dat hij op de achterbank van de auto seks wil. Marilyn stapt uit de auto om achterin te stappen, maar dan voelt ze een klap op haar hoofd . Ze grijpt met haar handen naar haar hoofd, maar hij blijft slaan. Gelukkig voor Marilyn komt er een auto voorbij rijden. Peter stopt met slaan, stapt in zijn auto en rijdt weg. Marilyn wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar ze even later wordt verhoord door de politie. Ze kan een goede beschrijving van de dader geven. Hiervan wordt een compositietekening gemaakt. Ook weet ze zich te herinneren, dat hij in een zwarte Sunbeam Rapier reed. De politie doet onderzoek naar de auto en verhoort tientallen mannen in Yorkshire, die deze auto bezitten, waaronder Peter Sutcliffe. Maar weer komt hij ermee weg.
In de maanden erna vermoordt hij nog eens drie sekswerkers, Yvonne Pearson, Helen Rytka en Vera Millward. Dan krijgt de politie twee brieven, die direct gericht zijn aan de hoofdrechercheur van het onderzoek George Oldfield. De briefschrijver zegt de dader te zijn van de moorden van de afgelopen jaren. Hij beschimpt de rechercheur, dat hij slecht onderzoek doet en dat ze hem toch niet zullen pakken. De brief wordt ondertekend met Jack the Ripper. De brieven worden in eerste instantie buiten de media gehouden. Dan stuurt dezelfde afzender een audiotape. Hierin zegt hij, dat hij Jack heet en het grootste respect heeft voor George, maar dat ze nog geen stap dichterbij zijn gekomen, terwijl hij al vier jaar aan het moorden is. Experts herkennen hierin een accent uit Wearside, een wijk in Sunderland, zo’n 150 kilometer ten noorden van Leeds. De verachte krijgt een tweede bijnaam: Wearside Jack. Door deze audio gaat de politie in andere richtingen zoeken en worden verdachten als Peter Sutcliffe met rust gelaten.
Peter laat voorlopig ook niet van zich horen. Pas op 5 april 1979 vermoordt hij zijn tiende slachtoffer. De 19-jarige winkelmedewerkster Josephine Whitaker loopt die nacht door het Savil Park Moore in Halifax, zo’n 20 kilometer ten zuiden van Leeds. Peter slaat haar met een hamer op haar hoofd. Als ze bewusteloos op de grond ligt steekt hij haar tientallen keren met een schroevendraaier in haar borst, buik en vagina.
In augustus van dat jaar komt de politie bij Peter aan de deur. Zijn auto is meerdere keren gespot in de rosse buurten van Leeds, Bradford en Manchester. Bovendien lijkt hij sprekend op de compositietekening, die eerder is gemaakt. Ze stellen hem wat vragen, maar hij laat niets los. Het valt de rechercheur op, dat Peter afwijkende voortanden heeft. Dit komt overeen met bijtafdrukken, die bij twee slachtoffers zijn gevonden. De rechercheur heeft er geen goed gevoel bij. Hij rapporteert, dat Peter Sutcliffe verder onderzocht moet worden inzake de Yorkshire Ripper. Hoofdrechercheur George Oldfield weigert dit. Hij is er nog steeds van overtuigd, dat de dader Wearside Jack is en Peter heeft geen soortgelijk accent. Dit zorgt ervoor, dat Peter gewoon door kan gaan.
En dat doet hij, hij voelt zich onaantastbaar nu de politie in een andere richting zoekt. Op 1 september 1979 vermoordt hij de 20-jarige psychologiestudente Barbara Leach in Bradford. De volgende dag wordt haar lichaam gevonden in een willekeurige achtertuin tegen een paar vuilnisbakken aan. Ze is met dezelfde schroevendraaier neergestoken als Josephine Whitaker. Barbara’s lichaam is geposeerd neergelegd, waarbij haar borsten ontbloot zijn en benen uit elkaar liggen. Daarna is er een tapijt overheen gelegd.
Het publiek is geschokt, dat er weer een vrouw vermoord is, die geen sekswerker is. Ze oefenen druk uit op de autoriteiten, dat ze ‘Wearside Jack’ snel moeten vinden. Door heel Engeland hangen billboards, er worden beloningen voor de gouden tip uitgeloofd en alle kranten staan vol met verhalen over de elf vermoorde vrouwen. Dagelijks komen er honderden tips binnen. In deze tijd zijn er nog geen computers, dus alle tips worden bijgehouden op indexkaarten. De kantoren bij de politie staan vol met dozen met tips, die ze na moeten lopen.
Weer houdt Peter zich een jaar lang rustig. Op 20 augustus 1980 pleegt hij zijn twaalfde moord. Zijn slachtoffer is de 47-jarige Marguerite Walls, een ambtenaar die werkzaam is bij het ministerie van onderwijs. Die avond verlaat Marguerite rond half tien haar kantoor om naar haar huis te lopen. Ergens halverwege wordt ze door Peter met een hamer op haar hoofd geslagen. Als ze bewusteloos op de grond ligt, steekt Peter haar tientallen keren met een mes, terwijl hij luid ‘vieze hoer’ blijft schreeuwen. Vervolgens bindt hij een touw om haar nek en sleept haar vrijwel naakte lichaam naar een tuin, waar hij het naast een paar vuilnisbakken legt.
Twee maanden later op 25 oktober 1980 rent de 21-jarige studente Maureen Lea door een klein steegje in Leeds. Ze is net verhuisd van Liverpool naar Leeds om haar master te halen. Ze had al wel gemerkt, dat de sfeer in Leeds angstiger is dan in Liverpool door de moorden van de afgelopen jaren. Ze is met vriendinnen naar de kroeg geweest en hoopt de laatste bus te halen. Daarom rent ze toch door een donker steegje voor een kortere route. Daar wordt ze aangesproken door een vriendelijke man. Ze denkt in eerste instantie dat het een bekende is, maar als ze ziet dat dat niet zo is, begint ze sneller te lopen. Ze hoort dat de man achter haar aanrent. Ze is nog nooit zo bang geweest. Dan voelt ze een klap op haar hoofd. Ze begint te schreeuwen en dat wordt gehoord door een groep studenten die in de buurt lopen. Peter vlucht weg, wat waarschijnlijk Maureens leven heeft gered. De volgende herinnering die zij heeft is dat ze wakker wordt in het ziekenhuis.
De 20-jarige studente Jacqueline Hill heeft minder geluk. Zij wordt op 17 november 1980 door Peter op haar hoofd geslagen met een hamer als ze terug van de bus naar huis wil lopen in Leeds. Daarna steekt hij haar dood met een schroevendraaier. Ze wordt de volgende dag gevonden op een nabijgelegen industrieterrein. Voor zover bekend is Jacqueline zijn laatste slachtoffer.
Arrestatie en rechtszaak
Op 2 januari 1981 gaat Peter naar Sheffield, zo’n 60 kilometer ten zuiden van Leeds. Daar pikt hij de 24-jarige sekswerker Olivia Reivers op en neemt haar mee naar een afgelegen terrein waar vooral kantoren staan. Twee politieagenten zien de auto staan en gaan er naartoe. Peter en Olivia stappen uit en de agent vraagt aan Peter wat ze daar doen. Hij zegt, dat hij hier met zijn vriendin is. Als de agent hem vraagt hoe ze heet zegt hij dat hij dat niet weet, omdat ze elkaar nog niet zo lang kennen. Dan zegt Peter, dat hij moet plassen en loopt naar een muurtje aan de zijkant van het gebouw. Wat agenten op dat moment niet zien, is dat hij daar snel een mes, een hamer en een touw dumpt.
Als Peter terugkomt bij de auto controleert één van de agenten de kentekenplaten van zijn auto. Deze blijken vals. Peter wordt gearresteerd en meegenomen naar het bureau. De verhalen over hoe hij tot een bekentenis kwam lopen uiteen. Volgens de politie waren zij zo attent om terug te rijden naar de plek waar ze Peter hebben gearresteerd. Daar vinden ze een hamer, mes en touw, wat te linken is aan de Yorkshire Ripper. Vervolgens móest Peter wel bekennen. Volgens Peter ging het anders. Hij vindt dat de politie met de eer wil gaan strijken, terwijl het helemaal geen spectaculaire arrestatie was. Hij is gearresteerd om zijn valse kentekenplaten en toen hij vervolgens op het politiebureau was werd hem gevraagd of hij is te maken heeft met de Yorkshire Ripper moorden. Hij heeft toen bekend en vervolgens alles opgebiecht.
De arrestatie van de Yorkshire Ripper wordt breed uitgemeten in de pers. Vrouwen in Yorkshire zijn opgelucht, dat ze weer enigszins veilig de straat op kunnen. De zaak wordt omschreven als de grootste zaak sinds de Moors Murders in Manchester, waarbij Myra Hindley en Ian Brady begin jaren 60 vijf kinderen vermoordden.
Op 5 januari 1981 wordt Peter in voorlopige hechtenis genomen voor de moord op Jacqueline Hill, zijn laatste slachtoffer. Een maand later wordt de aanklacht uitgebreid naar dertien moorden en zeven pogingen tot moord. Op 29 april is de voorlopige hoorzitting. Het openbaar ministerie heeft vier psychiaters in de arm genomen, die alle vier bevestigen, dat Peter Sutcliffe ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard omdat hij lijdt aan paranoïde schizofrenie. De verdediging is het hiermee eens. Peter zou gemoord hebben omdat een stem, die voor het eerst verscheen toen hij aan de slag was als grafdelver, hem later de opdracht zou hebben gegeven, dat hij de maatschappij moest bevrijden van sekswerkers. Volgens hem was dit de stem van god en deze kun je niet tegenspreken. Rechter Leslie Boreham gaat tegen het advies van vier psychiaters in en vindt dat Peter Sutcliffe toch terecht moet staan voor een jury.

Dit gebeurt in mei 1981 in de rechtbank Old Bailey in Londen. Massa’s mensen hebben zich verzameld in de straten rondom de rechtbank. De rechtszaak neemt in totaal twee weken in beslag. De grootste vraag tijdens deze twee weken is: Is Peter Sutcliffe bad or mad, ofwel is hij slecht of gek. Op 22 mei komt de jury tot een besluit. Peter Sutcliffe wordt schuldig bevonden aan dertien moorden en zeven pogingen tot moord. Hij wordt veroordeeld tot twintig keer levenslang, met een minimum van 30 jaar voordat hij in aanmerking komt voor vervroegde vrijlating. Hij wordt overgebracht naar Prison Parkhurst.
Tijdens zijn verblijf in de gevangenis wordt hij niet met rust gelaten door zijn medegevangenen. Op 10 januari 1983 wordt Peter ernstig mishandeld in de gevangenis door James Costello, een 35-jarige beroepscrimineel met meerdere veroordelingen voor geweldpleging. Costello steekt hem tweemaal met een gebroken koffiepot in de linkerkant van zijn gezicht. De wonden moeten met 30 hechtingen worden dichtgemaakt.
In maart 1984 wordt Peter wederom gediagnostiseerd met paranoïde schizofrenie en overgebracht naar het Broadmoor Hospital, een streng beveiligde forensisch psychiatrisch kliniek. Daar wordt hij op 23 februari 1996 aangevallen in zijn kamer door Paul Wilson, een veroordeelde overvaller. Paul vraagt Peter of hij een videoband mag lenen en probeert hem vervolgens te wurgen met de kabel van een koptelefoon. Een jaar later wordt Peter aangevallen door medepatiënt Ian Kay. Ian steekt hem met een pen in het oog, waardoor Peter blind wordt aan zijn linkeroog en zijn rechteroog ernstig wordt beschadigd. Op 22 december 2007 vindt een vierde aanval plaats, als medepatiënt Patrick Sureda hem met een metalen bestekmes aanvalt en schreeuwt dat hij Peter blind zal maken aan zijn enige werkende oog. Peter weet net op tijd weg te springen, waardoor het mes zijn rechteroog mist en hem in zijn wang raakt.
Na de arrestatie van Peter in 1981 krijgt het rechercheteam dat zich bezig hield met de zaak van de Yorkshire Ripper veel kritiek. Eén van de aanmerkingen die ze krijgen gaat over de tunnelvisie, die het team had toen ze brieven en een audiotape kregen toegestuurd. Vanaf dat moment was hun onderzoek vooral gericht op Wearside Jack, de man met het accent uit een wijk in Sunderland. Als de politie destijds hun blik wat breder had gehouden, hadden er wellicht vele moorden voorkomen kunnen worden. De politie blijft dan ook onderzoek doen naar de identiteit van de Wearside Jack. In 2005 komt hierin een doorbraak. Er wordt onderzoek gedaan naar het DNA dat is achtergebleven op één van de brieven. Dit DNA kan uiteindelijk gelinkt worden aan John Samuel Humble. John was 23 jaar jaar, toen hij de brieven en audio stuurde en woonde inderdaad in Sunderland. In die tijd was hij een werkeloze bouwvakker, die veel dronk. Hij werd destijds gedreven door een verlangen naar bekendheid, een haat tegen de politie en een fixatie met Jack the Ripper. John Samuel Humble wordt in 2006 veroordeeld tot acht jaar gevangenis wegens belemmering van de rechtsgang.
In 2015 wordt Peter Sutcliffe genezen verklaard en wordt hij overgeplaatst van de psychiatrisch kliniek naar de Frankland Prison in Durham. Daar krijgt hij steeds meer gezondheidsproblemen, waaronder diabetes en hartklachten. In 2020 wordt hij positief getest op Covid. Peter Sutcliffe sterft op 13 november 2020 in het ziekenhuis van Durham op 74-jarige leeftijd.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire geeft een goed beeld van de misdaden van Peter Sutcliffe.
