Naam: Manuel Delgado Villegas

Bijnaam: El Arropiero

Geboren: 25 januari 1943, Sevilla Spanje

Overleden: 2 februari 1998

Aantal moorden: 7-48

Straf: psychiatrisch centrum

Jeugd

Zijn moeder stierf bij zijn geboorte op 24-jarige leeftijd. Zijn vader José Delgado Martín was een hardwerkende man. Hij was koud, streng en nors. Villegas heeft nooit een goede band met zijn vader kunnen opbouwen. Zijn vader verkocht een soort druivensiroop (Arrope) op straat en verzamelde schroot om rond te kunnen komen. Omdat dit steeds moeilijker werd stuurde zijn vader hem naar zijn oma in Barcelona. Hij kon niet goed meekomen op school en heeft nooit leren lezen of schrijven. Hij liep regelmatig weg van school en zwierf dan door de straten. Tijdens zijn omzwervingen op straat prostitueerde hij zichzelf. 

Op zijn achttiende ging hij bij het Spaanse Legioen. Hier liet hij voor het eerst tekenen van schizofrenie zien. Na het leger ging hij zwerven. Regelmatig werd hij aangehouden wegens bedelen of diefstal. Tijdens zijn arrestaties liet hij vaak vreemd gedrag gezien. Daarvoor werd hij regelmatig naar psychiatrische instellingen gestuurd. 

Misdaden

Zijn eerste moord pleegde hij op 21 januari 1964 in Garraf. Villegas zag een slapende man zitten. Hij sloeg hem met een steen op zijn hoofd en beroofde hem van zijn horloge en portemonnee. Hij dacht dat het een dakloze man was en besloot hem dood te slaan ‘om hem uit zijn lijden te verlossen’. Het slachtoffer was de 49-jarige chefkok Adolfo Folch Muntaner. Hij was in slaap gevallen toen hij zijn pannen aan het schoonmaken was in het zand. 

Slachtoffers van Villegas

Zijn tweede slachtoffer was de 21-jarige Française Margaret Hélène Thérese Boudrie. Ze was op vakantie op Ibiza. Hij verstikte haar, stak haar met een mes en verkrachtte haar dode lichaam. Vervolgens stal hij een medaillon en vertrok weer.

Zijn derde moord pleegde hij in de binnenlanden van Spanje. Hij vroeg de 71 jarige Venancio Hernández Carrasco om wat eten. Hernández zei dat hij moest werken om wat te eten te krijgen. Daarop vermoordde Villegas hem en dumpte hem in de rivier. 

Zijn volgende slachtoffer was Ramón Estrada Saldrich. Saldrich was een vaste klant van Villegas wat betreft sekswerk. Villegas vroeg hem om meer geld te geven, wat Saldrich beloofde. Na de seks betaalde hij echter het normale bedrag. Uit woede sloeg Villegas hem dood. 

Zijn vijfde en zesde slachtoffer maakte hij in 1969 en 1970. Op 18 januari 1971 vermoordde hij zijn laatste slachtoffer, de 38-jarige verstandelijk beperkte Antonia Rodríguez Relinque. Hij beschouwde haar als zijn vriendin. Toen ze seks hadden deed Relinque hem een volgens Villegas ‘walgelijk’ voorstel op seksueel gebied. Hij weigerde dit. Relinque zei hem dat hij ‘geen echte man’ was als hij dit niet wilde. Villegas wurgde haar. Daarna had hij nog drie dagen seks met haar lichaam. Naar eigen zeggen kon dit omdat zij ‘dood of levend zijn vriendin was’. 

Arrestatie en rechtszaak

Relinque werd als laatste gezien in het gezelschap van Villegas. Na enig aandringen bekende hij haar vermoord te hebben. In de dagen erna bekende hij ook de andere moorden. 

Er volgde geen rechtszaak omdat Villegas niet terecht kon staan. Hij werd in een psychiatrische kliniek opgesloten. In de jaren erna werden de moorden verder onderzocht. Villegas kreeg een goede band met twee rechercheurs en met mee naar de verschillende plaatsen delict. Hij liet precies zien wat hij had gedaan en waarom. Hij zei in totaal 48 moorden te hebben gepleegd in Spanje, Frankrijk en ItaIië. Deze moorden zijn nooit verder onderzocht. 

Op 2 februari 1998 stierf Villegas aan een longziekte, veroorzaakt door het vele roken wat hij deed. 

Aanbevolen

Wij hebben onder andere informatie gehaald uit onderstaande (Spaanse) documentaire en (Spaans) interview met Villegas (je wordt doorgeleid naar YouTube). Ook onze eigen podcast over Manuel vind je hier.