
Naam: Faryion Edward Wardrip
Geboren: 6 maart 1959, Salem Indiana VS
Aantal moorden: 5
Straf: doodstraf
Jeugd
Faryion Edward Wardrip wordt geboren op 6 maart 1959 in Salem Indiana. Hij is de oudste zoon van George en Diana Wardrip. Hij heeft twee broertjes. Over zijn kindertijd is weinig bekend. Hij stopt met de middelbare school en gaat in 1978 op zijn negentiende het leger in. Na een paar jaar wordt hij daar ontslagen. Hij is betrapt op het roken van marihuana en is meerdere keren niet op komen dagen zonder zich af te melden. Daarna heeft hij verschillende baantjes, maar houdt het nergens lang vol. Waarschijnlijk heeft dit te maken met zijn alcohol en drugsverslaving.
In 1983 trouwt hij met Johnna Jackson en verhuist naar Wichita Falls. Het echtpaar krijgt twee kinderen. Het is een turbulente relatie. Faryion kan maar geen baan vasthouden door zijn verslaving, waardoor het gezin constant in financiële problemen zit. De ouders van Johnna springen regelmatig bij door de huur te betalen, waardoor ze steeds net niet hun huis uit worden gezet. Johnna spreekt Faryion meerdere keren aan op zijn alcoholgebruik, maar hij is niet voor rede vatbaar. In 1985 vraagt ze de echtscheiding aan. Ze verhuist met de kinderen naar een andere woonplaats. Dit is dezelfde periode, waarin de moorden plaatsvinden in Wichita Falls.
Misdaden
De 20-jarige leerling verpleegkundige Terry Sims is net klaar met haar avonddienst in het Bethania Hospital in Wichita Falls. Samen met haar collega Leza Boone rijden ze naar het huis van Leza. Zij heeft beloofd om Terry te helpen met studeren voor haar examen de volgende dag. Als ze bij Leza thuis aankomen wordt Leza gebeld. Er is personeelstekort en ze wordt gevraagd om ook de nachtdienst te draaien. Terry blijft in haar huis om daar te gaan studeren.

Leza draait haar nachtdienst en komt de volgende ochtend rond half acht aan bij haar huis. Ze klopt op haar deur, maar Terry doet niet open. Dan maar even de reservesleutel bij de huisbaas ophalen. Ze draait de sleutel van haar voordeur open en ziet gelijk dat er iets ernstigs is gebeurd. Haar woonkamer is overhoop gehaald. Zou er ingebroken zijn en waar is Terry? Leza haalt haar huisbaas op en samen doorzoeken ze de woning naar Terry. Als ze de badkamer binnenlopen zien ze Terry liggen. Ze ligt in een grote plas bloed op de grond.
Leza belt de politie en ze komen meteen ter plaatse. Ze is naakt, op haar sokken na.
Als de politie onderzoek doet zien ze, dat de voordeur met geweld is opengemaakt. Er heeft een gevecht bij de voordeur plaatsgevonden en Terry is overmeesterd. Terry is tenger met haar 1.60 en 45 kilo. Daarna is Terry vastgebonden met een elektriciteitskabel om haar polsen en naar de badkamer gesleept. Daar heeft de dader haar aangerand en doodgestoken. Er zijn geen spermasporen gevonden, maar wel DNA-sporen op haar lichaam die van de dader zouden kunnen zijn. Er worden een paar sneakers gevonden. De veters van de schoenen zaten nog dicht, dus de kans is groot dat de dader deze met kracht van haar voeten heeft gerukt. Ook worden er bloedsporen gevonden op haar kleding en beddengoed. Dit wordt meegenomen voor onderzoek.
Op het bureau vertelt Leza dat zij terug werd geroepen naar het ziekenhuis en dat Terry alleen in haar appartement bleef om te studeren. Ze zegt geen idee te hebben wie de dader zou kunnen zijn. De politie gaat familie en vrienden van Terry onderzoeken. Ze heeft pas haar relatie verbroken, dus de politie nodigt haar ex-vriend uit om op het bureau te komen. Hij ontkent er iets mee te maken te hebben. Ze vragen hem om DNA af te staan om dit te kunnen vergelijken met het DNA wat op Terry’s lichaam is gevonden. Hij stemt in. De DNA-techniek is nog niet ver ontwikkeld en om DNA te kunnen vergelijken hebben ze veel meer materiaal nodig dan er op Terry’s lichaam is achtergebleven. Zonder verder bewijs kan haar ex-vriend niet worden vervolgd. De zaak loopt dood.
Het is 19 januari 1985 als de 23-jarige verpleegkundige Tony Gibbs klaar is met haar nachtdienst. Ze werkt in het Wichita Falls General Hospital in Wichita Falls in Texas. Dit ligt in het noorden van de staat, dichtbij de grens met Oklahoma. Tony is een kleine tengere vrouw met haar 1.55 meter en nog geen 50 kilo. Als ze rond zes uur ’s ochtends de parkeerplaats van het ziekenhuis afrijdt ziet ze haar oud-collega lopen. Hij was de conciërge van het ziekenhuis, maar nam een paar weken geleden plotseling ontslag. Waarom weet niemand. Hij leek het naar zijn zin te hebben op zijn werk en had goed contact met alle collega’s. Hij ziet er slecht uit. Verwilderd en moe, alsof hij de hele nacht niet geslapen heeft. Ze draait haar autoraam naar beneden en vraagt hem of hij een lift nodig heeft. Dat wil hij wel. Als hij is ingestapt rijdt Tony verder, maar ze zijn de straat nog niet uit of haar oud-collega begint tegen haar te schreeuwen: ‘Rijd dat zandpad in, anders doe ik je wat.’
Tony begrijpt in eerste instantie niet wat hij bedoelt. Ze kijkt hem verbaasd aan. ‘Rij dat zandpad in’, schreeuwt hij nogmaals. Hij begint aan haar stuur te trekken en bedreigt haar. Tony kan met haar tengere postuur niet tegen hem op en doet maar wat hij van haar vraagt. Ze rijdt het zandpad af en komt uit bij een afgelegen veld. Tony is doodsbang. Zo kent ze haar oud-collega niet, voor haar was hij altijd de lieve conciërge die grapjes maakte met de verpleegkundigen. Hij maant haar uit te stappen, pakt haar vast en sleept haar dieper het afgelegen veld in. Daar ziet ze midden tussen het gras een oude tramwagon staan. Zo te zien staat ie daar al eeuwig. De ramen zijn eruit, de wagon is verroest en de binnenkant is ontdaan van zitplaatsen.

Tony wordt de wagon ingesleept. Ze doet nogmaals een poging om weg te komen, maar tevergeefs. Eenmaal in de wagon worden de kleren van haar lichaam gerukt en op de grond gesmeten. Daarna wordt ze op brute wijze verkracht. Alsof dat nog niet erg genoeg is steekt haar collega haar meerdere keren in haar borst en rug. Ze wordt voor dood achtergelaten.
Maar Tony leeft nog. Zodra ze weet, dat ze alleen is probeert ze op te staan. Dat lukt niet door haar wonden en bloedverlies. Ze worstelt zich de tramwagon uit. Vervolgens kruipt ze door het hoge gras, hopend dat ze genoeg kracht heeft om een weg te bereiken, zodat iemand haar kan redden. Stukje bij beetje sleept ze zich door het hoge gras. De weg heeft ze nooit bereikt. Zo’n 30 meter verder sterft ze.
Jeff Gibbs probeert al de hele dag zijn zus Tony te bereiken, maar ze neemt haar telefoon niet op. De volgende dag gaat hij bij haar langs, maar ze is niet thuis. Hij belt naar het Wichita Falls General Hospital en zij vertellen hem, dat ze niet is komen opdagen op haar werk. Jeff gaat naar de politie om aangifte te doen. Zij kunnen niet meteen actie ondernemen, omdat Tony meerderjarige is en dan heb je het recht om te verdwijnen.
De volgende dag wordt haar auto gevonden, een paar kilometer bij het ziekenhuis vandaan. Nu komt de politie wel in actie. De auto wordt onderzocht, maar er worden geen sporen gevonden waar de politie iets mee kan. Jeff is ten einde raad, hij is doodongerust over zijn zusje.
Tony is 14 februari jarig en Jeff hoopt tegen beter weten in, dat ze samen haar verjaardag kunnen vieren. De volgende dag 15 februari 1985 krijgt hij nieuws van de politie, maar het is niet het nieuws, dat hij wil horen. Het lichaam van Tony Gibbs is gevonden. Een elektriciën die aan het werk is bij een elektriciteitshuisje ziet in een groot veld een naakt lichaam liggen. Hij belt meteen de politie. Als de politie bij het lichaam aankomt zien ze dat de vrouw met meerdere messteken om het leven is gebracht. Als ze de plaats delict verder onderzoeken merken ze een bloedspoor op van enkele tientallen meters. Als ze het spoor volgen komen ze uit bij een oude tramwagon. Het is meteen duidelijk, dat het misdrijf daar heeft plaatsgevonden. In de wagon ligt de werkkleding van Tony, een paar sneakers met de veters nog dicht en een leren jas. Iets verderop ligt een grote plas bloed. De politie onderzoekt de wagon op vingerafdrukken of andere sporen die naar een dader kunnen leiden, maar ze vinden niets. Het blijkt te gaan om Tony Gibbs.
Als het lichaam van Tony wordt onderzocht zien ze dat ze met acht messteken is doodgestoken. Ze heeft drie messteken in haar borst, drie in de rug en twee in haar onderarmen. Ook blijkt, dat ze seksueel misbruikt is, er worden spermasporen gevonden. DNA-analyse staat nog in de kinderschoenen in de jaren tachtig, maar wordt al wel af ten toe gebruikt. In de hoop dat deze technologie zich zal ontwikkelen in de komende jaren bewaren ze het spermaspoor.
Al snel heeft de politie een verdachte op het oog. Het is de 24-jarige Danny Laughlin. Danny rijdt regelmatig met zijn motor door deze buurt en is een jaar eerder al eens verdachte geweest in een aanrandingszaak. Bovendien heeft hij Tony de avond voor haar verdwijning gesproken in een nachtclub in Wichita Falls. Danny ontkent elke betrokkenheid bij de zaak en is bereid een leugendetectortest te ondergaan. Hij faalt drie keer. Ze vragen hem een haar en bloed af te geven. Dit doet hij. Als ze het spermaspoor vergelijken met zijn DNA kan niet worden vastgesteld dat hij de dader is. Toch besluit de politie hem voor het gerecht te dagen. De jury komt er na twee dagen discussiëren niet uit en hij wordt vrijgesproken. De zaak loopt dood.

Twee maanden na de moord op Tony Gibbs wordt de 25-jarige Debra Taylor vermoord. Op 24 maart 1985 gaat Faryion naar Fort Worth, een stad zo’n 200 kilometer ten zuiden van Wichita Falls. Hij is op zoek naar werk. In een bar ontmoet hij Debra, die daar samen met haar man Ken een biertje aan het drinken is aan de bar. Het drietal raakt in gesprek, maar na een half uurtje is Ken moe en gaat naar huis. Debra wil nog even blijven en Faryion belooft hem, dat hij Debra veilig thuis zal brengen. Na nog een paar biertjes lopen Faryion en Debra samen de kroeg uit richting de auto van Faryion. Op de parkeerplaats probeert hij haar te versieren, maar Debra wijst dit af. Dit maakt hem zo woedend, dat hij haar vermoord. Hij dumpt haar lichaam op een bouwplaats. Daar wordt ze vijf dagen later gevonden door een paar bouwvakkers. Debra’s man Ken wordt opgepakt. Ondanks dat hij drie keer de leugendetector doorstaat blijft hij de hoofdverdachte in de moord op Debra. Dit zorgt ervoor, dat zowel zijn eigen familie als zijn schoonfamilie niets meer met hem te maken willen hebben. Pas in 1999, als Faryion de moord bekent is Ken officieel geen verdachte meer.
Op 10 oktober 1985 zijn twee gemeentewerkers gras aan het maaien langs de weg net buiten Wichita Falls. Eén van hen ziet in het hoge gras iets verderop een lichaam van een vrouw liggen. Hij belt meteen de politie. De vrouw is naakt, op één sok na. Een stukje verderop vinden ze haar kleding en een paar sneakers met de veters nog vast. De politie kan niets vinden wat wijst naar de identiteit van de vrouw.

Tijdens de autopsie probeert de patholoog anatoom vast te stellen hoe de vrouw om het leven is gekomen. Haar lichaam is echter al in verre staat van ontbinding, dus het enige wat hij kan vaststellen is, dat het om een misdrijf gaat. Er worden geen spermasporen op haar lichaam aangetroffen, maar omdat ze naakt in de berm ligt, gaat de politie uit van een seksueel misdrijf. Door haar gebitsgegevens te vergelijken komen ze erachter dat het gaat om de 21-jarige Ellen Blau. Ze studeert aan de Midwestern State University in Wichita Falls en heeft een bijbaantje als serveerster. Drie weken eerder werd ze als vermist opgegeven.
Er worden twee mannen aangehouden, die haar de avond voor haar vermissing als laatste hebben gezien. Zij ontkennen beiden iets met haar dood te maken te hebben. De politie heeft geen grond om hen te arresteren. Ook deze zaak loopt dood.
Faryion Wardrip gaat op 6 mei 1986 langs bij 21-jarige Tina Kimbrew, een vrouw waar hij kort daarvoor bevriend mee is geraakt. Ze hebben elkaar ontmoet in de bar waar Tina werkt als serveerster. Het klikt meteen tussen de twee. Faryion voelt zich zo vertrouwd bij haar, dat hij haar vertelt over zijn alcohol- en drugsverslaving en over zijn scheiding, een paar jaar eerder. Als hij op 6 mei bij haar langs gaat en haar in de ogen kijkt, flip hij. Tina doet hem denken aan zijn ex. Hij begint tegen haar te schreeuwen dat hij haar haat. Daarna verstikt hij haar met een kussen. Hij vlucht naar Galveston, zo’n 600 kilometer verderop.

Faryion weet dat hij gezien door de buren van Tina toen hij vluchtte. Hij weet zeker, dat hij toch wel wordt opgepakt en besluit drie dagen na de moord zelf de politie te bellen. Hij zegt informatie te hebben over de moord op Tina Kimbrew en dat ze snel moeten zijn omdat hij anders zelfmoord zou plegen. De politie van Wichita Falls gaat naar Galveston om hem te verhoren. Faryion bekent dat hij Tina heeft vermoord. Tijdens dat verhoor wordt hem gevraagd of hij Ellen Blau kent. Dat bevestigt hij, maar de politie hecht er verder geen waarde aan en vraagt niet door. Hij kent Ellen Blau, omdat hij een tijdje in hetzelfde appartementencomplex heeft gewoond als Ellen. Als de rechercheurs toen hadden doorgevraagd hadden ze de andere drie moorden al veel eerder op kunnen lossen.
Faryion krijgt 35 jaar gevangenisstraf voor de moord op Tina. Tijdens zijn verblijf kickt hij af van zijn alcohol en drugsverslaving. Hij was al verslaafd sinds zijn puberteit. Doordat hij nu sober is, kan hij eindelijk weer helder nadenken. Ook voelt hij weer emoties, die de afgelopen jaren totaal afwezig zijn geweest. Hij neemt zich voor als een beter mens de gevangenis te verlaten dan dat hij erin is gekomen. In de gevangenis haalt hij alsnog zijn middelbare schooldiploma en komt in aanraking met het christendom.
Na elf van de 35 jaar te hebben uitgezeten voor de moord op Tina Kembrew komt Faryion voorwaardelijk vrij op 11 december 1997. Hij vestigt zich in Olney Texas, een dorp zo’n 60 kilometer ten zuiden van Wichita Falls. Hij hertrouwt en gaat aan de slag bij de Olney Door and Screen Company, een plaatselijk bedrijf dat hordeuren maakt. Ook is hij een toegewijde vrijwilliger in de Hamilton Street Church, waar hij les geeft op de zondagsschool. Zijn ouders en broers steunen hem sinds zijn vrijlating. Faryion staat onder toezicht van de reclassering. Hij mag zich alleen thuis, op zijn werk en in de kerk begeven. Ook heeft hij regelmatig gesprekken met zijn reclasseringsambtenaar.
Arrestatie en rechtszaak
De moordzaken van Terry Sims, Tony Gibbs en Ellen Blau blijven meer dan tien jaar op de plank liggen. Alle drie de moorden werden onderzocht door verschillende rechercheteams, maar ze vallen wel alledrie onder dezelfde county. Het hoofd van de county blijft het onverteerbaar vinden, dat drie jonge vrouwen in de bloei van hun leven zijn vermoord en dat er nooit een dader is gevonden. In 1996 besluit hij opnieuw naar de drie zaken te kijken. Hij zet rechercheur John Little op de zaken.
Als eerste gaat John aan de slag met de zaak van Terry Sims. Hij bekijkt opnieuw het dossier en de items die destijds aanwezig waren op de plaats delict. Als hij nog eens goed kijkt naar de sneakers die gevonden zijn, vindt hij een vingerafdruk in het bloed op haar schoen. Deze is niet van Terry, dus hij zou van de dader kunnen zijn. De schoenveters van de sneakers zaten nog vast. Het zou kunnen zijn, dat de dader de schoenen met kracht van haar voeten heeft getrokken. De schoen wordt naar onderzoeksbureau Genescreen in Dallas gestuurd. Daar hebben ze er alles aan gedaan om een duidelijke afdruk te krijgen, maar dit is maar gedeeltelijk gelukt. Genescreen vergelijkt het gedeelte van de vingerafdruk die hij heeft met tientallen vingerafdrukken van eerdere verdachten. Dit moet allemaal met de hand gebeuren. Het levert niets op.
John Little stuurt ook het DNA, dat gevonden is bij Terry Sims en Tony Gibbs naar Genescreen. In het laatste decennium zijn er meer mogelijkheden ontwikkeld rondom DNA-analyse. Ze weten het weinige DNA dat er nog is te vergelijken met de verdachten in beide zaken, waaronder Danny Laughlin. Het is duidelijk op basis van deze analyse, dat hij en andere eerdere verdachten niet de dader kunnen zijn. Maar via deze DNA-analyse komen ze er ook achter, dat de moordenaar van Terry Sims én de moordenaar van Tony Gibbs dezelfde persoon is.
John Little bekijkt andere onopgeloste moordzaken uit diezelfde periode in Wichita Falls. Misschien dat er meerdere zaken zijn, die vergelijkbaar zijn met deze en dus ook door deze seriemoordenaar gepleegd zijn. Hij stuit op de zaak van Ellen Blau. Ook bij haar lagen haar gestrikte sneakers naast haar lichaam. Terry, Tony en Ellen zijn alledrie jonge tengere vrouwen en wonen ook nog eens redelijk in dezelfde buurt.
Hij spit het dossier van Ellen Blau helemaal door om te kijken of hij ook maar iets van een vergeten naam of los eindje ziet. Dan stuit hij in haar dossier op de naam Faryion Wardrip. Hij zat in 1986 in de gevangenis voor de moord op Tina Kimbrew. Tijdens zijn verhoor over de moord op Tina werd hem gevraagd of hij Ellen Blau kende. Dat bevestigde hij. Destijds leek het niet van belang, maar wie weet nu wel.
Als John Little de naam Faryion Wardrip leest in het dossier van Ellen Blau wil hij hier meer van weten. Als hij de moord op Tina Kimbrew vergelijkt met die op Ellen Blau, Terry Sims en Tony Gibbs ziet hij veel overeenkomsten. Ook Tina heeft hetzelfde postuur en dezelfde leeftijd als de andere drie dames, ze is in dezelfde periode vermoord en is ook in Wichita Falls vermoord. John duikt in het leven van Faryion. Hij ziet, dat hij in hetzelfde ziekenhuis werkte als Tony Gibss. Hij als conciërge, zij als verpleegkundige. Hij ziet ook, dat Faryion ontslag heeft genomen bij dat ziekenhuis. Dit was precies vier dagen nadat het lichaam van Terry Sims was gevonden.
John Little ontdekt nog meer. Faryion heeft in hetzelfde appartementencomplex gewoond als Ellen Blau en dit gebouw ligt twee blokken verder dan het appartement waar Terry Sims is vermoord. Toen Ellen Blau werd vermoord woonde Faryion niet meer in hetzelfde gebouw als zij, maar was verhuisd naar een pand dat recht tegenover de winkel stond waar Ellen werkte. Hij ziet ook, dat na de arrestatie van Faryion voor de moord op Tina er geen vergelijkbare moorden meer hebben plaatsgevonden in Wichita Falls.
Faryion Wardrip lijkt een hele waarschijnlijke verdachte in de drie moorden. Het enige wat ze nodig hebben om te kunnen bewijzen dat hij de dader is is zijn DNA. Hoewel al het indirecte bewijs naar hem leidt is dit niet genoeg om hem te dwingen DNA af te geven. Ze zullen het op een andere manier moeten zien te bemachtigen. John neemt contact op met de reclasseringsambtenaar van Faryion. Hij vertelt hen dat Faryion naar Olney is verhuisd en bij een bedrijf voor hordeuren werkt en vrijwilligerswerk in een kerk doet. Hij vertelt ook, dat Faryion een enkelband heeft en alleen zijn huis uit mag voor werk of de kerk.
John gaat naar Olney, waar hij Faryion een paar dagen observeert. Hij ziet hem werken op een vorkheftruck, maar dit is achter een afgesloten hek. Hij kan hem niet dwingen het terrein af te komen. Maar dan op 5 februari 1999 doet zich een gelegenheid voor, waar John graag gebruik van maakt. Het hek van het bedrijf is open en hij ziet, dat Faryion buiten met zijn vrouw koffie aan het drinken is uit een kartonnen wegwerpbekertje. Niet veel later verlaat zijn vrouw het terrein en ziet John, dat Faryion zijn koffiebekertje in een afvalemmer gooit. John stopt een stuk pruimtabak in zijn mond en loopt naar Faryion toe. Hij vraagt of er ergens een bekertje is, waar hij zijn pruimtabak in kan uitspugen. Faryion wijst hem de afvalemmer, waar hij net zijn koffiebekertje in heeft gegooid. John pakt het bekertje, wenst Faryion een fijne dag en stapt in zijn auto.
Terug in Wichita Falls stuurt hij het kartonnen bekertje naar het Greenscreen Laboratorium in Dallas. Daar wordt het DNA van Faryion Wardrip vergeleken met het DNA dat gevonden is bij de moord op Terry Sims en Tony Gibbs. Het is een match. Voor de zekerheid vergelijken ze ook de vingerafdrukken van Faryion met degene die zijn gevonden op de sneaker van Terry Simms. Ook dit komt overeen.
Tony Little neemt contact op met de reclasseringsambtenaar van Faryion en legt hem uit wat ze gevonden hebben. Op 14 februari 1999 heeft Faryion weer een afspraak met hem. John Little gaat daar ook naartoe en arresteert hem voor de moord op Terry Sims.
Tijdens zijn verhoor bekent Faryion schuldig te zijn aan de moord op Terry Sims, Tony Gibbs en Ellen Blau. Hij heeft nooit gedacht ermee weg te komen, omdat hij wist dat hij veel bewijs had achtergelaten tijdens de moorden. (Januari 19-5: 7.00-7.17) Maar er gebeurt meer. Hij bekent niet alleen de drie moorden die al aan hem gelinkt waren, maar nog een moord, waarvan de politie nog niet wist dat deze ook aan dezelfde moordenaar was gelinkt. Hij vertelt dat hij twee maanden na de moord op Tony Gibbs de 25-jarige Debra Taylor heeft vermoord.

In oktober 1999 begint de rechtszaak tegen Faryion Wardrip. Op 9 november krijgt hij zijn straf te horen. Hij krijgt drie keer levenslang voor de moord op Tony Gibbs, Ellen Blau en Debra Taylor en de doodstraf voor de moord op Terry Sims. Faryion gaat meerdere keren in hoger beroep tegen zijn doodsvonnis. In zijn ogen heeft hij geen goede verdediging gehad tijdens zijn proces. Zijn beroep is elke keer afgewezen. Hij zit nog steeds in de dodencel van de Polunsky Unit in Livingston Texas.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire en onze podcast geven een goed beeld van het leven en de opsporing van Faryion Wardrip.
