
Naam: Carl Eugene Watts
Bijnaam: The Sundaymorning Slasher
Geboren: 7 november 1953, Killeen Texas
Overleden: 21 september 2007
Aantal moorden: 15-100+
Straf: Levenslang
Jeugd
Carl Eugene Watts wordt geboren op 7 november 1953 in Killeen Texas. Zijn vader Richard is daar op dat moment gestationeerd als militair op de basis van Fort Hood. Vlak na zijn geboorte verhuist het gezin naar West Virginia, waar Richard vandaan komt. Daar wordt een jaar later zijn zusje Sharon geboren. Als Carl twee jaar is gaan zijn ouders scheiden. Hij en zijn zusje verhuizen al snel met hun moeder Dorothy naar Inkster in Michigan, zo’n 20 kilometer ten westen van Detroit. Daar krijgt Dorothy een relatie met Norman Caesar. Met hem krijgt ze nog twee dochters. Carl kan het niet goed vinden met zijn stiefvader. Hij heeft het gevoel dat zijn moeder meer aandacht heeft voor Norman dan voor hem.
Als Carl acht jaar oud is krijgt hij hersenvliesontsteking. Hij wordt overgebracht naar het ziekenhuis van Detroit, waar hij de eerste weken afgescheiden ligt van andere patiënten. Hij heeft hoge koorts en artsen vrezen voor zijn leven. Na maandenlang revalideren mag hij weer naar huis. Het valt zijn moeder op, dat hij veranderd is. Hij is stiller en meer teruggetrokken in zichzelf. Carl heeft sinds zijn terugkeer uit het ziekenhuis gewelddadige dromen. In zijn droom moet hij kwade geesten verjagen en vrouwen met boze ogen vermoorden.
Op school gaat het niet goed. Carl heeft altijd al moeite met leren gehad, maar door zijn tijd in het ziekenhuis heeft hij een leerachterstand opgelopen. Hierdoor moet hij een jaar overdoen op de lagere school.
Als Carl in de puberteit komt begint hij te genieten van zijn heftige dromen. Steeds vaker gaan zijn dromen over aanvallen en vermoorden van vrouwen en steeds vaker fantaseert hij erover om dit in praktijk te gaan brengen.
Misdaden
Op 29 juni 1969, als hij vijftien jaar oud is, loopt hij zoals gewoonlijk zijn krantenwijk. Tijdens zijn route klopt hij op de deur van de 26-jarige Joan Grave. Als de bewoonster open doet, valt hij haar zonder iets te zeggen. Joan weert zich kranig en weet haar belager naar buiten te werken. Carl gaat gewoon door met zijn krantenwijk, alsof er niets gebeurd is. Joan belt de politie en vertelt hen over het vreemde voorval met de krantenbezorger. Zij weten Carl al snel op te sporen. Hij moet voorkomen bij de jeugdrechter en krijgt een verplichte psychiatrische behandeling in de Lafayette Clinic in Detroit.
Zijn psychiater praat met hem over zijn gewelddadige dromen. Carl geeft aan, dat hij er als kind last van had, maar dat hij er nu van geniet, dat hij zich zelfs beter voelt na zo’n droom. Over zijn aanval op Joan vertelt hij, dat hij gewoon zin had om iemand in elkaar te slaan. Volgens zijn psychiater heeft hij last van waanideeën en worstelt hij om sterke moorddadige impulsen onder controle te houden. Hij blijkt een licht verstandelijke beperking te hebben met een IQ van 75. Ondanks dat de psychiater denkt, dat Carl een gevaar kan vormen voor zijn omgeving, mag hij na vier maanden de kliniek weer verlaten.
Als Carl 19 jaar is haalt hij zijn middelbare schooldiploma en krijgt een sportbeurs om te gaan studeren aan het Lane College in Jackson Tennessee. Na drie maanden wordt hij van school gestuurd wegens meerdere klachten van stalking en mishandeling van vrouwelijke medestudenten. Een jaar later in 1974 schrijft hij zich in aan de Western Michigan University in Kalamazoo, 200 kilometer ten westen van Detroit.
Op 25 oktober 1974 klopt Carl aan bij een appartement dichtbij de universiteit. Hij roept ‘Charles’, maar de bewoonster van het appartement, Lenore Knizacky, zegt dat hij er niet is. Toevallig heeft ze een broer die Charles heet. Ze haalt de deurketting van de deur en vraagt Carl of hij een briefje wil achterlaten. Dat wil hij wel. Als Lenore naar binnenloopt om pen en papier te halen, valt Carl haar van achteren aan. Hij wurgt haar tot ze niet meer beweegt en laat haar voor dood achter. Als Lenore even later bijkomt belt ze meteen de politie, maar er is geen spoor van de dader te vinden.
Vijf dagen later op 30 oktober 1974 slaat Carl weer toe, ditmaal op de campus van de universiteit in Kalamazoo. Hij probeert hetzelfde trucje als bij Lenore. Terwijl hij door de gangen van één van de studentenflats loopt roept hij ‘Charles’, hopend dat er iemand reageert. En dat doet de 20-jarige studente Gloria Steele. Zodra Carl haar ziet, loopt hij op haar af en wurgt haar bewusteloos. Daarna steekt hij haar 33 keer met een schroevendraaier in haar borst. Gloria overleeft dit niet. Op weg naar de uitgang komt hij langs de woning van Diane Williams, de beheerder van het complex. Zij loopt net haar woning uit als Carl langs haar snelt. Hij wil geen getuigen, dus hij sleept Diane haar woning binnen. Terwijl ze in gevecht raken gaat de telefoon bij Diane. Zij weet de hoorn van de haak te slaan en roept hard om hulp. Carl vlucht haar woning uit en Diane ziet nog net dat haar belager in een bruine Pontiac Grand Prix stapt. Ook Diane belt de politie.
Een paar dagen later wordt Carl opgepakt voor een ander incident, hij wordt betrapt op diefstal op de campus. Omdat Carl voldoet aan de beschrijvingen die Lenore en Diane gaven over hun aanvaller organiseren ze een line-up. Beide vrouwen pikken direct Carl eruit als hun aanvaller.
Tijdens zijn verhoor ontkent Carl iets met de moord op Gloria Steele te maken te hebben. Politie kan zijn betrokkenheid niet bewijzen. Over de aanval op Diane en Lenore wil Carl niets zeggen. Hij wordt veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf voor twee mishandelingen. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis classificeert zijn psycholoog hem als extreem gevaarlijk, zonder enige wroeging over zijn daden. Hij acht de kans op recidive zeer groot.
Als Carl in 1976 vrijkomt gaat hij terug naar zijn moeder en stiefvader in Inkster Michigan. Hij krijgt al snel een relatie met een jeugdvriendin, waar zijn dochter Nakisha uit geboren wordt. Deze relatie loopt al snel spaak en nog voor de geboorte van zijn dochter trouwt hij met Valeria Goodwill. Het valt Valeria op, dat haar man zich soms vreemd gedraagt. Zo hakt hij hun planten kapot met een mes, smelt kaarsen vast aan hun tafel en bestrooit zonder reden hun vloer met afval. Als ze seks hebben gehad, verlaat hij standaard de woning en komt pas uren later weer terug. Na een half jaar gaan ze weer uit elkaar. Vanaf dat moment begint hij weer te moorden.
Op 31 oktober 1979 loopt de 44-jarige Jeanne Clyne, journaliste voor het Detroit News, op klaarlichte dag terug naar huis, nadat ze bij haar huisarts is geweest. Carl volgt haar en vlak voor haar woning valt hij haar aan. Hij steekt haar elf keer met een schroevendraaier in haar borst. Daarna vlucht hij weg. Buren zien haar liggen, dood en badend in een plas bloed. Niemand heeft de aanval gezien en de politie heeft geen enkel idee wie de dader kan zijn of wat zijn motieven zijn.
Ruim een maand later, op 1 december 1979, pleegt hij zijn volgende moord. Het is een koude winternacht als Carl door de straten van Detroit struint. Op een verlaten straat ziet hij een vrouw lopen. Hij loopt erop af en duwt haar tegen een muur. Het is de 36-jarige Helen Dutcher. Hij steekt haar twaalf keer met een schroevendraaier tot ze dood neervalt op de grond. Daarna loopt hij rustig naar zijn auto en rijdt weg.
Wat hij niet doorheeft is, dat een bewoner in die straat de moord heeft zien gebeuren. Het is de 22-jarige Joseph Foy, die toevallig uit zijn raam naar buiten zat te staren. Hij schreeuwt tegen zijn vrouw dat ze de politie moet bellen. Hij herinnert zich nog de koude ogen en de onverschilligheid waarmee de man wegloopt nadat hij zojuist een moord heeft gepleegd. Joseph geeft aan de politie door dat de man in een bruine Pontiac wegreed. Op zijn aanwijzingen wordt een compositietekening van de dader gemaakt. Er wordt echter geen enkel spoor naar een dader gevonden.
Zijn volgende moorden pleegt hij zo’n 50 kilometer ten westen van Detroit, in Ann Arbor. In de vroege ochtend van 20 april 1980 ziet Carl een meisje alleen op straat lopen. Het is de 17-jarige Shirley Small. Die dag heeft ze de hele dag gerolschaatst met haar vrienden. Daarna zouden ze nog wat gaan eten, maar als Shirley ziet, dat haar ex erbij is, loopt ze alleen terug naar huis. Vlak voor haar huis steekt Carl haar dood.
Zo’n drie maanden later doet hij hetzelfde bij de 26-jarige Glenda Richmond, manager van restaurant The Brown Jug. Ook zij wordt op een zondagochtend vlak voor haar huis zonder aanwijsbaar motief doodgestoken. Twee maanden later, weer op een zondagochtend vermoordt hij Rebecca Huff, een 30-jarige stewardess. Hij steekt haar tientallen keren met een schroevendraaier in haar borst.
Er wordt een task force opgericht van zo’n vijftien rechercheurs. Als eerste maken ze een profiel van de dader. Omdat alle slachtoffers wit zijn, gaan ze ervan uit, dat de dader ook wit zal zijn. Verder denken ze dat hij tussen de 20 en 30 oud is en weinig of slechte relaties heeft gehad met vrouwen. Maanden gaan voorbij, maar ze komen niet verder. Dan krijgen ze een telefoontje van een rechercheur uit Kalamazoo. Zes jaar eerder zijn rondom de universiteit daar vier vrouwen op dezelfde manier aangevallen, waarvan er één het niet overleefde. Wegens gebrek aan bewijs werd hij alleen veroordeeld voor mishandeling. Als de rechercheur doorgeeft dat het om Carl Eugen Watts gaat, wordt hij in eerste instantie niet geloofd. Carl is zwart en de rechercheurs in Ann Arbor denken te maken te hebben met een witte dader. Maar als ze de steekwonden van hun slachtoffers vergelijken met die van het dodelijke slachtoffer in Kalamazoo kunnen ze er niet omheen. Carl Watts wordt hun hoofdverdachte. Als ze onderzoek doen naar zijn verleden zijn ze nog meer overtuigd, dat ze hem moeten vinden. Ze komen erachter, dat hij al op zijn vijftiende zijn eerste gewelddadige aanval pleegde.
In november 1980 komen ze Carl op het spoor als hij betrapt wordt op stalking en daarna een verkeersovertreding begaat. Carl ontkent alles en moet al snel weer worden vrijgelaten. De politie is er echter van overtuigd, dat hij de dader is en volgen hem 24 uur per dag. Dit doen ze openlijk. Als Carl naar de supermarkt gaat, staan ze achter hem bij de kassa. Als hij naar zijn werk gaat begroeten ze hem bij de ingang van het betreffende vervoersbedrijf. Zo weet hij, dat hij geen nieuwe moorden kan gaan plegen. Verder hopen ze dat hij zich na verloop van tijd opgejaagd gaat voelen, er klaar mee is en zijn misdaden zal bekennen.
Na een paar maanden is Carl het inderdaad helemaal zat. Maar in plaats van te bekennen vlucht hij naar Houston in Texas. Als de politie merkt dat hij verdwenen is gaan ze langs bij Carls voormalige werkgever. Hij kan hen vertellen dat hij naar Houston is vertrokken. De rechercheur neemt direct contact op met zijn collega’s in Houston. Hij vertelt hen dat een seriemoordenaar uit Michigan zich gevestigd heeft in hun stad. Hij geeft Carls gegevens en zijn modus operandi door.
Houston is begin jaren 80 een snel groeiende stad, met een even snel groeiend aantal moorden. Ze hebben te maken met zo’n 700 moorden per jaar, bijna twee per dag. Toch neemt de recherche van Houston de aanwijzingen vanuit Michigan heel serieus. Ze komen er al snel achter, dat Carl inmiddels werkt als monteur bij de Houston Metro Garage, een bedrijf dat zorgt voor parkeerterreinen buiten de stad, waarna bezoekers vanaf dat terrein met het openbaar vervoer richting de stad kunnen rijden. Als ze zijn bruine Pontiac bij het bedrijf zien staan plaatsen ze een volgsysteem onder zijn auto. Hier komt echter niets uit. Ze zien dat hij naar zijn werk rijdt, boodschappen doet en naar huis gaat, maar ze zien niets verontrustends. Toch werden er in die periode meerdere vrouwen aangevallen en vermoord op dezelfde manier als in Ann Arbor, Detroit en Kalamazoo. De politie van Houston heeft echter geen enkele aanwijzing, dat Carl Watts de dader is. Na tien maanden ontkoppelen ze het volgsysteem.
Dan is het 23 mei 1982. Carl is op zoek naar een nieuw slachtoffer. Hij breekt ’s ochtends vroeg in in het appartement van de 20-jarige Michele Maday. Hij slaat Michele meerdere keren in haar gezicht en wurgt haar. Als ze bewusteloos op de grond ligt loopt hij naar haar badkamer en vult het bad met water. Daarna sleept hij Michele naar de badkamer en houdt haar hoofd net zo lang onder water totdat ze verdronken is. Carl verlaat haar appartement.
Maar hij is nog niet klaar, hij wil meer. Carl rijdt door naar een volgend slachtoffer. Diezelfde ochtend ziet hij een meisje, dat van haar auto naar haar appartement loopt. Het is de 21-jarige Lori Lister. Lori komt terug van haar nachtdienst. Het is zondagochtend dus ze gaat zo naar de kerk met haar huisgenootje, de 18-jarige Melinda Aguilar. Misschien dat ze voor die tijd nog even een dutje kan doen of ontbijten met Melinda. Om bij haar appartement te komen moet ze een binnenplaats oversteken, voordat ze bij de trap naar haar woning aankomt. Maar dan, uit het niets wordt ze van achteren aangevallen. Een man neemt haar in een wurggreep. Lori probeert nog te gillen, maar de man klemt haar keel nog harder dicht. Ze valt bewusteloos op de grond. Carl pakt de sleutels van Lori en loopt naar haar appartement. Als hij de deur opent schrikt hij. Er staat opeens een meisje voor zijn neus. Blijkbaar heeft de dame die hij zojuist heeft aangevallen een huisgenoot. Niet alleen Carl schrikt, ook huisgenoot Melinda. In shock kijken ze elkaar aan. Melinda ziet de koude zwarte ogen en weet meteen, dat deze man hier gekomen is om iemand pijn te doen of te vermoorden. Carl bedreigt haar met een mes en neemt haar daarna in een wurggreep. In de hoop dat hij haar met rust zal laten, doet Melinda net of ze bewusteloos is. Carl sleept haar lichaam naar de slaapkamer en gooit haar op bed. Daarna verlaat hij de woning en gaat weer terug naar Lori, die nog steeds bewusteloos onderaan de trap voor het appartementencomplex ligt. Hij pakt haar beet onder haar oksels en sleept haar de trap op. Melinda hoort dit. Ze hoort, dat Lori naar badkamer wordt gesleept en de badkuip gevuld wordt. Aan het gekreun van haar huisgenoot te horen is ze in slechte conditie en is ze niet meer in staat om zichzelf te bevrijden.
Dan hoort Melinda, dat de man weer naar haar toe loopt. Ze doet weer net of ze bewusteloos is, als de man haar polsen vastbindt. Dit gaat zo soepel en snel dat ze zeker weet dat hij dit eerder heeft gedaan. Vanuit de slaapkamer hoort ze de man lachen en kreten van opwinding uiten. Stel dat hij ook haar naar de badkamer zou slepen, dan weet ze zeker, dat ze het niet zal overleven. Melinda is klein en tenger en kan niet tegen hem op. Stilletjes doet ze de slaapkamerdeur dicht, zodat de man niet ziet dat ze vlucht. Ze gaat naar het balkon en springt, met haar handen nog vastgebonden op haar rug, naar beneden. Gelukkig komt ze goed terecht, op haar knieën. Ze ziet een buurvrouw op haar balkon koffie drinken en zegt tegen haar, dat ze de politie moet bellen, omdat haar huisgenootje wordt vermoord. Daarna valt Melinda flauw.
Als Carl het idee heeft, dat Lori verdronken is, loopt hij naar de slaapkamer om met zijn volgende slachtoffer af te rekenen. Hij opent de deur van de slaapkamer en ziet dat deze leeg is. De balkondeuren staan open. Dat kan maar één ding betekenen: ze is ontsnapt. Zo snel hij kan rent hij het appartement uit en vliegt de trap af. Als hij naar zijn auto wil rennen hoort hij: ‘Blijf staan, handen omhoog.’
Arrestatie en rechtszaak
Ondertussen is een buurvrouw naar de woning gesneld. Ze haalt Lori uit het water en reanimeert haar, in de hoop dat ze niet te laat is. Even later komt Lori bij, ze heeft het overleefd. Lori en Melinda zijn doodsbang en staan stijf van de stress. Toch vraagt de politie hen nog even mee te komen. De meiden lopen met hem mee naar de politieauto. Daar zit Carl Eugene Watts geboeid op de achterbank. Ze kunnen bevestigen, dat dit de man is die hen heeft aangevallen.
De politie van Houston is uitzinnig. Eindelijk hebben ze hem te pakken en met deze zaak is er genoeg bewijs om hem voor lange tijd op te sluiten. De arrestatie van Carl komt landelijk in het nieuws. Ook in Michigan horen ze hierover. De rechercheur van Ann Arbor stapt gelijk op het vliegtuig naar Houston. Hij ondervraagt Carl over de moorden in 1980 in die stad. Carl zegt niets. Zonder zijn bekentenis of getuigen kan de rechercheur niets. Er is destijds niets gevonden op de plaatsen delict, dat naar hem kon wijzen. Onverrichte zake vliegt hij weer terug naar Michigan.
De rechercheurs in Houston zijn er van overtuigd, dat Carl verantwoordelijk is voor ruim tien moorden, die in het afgelopen jaar zijn gepleegd in hun stad. Zij hebben echter ook geen bewijs hiervoor en zullen het moeten doen met een eventuele bekentenis. Het is hen inmiddels duidelijk, dat hij niet zomaar zal bekennen. Toch willen ze deze zaken graag oplossen om de nabestaanden meer duidelijkheid te kunnen geven over hun geliefden, die vermoord zijn. In overleg met de officier van justitie bieden ze hem een controversiële deal aan. In ruil voor een bekentenis voor de moorden, die hij in Texas heeft gepleegd, zal hij immuniteit krijgen en hier niet voor vervolgd worden. Hij moet de aanval op Lori Lister en Melinda Aguilar bekennen en zal hiervoor zestig jaar gevangenisstraf krijgen. Het rechercheteam is verre van blij met deze deal, maar in hun ogen hebben ze geen andere keus. Zonder bewijs zullen ze hem nooit kunnen veroordelen voor de moorden en nu hebben ze in elk geval een bekentenis en kunnen zij deze moordzaken afsluiten.
Carl gaat akkoord met deze deal. Hij bekent in Texas 19 vrouwen te hebben aangevallen, waarvan hij er 13 heeft vermoord. Hij geeft details over de slachtoffers en de plaatsen delict, die matchen met het forensisch onderzoek. Van een aantal van zijn slachtoffers zijn de lichamen nog niet gevonden. Hij vertelt de politie waar hij ze begraven heeft. De politie neemt hem mee naar de benoemde plekken. Carl wijst een plek aan en zegt: ‘Graaf hier.’ Elke keer blijkt het precies te kloppen. Van elke moord weet hij zich gedetailleerd te herinneren hoe het gegaan is. De politie is verbijsterd, dat hij bij zoveel moorden nog steeds in staat is om precies te vertellen wat wanneer en op welke plek is gebeurd.
Ze zijn benieuwd wat hem precies triggert om precies dat slachtoffer te kiezen. Zijn antwoord is kort: She was evil. Dat zag hij in hun ogen. Het lijkt de politie sterk, dat een duivelse blik inderdaad de aanleiding was om te moorden. Veel slachtoffers werden in de vroege ochtend vermoord, terwijl het nog donker was en meerdere slachtoffers volgde hij terwijl ze in hun auto reden waarna hij pas toesloeg als ze uitstapten.
Niet alleen de arrestatie van Carl Watts kwam landelijk op tv, ook toen hij in de rechtbank moest verschijnen om zijn deal te beslechten. Dit ziet ook Joseph Foy, de man die vanuit zijn raam zag hoe Helen Dutcher in 1979 in Ferndale, een wijk in Detroit, werd vermoord. Hij zat tv te kijken toen hij een man in een rechtszaal zag. Joseph weet meteen, dat dit de man is, die destijds een moord pleegde vlak voor zijn huis. Hij belt direct naar de politie om dit te melden, maar hij wordt afgescheept. Daarna belt hij nog een paar keer, maar de politie zegt, dat hij het moet laten rusten.
Tijdens de rechtszaak van Carl over de deal die hij gesloten heeft met justitie oordeelt de rechter, dat het badwater dat gebruikt werd tijdens de aanval op Lori Lister een dodelijk wapen is. Hij veroordeelt Carl Watts, zoals afgesproken, tot 60 jaar gevangenisstraf voor inbraak met verzwarende omstandigheid. Ondanks een enigszins onbevredigende deal is iedereen ervan overtuigd, dat deze seriemoordenaar niet voor zijn 90e de gevangenis zal verlaten.
Dat loopt anders. In de gevangenis heeft Carl Watts weinig te doen. Uit verveling leest hij nog eens zijn vonnis door. Dan ziet hij, dat de rechter in zijn oordeel vermeldde dat het badwater dat gebruikt werd tijdens de aanval op Lori Lister een dodelijk wapen was. Dit stond echter niet in de deal die hij met justitie heeft gesloten. Hij besluit in hoger beroep te gaan. In 1987 oordeelt de rechter in hoger beroep in zijn voordeel. Hij wordt niet veroordeeld voor inbraak met verzwarende omstandigheid, maar alleen voor inbraak. Omdat de geweldscomponent nu vervalt, zal hij nu in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating. En zo kan het gebeuren, dat een seriemoordenaar die 13 moorden heeft bekend na een paar jaar zomaar weer vrijgelaten zou kunnen worden.
Een belangrijk onderdeel om in aanmerking te komen voor vervroegde vrijlating is goed gedrag. In Texas betekent dit dat voor elke drie dagen dat een gevangene zich goed gedraagt in de gevangenis er een dag van zijn straf afgaat. Carl staat in de gevangenis bekent als iemand die zich netjes gedraagt. Dat betekent in zijn geval, dat hij in 2006 al vrij zou kunnen komen.
De rechercheurs die betrokken waren bij zijn arrestatie destijds zijn verbijsterd. Ze besluiten de grootste genieën van Texas in wetshandhaving in arm te nemen. Zij moeten op zoek naar iets, wat ervoor kan zorgen, dat hij niet vrij zal kunnen komen. Ze zoeken elk gaatje in de wet af, maar zonder resultaat. Carl Watts heeft het recht om vrij te komen. Het enige wat ervoor kan zorgen dat hij achter de tralies blijft is als hij in een andere staat veroordeeld zou worden voor een moord. In zijn deal staat, dat hij alleen immuniteit heeft gekregen voor 13 moorden in Texas, niet over moorden die hij in een andere staat zou hebben gepleegd.
Rechercheurs in Houston nemen contact op met collega’s in Michigan. Zij hebben hen destijds gewaarschuwd, dat er een seriemoordenaar naar Houston zou zijn gevlucht vanuit hun staat. Hoewel ze destijds niet genoeg bewijs hadden voor de moorden die hij in Detroit, Ann Arbor en Kalamazoo had gepleegd, willen ze nog wel een laatste poging doen door het publiek om hulp te vragen. De officier van justitie houdt in 2004 een persconferentie, waarin de moorden van eind jaren 70 en begin jaren 80 worden besproken. Zij zegt dat politie alle mogelijkheden heeft aangegrepen om Carl Watts veroordeeld te krijgen, maar dat dat niet is gelukt. Mochten er getuigen zijn, dan worden zij met klem gevraagd om zich te melden. Joseph Foy, de getuige van de moord op Helen Dutcher in Ferndale Detroit, kijkt verbaasd naar deze persconferentie. Hij snapt niet dat de politie nooit gebruik heeft gemaakt van zijn getuigenis en dit blijkbaar zelfs niet heeft doorgegeven aan de officier van justitie. Joseph besluit rechtstreeks naar de officier te bellen en eindelijk wordt er wél naar hem geluisterd. Maar is één getuige, die 25 jaar geleden in het donker een moord heeft zien gebeuren genoeg om Carl Watts aan te klagen? De officier van justitie denkt van niet en vraagt of ze de bekentenis van Carl van de 13 moorden in Texas mag gebruiken. Deze kunnen als aanvullend bewijs dienen om te laten zien dat er gelijkenis is tussen de moorden in Texas en in Michigan. Hier krijgt ze toestemming voor.
In november 2004, ruim een jaar voordat Carl Watts op vrije voeten zou komen, begint zijn rechtszaak in Michigan. Hij wordt aangeklaagd voor de moord op Helen Dutcher. Op 7 december 2004 oordeelt de jury, dat hij schuldig is. Hij wordt veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid op vervroegde vrijlating.
Als Carl eenmaal vastzit in de maximaal beveiligde gevangenis in Iona, gaan rechercheurs van Detroit, Kalamazoo en Ann Arbor bij hem langs. Ze willen nog een laatste poging ondernemen om bekentenissen los te krijgen over de moorden in stad. Met zijn vieren verhoren ze Carl, maar hij laat niets los. De rechercheur van Ann Arbor vraagt hem of hij meer moorden heeft gepleegd dan het aantal tenen aan zijn voet. Zijn antwoord is, dat het er meer zijn dan alle tenen, die zich in de verhoorkamer bevinden.
Op 21 september 2007 overlijdt Carl Eugene Watts in het ziekenhuis aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij wordt 53 jaar oud.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire geeft een goed beeld van het leven van Carl Eugene Watts.
