Naam: Vincenzo Aiutino
Bijnaam: De man met de 50 zaken
Geboren: 10 maart 1970, Zofingen Zwitserland
Aantal moorden: 3
Straf: levenslang
Jeugd
Vincenzo Aiutino wordt geboren op 10 maart 1970 in Zofingen in Zwitserland. Zijn ouders zijn Rosa Giacallome en Domenico Aiutino en zijn beiden van Siciliaanse afkomst. Hij heeft een twee jaar oudere zus. Zwitserland hanteert het recht van de bloedlijn principe. Dit betekent dat je bij je geboorte niet automatisch de Zwitserse nationaliteit krijgt, tenzij minstens één van je ouders Zwitsers is. Omdat zijn ouders Italiaanse immigranten zijn, krijgt Vincenzo bij zijn geboorte in Zofingen de Italiaanse nationaliteit. Deze zal jaren later worden omgezet in de Franse.
Vlak na zijn geboorte verhuist het gezin naar Longwy in Frankrijk. Longwy is een stadje met zo’n 15.000 inwoners in het noorden van Frankrijk. Het ligt op de grens van België en Luxemburg. Pas na de eerste wereldoorlog behoort het definitief bij Frankrijk. In de 20e eeuw was Longwy een belangrijke stad voor de staalindustrie. Daardoor wonen er veel Poolse en Italiaanse immigranten. Als in de jaren 70 de staalindustrie afneemt raakt het stadje wat in verval en neemt het aantal inwoners, dat toen rond de 25.000 was, snel af. Tegenwoordig staat het stadje bekend als een plek waar veel drank en sigaretten worden gesmokkeld. Door de grote accijnsverschillen ligt de prijs van alcohol en tabak in Luxemburg een stuk lager dan in de omringende landen.

Als Vincenzo wordt geboren weigert zijn vader Domenico hem in eerste instantie te erkennen. Hij is ervan overtuigd, dat Rosa vreemdgaat en dat Vincenzo niet zijn biologische zoon is. Omdat Domenico en Rosa ten tijde van de geboorte officieel met elkaar getrouwd zijn, geldt in veel Europese wetgevingen, waaronder de Zwitserse, Franse en Italiaanse, het automatische vermoeden van vaderschap. De echtgenoot wordt dan automatisch als de wettelijke vader geregistreerd, tenzij er een complexe juridische procedure wordt gestart om dit aan te vechten. Daar heeft Domenico geen zin in.
De relatie tussen Vincenzo en zijn vader kan het best worden omschreven als een destructief regime van absolute terreur, sadisme en diepe haat. Vanaf de dag dat Vincenzo wordt geboren, weigert zijn vader hem te accepteren. Gedreven door de paranoïde waan dat Vincenzo het product is van een buitenechtelijke affaire van zijn moeder, ziet Domenico zijn zoon niet als een kind om lief te hebben, maar als een levende provocatie en een indringer. Dit legt de basis voor een jeugd waarin fysieke en mentale mishandeling aan de orde van de dag zijn.
Op fysiek vlak kent de wreedheid van Domenico geen grenzen. Vincenzo wordt als jonge jongen systematisch onderworpen aan zware lijfstraffen. Domenico gebruikte hierbij alledaagse voorwerpen om maximale pijn toe te dienen. Vincenzo wordt regelmatig bont en blauw geslagen met leren riemen, bezemstelen en zware houten voorwerpen. Soms wordt hij urenlang opgesloten in donkere, koude ruimtes zonder eten of drinken. De fysieke mishandelingen zijn zo frequent en onvoorspelbaar dat Vincenzo chronisch in een staat van alertheid en angst leeft. Hij weet nooit wanneer de volgende klap zal vallen, waardoor zijn lichaam nooit kan ontspannen.
De mentale en psychologische mishandeling is wellicht nog destructiever voor Vincenzo’s psyche. Domenico herinnert zijn zoon er constant aan dat hij in zijn ogen een ‘bastaard’ is, een waardeloos kind dat er niet had mogen zijn. Hij wordt verbaal vernederd, uitgescholden en emotioneel volledig geïsoleerd. De meest perverse vorm van mentale marteling vindt plaats als Vincenzo circa vijf jaar oud was. Domenico dwingt de jonge Vincenzo om toe te kijken hoe hij zijn zevenjarige zus seksueel misbruikt. Door Vincenzo te dwingen getuige te zijn van deze gruwelijkheden, vernietigt Domenico niet alleen zijn onschuld, maar zaait hij ook een diep gevoel van machteloosheid en schuldgevoel in het hoofd van de jonge jongen.
Moeder Rosa is door haar eigen trauma’s en angst voor haar echtgenoot niet in staat om in te grijpen, waardoor Vincenzo er emotioneel volkomen alleen voor staat. Deze toxische dynamiek zorgt ervoor dat Vincenzo zich volledig terugtrekt in een duistere fantasiewereld. De relatie met zijn vader creëert een diepe, pathologische haat tegenover de mensheid in het algemeen, en tegenover vrouwen in het bijzonder. De relatie tussen Vincenzo en zijn moeder Rosa is complex, pijnlijk en getekend door een gedeeld trauma. Rosa is geen kille vrouw, maar zij is emotioneel en fysiek simpelweg niet in staat om haar zoon de bescherming te bieden die hij zo hard nodig had.
Als slachtoffer van de extreme gezinsterreur van vader Domenico leeft ze zelf in constante doodsangst. Vincenzo ziet hoe zijn moeder dagelijks wordt mishandeld en vernederd. Hoewel er een basis van moederlijke liefde is, zorgt Rosa’s psychologische verlamming ervoor dat zij niet kan ingrijpen wanneer Domenico zijn woede op Vincenzo koelt. Voor Vincenzo voelt dit onbewust als een vorm van emotioneel verraad. Hij staat er ondanks haar aanwezigheid volkomen alleen voor.
De lagere schoolperiode van Vincenzo Aiutino verloopt uiterst moeizaam en wordt volledig overschaduwd door de traumatische gezinssituatie waarin hij opgroeit. Terwijl de basis voor een gezonde ontwikkeling in deze jaren gelegd had moeten worden, is de schoolbank voor Vincenzo een plek van diepe isolatie en onvermogen. Hij presteert slecht op school. Door de constante angst en slapeloze nachten thuis kan hij zich niet concentreren. Hij kan de lessen niet volgen, loopt grote leerachterstanden op en wordt door docenten gezien als een afwezige, onbereikbare leerling. Vincenzo trekt zich tijdens de lessen volledig terug in zijn eigen hoofd. Deze duistere fantasiewereld biedt hem een vluchtroute uit de harde realiteit van zijn vaders terreur.
Ook op sociaal vlak was is basisschooltijd een drama. Vincenzo mist de sociale vaardigheden om vriendschappen te sluiten met klasgenoten. De achterdocht en agressie waarmee hij thuis wordt geconfronteerd, projecteert hij op zijn klasgenoten. Hij gedraagt zich onvoorspelbaar, schuw en defensief, waardoor andere kinderen hem mijden. Hierdoor raakt hij geïsoleerd op het schoolplein. De school slaagt er niet in om de signalen van zijn ernstige verwaarlozing en mishandeling te herkennen, waardoor de jonge Vincenzo ook hier geen veilige haven vindt.
Als Vincenzo een jaar of tien is, vindt zijn moeder Rosa de moed om haar man te ontvluchten. Ze neemt haar kinderen mee en verhuist naar Aubange. Deze stad ligt op zo’n tien kilometer van Longwy, maar dan over de grens in België. Vader Domenico blijft achter in Longwy, niet wetend waar zijn vrouw en kinderen naartoe zijn gegaan. Hij heeft geen enkele behoefte om zijn ‘bastaardzoon’ te zoeken. Ook Vincenzo, die diep getraumatiseerd is door de jarenlange fysieke en mentale mishandelingen, zoekt nooit meer toenadering. De breuk is definitief.
Er lijkt wat ruimte voor rust nu Rosa met haar kinderen onder het juk van Domenico uit zijn. Vincenzo’s psychische schade is echter al te diep om zijn gebrekkige ontwikkeling uit zijn jeugd te herstellen. Zijn schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs verloopt destructief. De enorme leerachterstanden en de psychische isolatie uit zijn lagere schoolperiode achtervolgen hem. Vincenzo blijkt niet in staat om te gaan met de sociale dynamiek, de discipline en de prestatiedruk van de middelbare school. Hij is onhandelbaar in de klas, weigert autoriteit te accepteren en blinkt uit in spijbelgedrag.
Docenten en schoolbegeleiders staan machteloos tegenover zijn apathische en soms agressieve houding. Al snel wordt hij van school getrapt en van de ene onderwijsinstelling naar de andere gestuurd. Hij belandt uiteindelijk op het speciaal onderwijs maar ook daar kan hij de structuur niet vasthouden. Rond zijn vijftiende verlaat hij de schoolbanken definitief, zonder diploma of realistisch toekomstperspectief. Vanaf dat moment zwerft hij doelloos rond in de straten van Longwy en omstreken.
Zonder school of werk krijgen Vincenzo’s opgekropte trauma’s en seksuele obsessies vrij spel. De herinnering aan het misbruik van zijn zus, gekoppeld aan een diep geworteld minderwaardigheidscomplex, uit zich in een dwangmatige drang om vrouwen te domineren. Omdat hij op een normale manier geen contact kan leggen met meisjes van zijn leeftijd, zoekt hij zijn toevlucht in grensoverschrijdend gedrag. Hij begint met het begluren van vrouwen in de buurt en het bespioneren van slaapkamers. Al snel gaat hij over tot actie: hij verstopt zich in steegjes, parken of trappenhuizen in Longwy om zich vervolgens onverhoeds aan passerende vrouwen en jonge meisjes te ontbloten. Wanneer slachtoffers geschokt of angstig reageren, geeft dat Vincenzo een kick van macht en controle die hij thuis nooit heeft ervaren.
Dit gedrag blijft niet onopgemerkt. Vanaf zijn zestiende komt hij regelmatig in aanraking met de politie. Hij wordt de schrik van de regio en bouwt in korte tijd een gigantisch strafblad op. Telkens wanneer er in Longwy een melding wordt gemaakt van een exhibitionist of een man die vrouwen lastigvalt, weet de lokale gendarmerie al hoe laat het is. Het levert hem bij de politie de bijnaam “de man met de vijftig zaken” op, vanwege de tientallen klachten en processen-verbaal die tegen hem worden opgesteld.
Deze arrestaties leiden echter nooit tot zware straffen. Omdat zijn vergrijpen worden gecategoriseerd als kleine criminaliteit en exhibitionisme, en omdat hij nog minderjarig is, komt hij er telkens vanaf met waarschuwingen, lichte geldboetes of korte voorwaardelijke jeugdstraffen. Zijn moeder Rosa speelde hierin een belangrijke rol: uit schuldgevoel over zijn jeugd beschermt ze hem vurig. Ze betaalt zijn boetes en minimaliseert zijn daden tegenover de autoriteiten.
Misdaden
Als hij een jaar of twintig is raakt Vincenzo gefrustreerd. Het exhibitionisme geeft hem niet meer de voldoening die hij zoekt. De grens tussen verbale intimidatie en fysieke agressie wordt flinterdun. Hij begint slachtoffers vast te pakken en fysiek te bedreigen. In februari 1990 wordt hij veroordeeld voor vier aanrandingen. Hij krijgt drie jaar cel, waarvan één jaar voorwaardelijk en moet zijn straf uitzitten in de gevangenis van Metz.
Tijdens zijn verblijf in de gevangenis leert hij Marie-Antoinette Calla kennen. Zij is een bekende van de familie en besluit hem op een dag op te zoeken in de gevangenis. Marie-|Antoinette weet dat hij vastzit voor aanranding, maar ziet naast een jongen die grensoverschrijdend gedrag vertoont, vooral een kwetsbare getraumatiseerde man. In augustus 1990 trouwen ze in de gevangenis.
Als Vincenzo in maart 1991 vrijkomt, trekt hij bij Marie-Antoinette in aan de Rue Joseph Labbé in Longwy. Zij woont daar met haar zoontje uit een vorige relatie. Vincenzo ziet zijn vrouw als zijn bezit, waar hij mee mag doen wat hij wil. Thuis is hij vaak humeurig, dwingend en opvliegend naar haar toe. Marie-Antoinette loopt constant op haar tenen om hem niet te provoceren. Ze houdt echter van zijn kwetsbare kant en heeft de hoop hem te kunnen redden. Al snel raakt ze zwanger en wordt hun zoontje geboren. Om zijn gezin te kunnen onderhouden gaat Vincenzo aan de slag als metselaar bij een lokaal bouwbedrijf.
Dan is het 6 augustus 1991. Het was een warme zomerdag en de straten van Longwy zijn relatief rustig. Vincenzo is aan het werk als metselaar op een bouwplaats aan de Avenue de l’Europe in Longwy. Hij wil een vrouw verkrachten en hoopt een slachtoffer te kunnen vinden in het nabijgelegen winkelcentrum. Hij draagt zijn blauwe werkoverall, wat ervoor zou kunnen zorgen dat hij overkomt als een hardwerkende bouwvakker. Voor de Auchan supermarkt ziet hij een meisje staan. Hij schat haar een jaar of twintig en ze ziet er onschuldig uit in haar keurige zomerse kantoorkleding en haar schoudertasje. Zij moet het worden. Hij spreekt haar aan met de vraag of zij hem even kan helpen met het tillen van een zwaar object. Hij claimt dat hij alleen aan het werk is en de klus fysiek niet alleen kan klaren. Het meisje die hij aanspreekt is de 20-jarige Isabelle Le Nénan. Ze staat bekend als een vriendelijke en behulpzame jonge vrouw en vermoedt geen enkel kwaad achter de vraag van de schijnbaar hardwerkende bouwvakker. Bovendien heeft ze even tijd, omdat ze op haar vriendin wacht, met wie ze in haar lunchpauze een broodje zou gaan eten. Isabelle stemt toe en loopt argeloos met hem mee.
Vincenzo leidt Isabelle mee naar een afgelegen kelder van een gebouw waar hij op dat moment aan het werk is. Zodra ze de besloten ruimte, buiten het zicht van voorbijgangers betreden, verandert de sfeer abrupt. De aardige bouwvakker transformeert in een agressieve vent met lege ogen. Hij valt Isabelle aan en begint haar te slaan. Hij probeert de kleding van haar lijf te scheuren, maar ze verzet zich kranig. Isabelle heeft echter geen schijn van kans tegen de sterke Vincenzo die gedreven wordt door adrenaline. Hij legt zijn handen rond haar keel en probeert haar te wurgen. Als dit niet lukt, pakt hij een ijzeren staaf en slaat haar meerdere keren op haar hoofd. Als ze dood in een plas bloed op de grond ligt kijkt hij emotieloos naar zijn eerste dodelijke slachtoffer.
Vincenzo blijft de rust zelve. Zonder een greintje paniek pakt hij een stuk landbouwplastic en wikkelt daar haar lichaam in. Hij weet, dat hij haar lichaam zo snel mogelijk moet laten verdwijnen, voordat ze gemist wordt. Hij pakt het stuk plastic met Isabelles lichaam op en legt het in de kofferbak van zijn auto. Vervolgens rijdt hij naar een dichtbebost gebied net over de grens in België, het Turpange bos. Vincenzo kent de grensstreek door en door. Hij woonde in zijn jeugd en nu weer in Longwy en sinds de scheiding van zijn ouders woonde hij een tijdland in Aubange met zijn moeder en zus. In dit afgelegen bos sleept hij het lichaam diep tussen de struiken en de bomen. Om eventuele sporen en bewijsmateriaal, zoals DNA of vingerafdrukken, te vernietigen giet hij een brandbare vloeistof over haar heen en steekt het lichaam in brand. Het lichaam verbrandde echter slechts gedeeltelijk, waarna hij het achterlaat onder een laag takken en bladeren, in de veronderstelling dat de natuur de rest zal doen.
De collega’s van Isabelle zijn ongerust als Isabelle die middag niet meer op haar werk verschijnt. Het is niks voor haar om zonder iets te laten weten haar werk te verzuimen. Ze bellen haar ouders om te vragen of zij iets weten. Als ze tegen de avond nog niet thuis is slaan haar ouders alarm. Dit gedrag past niet bij hun plichtsgetrouwe dochter. Ze nemen contact op met de lokale politie en de gendarmerie. De reactie van de autoriteiten is pijnlijk voor haar ouders. Zij weigeren een onderzoek te starten. Isabelle is volwassen, dus ze mag gaan en staan waar ze wil. In hun ogen zal ze wel zijn weggelopen van huis.
Haar vader Bertrand start daarom een eigen zoektocht. Hij laat vermissingsposters drukken en verspreid deze in Longwy en omgeving. Hij probeert haar route van die middag te reconstrueren en vraagt mensen op straat of ze rond het middaguur van 6 augustus iets opvallends hebben gezien. Hier komt niks uit.
Vier dagen later, op 10 augustus vindt Bertrand de tas van haar dochter op de parkeerplaats bij het winkelcentrum. Het lag verborgen achter een brandkraan op het terrein. Als hij de tas naar het politiebureau brengt en vraagt om vingerafdrukken te onderzoeken, wordt hij weggestuurd met de mededeling dat zijn dochter simpelweg is weggelopen. Dit blijkt een grote fout.
Ruim een maand later, op 13 september 1991 gaat Vincenzo weer op zoek naar een slachtoffer. Dit doet hij op dezelfde plek als bij Isabelle Le Nénan, bij het winkelcentrum aan de Avenue de l’Europe in Longwy. Hij is weer aan het werk op dezelfde bouwplaats naast het winkelcentrum en besluit een vrouw op dezelfde manier te benaderen. Hij ziet een jonge vrouw vanuit winkelcentrum naar haar auto lopen. Het is de 21-jarige Isabelle Christophe. Ze is caissière in de supermarkt Auchan en haar dienst zit er net op. Ze kan niet wachten om terug naar huis te gaan. Ze is sinds kort verloofd en is druk bezig om haar bruiloft voor te bereiden. Vincenzo komt in zijn blauwe overall naar haar toe lopen. Aan haar stelt hij dezelfde vraag, of ze even kan helpen om een zwaar voorwerp te tillen, omdat het hem in zijn eentje niet lukt. Isabelle loopt met hem mee, zonder te weten, dat ze naar dezelfde kelder wordt geleid als zijn vorige slachtoffer. Als Vincenzo zeker weet dat er geen getuigen in de buurt zijn, verkracht hij haar. Daarna slaat hij haar dood met een ijzeren staaf, die hij daar eerder al had neergelegd.
Net als bij zijn vorige slachtoffer wikkelt hij Isabelle in een stuk landbouwplastic en legt het in de kofferbak van zijn auto. Daarmee rijdt hij naar hetzelfde bos in België, het Turpange bos. Ook deze Isabelle overgiet hij met een brandbare vloeistof en steekt haar in brand.
Nog diezelfde dag wordt Isabelle door haar verloofde en ouders als vermist opgegeven. En net als bij de vermissing van Isabelle Le Nénan onderneemt de politie geen actie. Ze is volwassen en mag verdwijnen als ze dat wil. Ook de ouders van Isabelle Christophe laten het er niet bij zitten. Ook zij hangen posters op, ondervragen het personeel en de bezoekers van de supermarkt waar hun dochter werkte, maar het levert niets op.
Al snel komen de families Le Nénan en Christophe met elkaar in contact. In hun ogen kan het geen toeval zijn, dat binnen een paar weken twee meisjes van rond de twintig op dezelfde plek en onder identieke, mysterieuze omstandigheden verdwijnen. Ze zijn woedend, dat de politie geen enkele actie onderneemt en nemen daarom zelf het heft in handen. Samen nemen ze contact op met de lokale pers. Door de media-aandacht kan de politie de onrust in de gemeenschap niet langer negeren. Ze beschuldigen de autoriteiten openlijk van laksheid en incompetentie, wat leidt tot publieke verontwaardiging in de regio Longwy.
Op 21 oktober 1991 doen twee jagers in het Turpange bos een gruwelijke ontdekking. Ze vinden het half verkoolde lichaam van Isabelle Christophe, het tweede slachtoffer. Het lichaam is al in verre staat van ontbinding. Omdat het lichaam op Belgisch grondgebied ligt start de Belgische rijkswacht direct een onderzoek. Zij realiseren zich al snel dat de vindplaats heel dicht bij de Franse grens ligt en dat het slachtoffer weleens uit Frankrijk afkomstig kan zijn. Het zou kunnen, dat de dader de grens over is gegaan, alleen om het lichaam te dumpen. De Belgische politie neemt direct contact op met hun Franse collega’s om te verifiëren of er in de grensstreek recent jonge vrouwen als vermist zijn opgegeven. Omdat de familie van Isabelle Christophe zo massaal posters heeft verspreid en de media heeft opgezocht, is haar vermissing van 13 september direct de meest logische en urgente match in de Franse politiesystemen.
Hoewel het lichaam door de brandstichting zwaar beschadigd was, kan de identiteit snel worden vastgesteld. Als eerste blijken de sieraden precies te zijn die Isabelle Christophe droeg voordat ze vermist raakte. De definitieve, formele identificatie wordt door de Belgische en Franse pathologen vastgesteld aan de hand van een vergelijking van haar gebit. De ontdekking van haar lichaam dwingt de Franse justitie om de vermissingsdossiers direct om te zetten in een grootschalig strafrechtelijk moordonderzoek.
De regionale recherche-eenheid van Nancy vermoedt een zedenmisdrijf en ze trekken de dossiers na van bekende lokale zedendelinquenten in de regio Longwy. Hierdoor komen ze uit bij een lijstje van vier verdachte mannen, waaronder de 21-jarige Vincenzo. Als ze zien, dat hij als bouwvakker werkt op het naastgelegen terrein bij het winkelcentrum, wordt hij hun hoofdverdachte. Op 20 november nemen rechercheurs Vincenzo mee naar het bureau voor een verhoor. Hij blijft ijzig kalm en ontkent elke betrokkenheid bij de verdwijningen van de twee meisjes. Omdat de politie destijds de kelder van de bouwplaats nog niet grondig heeft doorzocht, hebben ze geen fysiek bewijs zoals bloedsporen of de moordwapens om hem langer vast te houden. DNA-onderzoek staat bovendien nog in de kinderschoenen. Als zijn vriendin Marie-Antoinette hem een alibi verschaft voor 13 september, moeten ze hem weer vrijlaten. Na 10 uur in voorlopige hechtenis te hebben gezeten, mag hij weer gaan.
Op 24 februari 1992 moet Vincenzo naar de huisarts, omdat hij last heeft van bronchitis. De praktijk is dichtbij, zelfs in dezelfde straat als waar Vincenzo woont, dus hij gaat er lopend naartoe. In de wachtkamer ziet hij een dame zitten, die hem intrigeert. Hij wil haar. Het is de 40-jarige Bernadette Bour. Bernadette is medisch vertegenwoordigster. Haar werk houdt in, dat ze huisartspraktijk af gaat om medicijnen te promoten. Die dag heeft ze al 22 huisartsen bezocht en als het goed is, kan ze hierna naar huis.
Als Vincenzo klaar is bij de huisarts besluit hij op Bernadette te wachten. Sterker nog, hij zorgt ervoor dat zij niet weg kan. Hij loopt naar haar auto en steekt één van haar banden lek. Hij wacht even verderop totdat ze naar haar auto loopt en wandelt dan ‘toevallig’ langs. Hij vraagt haar of hij kan helpen. Zij maakt graag gebruik van dit aanbod en Vincenzo verwisselt haar band. Zijn handen zitten onder de vet en olie en hij zegt tegen haar, dat hij even zijn handen moet wassen. Of ze even met hem meeloopt, zijn huis is vlakbij. Nietsvermoedend loopt ze met hem mee naar Rue Joseph Labbé 8. Daar aangekomen gooit hij haar plotseling van de keldertrap af. In de kelder probeert hij haar te verkrachten. Bernadette verzet zich hevig en begint luidkeels te gillen. Net als bij zijn vorige slachtoffers pakt Vincenzo een ijzeren staaf en slaat haar hiermee dood om haar het zwijgen op te leggen. Hij laat haar lichaam de hele nacht in de kelder liggen. De volgende dag leent hij een auto van een vriend, zogenaamd om wat meubels te verhuizen. Hij legt het lichaam van Bernadette in de kofferbak en rijdt zo’n 20 kilometer westwaarts. In het bos van Buré d’Orval in Frankrijk dumpt hij haar lichaam.
Arrestatie en rechtszaak
De vriend van Bernadette geeft haar nog diezelfde avond als vermist op. Bernadette is zeer punctueel, dus mocht ze later thuiskomen, dan had ze dat meteen gemeld. Hij geeft aan de politie de route door, die zijn vriendin die dag af zou leggen en bij welke huisartsen ze langs zou gaan. Het wordt al snel duidelijk, dat de laatste praktijk, die bezocht heeft aan de Rue Joseph Labbé in Longwy was. De politie ziet, dat Vincenzo Aiutino op hetzelfde moment bij de huisarts was als Bernadette. Aangezien hij ook al is verhoord voor de de moord op Isabelle Christophe en de vermissing van Isabelle Le Nénan staat hij nu bovenaan hun verdachtenlijst.
Op 25 februari gaat de politie van Longwy naar het huis van Vincenzo op de Rue Joseph Labbé 8. Hij blijkt niet thuis te zijn, dus besluiten ze bij zijn huis te posten en in een hinderlaag op hem te wachten tot hij thuiskomt. Vincenzo heeft zojuist het lichaam Bernadette gedumpt en langs zijn vriend gereden om zijn auto weer netjes terug te brengen. Met zijn eigen auto rijdt hij terug naar huis. Als hij daar aankomt wordt hij door de agenten in een hinderlaag gelokt. In plaats van te stoppen rijdt hij met volle vaart door. De politie zet direct de achtervolging in. De grens met België is echter zo dichtbij, dat Vincenzo weet te ontvluchten. Hij rijdt door naar Aubange, waar zijn moeder woont.
De Franse recherche stelt direct de Belgische Rijkswacht op de hoogte dat een levensgevaarlijke moordverdachte hun kant op is gevlucht. De Belgische politie omsingelt de woning van Vincenzo’s moeder met getrokken wapens en nemen hem uiteindelijk zonder geweld te hoeven gebruiken mee. Hij wordt geboeid afgevoerd en overgebracht naar de gevangenis van Aarlen in België, in afwachting van zijn verhoor.
Tijdens de verhoren door de rechercheurs laat Vincenzo zijn manipulatieve karakter zien. Zijn verklaringen wisselen voortdurend. In de eerste uren ontkent hij hardnekkig dat hij iets te maken had met de verdwijning van Bernadette Bour, ondanks dat hij met haar in de wachtkamer is gezien. Als de rechercheurs hem blijven klemzetten, wijst hij zijn vader aan als de werkelijke moordenaar. Hij beweert dat zijn vader Bernadette Bour heeft omgebracht en dat hijzelf alleen heeft geholpen om het lijk te verbergen.
Terwijl Vincenzo in België wordt verhoord, doorzoekt de Franse politie zijn appartement in Longwy. Daar vinden ze de bebloede handtas en documenten van Bernadette. Ook zien ze, dat de kelder onder het bloed zit. Als Vincenzo met dit bewijs geconfronteerd wordt bekent hij niet alleen de moord op Bernadette Bour, maar geeft hij ook de moorden op Isabelle Christophe en Isabelle Le Nénan toe. Nog diezelfde dag leidt hij de rechercheurs naar het lichaam van Bernadette Bour in het bos van Buré d’Orval en naar het lichaam van Isabelle Le Nénan in het Turpange bos.
In 1993 wordt Vincenzo uitgeleverd aan Frankrijk en vastgezet in de gevangenis van Metz. Het zal echter nog vijf jaar duren voordat zijn rechtszaak begint. Deskundigen moeten bepalen of hij lijdt aan een geestesziekte. Dit neemt jaren in beslag, mede omdat Vincenzo zich tijdens de onderzoeken manipulatief opstelt en zegt stemmen te horen. Uiteindelijk verklaren de artsen hem volledig toerekeningsvatbaar. In Frankrijk leidt een onderzoeksrechter het vooronderzoek. Dit onderzoek moet volledig zijn afgerond voordat een zaak naar het Hof van Assisen mag. Bij de zaak van Vincenzo is dit een gigantische klus. De rechter moet drie afzonderlijke moorddossiers samenvoegen tot één groot proces. Daar komt nog bij, dat Vincenzo zijn verklaringen later deels weer intrekt. Hij ontkent de moorden op de twee Isabelles en bekent alleen de moord op Bernadette Bour. Zijn beschuldigingen aan het adres van zijn vader dwingen de politie bovendien om al die valse sporen telkens opnieuw grondig te onderzoeken en officieel uit te sluiten. Pas als de onderzoeksrechter het dossier na jaren minutieus werk officieel sluit, kan de zaak worden ingepland.
Op 2 maart 1998 neemt Vincenzo plaats voor het Hof van Assisen in de beklaagdenbank in Nancy. De rechtszaak zal in totaal vijf dagen duren. Vanaf dag één hangt er een geladen sfeer in de rechtszaal. Pers en publiek horen verontwaardigd aan dat Vincenzo alleen de moord op Bernadette Bour bekent. Door het forensisch bewijs is het onmogelijk om hier schuld te ontkennen. De andere twee moorden ontkent hij hardnekkig. Hij probeert de schuld opnieuw in de schoenen van anderen te schuiven en houdt vol, dat hij de twee vrouwen nooit heeft ontmoet.
De advocaten van de nabestaanden en de openbaar aanklager maken echter korte metten met zijn statement. De rode draad in de bewijsvoering is de overeenkomst in zijn modus operandi. De aanklager reconstrueert minutieus hoe Vincenzo telkens misbruik maakte van de behulpzaamheid van zijn slachtoffers. Zowel Isabelle Le Nénan als Isabelle Christophe werd met exact dezelfde smoes naar dezelfde kelder op de bouwplaats gelokt. De getuigenissen van de forensische experts en de Belgische politie over de vindplaatsen van de lichamen in het bos van Turpange laten geen ruimte voor twijfel: dit was het werk van één en dezelfde moordenaar.
Het meest emotionele moment van de rechtszaak vindt plaats als de families van de slachtoffers mogen spreken. De vader van Isabelle Le Nénan, Bertrand, verwoordt niet alleen het immense verdriet, maar ook de diepe woede over de laksheid van de politie in de beginfase van het onderzoek. De nabestaanden moeten lijdzaam toezien hoe Vincenzo de getuigenissen emotieloos en met een bijna arrogante blik aanhoort.
Ook Rosa Giacallome, moeder van Vincenzo, getuigt in de rechtbank. Zij is ervan overtuigd, dat haar zoon onschuldig is. Zij vertelt over zijn jeugd, de mishandelingen en vernederingen door zijn vader en welke invloed dit op haar zoon heeft gehad. Voor haar blijft Vincenzo een goede jongen, die af en toe wat vreemd gedrag vertoont, maar die in haar ogen onmogelijk een moordenaar zou kunnen zijn.
Psychiaters die de verdachte hebben onderzocht, schetsen het profiel van een gevaarlijke, perverse psychopaat en een onverbeterlijke seksuele delinquent. Dit strookte totaal niet met het beeld dat Vincenzo van zichzelf heeft. Gekwetst in zijn trots en beledigd door de analyses van de deskundigen, verliest hij zijn zelfbeheersing. Hij begint te razen, te schreeuwen en agressief gedrag te vertonen in de rechtszaal. Vanwege deze woede-uitbarsting en zijn onvoorspelbare gedrag wordt besloten om hem voor de rest van het proces achter een kogelvrij glazen scherm te plaatsen om de aanwezigen te beschermen. De psychiaters verklaren hem volledig toerekeningsvatbaar. Volgens hen wist Vincenzo exact wat hij deed.
Op 6 maart 1998, na een kort beraad, doet de jury uitspraak. Vincenzo Aiutino wordt over de hele linie schuldig bevonden aan drie moorden. Hij wordt veroordeeld tot de maximale straf: een levenslange gevangenisstraf met een minimum van 18 jaar waarin hij sowieso niet vrij kan komen.
Niet alleen Vincenzo moet voor de rechtbank verschijnen, ook zijn vrouw Marie-Antoinette. De rechtbank acht bewezen, dat zij haar man heeft geholpen bij het schoonmaken van de plaats delict en hulp bij het verbergen van het lichaam van Bernadette Bour. Zij krijgt een straf van zes maanden voorwaardelijk opgelegd.
Vincenzo wordt opgesloten in gevangenis van Metz. Zijn vrouw Marie-Antoinette is inmiddels van hem gescheiden en wil niets meer met hem te maken hebben. Ook zijn moeder is van gedachten veranderd. Hoewel ze hem tijdens zijn rechtszaak hartstochtelijk verdedigde, is ze er inmiddels van overtuigd, dat hij wel schuldig is. In de periode na de rechtszaak en de definitieve veroordeling tot levenslang kan zij niet langer om de overweldigende bewijslast heen. Bovendien is ze erg geschrokken van de woede-uitbarsting van Vincenzo tijdens de rechtszaak. Haar blinde geloof verdwijnt en maakt plaats voor diepe verslagenheid over de daden van haar zoon en het leed dat hij de slachtoffers en hun families heeft aangedaan. Ze heeft zich definitief van hem gedistantieerd en probeert nu haar eigen leven in de anonimiteit voort te zetten.
Omdat het voorarrest van Vincenzo in februari 1992 begon, heeft hij vanaf 2010 wettelijk het recht om een aanvraag in te dienen om onder elektronisch toezicht of strikte voorwaarden vrij te komen. Dit doet hij dan ook. Dit wordt door de rechter resoluut afgewezen. In psychiatrische rapporten wordt hij nog steeds omschreven als een psychopaat die een gevaar vormt voor de samenleving. Bovendien is Vincenzo niet bepaald een modelgevangene. Zo heeft hij meerdere malen cipiers fysiek aangevallen.
Inmiddels zit Vincenzo Aiutino al meer dan 30 jaar vast in de gevangenis van Metz. De kans dat hij ooit vrij zal komen is klein.
Aanbevolen
Onderstaande Franstalige documentaire en onze eigen podcast geven een goed beeld van Vincenzo Aiutino.
