Naam: Horst David 

Bijnaam: De wurger van Regensburg

Geboren: 22 november 1938, Breslau Nazi Duitsland

Overleden: 8 november 2020

Aantal moorden: 7+

Straf: levenslang

Jeugd

Horst David wordt geboren op 22 november 1938 in Breslau in Nazi Duitsland, het huidige  Wroclaw in Polen. Zijn moeder is een ongehuwde vrouw, die als landarbeidster werkt op verschillende boerderijen buiten de stad. Het is onbekend wie zijn vader is. Als de geallieerden op 6 juni 1944 in Normandie landen en de Russen twee weken later operatie Bagration beginnen wordt de Duitse Wehrmacht gedwongen zich terug te trekken. Dit is het begin van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Mensen uit het oosten van het Duitse rijk vluchten massaal richting het westen van Duitsland. Ook de vijfjarige Horst is met zijn moeder op de vlucht. 

Treinstation Hof

Na een lange vermoeiende treinreis komen ze aan op het treinstation van Hof, een stad in Beieren in het zuiden van Duitsland. Wat er dan gebeurt, zal de rest van het leven van Horst tekenen. Zijn moeder hangt hem een kartonnen bordje om zijn nek met zijn naam erop en ze verdwijnt. Ze laat haar kleuter alleen achter op het perron. Het is chaotisch op het station. Er zijn massa’s mensen en velen van hen zijn op de vlucht. Iemand van stationspersoneel ziet de kleine jongen staan met het bordje om zijn nek. Omdat niemand is wie hij is en waar zijn moeder is wordt hij overgedragen aan de autoriteiten. Zij brengen hem naar een kindertehuis in Hof. Vanwege de totale maatschappelijke chaos, de overvolle opvangcentra aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse heropbouw, blijft hij niet op één vaste plek in Beieren. Hij verblijft in de jaren erna in verschillende kindertehuizen en wordt is meerdere pleeggezinnen geplaatst. Horst voelt zich eenzaam en angstig. Hij kan zich aan niemand hechten en voelt zich bij elke overplaatsing weer in de steek gelaten. Hij denkt zelf dat hij wees is en dat zijn ouders zijn omgekomen tijdens de oorlog. Of hem dit verteld is of dat hij dit zelf heeft aangenomen is niet bekend. 

Na de Tweede Wereldoorlog is Duitsland een chaos met miljoenen vluchtelingen, ontheemden en zogenaamde ‘wolfskinderen’, kinderen die door hun ouders ergens zijn achtergelaten. De Suchdienst des Roten Kreuzes houdt centrale registers bij waarin gezochte personen en achtergelaten kinderen worden gekoppeld op basis van namen, geboorteplaatsen en herkomst-regio’s. Omdat Horst in 1944 met een bordje met zijn naam om zijn nek op het station van Hof was achtergelaten, weten de autoriteiten zijn naam en geboorteplaats Breslau. 

In 1948, als de administratie in de verschillende bezettingszones beter beginnen te functioneren, matcht de opsporingsdienst de gegevens van de jonge Horst met de naoorlogse registratie van zijn moeder. Zij blijkt in Cuxhaven in het noorden van Duitsland te wonen. Horst verheugt zich enorm op de hereniging met zijn moeder. Hij begint zijn moeder brieven te schrijven, maar krijgt maar af en toe antwoord. Hij vraagt haar waarom zij hem destijds alleen op het station heeft achtergelaten, maar daar geeft zijn moeder geen antwoord op. Horst blijft hopen, dat hij binnenkort bij zijn moeder mag gaan wonen. Dat gaat nooit gebeuren. Zij weigert Horst op te nemen in haar nieuwe gezin en wil hem niet zien. Er vindt nooit een ontmoeting of hereniging plaats. De eerste keer dat zijn moeder hem in de steek laat kan de kleine Horst nog zien als een handeling uit paniek. Maar nu zijn moeder hem in rustiger tijden niet bij zich wil hebben komt dit als een dolksteek binnen bij de inmiddels tienjarige jongen. In de jaren erna krijgt hij nog sporadisch een brief van haar, maar daarin toont ze geen enkele moederlijke liefde of warmte. 

Horst gaat in de jaren erna van kindertehuis naar kindertehuis, allemaal in de regio Hof in Beieren. De opvangtehuizen in het naoorlogse Duitsland zijn overvol en staan bekend om een streng, kil regime. Van liefde voor de kinderen is geen sprake en mishandeling is aan de orde van de dag. Hij blijft nergens lang genoeg om een band met zijn verzorgers of andere kinderen op te bouwen. In de praktijk komt het erop neer dat hij opgroeit als een emotioneel volledig geïsoleerd kind. 

Rond zijn vijftiende gaat hij een opleiding tot huisschilder en behanger volgen. Dit is in die tijd een gebruikelijke route voor tienerjongens uit weeshuizen om snel financieel zelfstandig te worden. Tijdens deze opleiding woont hij in eenvoudige studentenkamers of gedeelde arbeiderspensions in de regio Beieren. Hij heeft nog steeds geen eigen of vast adres waar hij voor langere tijd kan verblijven. Hij is zo goed in zijn vak, dat hij ook het meestervakmanschapsdiploma haalt. 

Rond deze tijd krijgt hij weer één van de zeldzame brieven van zijn moeder. Zij schrijft, dat hij voor een appartement moet zorgen, omdat zij bij hem wil gaan wonen. Horst zet alles op alles om dit voor elkaar te krijgen maar zijn moeder komt nooit. Dit blijkt tevens de laatste brief, die hij ooit van haar zal ontvangen. Horst blijft zijn moeder brieven sturen, maar deze worden niet beantwoord. 

Na het afronden van zijn opleiding gaat hij aan de slag als rondreizende en gecertificeerd schilder. Hij trekt heel Duitsland door voor zijn werk. Hij keert echter altijd weer terug naar Beieren, in de omgeving van Regensburg. Daar leert hij begin jaren 60 een meisje kennen. Hoe ze heet en waar ze elkaar hebben ontmoet is niet bekend. Het zou via zijn werk kunnen zijn, maar ook bij de lokale schietclub en kegelclub waar Horst regelmatig komt. Of in het uitgaansleven. Horst valt in de smaak bij de vrouwen omdat hij goed kan dansen. 

In 1963 trouwen ze en gaan ze in Hainsacker wonen, een klein dorp met zo’n 2000 inwoners, dat ten noorden van Regensburg in Beieren ligt. Ze krijgen twee zonen en lijken een ogenschijnlijk normaal gezinsleven te leiden. Horst werkt als schilder en zijn vrouw zorgt voor het huishouden en de kinderen. Horst is een lieve vader voor zijn kinderen. Hij kookt samen met ze, schrijft verhalen en gedichten, speelt orgel en accordeon en doet spelletjes met zijn gezin. In de vakanties trekken ze er met zijn vieren op uit. Ze reizen naar de kust, Italië, Joegoslavië of Oostenrijk. 

Misdaden

Na een paar jaar komen de eerste scheurtjes in het idyllische gezin. Steeds vaker verdwijnt Horst. Hij blijft dan dagenlang weg van huis zonder te zeggen waar hij naartoe gaat. Horst rijdt dan heel Duitsland door, van München tot aan Hamburg. Tijdens deze tripjes houdt hij zich vooral bezig met het bezoeken van sekswerkers. Hierdoor raakt hij in de financiële problemen. Dit probeert hij op te lossen door cheques te vervalsen. Dit doet hij ook bij het schildersbedrijf waar hij werkt. In 1983 verandert hij een ontvangen cheque van zijn werkgever van 400 DM in een bedrag van 14.000 DM gemaakt. Horst wordt op staande voet ontslagen. 

Als zijn vrouw erachter komt, dat hij ontslagen is wegens oplichting is ze het zat. De jarenlange financiële problemen van het gezin hebben hun tol geëist en de regelmatige verdwijningen van haar man hebben hun huwelijk ook geen goed gedaan. Ze gaat van hem scheiden. De kinderen blijven bij haar wonen en Horst verhuist naar een appartement  in Regensburg. Door zijn oplichtingspraktijken lukt het hem niet meer om aan een baan te komen en hij belandt in de bijstand. Wel heeft hij nog steeds een goed contact met zijn ex-vrouw en zijn zonen komen regelmatig bij hem op bezoek. 

In zijn nieuwe woonomgeving wordt hij door zijn buren gezien als een nette vriendelijke man. Hij is attent, lief en behulpzaam. De buurkinderen komen graag bij hem langs en krijgen dan een doosje Smarties van hem. Het enige wat de buren zorgen baart is zijn alcoholgebruik. Ze zien hem nooit dronken, maar zijn afvalzakken zijn altijd vol met lege blikjes bier en flessen brandewijn. Horst drinkt achter gesloten deuren als hij alleen is. 

Hij bezoekt nog steeds regelmatig sekswerkers, maar kan dit niet bekostigen van zijn uitkering. Hij leent regelmatig geld van buren, vrienden en bekenden. Deze leningen betaalt hij echter zelden terug. Hierdoor ontstaan er steeds meer ruzies en raakt hij nog meer geïsoleerd. Niemand wil hem nog geld lenen en omdat hij zijn levensstandaard niet aanpast aan zijn uitkering raakt hij weer in de financiële problemen. 

Eén van de mensen van wie hij regelmatig geld leent is zijn 85-jarige buurvrouw Mathilde Steindl. Ze hebben een goed contact en Horst doet regelmatig klusjes bij haar in huis of helpt haar met de boodschappen. Op 7 september 1993 klopt hij weer bij haar op de deur. Mathilde laat hem binnen en hij vraagt haar of ze hem nog een klein bedrag kan lenen. Dit keer wijst Mathilde het resoluut af. Ze heeft hem al vaker geld geleend en heeft nooit een cent teruggekregen. Horst wordt woedend als ze hem het geld weigert. Hij legt zijn handen rond haar nek en wurgt haar net zolang tot ze dood op de grond ligt. Daarna pakt hij de keukenschort van Mathilde. Hij weet, dat Mathilde elke maand 300 DM pint voor de boodschappen van die maand en dat ze dit bewaart in de zak van haar keukenschort. Als hij het geld gevonden heeft, vertrekt hij weer. Horst doet net of er niets is gebeurd. Die dag heeft hij afgesproken om bij een andere buurman klusjes te doen en deze afspraak komt hij gewoon na. 

Als de vingerafdrukken van Horst worden gecontroleerd, wordt hij verbonden aan meer moorden:

Er wordt een match gevonden met een vingerafdruk die in 1975 werd gevonden op een colaglas. Dit glas werd op 24 augustus 1975 aangetroffen op een plaats delict van een moord in München. Het is de eerste keer in Duitsland dat er met AFIS een match wordt gevonden. Op die dag werd de 23-jarige Fatima Grossart vermoord. 

Fatima Grossart is van oorsprong Marokkaans en werkt in Las Palmas op de Canarische eilanden als sekswerker in een bordeel. Daar ontmoet ze in 1972 de Duitse trompettist en concertbegeleider Klaus Grossart. Klaus neemt haar mee naar Duitsland en ze trouwen al snel. Het stel vestigt zich in München, waar Fatima blijft werken als sekswerker, dit keer met Klaus als degene die haar klanten regelt. Dit doet hij via advertenties in de krant. Ze heeft vooral meer welgestelde mannen als klant en deze ontvangt ze in hun woning aan de Arcisstraße. Fatima stuurt een groot gedeelte van haar verdiende geld naar haar familie in Marokko. 

Op 24 augustus 1975 is Horst David haar klant. Als het werk verricht is valt hij haar aan en wurgt haar met zijn blote handen totdat ze dood is. Daarna doorzoekt hij haar appartement en neemt al haar geld en waardevolle spullen mee. Pas de volgende avond wordt ze gevonden door haar echtgenoot Klaus. Hij was op toernee met zijn orkest komt pas 25 augustus laat in de avond terug. Klaus belt meteen de politie. Als er onderzoek wordt gedaan in de woning, vinden ze daar onbekende vingerafdrukken op een colaglas, maar deze worden achtergehouden. De recherche heeft Klaus als hoofdverdachte op het oog, aangezien hij de klanten voor Fatima regelt. Klaus heeft echter een alibi voor 24 augustus. Hij was op toernee met zijn orkest. Hij is echter in de vroege ochtend van 24 augustus nog even in München geweest. Eén van de muzikanten was zijn paspoort vergeten en aangezien Klaus de begeleider van het orkest is wordt hem gevraagd dit op te halen. Samen met een collega rijdt hij in de nacht van 23 op 24 augustus naar München, haalt het paspoort van de muzikant op en rijdt weer terug naar Oberstaufen, waar het orkest op dat moment optreedt. Hij geeft echter aan niet in de woning te zijn geweest die nacht. 

Als het onderzoek naar de moord na een half jaar vastloopt, richt de politie zich toch weer op Klaus. Ze vragen aan zijn collega, die meeging om het paspoort op te halen of Klaus dit nacht even alleen is geweest. Die collega geeft aan het niet meer te weten en dat die mogelijkheid er misschien wel even zou kunnen zijn geweest. Dit is voor de politie, die perse een dader voor de moord willen vinden, genoeg om Klaus te arresteren. Hij zit in afwachten van zijn rechtszaak meer dan een jaar vast. Klaus Grossart wordt wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. 

Als de politie ziet dat de vingerafdrukken die zijn gevonden op het colaglas in de woning van Fatima in 1975 matchen met de vingerafdrukken van Horst, wordt hij verzocht op het politiebureau te komen. Op 24 augustus 1995 wordt hij verhoord over de moord op Fatima. Horst ontkent iets met de moord te maken te hebben. Hij zegt zelfs niet in München te zijn geweest rond die tijd en nooit gebruik te hebben gemaakt van sekswerkers. Maar als de rechercheur hem confronteert met zijn vingerafdrukken op het colaglas, breekt hij. Er is geen ontkomen meer aan. Hij bekent Fatima Grossart te hebben vermoord. Volgens hem was hij als klant bij haar, maar eiste Fatima na haar bewezen diensten meer geld, dan ze hadden afgesproken. Hij werd toen zo boos, dat hij haar wurgde. Volgens hem vermoordde hij haar niet om het geld, maar werd hij overmand door zijn woede, waardoor hij niet meer kon stoppen met wurgen. 

Voor de recherche van München is het een enorme klap te moeten erkennen dat het destijds zo hopeloos fout is gegaan. Ze realiseren zich dat de recherche in 1975 oogkleppen op heeft gehad door zich blind te staren op Klaus Grossart. Dat een onschuldige man hierdoor 14 maanden in een zwaarbeveiligde cel heeft gezeten en zijn hele maatschappelijke carrière heeft zien instorten, zorgt voor grote schaamte.

Nu de deksel van de put is bekent Horst niet alleen de moord op Fatima, maar ook de moord op een andere sekswerker in München, Waltraud Frank. Waltraud is een 24-jarige vrouw, die haar geld verdient als sekswerker. Net als Fatima werkt ze in haar eigen huis in de wijk Schwabing in Munchen. Ze biedt ze zichzelf aan via advertenties in de krant. Omdat Horst zo anoniem mogelijk sekswerkers wil bezoeken, koopt hij bij aankomst in München een lokale krant. Daarin zoekt hij naar telefoonnummers van sekswerkers en maakt een afspraak. Op 22 augustus 1975 komt hij aan bij het appartement van Waltraud. In tegenstelling tot Fatima heeft zij niemand die de zaken voor haar regelt en woont ze alleen. Als Horst gebruik heeft gemaakt van haar diensten, wurgt hij haar met de ceintuur van haar badjas. Als ze dood op de grond ligt, doorzoekt hij in alle rust haar appartement. Hij neemt een paar honderd Duitse Mark en wat sieraden mee. Horst geeft voor de moord op Waltraud dezelfde verklaring als bij de op Fatima. Volgens hem zouden ze een prijs hebben afgesproken en eiste Waltraud naderhand meer geld. Horst vertelt tegen de politie, dat Waltraud zich niet zomaar gewonnen gaf. Ze verzette zich hevig tijdens de worsteling en maakte met haar nagels diepe krassen in de rug van Horst. Ondanks de hevige, pijnlijke krassen op zijn lichaam, toont Horst bij thuiskomst bij zijn gezin geen enkel spoor van paniek. Toen zijn eigen vrouw de schrammen op zijn rug opmerkte en hem vroeg hoe hij daaraan kwam, loog hij en deed de verwondingen simpelweg af als een onschuldig ongelukje tijdens zijn werk als huisschilder. Zijn vrouw geloofde hem. Horst zegt, dat hij de gestolen sieraden verkocht en van dit geld zijn schulden of een volgende seksafspraak betaalde. 

Toen Waltraud niet op een volgende afspraak verscheen, werd de politie ingeschakeld. Zij forceerden haar deur en zien haar dood op de grond liggen. Er worden geen vingerafdrukken of andere sporen aangetroffen en de politie heeft geen idee in welke richting ze de moordenaar moeten zoeken. Er werden geen verdachten aangehouden en de zaak belandde al snel op de plank. Toen twee dagen later Fatima Grossart werd vermoord werd er door de politie geen enkel verband gelegd tussen beide moorden.

Horst bekent nog vier moorden:

De eerste van de vier moorden die hij bekent is die op de 59-jarige alleenstaande Barbara Ernst. Zij woont net als Horst in Regensburg en is op zoek naar een schilder. Zo komt ze bij Horst David terecht. In het begin is Barbara voorzichtig. Een onbekende man, die in haar huis komt klussen terwijl ze alleen woont, maar na een paar dagen laat ze haar waakzaamheid varen. Horst is een vriendelijke beleefde man, die door zijn behulpzaamheid en vriendelijkheid al snel haar vertrouwen heeft gewonnen. Volgens Horst krijgt hij ruzie met haar op het moment dat er over geld gesproken wordt. Hij vraagt haar om een voorschot nu hij halverwege de klus is, maar dit weigert ze. Dat maakt hem zo boos, dat hij haar met zijn blote handen wurgt. Wat hij dan doet, is een groot verschil met zijn slachtoffers uit 1975. Hij ensceneert de plaats delict zo, dat het lijkt, dat Barbara een ongeluk heeft gehad. Haar lichaam wordt zo neergelegd, dat het lijkt op een val. Daarna neemt hij al haar contante geld, wat een paar honderd mark is, en sieraden mee. Deze camouflage werkt. Als de politie onderzoek doet na de dood van Barbara Ernst komen ze tot de conclusie dat ze door een huiselijk ongeluk is overleden. 

Voor de familie van Barbara komt het nieuws, dat ze niet is overleden door een ongeluk, maar door verwurging als een donderslag bij heldere hemel. Zij leefden in de absolute overtuiging dat ze door een tragisch huishoudelijk ongeluk om het leven was gekomen. De politie heeft de zaak destijds immers zo gesloten. De plotselinge mededeling van de recherche dat hun familielid in werkelijkheid op brute wijze is gewurgd door de schilder, slaat in als een bom. Het verwerkingsproces dat zij in de afgelopen 14 jaar hebben doorlopen, wordt in één klap vernietigd. Ze moeten opnieuw gaan rouwen, ditmaal met de wetenschap dat haar laatste momenten vol angst en geweld zijn geweest. Naast verdriet is er bij de familie ook sprake van grote bitterheid en woede. Het feit dat de dader hierdoor nog 14 jaar lang vrij en ongestoord heeft kunnen rondlopen en daarna zelfs nog meer slachtoffers heeft kunnen maken, zorgt voor een gevoel van onmacht en frustratie bij de familie.

De tweede moord die Horst bekent is die op de 67-jarige Martha Lorenz op 26 januari 1983. Martha is met pensioen en woont alleen in haar appartement in Regensburg. Ook zij kende Horst niet van te voren, maar huurt hem in als klusjesman. Hier schetst zich hetzelfde scenario af als bij Barbara Ernst. Horst weet met zijn charme al snel het vertrouwen te winnen van Barbara. Na een paar dagen gewerkt te hebben vraagt hij haar om een voorschot. Als ze dit weigert wurgt hij haar dood. Hij doorzoekt haar huis en neemt al haar geld en sieraden mee. Vervolgens legt hij haar lichaam zo neer, dat het lijkt op een natuurlijke dood. Ook dit keer werkt het. De patholoog geeft aan, dat ze is overleden door natuurlijke oorzaken, waarschijnlijk een acute hartaanval. 

Zodra Horst deze moord bekent vraagt de rechercheur de medische gegevens op van Martha Lorenz. Hierin zoeken ze naar de originele medische notities van de lijkschouwer en de destijds gemaakte foto’s van het lichaam. In de oude medische dossiers staan kleine, puntvormige bloedingen in het gezicht en de ogen van Martha genoteerd. In 1983 dacht de arts nog aan acute hartproblemen, maar de rechercheurs identificeerden dit in 1995 direct als klassieke symptomen van verstikking door verwurging. De positie van minimale weefselbeschadigingen in haar halsstreek blijkt exact overeen te stemmen met de manier waarop David verklaart haar te hebben vastgegrepen. Omdat de details die Horst David geeft zó specifiek zijn dat alleen de werkelijke dader ze kan weten en deze naadloos aansluiten op de destijds verkeerd geïnterpreteerde medische symptomen in het dossier, concluderen de forensisch pathologen en rechercheurs dat zijn bekentenis de absolute waarheid is. Hierdoor kan de ‘natuurlijke dood’ van Martha Lorenz na twaalf jaar officieel worden omgezet in een wettig bewezen roofmoord. 

Zijn derde bekentenis gaat over de moord op de 70-jarige Maria Bergmann. Deze vond plaats op 27 oktober 1984. Deze moord verloopt op dezelfde manier als die op Barbara en Martha. Hij wordt ingehuurd als schilder, vraagt een voorschot en wurgt zijn klant als dit geweigerd wordt. Hij positioneert haar lichaam, zodat het een ongeluk lijkt. 

Omdat haar dood op 27 oktober 1984 destijds door de huisarts was vastgesteld als een hartstilstand, is er geen sectie op haar lichaam. De recherche moet dus zonder notities van een patholoog bewijzen, dat het inderdaad een moord is en Horst de dader is. Hij deelt echter details die alleen de moordenaar kon weten. 

Hij beschrijft exact in welke ruimte van de woning hij haar heeft overmeesterd en hoe hij haar lichaam vervolgens zorgvuldig op bed heeft gepositioneerd om een natuurlijke dood na te bootsen. Hij noemt het precieze, destijds niet openbaar gemaakte geldbedrag en de specifieke voorwerpen die hij uit haar kasten heeft gestolen. Als de politie dit vergelijkt met de inventarislijsten van de erfgenamen komt dit precies overeen. De politie kan via de bedrijfsadministratie van Horst van destijds bewijzen dat hij die week inderdaad bij Maria Bergmann aan het werk was. 

Hierin vinden zij de officiële facturen, bestellingen en kwitanties terug die gekoppeld zijn aan het adres van Maria Bergmann in de week van oktober 1984. Dit levert het onomstotelijke bewijs dat hij ten tijde van haar overlijden de exclusieve toegang tot haar woning had als klusjesman. De rechercheurs leggen de verklaring van Horst over het exacte tijdstip van de moord naast het schouwrapport van de huisarts. Hoewel de arts in 1984 een foutieve doodsoorzaak heeft vastgesteld, blijken de genoteerde biologische factoren, zoals de intreding van de lijkstijfheid en de lichaamstemperatuur, perfect te matchen met het tijdstip dat David in de verhoorkamer opbiecht. 

De vierde moord die hij tijdens dit verhoor bekent is die op de 84-jarige Kunigunda Thoss op 22 januari 1992. In tegenstelling tot zijn vorige slachtoffers kende Horst haar al jaren. Begin jaren 80 heeft hij bij haar thuis geschilderd en behangen en ze hebben al die jaren contact gehouden. Kunigunda is een vermogende vrouw en zij heeft te doen met Horst. Horst is altijd behulpzaam en vriendelijke naar haar toe, maar heeft ook altijd financiële problemen. In de twaalf jaar dat ze elkaar hebben gekend heeft ze hem ruim 20.000 DM geleend, waarvan nauwelijks iets is terugbetaald. Ze begint te beseffen, dat ze haar geld waarschijnlijk nooit meer terug zal zien. Als Horst haar op 22 januari 1992 weer om geld vraagt, weigert ze dit. Dit maakt hem zo boos, dat hij haar met zijn blote handen wurgt. Hij legt haar lichaam op bed, zet haar rechtop en drukt een krant in haar hand. Als later de huisarts komt om haar dood te constateren, vermeldt hij dat ze is overleden door een hartstilstand. Horst doorzoekt haar woning en neemt haar geld en waardevolle spullen mee. Na de bekentenis van Horst duiken de rechercheurs in de administratie en bankafschriften van dader en slachtoffer. Hierop vinden ze inderdaad tientallen overschrijvingen van Kunigunda naar Horst. 

Arrestatie en rechtszaak

Nog diezelfde dag wordt het lichaam van Mathilde gevonden. Omdat Mathilde een zeer voorspelbaar dagritme heeft en plotseling niet meer reageert op telefoontjes en geklop op de deur, slaat haar zoon alarm. Hij belt de politie. Agenten hebben gelijk het vermoeden, dat het om een roofmoord gaat, aangezien al haar geld is verdwenen. Ze zien echter, dat haar onderbroek naar beneden is getrokken, dus er zou ook een seksueel motief voor de moord kunnen zijn. Bij de autopsie wordt vastgesteld, dat de doodsoorzaak een breuk van het tongbeen is. Daarmee is duidelijk, dat het om verwurging gaat. 

De recherche ondervraagt verschillende buren, waaronder Horst. Hij springt er voor de recherche meteen uit, vanwege zijn nerveuze gedrag. Bovendien geven meerdere buren aan, dat Horst die dag nog bij haar langs is geweest en weleens de laatste zou kunnen zijn geweest die haar heeft gezien. Omdat hij haar hielp met boodschappen en klusjes, had Mathilde hem een reservesleutel van haar woning gegeven. Aangezien er geen sporen van braak op de deur van het appartement worden aangetroffen, weet de politie meteen dat de dader een bekende moet zijn die een sleutel heeft óf door Mathilde vrijwillig is binnengelaten. 

In het appartementen worden de vingerafdrukken van Horst gevonden. Ook worden vezels van Mathildes kleding op de kleding van Horst aangetroffen. Hier heeft hij echter een logische verklaring voor, aangezien hij regelmatig klusjes en boodschappen voor haar doet. Horst geeft aan een alibi te hebben. Hij zegt dat hij ten tijde van de moord bij een andere buurman was om daar klusjes te doen. 

Horst probeert haar zoon, die ook in hetzelfde appartementencomplex woont als verdachte naar voren te schuiven. Het wordt echter al snel duidelijk, dat hij het niet gedaan heeft. Horst blijft hun hoofdverdachte. 

Dit wordt nog versterkt, als Horst opeens zijn schulden gaat terugbetalen. Hij heeft bij meerdere buren en bekenden leningen open staan en heeft zich bedacht, dat het terugbetalen hiervan hem meer betrouwbaar zal maken. Dit heeft op de politie echter het omgekeerde effect. Zij besluiten hem in voorlopige hechtenis te plaatsen. Daar blijft hij niet lang. De rechter vindt dat er onvoldoende bewijs is om hem te vervolgen.

Zijn vingerafdrukken werden door de autoriteiten routinematig naar het Beierse Staatsbureau voor Crimineel Onderzoek gestuurd. Duitsland heeft in 1992 het zogenaamde AFIS geïntroduceerd, het Automated Fingerprint Identification System. Dit is een computersysteem om vingerafdrukken te matchen met een database van bekende en onbekende afdrukken die ooit op plaatsen delict zijn aangetroffen. Vingerafdrukken worden al decennia afgenomen, maar sinds een jaar zijn alle afdrukken die sinds 1947 zijn afgenomen ondergebracht in dit digitale systeem. De vingerafdrukken van Horst worden hier ook doorheen gehaald. Het is een standaardprocedure, dus veel wordt er niet van verwacht. 

Dat loopt anders. Er wordt een match gevonden met een vingerafdruk die in 1975 werd gevonden op een colaglas. Dit glas werd op 24 augustus 1975 aangetroffen op een plaats delict van een moord in München. Het is de eerste keer in Duitsland dat er met AFIS een match wordt gevonden. Op die dag werd de 23-jarige Fatima Grossart vermoord. 

Een paar dagen later bekent Horst nog vijf moorden. Horst loopt helemaal leeg tijdens het verhoor. Hij bekent nu ook de moord op Mathilde Steindl, zijn buurvrouw die hem geen geld wilde lenen. Hij wordt na het verhoor vastgezet in de gevangenis van Regensburg. In de dagen erna begint zijn geweten aan hem te knagen. Zal hij de andere moorden ook bekennen, moorden die hij heeft gepleegd, maar die door de politie destijds werden afgedaan als huiselijke ongelukjes? Hij weet dat de politie er nooit achter zal komen, maar van de last van zijn schouders af. Horst beseft dat hij voor de moorden die hij al bekend heeft toch wel levenslang zal krijgen, dus hij heeft niets meer te verliezen. 

De politie heeft bewust een aantal dagen gewacht met een volgend verhoor, in de hoop dat een paar dagen alleen in zijn cel iets met hem gaat doen. En dat gebeurt dus, meer zelfs dan ze hadden verwacht. Op 28 augustus 1995 wordt Horst weer naar de verhoorkamer gebracht. Hoofdrechercheur Josef Wilfling gaat ervan uit, dat ze wat meer details over de drie moorden kunnen lospeuteren nu hij een paar dagen in zijn uppie heeft gezeten. Nog voordat ze een vraag kunnen stellen neemt Horst zelf het woord. Hij verklaart dat hij ‘schoon schip’ wil maken en bekent achter elkaar nog vier moorden. Het gaat om vier oudere vrouwen die hij tussen 1981 en 1992 heeft gepleegd. Zo verandert de zaak in een tijdsbestek van vier dagen van een enkele moordzaak van 20 jaar geleden in het dossier van een van de meest beruchte naoorlogse Beierse seriemoordenaars. De rechercheurs reageren met een mix van totale verbijstering, professionele alertheid en een gevoel van ontlading. 

Rechercheurs rennen naar de archieven om de dossiers van de door Horst genoemde slachtoffers op te vragen. Er heerst grote schok als de dossiers worden ingezien: ze realiseren zich dat al deze moorden destijds door de lokale autoriteiten zijn afgedaan en gearchiveerd als ‘huishoudelijke ongelukken’, zoals een fatale val van de trap of een natuurlijke dood. 

De recherche betwijfelt of het bij deze zeven moorden is gebleven. Ten eerst was Horst al 37 jaar toen hij de moorden in 1975 pleegde. De meeste seriemoordenaars beginnen eerder te moorden. Ten tweede is het zeer atypisch dat iemand die voor het eerst een moord pleegt al twee dagen later zijn volgende moord pleegt. Dit hoort eerder bij iemand, die al meerdere moorden heeft gepleegd. Ten derde is het ongewoon dat er tussen de moorden in München en de moorden in Regensburg een lange tijd is verstreken, bijna zes jaar. Over het algemeen komt dit alleen voor als er in het leven van de seriemoordenaar in die periode iets anders opmerkelijks gebeurt, zoals een nieuwe liefde, de geboorte van een kind of het uitzitten van een gevangenisstraf. Dat is in het geval van Horst niet aan de orde. Verder reisde Horst veel en was dan dagenlang van huis. Zo ging hij naast München ook geregeld naar Hamburg. 

Rechercheur Wilfling verhoort Horst in de maanden erna regelmatig, ervan overtuigd dat de zeven moorden die hij in totaal bekende niet de enige zijn. Horst blijft volhouden dat hij alles verteld heeft. Josef Wilfling laat het er niet bijzitten. Hij neemt contact op met de recherche in onder andere Hamburg, maar ook in andere deelstaten. Hij vraagt hen alle onopgeloste wurgmoorden op sekswerkers en plotselinge ‘huishoudelijke sterfgevallen’ van oudere vrouwen uit de periodes 1970–1995 te screenen. Cold cases aangedragen door zijn collega’s legt hij voor aan Horst. Hij blijft erbij dat hij geen andere slachtoffers heeft gemaakt. Ook via het AFIS systeem zijn er geen verdere matches te vinden. 

De rechtszaak tegen Horst David begint in oktober 1996 in het Landgericht in München. Hier wordt hij aangeklaagd voor alle zeven moorden. Vanaf de eerste procesdag zit de grote zittingszaal van het Landgericht München volgepakt met cameraploegen, verslaggevers en journalisten. De Duitse boulevardpers, met voorop bladen zoals Bild schrijven dagelijks paginagrote artikelen, waarin hij de ‘Würger von Regensburg’ wordt genoemd. Horst David ziet er in de rechtszaal niet uit als het stereotype gevaarlijke seriemoordenaar in zijn keurige pak, grijzende haar en bril. Terwijl de details van de moorden worden voorgelezen, vertrekt Horst hij geen spier. Hij staart het grootste deel van de tijd recht voor zich uit naar de rechters en beantwoordt de vragen van de rechter met een kalme, monotone en bijna zakelijke stem.

Omdat Horst David tijdens de verhoren in augustus 1995 al een uitgebreide en gedetailleerde bekentenis had afgelegd, hoeft de rechtbank geen langdurige bewijsvoering op te tuigen om zijn schuld aan te tonen. Tijdens de zittingen staat met name zijn psychische gesteldheid centraal. Deskundigen analyseerden zijn zware jeugdtrauma’s, maar verklaren hem desondanks volledig toerekeningsvatbaar. De rechtszaak duurt niet lang. Al in december 1996 doet de rechter uitspraak. Horst David krijgt een levenslange gevangenisstraf. Vanwege de ernst van de daden stelt de rechtbank ook de zogenaamde Besondere Schwere der Schuld vast. Dit betekent dat hij na de destijds gebruikelijke 15 jaar niet zomaar vervroegd vrij kan komen. 

De media duiken bovenop het feit dat de politie twintig jaar lang blind is geweest voor zijn daden. Het feit dat de onschuldige concertmanager Klaus Grossart 14 maanden had vastgezeten voor de moord op zijn vrouw Fatima, is groot landelijk nieuws en zorgt voor felle kritiek op de opsporingsdiensten. Klaus Grossart zit op de publieke tribune om te zien wie wel zijn vrouw heeft vermoord. Zijn aanwezigheid in de rechtszaal zorgt ervoor, dat de media en het publiek hem twintig jaar later eindelijk als slachtoffer in plaats van als verdachte gaan zien. 

Gevangenis van Straubling

Na de rechtszaak wordt Horst overgebracht naar de zwaarbeveiligde gevangenis van Straubling. Daar zorgt hij geen enkele keer voor problemen. Hij houdt zich strikt aan alle gevangenisregels, zoekt geen ruzie met medegevangenen of bewakers en wordt door het gevangenispersoneel omschreven als een beleefde, rustige man. Tijdens zijn verblijf schrijft hij een autobiografie over zijn leven en misdaden. Deze is echter nooit gepubliceerd, omdat Horst niet wil dat er geld wordt verdiend aan zijn verhaal. Eén van de citaten uit zijn schrijven geeft goed weer hoe hij over zichzelf denkt: ‘Es gibt Menschen, die zum Heilen und Helfen geboren sind. Andere zum Vernichten’. Er zijn mensen geboren om te helen en te helpen. Anderen om te vernietigen. De originele schriften van Horst David liggen vermoedelijk nog altijd opgeborgen in de officiële justitiële archieven van Beieren.

Horst David overlijdt op 8 november 2020 een natuurlijke dood in de ziekenboeg van de gevangenis van Straubing. Hij sterft in totale anonimiteit: De media is na zijn rechtszaak niet meer in hem geïnteresseerd. Zijn ex-vrouw en kinderen hebben al in 1995 alle contacten verbroken en hebben hem in de 25 jaar dat hij vastzat nooit meer opgezocht. Hij neemt eventuele overige onbekende moorden definitief mee zijn graf in. Horst David wordt 81 jaar oud. 

Aanbevolen

Onze podcast geeft een goed beeld van het leven en de misdaden van Horst David: