Naam: Adrian Lim

Geboren: 6 januari 1942, Singapore

Overleden: 25 november 1988

Aantal moorden: 3

Straf: doodstraf

Jeugd

Adrian Lim wordt geboren op 6 januari 1942 in Singapore. Na hem worden nog twee meisjes geboren. Dit betekent dat hij binnen de traditionele Chinese cultuur als stamhouder een bevoorrechte positie heeft. Zijn vader werkt op kantoor bij de havenautoriteiten en zijn moeder is huisvrouw. Zijn ouders behoren tot de meerderheid van de Chinees-Singaporese middenklasse die het traditionele Chinese volksgeloof aanhangen. Dit is een mix van taoïsme, boeddhisme en voorouderverering.

Adrian is van jongs af opvliegend, opstandig en agressief. Zijn woede-uitbarstingen zorgen voor constante spanningen in het huishouden. Zijn ouders proberen hem discipline bij te brengen door hem naar de Anglo-Chinese School te sturen. Dit is een prestigieuze, protestantse eliteschool. Hierdoor krijgt Adrian, naast de geloven die behoren bij het Chinese volksgeloof, de verhalen uit de Bijbel en de christelijke structuren mee. Na één jaar houdt hij het al voor gezien. Singapore heeft in de jaren 50 geen leerplicht, dus vanaf zijn veertiende gaat hij aan het werk. 

Hij gaat aan de slag bij kabel-radiobedrijf Rediffusion Singapore. De eerste jaren werkt hij daar als elektricien. Hij gaat heel Singapore door om kabels te trekken, kastjes op te hangen en technische storingen op te lossen. Na drie jaar wordt hij gepromoveerd tot bill collector. Vanaf dat moment rijdt hij langs de abonnees om achterstallige abonnementsgelden te innen. 

Toa Payoh Block 12

Midden jaren 60 leert Adrian Lillian kennen. Een paar jaar later trouwen ze en betrekken ze een driekamerappartement op zevende verdieping van Toa Payoh Block 12. Tot ver in de jaren ’60 is Toa Payoh, wat ‘groot moeras’ betekent, een drassig gebied met krakers, sloppenwijken en boerderijen. Het is een arme, onhygiënische en onoverzichtelijke buurt. Na de onafhankelijkheid van Singapore kiest de regering Toa Payoh uit voor een experiment: de eerste, vanaf nul ontworpen stad. De sloppenwijken worden platgewalst en er verrijzen in recordtempo vele uniforme hoogbouw-flats van 12 tot 19 verdiepingen hoog. In de jaren ’70 wordt Toa Payoh dé trots van Singapore. Het bewijst in hun ogen dat de overheid honderdduizenden mensen uit de armoede in hypermoderne flats kan huisvesten. Dit blijkt echter maar deels waar. Toa Payoh staat ook bekend als ‘Chicago van het Oosten’ vanwege de grote hoeveelheid criminaliteit. De bewoners van de grote flats in Toa Payoh zijn vooral mensen uit de arbeidersklasse. Omdat ze op elkaar gepakt wonen in op elkaar gepakte flats met lange, gedeelde galerijen, heerst er een sociale dynamiek. Iedereen weet alles van elkaar, maar tegelijkertijd kun je anoniem verdwijnen achter je eigen voordeur. 

In deze wijk gaan Adrian en Lillian wonen en krijgen ze twee kinderen, een zoon en een dochter. Adrian is de kostwinner en Lillian doet de huishouding en de opvoeding van de kinderen. Na een paar jaar claimt Adrian, dat hij bovennatuurlijke gaven heeft. Hij verandert hun gezinshuis steeds meer in een donker spiritueel centrum, waarbij Adrian de huiskamer vol zet met Hindoestaanse offers, taoïstische altaars, voodoo-poppen en crucifixen. In de avonduren begint Adrian in hun woonkamer een praktijk als spiritueel medium. Lillian moet lijdzaam toekijken hoe hun gezellige familiehuis verandert in woning waarin er eigenlijk geen ruimte meer is voor haar en hun kinderen. Elke avond komen er vreemde mensen over de vloer die gebruik willen maken van de vermeende gaven van haar man. Lillian en de kinderen moeten elke avond doorbrengen in hun slaapkamers, omdat Adrian de woonkamer bezet houdt voor zijn sessies.

Catherine Tan Mui Choo

In de zomer van 1974 wordt het nog erger. Op een avond geeft Adrian een sessie aan een jong meisje. Als Lillian de volgende ochtend wakker wordt ziet ze, dat dit meisje op de divan in de woonkamer is blijven slapen. Op hoge poten gaat ze naar haar man om verhaal te halen. Adrian vertelt haar echter, dat dit meisje vanaf nu bij hen blijft wonen. Ze stelt hun nieuwe gezinslid aan haar voor: Catherine Tan Mui Choo. Lillian is verbijsterd. Ze probeert Adrian op allerlei manier van gedachten te laten veranderen. Eerst met redelijk overleg, dan met ruzie en vervolgens met de dreiging om met de kinderen te vertrekken. Adrian houdt echter voet bij stuk. Sterker nog, hij vraagt Lillian om Catherine te accepteren als zijn nieuwe ‘Holy Wife’. Hij beweert, dat Catherine hem helpt bij zijn spirituele sessies en vanaf nu zijn partner in zijn praktijk. Hoe meer Lillian tegensputtert, hoe meer Adrian naar Catherine trekt. Na een paar maanden is ze het zat. Ze neemt haar kinderen mee en vertrekt. 

Catherine en Adrian blijven met zijn tweeën over in het appartement. Als de scheiding met Lillian erdoor is, wordt Catherine officieel de echtgenote van Adrian. Van een gelijkwaardige relatie is echter geen sprake. Het verandert zelfs van een goeroe-volgeling relatie in een meester en slaaf verhouding. Adrian eist totale gehoorzaamheid. Hij controleert elk aspect van haar leven: wat ze denkt, wat ze draagt, met wie ze praat en wanneer ze slaapt. Catherine mag geen eigen wil of mening meer hebben. 

Adrian dwingt Catherine om weer aan het werk te gaan in de nachtclub, maar nu als sekswerker. Elk dubbeltje dat ze verdient, moet ze direct aan Adrian afdragen. Als ze niet genoeg geld meebrengt, of als ze in zijn ogen onheilig heeft gehandeld, straft hij haar af. Hij slaat haar met stokken en riemen, schopt haar en brandt haar met sigaretten. Adrian herinnert haar er constant aan dat ze buiten hem om niets waard is, dat haar ouders haar hebben gedumpt en dat ze bloed zal spugen en zal sterven als ze hem verlaat.

Door de inkomsten die Catherine binnenbrengt kan Adrian stoppen met zijn baan bij kabel-radiobedrijf Rediffusion Singapore. Hij richt zich nu fulltime op zijn spirituele praktijk. Adrian weet zelf heel goed, dat hij helemaal geen spirituele gaven heeft. Over reden waarom hij toch een praktijk start zegt hij letterlijk: ‘Om macht over mensen te krijgen en geld uit hun zakken te kloppen.’ Om zijn cliënten te overtuigen van zijn helende mediumschap heeft hij meerdere trucs bedacht. Zo verandert hij plotseling zijn stem en begint hij in vreemde, onverstaanbare talen of dialecten te praten om hen te overtuigen, dat bezeten raakt door een soort godheid. 

Hij vertelt met name jonge vrouwen, dat hun aura onrein is en dat ze vervloekt zijn. De enige manier om de boze geesten uit hun lichaam te verdrijven, is door seks met hem te hebben. Hij zou het enige medium zijn, dat contact heeft met de seksgodin Phragann. Deze godin heeft hij zelf bedacht. Hij claimt dat zijn mannelijke energie en sperma als een heilig medicijn werken om hen te reinigen en hun schoonheid te vergroten. Om dit vol te kunnen houden, gaat hij naar een reguliere arts voor hormooninjecties om zijn seksuele potentie te vergroten. Tegen de vrouwen zegt hij dat zijn uithoudingsvermogen het resultaat is van zijn goddelijke krachten.

Adrian heeft ook een truc om te bewijzen dat een cliënt bezeten is door een boze geest. Voordat de cliënt langskomt, pakt hij een naald en houdt deze in een vlam, totdat de naald door de hitte zwart is geworden. Door de hitte van de naald kan hij hiermee makkelijk door de kalkschaal van een rauw ei heen prikken. De hitte verzacht de schaal, waardoor deze niet barst. Hij duwt de zwarte naald volledig in het ei. Het minuscule gaatje dat overblijft, smeert hij dicht met wat kalk. Hierdoor is het ei niet meer te onderscheiden van een normaal ei. Als de cliënt in zijn praktijk zit, gaf hij diegene het geprepareerde ei. Deze moet de cliënt een tijdje vasthouden en voor de vorm wrijft hij met dit ei over de rug en schouders. Vervolgens moet de cliënt het ei in een schaal kapotslaan. Tot hun shock drijft er tussen het eigeel plotseling een onverklaarbare, zwarte naald. Adrian legt uit, dat dit de boze geest is die in de cliënt zat en dat hij de geest uit hun lichaam heeft getrokken. 

In 1979 komt de 24-jarige Hoe Kah Hong als cliënt bij Adrian. Ze heeft veel last van zware hoofdpijn en voelt zich emotioneel instabiel. Haar moeder heeft gehoord van een spiritueel medium in Toa Payoh en gaat met haar mee. Binnen een paar minuten heeft Adrian al een diagnose. Ze is niet ziek, maar bezeten door een demon. Via de naald-in-het-ei truc overtuigt hij haar hiervan. Daarna geeft hij haar shock-therapie met een zelfgebouwd apparaat. Hij heeft twee stroomdraden verbonden met klemmen en er een schakelaar tussen gezet. Via deze schakelaar bepaalt hij hoelang en hoeveel stroom hij op de klemmen zet. Hoe moet met blote voeten in een bak water gaan staan. De klemmen worden op haar hoofd bevestigd. Door de geleiding van het water krijgt haar hele lichamen elektrische schokken. De stroomschokken zorgen voor hevige, pijnlijke spierspanningen en stuiptrekkingen. Adrian vertelt, dat de pijn die ze voelt niet door de stroom komt, maar door de boze geesten die zich verzetten terwijl ze uit het lichaam worden gedreven. Als ze hard begint te schreeuwen, zegt Adrian dat het de demon is die in haar schreeuwt.

Hoe Kah Hong

Hoe Kah Hong wordt geboren op 10 september 1955 als het derde van zes kinderen. Als Hoe acht jaar oud is overlijdt haar vader plotseling. Het gezin raakt hierdoor in grote financiële nood. Haar moeder kan de zorg voor de zes kinderen niet dragen en besluit dat de jonge Hoe het gezin moet verlaten. Ze wordt naar Penang in Maleisië gestuurd om bij een tante te gaan wonen. Hoe voelt zich afgedankt en verstoten door haar moeder. Op haar 15e keert ze terug naar haar familie in Singapore. Ze heeft nauwelijks onderwijs gehad en gaat direct aan het werk als fabrieksarbeidster in de Hewlett Packard fabriek. 

Rond haar twintigste krijgt ze psychische problemen. Ze krijgt angstaanvallen en chronische hoofdpijn. Door de plotselinge dood van haar vader en de afwijzing door haar moeder draagt ze onbewuste woede en angst met zich mee. Pas later zal blijken, dat Hoe lijdt aan schizofrenie. In 1978 trouwt ze met Benson Loh Ngak Hua. Al vanaf het begin wordt hun huwelijk overschaduwd door de klachten van Hoe. Benson weet niet hoe hij hiermee om moet gaan. Hoewel Hoe inmiddels volwassen en getrouwd is, blijft haar moeder een dominante, manipulatieve rol in haar leven spelen. Ze kleineert haar constant en gelooft dat haar hoofdpijnen worden veroorzaakt door slechte genen en geesten. En juist haar moeder neemt Hoe mee naar Adrian Lim.

Misdaden

Adrian weet al na de eerste behandeling, dat hij Hoe wil toevoegen als zijn tweede ‘Holy Wife’ wil toevoegen aan zijn huishouden. De enige die hiervoor in de weg staat is haar man Benson. Adrian begint Hoe te hersenspoelen en zaait verdeeldheid tussen het jonge stel. Hij overtuigt haar ervan dat de boze geest in háár eigenlijk afkomstig is van haar man Benson. Hoe smeekt haar man daarop om óók naar Adrian te gaan voor een therapeutische sessie om hun huwelijk en zielen te redden. 

Op 7 januari 1980 gaat Benson met zijn vrouw mee naar Adrian. Net als zijn vrouw eerder wordt hij onderworpen aan de beruchte shocktherapie. Adrian voert de stroom echter zo hoog op, dat Benson ter plekke sterft. 

Adrian Lim overtuigt de verwarde Hoe ervan dat de dood van haar man geen moord is, maar een goddelijke interventie. Hij vertelt haar dat de boze geest in Benson zó krachtig was, dat de goden hebben besloten Benson te vernietigen om háár te redden. Hoe gelooft hem. Adrian vraagt haar om tegen de politie te zeggen, dat haar man is overleden doordat hij een kapotte ventilator aan heeft gezet. Anders zou Adrians praktijk in gevaar kunnen komen. Haar vraagt Catherine ook om dit verhaal tegen de politie op te hangen, maar gebruikt bij haar een andere tactiek om dit door te drukken. Hij zegt tegen haar, dat als de politie achter de waarheid komt, dat ze alledrie zullen worden opgehangen. De vrouwen hebben meegeholpen met het opruimen van het shockapparaat, wat hen volgens Adrian medeplichtig maakt aan moord. 

Adrian belt zelf de politie en vertelt hen over het tragisch ongeluk. Omdat er op het lichaam van Benson brandwonden van elektriciteit te zien zijn en de politie geen argwaan koestert bij het medium, wordt de zaak direct gesloten als een ongeluk.

Door de dood van haar man stort Hoe volledig in. Ze raakt in een psychose en wordt opgenomen in het Woodbridge Hospital, een psychiatrische inrichting in de stad. Daar wordt de diagnose schizofrenie bij haar vastgesteld. Als ze na twee maanden wordt ontslagen, is ze haar geheugen en haar grip op de realiteit deels kwijt. Adrian zoekt haar op en overtuigt haar ervan dat híj haar heeft gered uit de inrichting. Een paar maanden later trekt Hoe bij Adrian en Catherine in. 

Adrian stelt een duidelijke spirituele en huishoudelijke hiërarchie in. Catherine behoudt haar status als de eerste en Heilige Vrouw. Zij is verantwoordelijk voor het huishouden, de financiën en het runnen van de dagelijkse praktijk. Hoe krijgt de rol van Tweede Vrouw en de lagere spirituele partner. Zij moet zich schikken naar de bevelen van zowel Adrian als Catherine. De vrouwen strijden constant om de aandacht, goedkeuring en spirituele zegeningen van Adrian. Als hij één van de twee voortrekt, wordt de ander jaloers. Dit is precies wat Adrian wil. Zolang de vrouwen met elkaar bezig zijn, twijfelen ze nooit aan hem. 

Op 19 oktober 1980 gaat de bel bij huize Lim. Adrian doet open en een dame stelt zich voor als Lucy Lau Kok Huang. Ze verkoopt huis aan huis schoonheidsproducten en vraagt Adrian of hij interesse heeft. Hij ziet meteen, dat de vrouw iets kwetsbaars heeft en nodigt haar uit om binnen te komen. Lucy vertelt, dat haar oma pas is overleden en dat ze het er zwaar mee heeft. Adrian zegt tegen haar, dat hij de geest van haar grootmoeder in haar lichaam kan laten treden. De enige voorwaarde is dat Lucy bepaalde gebeden moet leren én met hem naar bed moet. Lucy weigert dit, maar zo snel is ze niet van Adrian af. Hij laat haar zogenaamd heilig water drinken, maar in werkelijkheid heeft hij twee slaappillen vermengd in een glas kraanwater. Als Lucy suf en half bewusteloos is, verkracht Adrian haar. Catherine helpt hem hierbij. 

Eenmaal thuis is Lucy verward en twijfelt ze aan haar eigen waarneming. Ze houdt zichzelf voor, dat het toch een normale behandeling is geweest. Daarom gaat ze in de weken erna nog een aantal keren langs bij Adrian. Begin november ziet haar familie echter hoe Lucy thuiskomt na een consult. Op hoge poten gaan ze bij Adrian langs en slaan hem in elkaar. Een dag later gaat Lucy naar de politie en doet aangifte van verkrachting. 

Adrian en Catherine worden gearresteerd en worden verhoord op het politiebureau. Adrian is woedend. Hij beweert dat er absoluut geen sprake was van verkrachting. Zijn argument is, dat als ze echt verkracht zou zijn, ze nooit weer terug zou zijn gekeerd naar zijn flat. Hij claimt dat Lucy verliefd op hem is geworden en jaloers is op Catherine en Hoe. Hij houdt vol dat ze de aangifte puur uit wraak heeft verzonnen omdat hij haar niet als zijn exclusieve vrouw wil.

In afwachting van de rechtszaak worden Adrian en Catherine op borgtocht vrijgelaten. Ze moeten zich wel elke twee weken op het politiebureau melden. Adrian vindt het tijdsverspilling, maar vooral heel vernederend. In de weken erna loopt zijn woede en frustratie steeds hoger op. Hij wil wraak op Lucy. Bovendien zouden andere gruwelijke misdaden de aandacht van zijn verkrachtingszaak kunnen afleiden. In december 1980 houdt hij een huisvergadering met Catherine en Hoe. Hij vertelt hen, dat offers van kinderen aan de godin Kali hem zullen helpen ontsnappen aan de beschuldigingen van verkrachting. Kali is de hindoeïstische godin van tijd, dood en vernietiging. Hij zegt dat deze godin in zijn lichaam is getreden, waardoor hij weet wat hij moet doen. Catherine en Hoe moeten een kind voor hem zoeken, waarna hij het kind in hun appartement gaat vermoorden en offeren aan Kali. 

Op 24 januari 1981 gaat Hoe op zoek naar een eerste slachtoffer. Ze loopt door de wijk van Toa Payoh en ziet rond vier uur die middag een meisje zitten voor de Church of the Risen Christ. Het is de 9-jarige Agnes Ng Siew Hock. Agnes is de jongste van negen kinderen en woont met haar ouders en broers en zussen in een klein appartement in Toa Payoh. Zij heeft net haar wekelijkse godsdienstles gevolgd en wacht buiten tot haar oudere zus Pauline klaar is met haar lessen zodat ze samen naar huis kunnen lopen. Hoe vertelt het meisje, dat haar moeder zojuist een ongeluk heeft gehad en dat haar familie Hoe heeft gestuurd om Agnes snel op te halen en naar haar moeder te brengen. Agnes loopt in paniek met Hoe mee.

Als Hoe en Agnes in het appartement aankomen, geeft Adrian haar direct een injectie met een zwaar kalmeringsmiddel om te voorkomen dat het meisje begint te schreeuwen. Als ze versuft genoeg is, tap Adrian wat bloed van het meisje af. Adrian, Catherine en Hoe nemen alledrie een slok van Agnes’ bloed. Het bloed wordt ook op een afbeelding van de Hindoe-godin Kali gesmeerd om Adrians spirituele krachten te versterken. Daarna wordt ze seksueel misbruikt door Adrian. Agens wordt naar de badkamer gebracht, waar een bad vol wat op haar ligt te wachten. Hoe drukt haar hoofd onder water, terwijl Adrian zijn voet op haar lichaam zet en Catherine haar benen vasthoudt. Haar neus en mond worden daarna net zo lang dichtgeknepen totdat ze stikt. 

Na de moord stopt het drietal haar lichaam in een bruine reistas. Rond half drie ’s nachts brengen ze de tas naar buiten en laten deze achter bij de lift op de begane grond van een nabijgelegen flatgebouw. Daar wordt ze een paar uur later door een voorbijganger gevonden. De politie tast volledig in het duister. Niemand heeft gezien door wie Agnes is meegenomen en er worden geen bruikbare sporen op haar lichaam of de tas aangetroffen. Na de vondst van Agnes heerst er enorme angst in de wijk. Veel ouders durfen hun kinderen niet meer alleen naar school te laten gaan. 

De dood van Agnes doet Adrian emotioneel niets, het geeft hem juist een gevoel van goddelijke macht. Voor hem is het een geslaagd ritueel. Hij is ervan overtuigd dat zijn spirituele krachten hen onvindbaar maakt voor de politie. Ook bij Catherine wekt de dood van Agnes geen moreel conflict op. Haar enige zorg is het behagen van Adrian. Hoe gelooft dat ze door dit offer te brengen haar eigen zonden kan wegwassen en heeft dan ook geen spijt van de moord. 

Adrian wil zo snel mogelijk een nieuw slachtoffer. Dit keer wil hij een jongen. Hij zegt dat zijn rituelen pas compleet en krachtig zullen zijn als hij na een meisje, dat voor yin-energie zorgt, ook een jongen met yang-energie, zal offeren. Met zijn tweede ontvoering wil hij geld verdienen. Hij denkt, dat in het traditionele Singapore families sneller en meer zullen betalen om hun zoon veilig terug te krijgen, dan dat ze voor een dochter zouden doen. Bovendien heeft het als voordeel, dat het de politie zal verwarren als er eerst een meisje en daarna een jongen wordt vermoord. 

Twee weken na de moord op Agnes, op 7 februari 1981 gaat Hoe op zoek naar een volgend slachtoffer. In een speeltuin in de buurt ziet ze een jongetje zitten, dat lijkt op haar overleden man Benson. Hij moet het worden. Het is de 10-jarige Ghazali bin Marzuki. Ghazali komt uit een hecht Maleis-moslimgezin en is vandaag met zijn neefjes aan het spelen in de nabijgelegen speeltuin. Hoe gaat naar de jongen en vraagt of hij haar wil helpen. Ze zegt dat haar auto kapot is gegaan en dat ze hulp nodig heeft om wat zware spullen te tillen. De behulpzame Ghazali loopt meteen met de vriendelijke mevrouw mee. 

Als ze het appartement binnenkomen geeft Adrian de jongen meteen een injectie met slaapmiddel. Hij wil Ghazali eerst een paar dagen vasthouden in huis, zodat hij losgeld van zijn ouders kan eisen. Het kalmeringsmiddel werkt echter niet zoals gepland. Ghazali wordt niet bewusteloos, maar raakt juist in blinde paniek als hij beseft dat hij in de val zit. Hij begint te gillen en te vechten voor zijn leven. Van pure angst moet hij overgeven en komt er zelfs bloed uit zijn neus en mond. Omdat het trio doodsbang is dat de buren in de gehorige flat de jongen zullen horen schreeuwen, slaan ze Ghazali in elkaar. Ze bewerken hem met een mes en drukken brandende peuken op zijn huid. Hiermee willen ze hem dwingen om te zwijgen en hem straffen voor zijn verzet. 

Door het lawaai en het hevige bloeden beseft Adrian dat hij de jongen onmogelijk dagenlang verborgen kan houden om op losgeld te wachten. Het plan wordt ter plekke geschrapt. Ze slepen de doodsbange en gewonde Ghazali naar de badkamer. Net als bij Agnes drinken ze eerst ritueel van zijn bloed. Daarna duwen ze zijn hoofd met brute kracht in de badkuip vol water. Een paar minuten later sterft Ghazali door verdrinking. 

Adrian, Catherine en Hoe zijn ietwat in paniek door het gevecht dat ze met Ghazali hebben moeten voeren. Nu ze toch geen geld kunnen verdienen aan hem, willen ze ook zo snel mogelijk van hem af. Ze stoppen zijn lichaam haastig in een plastic tas om hem later die nacht te kunnen dumpen. Ze hebben niet in de gaten dat er een gat in de tas zit. Nog diezelfde nacht dumpen ze de tas tussen twee naburige flats in. Onbewust laten ze een spoor van verse bloeddruppels achter in de lift en op de galerij.

Arrestatie en rechtszaak

Als het avond wordt en Ghazali nog steeds niet thuis is, raakt zijn familie in paniek. Zijn ouders beginnen in de buurt naar hem te zoeken en vragen rond. Omdat hij nog maar een paar uur weg is, is de politie op dat moment nog geen grootschalige zoektocht gestart. Vroeg in de ochtend ontdekken buurtbewoners de verdachte plastic zak buiten op de grond. Ze maken de zak open, zien het levenloze lichaam van de jonge Ghazali en bellen onmiddellijk de politie. 

De recherche arriveert direct op de plaats delict. Terwijl zij de omgeving rondom het lichaam inspecteren, valt het oog van één van de agenten op een vers spoor van rode druppels op het beton. De politie volgt dit bloedspoor stap voor stap. Het spoor leidt hen naar het trappenhuis, naar de zevende verdieping van Block 12 en stopt precies voor de voordeur van Adrian Lim. De politie klopt aan en Adrian opent kalm de deur. Als de rechercheur hem vertelt over de bloeddruppels in de gangen van de flat probeert Adrian hen wijs te maken dat de bloedvlekken afkomstig zijn van een geslachte kip. Terwijl agenten de flat doorzoeken gaat de rechercheur in gesprek met Adrian. Dan ziet Adrian een pluk haar op de keukenvloer liggen. Zo nonchalant mogelijk pakt hij het op, maar als hij het in zijn broekzak wil stoppen, grijpt de rechercheur zijn pols. Hij pakt de pluk haar van hem af en stelt het veilig voor onderzoek. 

Adrian, Catherine en Hoe worden gearresteerd en afgevoerd naar het politiebureau. Tegelijk doorzoekt de politie het huis. Daar vinden ze nog meer plukken haar, maar deze lijken van een ander persoon afkomstig. Op het altaar van Adrian vinden ze briefjes met namen van Agnes Ng Siew Hock en Ghazali bin Marzuki. Onder de randen van het tapijt en op de matras in de slaapkamer worden oude bloedvlekken gevonden. Deze kunnen niet van Ghazali zijn. Als de plukken haar worden onderzocht, blijkt de pluk haar die Adrian in zijn broekzak wilde stoppen van Agnes te zijn. Adrian heeft deze pluk haar bewaard op zijn altaar als trofee. Waarschijnlijk is deze door de worsteling met Ghazali de avond ervoor op de keukenvloer terecht gekomen. De oude bloedvlekken in de slaapkamer blijken ook van Agnes te zijn. De plukken haar die in de woonkamer worden gevonden blijken van Ghazali. Deze zal hij zijn verloren tijdens de gevechten van de dag ervoor. 

Adrian, Catherine en Hoe worden op het bureau direct van elkaar gescheiden en afzonderlijk van elkaar verhoord. Nu Catherine en Hoe niet meer onder invloed van Adrian staan, bekennen ze beiden direct de moord op Agnes en Ghazali. Ze vertellen afzonderlijke van elkaar gedetailleerd hoe het is verlopen. De verhalen komen exact overeen. Maar ze gaan nog verder. Ze bekennen ook de moord op Benson, de man van Hoe. Ze vertellen dat Benson destijds onder valse voorwendselen naar de flat is gelokt en dat hij niet om het leven kwam door een defecte ventilator, maar door het bewust toedienen van langdurige heftige elektrische schokken. 

Als Adrian hoort, dat er onmiskenbaar bewijs ligt voor de moorden en Catherine en Hoe een bekennende verklaring hebben afgelegd, verandert zijn houding. IJskoud en arrogant vertelt hij dat de kindermoorden een vergelding waren voor de aanklacht van verkrachting tegen hem. ‘Ik heb besloten om kleine kinderen te vermoorden om wraak te nemen op de hele wereld.’ Tot verbazing van de rechercheurs geeft Adrian tijdens het verhoor ook toe dat hij helemaal geen spirituele gaven heeft. Hij legt de politie uit dat zijn rituelen, zoals zijn truc met de zwarte naald in een ei, puur bedrog zijn. Deze trucs gebruikte hij mensen geld afhandig te maken en om met vrouwen naar bed te kunnen gaan. Hij toontje geen enkel berouw voor zijn daden. 

De rechtszaak tegen het trio begint op 1 november 1982. Ze worden alle drie tegelijk berecht in een gezamenlijk proces voor het Hooggerechtshof van Singapore. Het proces duurde 41 dagen. De belangstelling van het publiek en de media is gigantisch. Elke dag staan er lange rijen voor de rechtbank om een glimp op te vangen van de Toa Payoh-moordenaars. De feiten van de moorden staan niet ter discussie, ze hebben alle drie al bekend. De rechtszaak draait om de vraag of de daders toerekeningsvatbaar zijn. 

Singapore Supreme Court

Adrians advocaten halen aan dat hij lijdt aan grootheidswaanzin en psychopathie. De psychiaters van de aanklager zeggen echter aan dat hij een sluwe, berekenende manipulator is en dat hij donders goed wist wat hij deed. Zijn rituelen zouden slechts een toneelstuk zijn om zijn sadistische en seksuele lusten te botvieren. Tijdens het proces schokt Adrian de rechtszaal herhaaldelijk door zijn kille en arrogante houding. Hij glimlacht vaak naar de camera’s en geniet zichtbaar van de media-aandacht.

De advocaten van de twee vrouwen voeren aan dat zij verminderd toerekeningsvatbaar zijn vanwege het mishandelde vrouw syndroom en de extreme hersenspoeling. Ze stellen dat de vrouwen door Adrian zijn gehypnotiseerd en geen eigen wil meer hadden. 

De rechters denken niet mee met de verdediging. Ze oordelen dat alle drie de verdachten ten tijde van de moorden volledig wisten dat hun daden illegaal en moreel verwerpelijk waren. De claims over hypnose en bezetenheid worden van tafel geveegd. Op 25 mei 1983 worden Adrian, Catherine en Hoe schuldig bevonden en veroordeeld tot de doodstraf. Als Adrian hoort, dat hij de doodstraf krijgt, glimlacht hij alleen maar. De doodstraf lijkt zijn gevoel van zelfingenomenheid alleen maar te bevestigen. Catherine en Hoe zijn totaal in shock en barsten in tranen uit. 

Adrian, Catherine en Hoe worden afgevoerd naar de dodencel in de Changi-gevangenis, in het oosten van Singapore, waarbij de dames uiteraard op een vrouwenafdeling komen. De afdeling voor terdoodveroordeelden van de Changi-gevangenis staat bekend als één van de strengste, sobere en strikt gereguleerde gevangenisregimes ter wereld. De cellen zijn twee bij twee meter, waarbij er geen bed aanwezig, maar de gevangenen moeten slapen op een gevlochten matjes op de betonnen vloer. Er is geen airconditioning, waardoor de cellen in het tropische klimaat van Singapore verstikkend heet en benauwd zijn. De cellen worden 24 uur per dag verlicht om constante camerabewaking mogelijk te maken. De gevangenen brengen 23 uur per dag door in hun cel. Er is sprake van strikte isolatie. Gevangenen kunnen elkaar niet zien en niet met elkaar praten. Ze mogen beperkt bezoek ontvangen, waarbij fysiek contact niet is toegestaan. 

Als Catherine een half jaar in de dodencel verblijft, krijgt ze een verrassende brief. De afzender is zuster Gerard Fernandez. Catherine kent haar nog van de tijd, toen ze op haar dertiende door haar ouders naar het Marymount Vocational Centre werd gestuurd. Ze had niet verwacht ooit nog van haar te horen, al helemaal niet nadat iedereen weet waarvoor ze veroordeeld is. Ze schrijft haar meteen terug en vraagt haar om op bezoek te komen.

In de jaren erna komt zuster Gerard zo vaak mogelijk langs bij zowel Catherine als Hoe. De vrouwen vinden onder begeleiding van zuster Gerard rust. Beiden komen uiteindelijk zover, dat ze Adrian kunnen vergeven wat hij hen heeft aangedaan. Ze vragen zelf de nabestaanden om vergeving, waardoor ze uiteindelijk vredig hun lot kunnen aanvaarden.

In Singapore krijgen terdoodveroordeelden een week van te voren te horen wanneer ze geëxecuteerd zullen worden. Voor Adrian, Catherine en Hoe wordt de datum vastgesteld op 25 november 1988. In deze laatste week mogen ze elke dag bezoek ontvangen en is er de mogelijkheid voor een fotoshoot. De familie van de gevangene mag in die week kleding kopen, die de gevangene mag dragen voor een laatste foto. Deze foto’s worden na de executie als herinnering aan de familie meegegeven. Bij mensenrechtenorganisaties is deze fotoshoot zeer omstreden. In hun ogen probeert de regering van Singapore op de manier hun strenge regime en de doodstraf goed te praten. 

Hoewel Adrian zich in de jaren voor zijn executie volledig heeft geïsoleerd van zijn familie en de buitenwereld, maakt hij in deze laatste week een verrassende draai. Hij laat zich dopen en gaat als katholiek zijn laatste week in. Verder neemt hij contact op met zijn ex-vrouw Lillian en zijn kinderen, die hij sinds hun scheiding niet meer heeft gezien. Hij vraagt en om vergeving en vraagt zijn zoon om met hem ter communie te gaan. Hij vraagt een pastoraal medewerker om hem in zijn laatste week te begeleiden. 

Hoewel er geen beeldmateriaal van de executieruimte te vinden is, kan dankzij getuigenissen van voormalige gevangenisbewaarders de ruimte worden omschreven. De executieruimte is opgedeeld in twee niveaus: de bovenverdieping, waar de veroordeelde staat en de onderverdieping, de opvangruimte na de val. Deze bovenverdieping bevindt zich direct naast de dodencellen. De inrichting is klinisch, steriel en sober. Er hangt een zware, ijzeren balk aan het plafond. Aan deze balk bevinden zich drie gemarkeerde posities met sterke metalen frames. Dit betekent dat de installatie is ontworpen om maximaal drie executies gelijktijdig uit te voeren. Op de vloer bevinden zich de metalen valluiken. Het lichaam valt door het gat naar de lagere ruimte. Deze benedenruimte is volledig leeg en afgesloten. Hier staat een arts klaar om na de val de polsslag te controleren en officieel de dood vast te stellen. Dit gebeurt als de gevangenen voor de zekerheid een half uur zijn blijven hangen aan de galg.

Op 25 november 1988 verloopt de laatste ochtend van Adrian, Catherine en Hoe volgens een strak schema. Ze worden om 4 uur gewekt en krijgen hun vooraf zelfgekozen laatste maaltijd in hun cel geserveerd. Wat deze maaltijd is geweest, is door de autoriteiten nooit bekend gemaakt. Na de maaltijd mogen ze zich wassen. Normaal gesproken zouden ze in hun gevangeniskloffie naar de galg moeten, maar zuster Fernandez heeft gevraagd of Catherine en Hoe een mooie blauwe jurk aan mogen, die de zusters uit haar klooster speciaal voor de dames heeft gemaakt. Daar krijgen ze toestemming voor. Om stipt 5 uur hebben ze recht op spirituele bijstand. Adrian heeft zijn eigen pastoraal medewerking bij zich en voor Catherine en Hoe staat zuster Fernandez stipt vijf uur bij hun celdeur. Samen zingen en bidden ze, totdat om vijf voor zes de bewaking komt om Catherine en Hoe mee te nemen naar de executieruimte. Zuster Gerard mag niet mee naar binnen. Ze nemen afscheid en terwijl Catherine en Hoe naar binnen gaan, knielt zuster Gerard voor de deur van de ruimte en blijft bidden en zingen tot ze om stipt 6 uur de hendel van de galg over hoort gaan.

Na de executie worden de lichamen van Adrian, Catherine en Hoe overgebracht naar de Church of the Holy Family in de wijk Katong. Een priester leidt een korte, sobere katholieke uitvaartmis, waarbij alleen een paar naaste familieleden en de geestelijk verzorgers aanwezig zijn om hen de laatste eer te bewijzen. Direct na de kerkdienst worden de drie lichamen overgebracht naar een crematorium. Na de crematie wordt de as in urnen overgedragen aan de families, die de as in stilte hebben verstrooid. 

Adrian Lim werd 46 jaar oud, Catherine Tan Mui Choo 34 jaar en Hoe Kah Hong 33 jaar oud.

Aanbevolen

Onderstaande documentaire geeft een goed beeld van de opsporing van Adrian, Catherine en Hoe. Zuster Gerard Hernandez wordt geïnterviewd over haar contact met Catherine en Hoe.