Naam: Mark Nash 

Geboren: 1973, Ballina Ierland

Aantal moorden: 4

Straf: levenslang

Jeugd

Mark Nash wordt geboren in 1973 in Ballina, een klein stadje in het westen van Ierland. Hij is enigst kind een Ierse moeder en Jamaicaanse vader. Zijn vader verlaat zijn moeder nog voor zijn geboorte en verhuist naar Australië. Mark heeft zijn vader nooit gekend. Als hij een jaar oud is, verhuist hij met zijn moeder naar Huddersfield in Engeland. Zijn moeder verdient haar geld als sekswerker. Ze is nauwelijks thuis en als ze er wel is, moet Mark het ontgelden. Zij reageert haar frustraties af op haar zoon. Wat vaak begint met schelden en kleineren eindigt in fysieke mishandeling. Zo wordt Mark door haar geslagen met een stofzuigerslang en zelfs met haar stiletto-hakken. 

Dit heeft ook zijn effect op school. Hoewel hij goed kan meekomen op de lagere school en zich prima gedraagt in de klas, lukt het hem niet om vriendjes te maken. Door de mishandelingen thuis trekt hij zich terug in zichzelf en brengt zijn pauzes voornamelijk alleen door. 

Na de lagere school gaat hij naar All Saints College in Huddersfield. Docenten omschrijven hem als een intelligente jongen, maar ook hier is hij niet in staat om vriendschappen te sluiten. Klasgenoten mijden hem om zijn stille onvoorspelbare gedrag en Mark blijft daardoor een buitenbeentje. Op zijn zestiende gaat hij zonder diploma van school af. 

Op zijn zeventiende wordt hij opgepakt wegens aanranding van een vijftienjarig meisje. Als hij het meisje aanspreekt op straat en zij hem afwijst, slaat hij haar tegen de grond. Terwijl hij bezig is haar onderbroek naar beneden te trekken, redden voorbijgangers het meisje en wordt Mark gearresteerd. Hiervoor krijgt hij vier maanden jeugddetentie. Als hij vrijkomt, wordt hij niet bepaald warm onthaald door zijn moeder. Mark voelt zich ongewenst, zowel thuis als buitenshuis. Hij is ervan overtuigd, dat hij het ongewenste kind is van een sekswerker en haar klant. Nu hij inmiddels een puber is en fysiek sterker dan zijn moeder, wordt hij niet meer mishandeld, maar van liefde tussen moeder en zoon is nooit sprake geweest. Dit frustreert hem enorm. Om toch iets van aandacht van zijn moeder te krijgen, bedreigt hij haar meerdere keren met de dood. Als hij achttien is, schopt zijn moeder hem het huis uit. Dit is het laatste wat hij ooit van zijn moeder verneemt. 

Vanaf dat moment zwerft hij over straat. Hij houdt zich voornamelijk op in Huddersfield en Leeds. Mark belandt in de criminaliteit om in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Hij houdt zich bezig met drugs dealen en inbraken en belandt al snel steeds dieper in het criminele milieu. Omdat hij naast zijn criminele activiteiten geen reguliere baan heeft bouwt hij schulden op bij zijn criminele contacten.

In 1995 komt hij in het uitgaansleven een meisje tegen, Lucy Porter. Het gaat hard tussen de geliefden. Binnen een paar weken trekt Mark bij Lucy in en Lucy raakt al snel zwanger. De relatie verloopt turbulent. Mark is erg controlerend naar zijn vriendin. Ondanks dat hij binnenkort vader wordt, blijft hij inbraken plegen en drugs dealen. Hij heeft in de loop van de tijd flink wat schulden opgebouwd in de onderwereld. De bedreigingen aan zijn adres om deze schulden eens in te lossen worden steeds heftiger. 

In oktober 1996 besluit hij samen met de hoogzwangere Lucy te vluchten naar Ierland. Hij heeft voor Ierland gekozen, omdat hij hoopt met zijn grootouders daar in contact te kunnen komen. Het contact met zijn moeder is verbroken en andere familie heeft hij niet. Misschien dat hij nog iets van een band met zijn opa en oma kan opbouwen. 

Eenmaal in Ierland betrekken ze een appartement aan de Prussiastreet in Grangegorman, een voorstad in het noorden van Dublin. Daar bevalt Lucy van hun dochtertje Ella. Na de geboorte van Ella gaat Lucy aan het werk in de horeca. Ze werkt hard en veel om het jonge gezin te kunnen onderhouden. Mark blijft thuis om voor zijn dochter te zorgen. Naast de zorg voor zijn dochter is er niets wat hem bezig houdt. Hij houdt zich verre van criminaliteit en zwerft zowel overdag als ’s avonds en ’s nachts doelloos rond door straten van Dublin en omgeving. 

Omdat Lucy veel werkt zien ze elkaar weinig. Als ze wel bij elkaar zijn wordt Mark steeds agressiever en dreigender naar haar. In Lucy’s ogen is Mark sinds hun vertrek naar Ierland veranderd van een stoere attente man in een manipulatieve leugenaar en controlefreak. Als er iets is wat hem niet aanstaat slaat hij Lucy in elkaar. Ook bedreigt hij haar steeds vaker met de dood. 

Dan zien ze ’s avonds op het nieuws, dat er vlak bij hun appartement een dubbele moord heeft plaatsgevonden. Op 6 maart 1997 worden ’s ochtends vroeg de lichamen gevonden van de 61-jarige Mary Callinan en de 60-jarige Sylvia Sheils. Mark en Lucy zitten samen voor de tv als dit gemeld wordt. De slachtoffers woonden in een beschermde woonomgeving dat hoort bij de lokale psychiatrische kliniek, het St. Brendans’s Hospital, dat ook bij hen om de hoek ligt. Heel Ierland is geschokt door de wreedheid waarmee de vrouwen zijn verminkt en vermoord. Mark uit zijn verbijstering aan Lucy. ‘In wat voor een vreselijke plek zijn we in hemelsnaam komen wonen?’ zegt hij. Lucy vindt het ook vreselijk wat er is gebeurd, maar vindt dat haar vriend wel erg theatraal reageert. Misschien komt het, omdat hij de afgelopen nacht weer eens op pad is geweest en te weinig heeft geslapen. Waar hij is geweest of gedaan heeft weet ze niet. Hij is vaker urenlang weg ’s nachts en ze vraagt maar niet meer wat hij heeft uitgespookt. Haar nieuwsgierigheid wordt zacht gezegd niet op prijs gesteld door hem. Afgelopen nacht ging hij zelfs nog uitgebreid douchen voordat hij ging slapen. Toen hij wakker werd douchte hij nog een keer en voor het avondeten weer. 

St. Brendan’s Hospital

Lucy weet wanneer ze haar mond moet houden. En eigenlijk wil ze dat niet meer. Het constant op haar tenen moeten lopen en dan alsnog klappen krijgen is ze zat. In april 1997 gaan Mark en Lucy uit elkaar. Ze besluiten beiden in Dublin te blijven wonen, zodat ze beiden voor hun dochtertje kunnen zorgen. 

Mark blijft niet lang alleen. In de Vatican nachtclub ontmoet hij Sarah Jane Doyle, een alleenstaande moeder met een baby’tje van vijf maanden. Hij trekt al snel bij haar in en ook zijn dochtertje Ella verblijft daar regelmatig. Ook tijdens deze relatie is Mark controlerend en mishandelt hij Sarah Jane. 

Misdaden

Als ze een paar maanden bij elkaar zijn, neemt Sarah Jane hem mee voor een weekendje bij haar zus en haar man. Catherine en Carl wonen sinds een jaar op het platteland met hun vier kinderen. Aan het begin van de avond komen ze aan in Ballintober. Ze leggen de kinderen op bed en trekken een flesje wijn open. Rond een uur of één ’s nachts, na de nodige drank, voelt Mark zich niet zo lekker. Hij gaat naar de wc om over te geven. Als hij terugkomt ligt Carl te slapen op de bank en zijn de zussen boven om bij de kinderen te kijken. 

Zonder enige aanleiding pakt Mark een mes uit de keuken en begint op de slapende Carl in te steken. Carl heeft geen schijn van kans. Hij bloedt dood op de bank. Mark is nog niet klaar. Hij pakt een ijzeren pook en loopt naar boven. Daar opent hij de slaapkamerdeur van de zevenjarige zoon van Catherine en Carl. In die kamer zijn ook de beide zussen en de baby’s van Sarah Jane en Mark. Mark loopt zonder aarzeling op Sarah Jane af en slaat haar met de pook op haar achterhoofd. Catherine springt tussenbeide, waardoor Marks onverklaarbare woede zich op haar richt. Hij slaat haar net zo lang met de pook op haar hoofd tot ze dood is. 

Sarah Jane is inmiddels naar buiten gevlucht en houdt zich schuil in het hoge gras. Ze hoort dat Mark haar naam roept, maar weet uiteindelijk buiten zijn bereik naar de buren te vluchten. Daar belt de buurman de politie. 

Tijdens zijn verhoor geeft Mark nog een moord toe: In Grangegorman, een voorstad van Dublin, staat het St. Brendan’s Psychiatric Hospital. Deze psychiatrisch kliniek bevindt zich al sinds 1815 op deze lokatie en vangt patiënten op uit Dublin en omgeving. In de jaren 80 raakt de kliniek overvol. Er wordt besloten om de huizen aan de overkant van de kliniek op te kopen, zodat hier patiënten kunnen wonen die niet meer binnen de muren van de kliniek hoeven te verblijven maar nog wel dagelijks de steun van de instelling nodig hebben. Het geeft de patiënten een gevoel van onafhankelijkheid en dat ze weer onderdeel uitmaken van de maatschappij. Tegelijk hebben ze nog wel toegang tot de zorg die ze nodig hebben.

De gekochte woningen zijn vijf rijtjeshuizen, die zich bevinden zich aan de Orchard Vieuw 1t/m 5. De huizen zijn van binnenuit allemaal met elkaar verbonden en personeel kan zonder eerst naar buiten te hoeven naar de verschillende bewoners. In de huizen 1 en 2 wonen patiënten die grotendeels onafhankelijk zijn. In de huizen 3, 4 en 5 wonen patiënten die iets meer zorg nodig hebben. Daar verblijft ’s nachts een verpleegkundige. 

Orchard View 1

In maart 1997 wonen er op Number 1 Orchard View drie vrouwen. Ze kunnen het goed met elkaar vinden. Er woonde nog een vierde patiënt, een man. Hij moest daar weg, omdat hij te vaak vrouwelijk gezelschap mee naar huis nam, dat tot laat in de nacht bleef. De drie vrouwen zorgen ervoor, dat het huishouden prima draait. Hun woning ziet er onberispelijk schoon, goed georganiseerd en netjes uit. Ze hebben alledrie hun eigen taken en werken goed samen. 

De 61-jarige Mary Callinan woont al sinds 1966 in de kliniek. Ze is gediagnostiseerd met paranoïde schizofrenie. Mary is enigs kind en als haar ouders begin jaren 60 overlijden beginnen haar mentale problemen. Het verlies van haar ouders raken haar enorm. In 1988 verhuist ze vanuit de kliniek naar het huis op de Orchard View. Ze werkt in een hostel voor daklozen in Finglas, een nabijgelegen wijk. Ze staat bekend als iemand die goed functioneert en goed kan opschieten met iedereen. 

Haar huisgenoot is 60-jarige Sylvia Sheils. Zij wordt in 1980 opgenomen in het St. Brendan’s Hospital. Ze lijdt aan schizofrenie en een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ook heeft ze epilepsie. In 1994 wordt ze overgeplaatst naar het huis aan de Orchard View nummer 1. Ze heeft jarenlang als ambtenaar gewerkt en is inmiddels met pensioen. Sylvia heeft een goede band met haar familie.

De derde bewoonster van het huis is de 46-jarige Ann Mernagh. Ze is de jongste van het drietal en woont sinds een half jaar bij de andere dames. Ann maakt sinds 1973 gebruik van de ambulante zorg van de psychiatrisch kliniek na een mislukte zelfmoordpoging. Ze heeft een borderline persoonlijkheidsstoornis, beschadigt zichzelf en heeft regelmatig epileptische aanvallen. 

De vrouwen eten altijd samen en hebben hun routines op elkaar aangepast. Zo dekken ze in avond vast de tafel voor het ontbijt van de volgende ochtend. Er staan drie bordjes met bestek klaar, zodat ze in de ochtend alleen nog maar het eten zelf hoeven te serveren. Ze hebben hun eigen slaapkamer, maar delen de woonkamer, keuken en badkamer. Verder delen ze een kleine voor- en achtertuin. 

Het is donderdagavond 6 maart 1997 als Ann Mernagh vrolijk het huis verlaat om naar de bingo te gaan. Ze wenst haar huisgenoten Mary en Sylvia gedag en vraagt hen of ze op terugweg van de bingo nog wat chips mee moet nemen van de avondwinkel. Dat hoeft niet, omdat de dames van plan zijn die avond vroeg naar bed te gaan. Ann heeft geluk die avond met de bingo. Ze is dolblij als ze met 20 pond winst weer terug naar huis gaat. Op de terugweg gaat ze naar de avondwinkel en koopt daar twee zakken chips om het te vieren. De ene zak is voor haarzelf en de andere voor de verpleegkundige die die avond dienst heeft in één van de andere huizen. Ann heeft de gewoonte om de traktatie die ze voor zichzelf koopt te delen met de dienstdoende verpleegkundige, ongeacht wie er dienst heeft. Ze brengt de zak chips langs de verpleegkundige, kletst nog even met haar en gaat rond half twaalf die avond naar huis. 

Eenmaal thuis gaat ze eerst langs Sylvia’s kamer om haar te vertellen over de 20 pond, die ze heeft gewonnen bij de bingo. Ann heeft altijd moeite met slapen en heeft op advies van haar arts een koptelefoon op om nog wat muziek te luisteren in bed. Ook slaapt ze met een deken over haar hoofd, omdat het haar een veilig gevoel geeft. 

De volgende morgen om 6 uur staat ze op om te gaan ontbijten met haar huisgenoten. Als ze de trap afloopt ziet ze haar handtas onderaan de trap liggen. Dat is vreemd, ze weet zeker, dat ze haar tas de vorige avond op de salontafel had gelegd. De inhoud van haar tas ligt verspreid over de vloer. Als ze de eetkamer binnenkomt, is het licht nog aan. Dan ziet ze, dat er bloedvlekken op de lichtschakelaar zitten. Als ze doorloopt naar de keuken ziet ze dat daar een raam is ingetikt. Er ligt glas op de vloer en de laden van de kasten staan zijn geopend.

 In paniek rent Ann de trap weer op en roept Sylvia. Ze stormt haar kamer binnen en wat ze daar ziet zal ze nooit meer vergeten. Sylvia ligt op haar rug op de zijkant van haar bed, met haar voeten op de grond. Haar nachtjapon is opgetrokken tot aan haar borst. Haar borst en nek en het beddengoed zit onder het bloed. Moedig loopt Ann naar Sylvia toe en schudt haar zachtjes heen en weer. Dan realiseert ze zich, dat ze dood is. 

Volledig in paniek gaat ze de trap af en rent naar buiten. Ze is bang dat de indringer nog steeds in huis is en durft niet te kijken of Mary oké is. Als ze de deur uitrent ziet ze, dat de ketting van het slot is, terwijl ze zeker weet, dat ze deze de avond ervoor dicht had gedaan. Ze loopt de straat op, geen idee wat ze moet doen. De buren weten dat er psychiatrisch patiënten wonen in dit huizenblok en benaderen haar niet als ze haar op straat zien staan. Ze laten haar aan haar lot over. Ann ziet er gespannen uit en de buren gaan ervan uit, dat er snel een verpleegkundige zal komen om haar te helpen. Als de verpleegkundige Ann op straat ziet, heeft ze moeite om haar te kalmeren en te ontcijferen wat ze precies zegt. Als duidelijk is, dat er iets ergs is gebeurd in haar huis, belt ze de beveiliging van het St. Brendan’s Hospital. 

Twee beveiligers gaan naar Orchard View nummer 1. De deur is nog open als ze daar aankomen. Als eerste gaan ze naar de slaapkamer van Ann, maar daar vinden ze niets verontrustends. Ook in de badkamer is er niets aan de hand. Maar als ze Sylvia’s kamer binnenkomen zien ze wat Ann heeft beschreven. Sylvia is dood. Ze lopen door naar de volgende slaapkamer, die van Mary is. In eerste instantie zien ze niets, behalve een onopgemaakt bed. Als ze iets beter kijken zien ze een paar benen tussen het bed en de muur. Ze gaan de kamer niet binnen maar sluiten snel weer de deur. 

Inmiddels zijn de hoofdverpleegkundige en de dienstdoende arts gearriveerd. De arts gaat de kamers van de Sylvia en Mary binnen en stelt vast dat beide vrouwen zijn overleden. Ann is volledig in shock als ze dit hoort. De politie en een onafhankelijk arts worden gebeld om onderzoek te doen en officieel de dood van de vrouwen vast te stellen. Zowel bij Mary als Sylvia is hun nachtjapon opgetrokken tot aan hun borst. Op Mary’s buik ligt een lemmet van een elektrisch mes.

Even later komen twee pathologen aan om de lichamen te onderzoeken. Rigor mortis is dan al ingetreden bij Mary, wat inhoudt, dat de spieren van haar lichaam al verstijfd zijn. Dit begint vaak twee tot zes uur na het overlijden. Haar keel is gedeeltelijk doorgesneden, ze heeft meerdere snijwonden rondom haar maag en steekwonden in haar borst en een flinke snee in haar gezicht. Haar onderbroek is naar beneden getrokken en er is een vleesvork in haar vagina gestopt. Haar clitoris is verwijderd. In totaal heeft ze twaalf steekwonden, waarschijnlijk toegebracht met diezelfde vleesvork, en haar rib is gebroken. Omdat er een schoenafdruk op haar borst te zien is, gaan de pathologen ervan uit dat ze de gebroken rib heeft opgelopen doordat de dader flink op haar borst heeft gestampt. Mary is overleden door bloedverlies.

Sylvia is twee keer in haar hart gestoken en heeft steekwonden in haar hoofd. Haar keel is gedeeltelijk doorgesneden en haar genitaliën verminkt. Ook Sylvia is doodgebloed. Bij beide vrouwen zijn de verminkingen na hun dood toegebracht. De ervaren pathologen hebben nog nooit zo’n heftige crime scene gezien.

Tijdens het politie onderzoek blijkt, dat de vleesvork en het mes die zijn gebruikt komen uit de keuken van Mary, Sylvia en Ann. Ook wordt duidelijk, dat de dader nadat hij Mary en Sylvia heeft vermoord op de kamer van Ann is geweest en een tijdje naast haar bed heeft gestaan terwijl zij lag te slapen. Waarom hij haar niet heeft vermoord is onduidelijk. 

In de maanden erna mag niemand het huis betreden zonder begeleiding van de politie. Er wordt beveiliging in de straat geregeld, mocht de moordenaar nog terugkomen om zijn daden te herleven. 

Als de politie in de keuken kijkt, zien ze het glas van het gebroken raam liggen. Buiten in de tuin ligt echter meer glas dan in de keuken. Het lijkt erop, dat het raam vanaf de binnenkant is ingetikt. Onderzoekers verzamelen alle stukken glas en zetten dit nauwgezet weer in elkaar, kijkend waar elk stuk glas lag. Ze komen tot de conclusie, dat het raam toch vanaf de buitenkant is ingetikt, maar dat de dader de stukken glas, die nog in het raam zaten naar buiten heeft gegooid om zo makkelijker naar binnen te kunnen. 

Op het raamkozijn worden afdrukken gevonden van een handschoen met bloed. Er is echter te weinig bloed om hier DNA uit te halen. In 1997 is er een grotere hoeveelheid nodig, omdat de technologie nog niet ver genoeg ontwikkeld is. In de logeerkamer wordt een schoenafdruk gevonden. Het stuk tapijt waarop de afdruk staat wordt uitgesneden en meegenomen voor onderzoek. Het blijkt een afdruk van een laars te zijn van het merk Caterpillar. Ook wordt er bloed in de kamer van Ann gevonden, waardoor duidelijk wordt, dat de dader ook bij haar is geweest. 

De politie verhoort in totaal 265 mensen, waarvan bloed- en haar monsters worden afgenomen en alibi’s worden gecheckt. Het tv-programma Crime Call wordt gebruikt om het publiek om hulp te vragen, maar hier komt niets uit. Een aantal draaideurcriminelen worden ondervraagd en één van hen vertelt, dat hij had gehoord, dat twee mannen een paar dagen voor de moorden hadden ingebroken bij een huis in Grangegorman. Eén van deze mannen zou Dean Lyons zijn en hij zou tegen de vriendin van de draaideurcrimineel de moorden hebben bekend.

De politie gaat langs bij een daklozenopvang van het Leger des Heils. Daar spreken ze met drie mannen, die op de stoep voor de ingang zitten te praten over de moorden. Eén van deze mannen is Dean Lyons, een 24-jarige verstandelijk beperkte man die verslaafd is aan heroïne. Hij heeft ook gehoord over de moorden en is behoorlijk van slag. Dit is voor de politie reden genoeg om hem te verhoren. 

Dean wordt geboren in 1973 en is de middelste van zeven kinderen. Hij groeit op in het zuidwesten van Dublin. Zijn moeder ziet al snel dat haar zoon niet goed mee kan komen met zijn leeftijdsgenoten. Ze stuurt hem naar het speciaal onderwijs, waar hij bekend staat als een hardwerkende scholier, die nooit problemen veroorzaakt. Op zijn zestiende gaat hij van school om te werken. Rond diezelfde periode krijgt hij verkeerde vrienden. Dean gaat experimenteren met drugs en raakt al snel verslaafd aan heroïne. Hij blijft een goed contact houden met zijn familie, maar kan door zijn verslaving niet meer thuis wonen. Hij doucht en eet nog regelmatig bij zijn ouders, maar slaapt op straat of bij een daklozenopvang. Zijn vrienden van de straat mogen Dean graag en omschrijven hem als iemand met een zacht karakter. Als hij geld of drugs over heeft deelt hij dit met zijn vrienden. Om in zijn verslaving te kunnen voorzien, pleegt hij diefstallen en kleine inbraken. 

Als de politie hem ondervraagt ontkent Dean iets met de moorden te maken te hebben. De politie gaat naar de vriendin van de draaideurcrimineel en zij zegt, dat Dean deze moorden nooit aan haar bekend heeft. Als de politie de draaideurcrimineel hiernaar vraagt zegt hij, dat hij inderdaad gelogen heeft. 

Toch willen de rechercheurs dit spoor verder onderzoeken. Ze gaan terug naar het Leger des Heils en vragen Dean mee te komen naar het bureau. Daar geeft hij vrijwillig vingerafdrukken, bloed en een haarmonster af. De rechercheur vraagt of ze hem mogen verhoren en drukt hem op het hart, dat hij niet gearresteerd zal worden en zich nergens druk om hoeft te maken. Dean vertelt hem over zijn verslaving, zijn leven op straat en dat hij niet meer weet waar hij was in de nacht van de moorden. Hij zou bij het Leger des Heils kunnen zijn geweest of op straat. De politie checkt het register van de daklozenopvang en daar is hij die nacht niet geweest. 

Dan verandert de rechercheur van toon. Hij vertelt Dean, dat ze vingerafdrukken hebben van de plaats delict en als deze overeenkomen met die van hem, dat hij in moeilijkheden zal komen. Dean schrikt hiervan. Hij vertelt de rechercheur, dat hij zo’n anderhalf jaar geleden wel eens in dat huis is geweest. Hij ging toen om met een neefje van Ann Mernagh en is weleens bij Ann langs geweest om te vragen of ze een boodschap aan haar neefje wilde doorgeven. De rechercheur vertelt hem, dat dit niet waar kan zijn, omdat Ann nog maar een half jaar in dit huis woont. 

Dean is in paniek. Hij buigt zijn hoofd en durft de rechercheur niet meer aan te kijken. De rechercheur vraagt hem of alles goed is. Dan zegt Dean: ‘Ik heb de twee oude vrouwen vermoord. Het spijt me.’ De rechercheur reageert door hem zijn rechten voor te lezen. Dean begint te huilen en zegt dat zijn familie hem nooit zal vergeven voor wat hij heeft gedaan. Hij mag zijn moeder bellen en ook tegen haar vertelt hij, dat hij Mary en Sylvia heeft vermoord. Zijn moeder komt naar het bureau en weer geeft Dean aan haar de moorden toe. 

In de dagen erna wordt Dean nog drie keer verhoord. Hij geeft toestemming om het eerste verhoor op te nemen, maar bij het tweede en derde verhoor  weigert hij dit. In zijn eerste verhoor zegt hij dat hij een klein raampje heeft ingetikt om in te breken. Toen hij het huis aan het doorzoeken was hoorden de dames hem en kwamen hun slaapkamers uit. Hij zou hen op de overloop boven hebben aangevallen en hen hebben bevolen terug te gaan naar hun slaapkamers. Hij zou leren handschoenen aan hebben gehad en deze samen met zijn kleding hebben verbrand. De handschoenen en kleding zijn nooit teruggevonden. Hij kon zich de indeling van het huis niet meer herinneren. Eigenlijk weet hij helemaal niets meer. 

In zijn tweede en derde verhoor, dat niet wordt opgenomen, zou hij meer details hebben vermeld, die er wel op zouden kunnen wijzen, dat hij de dader was. Op 27 juli 1997 wordt Dean Lyons officieel gearresteerd voor de dubbele moord. In afwachting van zijn rechtszaak wordt hij opgesloten in de Arbour Hill gevangenis.

Arrestatie en rechtszaak

Mark Nash in nergens meer te bekennen. De politie gaat meteen op zoek naar hem en alle politieteams in de omgeving wordt gevraagd naar hem uit te kijken. Ze gaan ervan uit, dat hij wel op zal vallen in het overwegend witte Ierland, aangezien Mark half Jamaicaans is. Dat valt vies tegen. Hij wordt meerdere keren gespot, maar telkens is hij de politie een stap voor. Ze hopen hem te pakken te krijgen, voordat hij een grotere stad bereikt, waar hij minder op zal vallen. 

Mark weet echter Galway te bereiken, een stad aan de westkust van Ierland. Daar wordt hij al snel gezien door een agent. Als hij op Mark af wil stappen pakt hij de ijzeren pook, die hij heeft meegenomen vanaf de plaats delict. Hij dreigt de agent te vermoorden als hij nog een stap dichterbij zet. Mark probeert een automobilist uit zijn auto te trekken om te kunnen vluchten, maar dit mislukt. Vervolgens rent hij naar een huis aan de andere kant van de straat. Daar staat een vrouw in de deuropening te kijken naar de commotie op straat. Mark stormt op haar af, duwt haar op de grond en rent de woning binnen. De vrouw begint hard te gillen als ze op de grond valt. Haar zoon, die zich in de woning bevindt, komt op het gegil af en ziet een vreemde man de woning binnenlopen. Hij slaat Mark tegen de grond en houdt hem in een houtgreep tot de politie komt. 

Mark wordt afgevoerd naar het politiebureau. Tijdens het verhoor bekent hij direct Catherine en Carl vermoord te hebben. Maar daar blijft het niet bij. Hij zegt tegen de rechercheur dat hij een paar maanden geleden ‘die oude vrouwen in Grangegorman’ heeft vermoord. De rechercheur is verbijsterd. De dubbele moord in Grangegorman op Mary Callinan en Sylvia Sheils eerder dat jaar heeft heel Ierland geschokt. Omdat Grangegorman in een andere politiedistrict ligt, is de rechercheur niet gemachtigd om hem hierover verder te ondervragen. Mark wordt verder verhoord over de moord Catherine en Carl en in afwachting van zijn rechtszaak vastgezet. 

Terwijl Dean Lyons nog steeds vastzit voor de dubbele moord, wordt Mark Nash over deze moorden verhoord door een rechercheur die wel bevoegd is om dit te doen. Mark geeft aan, dat hij in de nacht van 6 maart 1997 de hele avond had zitten drinken. Op weg naar huis raakte hij zonder aanleiding buiten zinnen en wilde inbreken. Dit deed hij in het huis van Mary, Sylvia en Ann. Hij vertelt, dat hij het keukenraam had ingetikt en het overgebleven glas naar buiten had gegooid. Ter bescherming had hij sokken over zijn handen gedaan. Eenmaal binnen is hij de trap opgegaan en heeft de twee vrouwen vermoord. Hij zegt, dat hij ook Anns kamer binnen is gegaan en haar in bed zag liggen met een zwarte koptelefoon op. Op dat moment kwam hij weer bij zinnen en heeft Ann in leven gelaten. Na de inbraak heeft hij al zijn kleding weggegooid, behalve een zwart fluwelen jasje. Dit jasje zou nog steeds in het huis liggen, waar hij met Sarah Jane woonde. 

Als de politie in Grangegorman hoort, dat een andere man de moorden op Mary en Sylvia heeft bekend, zijn ze hier niet blij mee. Ze hebben al iemand vastzitten voor deze moorden en nu komt er nog een bekentenis. De rechtszaak tegen Dean Lyons gaat binnenkort beginnen. Dit is niet goed voor hun reputatie. Er volgt een groot onderzoek naar de werkwijze van de politie destijds. Agenten geven aan, dat zij destijds al tegen de rechercheur hadden gezegd, dat zij dachten dat Dean onschuldig is, maar hun opmerkingen werden genegeerd. Als het onderzoek is afgerond worden alle klachten tegen Dean Lyons ingetrokken en wordt hij vrijgelaten.

In oktober 1998 begint de rechtszaak tegen Mark voor de moord op Catherine en Carl Doyle. Het bewijs tegen Mark is overweldigend. De belangrijkste getuige is zijn inmiddels ex-vriendin Sarah Jane Doyle, die de aanval ternauwernood heeft overleefd. Haar gedetailleerde en emotionele verklaring in de rechtbank laat geen spoor van twijfel over wie de dader is. Ook forensisch materiaal uit de woning linkt Nash direct aan het bloedbad. Bovendien heeft hij deze moorden bekend. De verdediging van Mark probeert aan te voeren dat hij tijdens de moorden in een staat van psychotische waanzin verkeerde en daarom niet volledig verantwoordelijk kon worden gehouden voor zijn daden. Dit argument wordt door de rechtbank verworpen. Psychiaters verklaren dat hij weliswaar een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft, maar dat hij op het moment van de moorden heel goed wist wat hij deed. Zijn acties worden geclassificeerd als een brute uiting van psychopathische, ongecontroleerde woede. De jury heeft weinig tijd nodig om tot een oordeel te komen. Mark Nash wordt schuldig bevonden aan twee moorden en aan  zware mishandeling met de intentie tot moord. Hij krijgt een levenslange gevangenisstraf. Hij wordt opgesloten in Arbour Hill gevangenis in Dublin. 

Arbour Hill Prison

Eenmaal vast trekt Mark zijn bekentenis voor de Grangegorman moorden weer in. Hij zegt, dat hij tijdens zijn bekentenis onder grote druk stond. Mark legt uit, dat hij agenten hoorde praten over deze dubbele moord en dat de details die hij wist te melden, en die niet bij een groter publiek bekend waren, had gehoord van de betreffende agenten. De rechercheur trekt dit na bij de agenten, maar zij geven aan nooit over de Grangegorman moorden te hebben gesproken en zelfs deze details niet te kenden. 

De recherche moet op zoek naar meer bewijzen nu Mark zijn bekentenis heeft ingetrokken. In zijn appartement vinden ze schoenen van het merk Caterpillar en ze confronteren hem hiermee. Een dag later doet Mark een mislukte zelfmoordpoging in zijn cel. Hij schrijft een afscheidsbriefje, waarin hij een andere versie vertelt. Hij schrijft, dat hij inderdaad die nacht in de buurt van de woning was en dat hij een man naar buiten zag rennen. Vervolgens zou hij het huis zijn binnen gegaan om te kijken wat er met de vrouwen was gebeurd. Dit verhaal gelooft de politie niet. In september 1999 wordt hij officieel gearresteerd voor de moord op Mary Callinan en Sylvia Sheils. 

Ze hebben echter niet voldoende forensisch bewijs om hem daadwerkelijk te vervolgen. Bovendien overlijdt hun vorige verdachte Dean Lyons in 2000, waardoor er nog steeds twee mannen officieel een bekentenis hebben afgelegd. Pas in 2009 kan het fluwelen jasje, dat Mark destijds droeg en in beslag is genomen, door ontwikkeling in de DNA technologie opnieuw worden onderzocht. Hier blijken bloedspetters op te zitten van beide slachtoffers. Als Marks advocaten horen over dit nieuwe bewijs stappen zij naar het Hoger Gerechtshof. In hun ogen is een eerlijk proces na twaalf jaar onmogelijk. Getuigenverklaringen zouden na zo lange tijd niet meer betrouwbaar zijn. Pas nadat de hoogste Ierse rechters al deze bezwaren en beroepen definitief hebben afgewezen kan de rechtszaak beginnen. 

Dit gebeurt pas in 2015. De rechtszaak is een van de langste en meest complexe processen uit de Ierse rechtshistorie. De zaak dient voor het Central Criminal Court in Dublin en duurt maar liefst 48 dagen, waarbij 71 getuigen worden gehoord. Het grootste twistpunt is het DNA bewijs op het fluwelen jasje. Volgens de verdediging zou dit in de loop der jaren besmet kunnen zijn geraakt door kruisbesmetting met andere bewijsstukken. DNA-experts achten deze kans uiterst klein. Op 20 april 2015 komt de jury na een beraadslaging van iets meer dan vier uur met een unaniem oordeel: schuldig op beide aanklachten van moord. De rechter veroordeelt Mark Nash tot nog eens twee levenslange gevangenisstraffen, die bovenop zijn bestaande straffen voor de ander moorden komen. Mark neemt het vonnis emotieloos en ijzig in ontvangst. Hoewel hij later nog diverse keren in hoger beroep gaat tegen deze uitspraak, worden al zijn bezwaren door de Ierse hoven en het Europees Hof definitief verworpen. 

Midlands Prison

Mark wordt overgeplaatst van de Arbour Hill gevangenis naar de strengere zwaarbeveiligde Midlands Prison in Portlaoise. Hij verzet zich hier hevig tegen deze beslissing en gaat zelfs in hongerstaking. In de eerste jaren dat hij hier zit, klaagt en procedeert hij over alles. Inmiddels heeft hij zich neergelegd bij zijn leven in de gevangenis. Hij heeft zelfs een officiële training heeft gevolgd tot peer counselor. Hij functioneert in de gevangenis als een soort luisterend oor of adviseur om medegevangenen te helpen die kampen met psychische problemen of moeite hebben met het gevangenisregime.

Aanbevolen

Onderstaande documentaire en onze eigen podcast geven een goed beeld van het leven en de misdaden van Mark Nash: