
Naam: Charles Chi-tat Ng
Bijnaam: Sex Slave Killers
Geboren: 24 december 1960, Hongkong
Aantal moorden: 11-25
Straf: doodstraf
Jeugd
Charles Ng wordt geboren op 24 december 1960 in Hong Kong. Hij is de jongste van drie kinderen en de enige zoon van het gezin. De familie leeft een welvarend leven. Zijn vader is directeur van een bedrijf. Hij is streng voor zijn zoon en als hij Charles iets doet wat zijn vader niet kan bekoren, wordt hij mishandeld. Charles is al van kinds af aan gefascineerd door Martial arts. Hij maakt van papier een Gwan, een lange staf die gebruikt wordt in Kung Fu en oefent hiermee in de achtertuin.
Hij is dol op dieren en heeft een eigen kip, die hij elke dag voert en aait. Op een dag zegt zijn oma, dat het dier niet meer in hun huis mag, omdat de kip stinkt. Charles moet toekijken hoe zijn oma zijn beste vriend de nek omdraait en bereid voor het avondeten. Daarna haalt hij nog een schildpad en een hond van de straat, maar geen van de dieren mag bij hen wonen.
Op school gaat het niet zo goed. Charles houdt niet van leren en weigert zijn huiswerk te maken. Zijn zussen worden aangesteld als zijn bewaarder. Hij mag pas gaan spelen als zijn huiswerk af is. Ook ook dit niet werkt, krijgt hij weer een afranseling van zijn vader.
In zijn puberteit pikt Charles dit niet meer. Hij zet zich af tegen zijn ouders en begint gewelddadig gedrag te vertonen. Hij valt kinderen aan in het park, gooit molotov cocktails willekeurig op straat en sticht brandjes. Ditzelfde doet hij ook op school. Als hij brand sticht in een scheikundelokaal wordt hij van school gestuurd.
Zijn vader denkt, dat het het beste is voor zijn zoon om ergens anders opnieuw te beginnen. Een oom van Charles is leraar op de prestigieuze kostschool Bentham Grammar School in Yorkshire Engeland. Op 15-jarige leeftijd wordt hij daar naartoe gestuurd. Helaas heeft dit niet het effect, wat zijn ouders voor ogen hebben. Binnen een paar maanden wordt hij betrapt op het stelen van spullen van medescholieren en wordt weer van school gestuurd. Charles keert weer terug naar Hong Kong.
Op zijn achttiende vertrekt hij naar Californië om daar biologie te gaan studeren. Na één semester is het hem duidelijk dat studeren niet zijn ding is. Hij wil graag het leger in. Hij gaat naar een bureau, dat militairen rekruteert. Er is echter een probleem, hij is geen Amerikaans staatsburger. Op de één of andere manier krijgt hij het voor elkaar om een vals paspoort te bemachtigen. Volgens hemzelf wordt hij hierbij geholpen door een rekruteringsambtenaar. Volgens zijn nieuwe paspoort is zijn geboorteplaats Bloomington Indiana en kan hij dus aan de slag als militair.
Hij voelt zich helemaal thuis in militaire dienst. De structuur en discipline doen hem goed en hij is gefascineerd door survival-technieken en wapens. Door zijn leidinggevenden wordt hij beschreven als iemand die excellent met wapens om kan gaan. Toch is het niet allemaal koek en ei. Regelmatig wordt hij gediscrimineerd en gepest met zijn Aziatische uiterlijk. Charles is gedesillusioneerd. Hij heeft eindelijk iets gevonden wat bij hem past, maar alsnog is hij een buitenstaander.
Begin 1981 staat Charles op wacht bij de basis waar hij op dat moment gestationeerd is. Hij ziet hoe makkelijk het zou zijn om wapens te stelen en deze voor een groot bedrag te verkopen. Hij bespreekt dit met een aantal collega-militairen. Eén van hen wil het er wel op wagen en gaat met hem op pad. Ze stelen voor meer dan $11.000,- aan machinegeweren, granaten en andere waardevolle wapens. Ze houden zich schuil in een hotel in Waikiki Beach. Helaas voor hen heeft één van de andere collega’s zijn mond voorbij gepraat en hen verraden.

Drie dagen later worden ze opgepakt door de militaire politie. Charles wordt niet alleen verdacht van het stelen van militaire wapens, maar van een complot tot samenzwering tegen het Amerikaanse leger. Als hij hiervoor wordt veroordeeld wacht hem een lange gevangenisstraf. Charles weet echter tijdens één van de verhoren te ontsnappen. Als hij even alleen wordt gelaten klimt hij uit een raam en vlucht.
Hij heeft echter een groot probleem. Hij kan nergens naartoe en het zal niet lang duren, voordat de militaire politie erachter komt, dat hij geen Amerikaans staatsburger is. Dan zou hij uitgezet worden naar Hong Kong. Eén van zijn oud-collega’s weet echter iemand, die hem wel kan helpen. Hij geeft de 20-jarige Charles het telefoonnummer van de 36-jarige Leonard Lake.
Misdaden
Charles mag een paar maanden bij Leonard verblijven, mits hij huur betaalt en meehelpt met klussen in zijn pand. Zowel Charles als Leonard zijn uit de brand. Charles heeft een plek om zich schuil te houden en Leonard heeft mankracht, die hem kan helpen bij het verbouwen van zijn nieuwe woonplek.

In december 1981 komt Charles aan bij Leonard en Claralyn in Anderson Valley. Ze komen erachter, dat ze dezelfde interesses delen. Ze houden beiden van wapens, van survivallen en de natuur en ze hebben beiden slechte ervaringen bij het leger. Ze worden al snel beste vrienden.
Het duurt echter niet lang, voordat ook de militaire politie weet waar Charles zich schuilhoudt. In het voorjaar van 1982 wordt hij opgepakt door de taskforce. Als de taskforce de gebouwen doorzoeken die bij het huis van Leonard horen, vinden ze een arsenaal aan wapens. Ze vinden jachtgeweren, pistolen en munitie. Hoewel Leonard beweert, dat de meeste wapens van Charles zijn, wordt ook hij opgepakt. Charles wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf in een militaire gevangenis op Hawaï. Claralyn betaalt de borgtocht voor Leonard, waardoor hij zijn straf in vrijheid kan afwachten. Leonard wil onder geen beding naar de gevangenis en slaat op de vlucht. Claralyn wil hun relatie niet beëindigen, maar ziet een leven als voortvluchtige niet zitten. Ze vraagt de scheiding aan, verlaat hun huis en gaat weer bij haar ouders in San Bernardino wonen.
Leonard trekt naar het zuiden van Californië, waar zijn moeder en broertje en zusje wonen. Zijn moeder is verrast om haar zoon na al die tijd weer te zien. Leonard toont echter vooral interesse in zijn inmiddels 32-jarige broertje Donald. Hij is als kind aangereden door een trein en is sinds die tijd gehandicapt. Leonard is niet geïnteresseerd in zijn broertje zelf, maar wel in de uitkering, die hij krijgt. Sterker nog, hij verafschuwt Donald omdat hij vindt dat hij niets toevoegt aan de maatschappij en misbruik maakt van de steun van zijn moeder. Sinds Donald het ongeluk heeft gehad ging alle aandacht naar hem en niet naar Leonard. Bovendien mocht Donald vroeger wel met zijn moeder mee naar Seattle terwijl hij bij zijn grootouders in San Francisco moest blijven.
Leonard heeft een plan bedacht om optimaal misbruik te kunnen maken van het broertje, dat hij altijd al heeft gehaat. Hij zegt tegen hem, dat hij de perfecte baan weet voor Donald. Hij kan aan de slag als oppas ergens in het noorden van Californië, waarbij er geen fysieke eisen aan hem gesteld zullen worden. Dat lijkt Donald wel wat. Leonard zal hem er naartoe brengen, zodat hij kan kijken of het iets voor hem is. Er wordt nooit meer iets van Donald Lake vernomen. Ook zijn lichaam is nooit gevonden.
Een paar dagen later gaat Leonard naar een dure club in San Francisco. Hij sluit een lidmaatschap af onder Donalds naam. Ook int hij meerdere uitkeringscheques van zijn broertje. Leonard heeft het voor elkaar. Hij heeft een nieuwe identiteit en een regelmatig inkomen. Het enige wat hij nog nodig heeft is een afgelegen plek, waar hij een ondergrondse bunker kan bouwen. Een plek waar hij veilig is tegen de nucleaire oorlog én toekomstige seksslavinnen kan opsluiten.
Ondanks dat Leonard en Claralyn gescheiden zijn, zien ze elkaar nog regelmatig. Op een dag spreken ze af in een afgelegen hut, die eigendom is van de vader van Claralyn. Het huisje ligt in Wilseyville, een gehucht aan de voet van de Sierra Nevada, een gebergte in het oosten van Californië. Als Leonard het optrekje ziet weet hij het meteen. Dit is de plek, waar hij zijn bunker wil bouwen. Het ligt kilometers weg van de geciviliseerde samenleving en is omgeven door een rotsachtig gebied met grote bomen en verhullende heuvels. Voorlopig blijft hij hier nog wel even.
Het enige probleem is, dat hij geen geld heeft voor de bouw. Hij durft niet elke maand de cheques van zijn broertje te verzilveren, uit angst dat ze naar hem te herleiden zijn. Als het bij zijn broertje zo makkelijk ging om hem te laten verdwijnen, waarom dan hetzelfde trucje niet nog een keer uithalen. Op 20 mei 1983 nodigt hij een oude vriend uit om hem te bezoeken in de hut van zijn schoonvader. Het is de 34-jarige Charles Donald Gunnar, die ooit zijn getuige was toen hij met Claralyn trouwde. Hun vriendschap is in de loop der tijd verwaterd, omdat Leonard zich ergerde aan Charles. Ook hij ontvangt een uitkering van de overheid. Voor Leonard is hij het ideale slachtoffer. Charles is in zijn ogen een last voor de maatschappij en als hij hem kan laten verdwijnen kan hij zijn uitkeringscheques gebruiken voor het bouwen van zijn bunker.
Leonard vertelt zijn oude vriend dat ze gaan stappen in Las Vegas. Charles is pas gescheiden en kan wel wat afleiding gebruiken. Wat daar precies gebeurd is, is niet bekend. Leonard keert alleen terug en zegt tegen de familie en vrienden van Charles, dat hij een nieuwe vriendin heeft leren kennen in Las Vegas en er met haar vandoor is gegaan. Leonard verkoopt de bezittingen van Charles, neemt zijn rijbewijs in en gebruikt het Volkswagen busje van Charles als zijn nieuwe vervoermiddel. De uitkering van Charles wordt zijn nieuwe inkomen. Hoe hij aan zichzelf verantwoordt dat hij wel uitkeringsgeld kan ontvangen is niet bekend.
In de zomer van 1983 begint Leonard met de bouw van zijn bunker dichtbij de hut van zijn schoonvader. In de maanden erna is hij druk bezig met dit project. Hij noemt het Operation Miranda. De naam is een eerbetoon aan de vrouw, die in zijn favoriete boek The Collector wordt ontvoerd en opgesloten, Miranda Grey. Hij schrijft hierover aan Charles Ng, die nog steeds vastzit in een militaire gevangenis. Dan blijkt, dat ook Charles een liefhebber is van de roman. Sterker nog, hij deelt ook de wens om een vrouw op te kunnen sluiten en te bezitten.
Een jaar later, in de zomer van 1984 komt Charles Ng vrij. Zodra hij hoort dat hij vrijgelaten wordt belt hij Leonard. Hij nodigt Charles uit om naar hem toe te komen in Wilseyville. Als Charles arriveert ziet hij dat de bunker al klaar is. Het bevat niet alleen een ruimte om te schuilen tegen een nucleaire oorlog, maar ook een gevangeniscel. Ze kunnen samen hun favoriete boek tot leven laten komen.
Trots geeft Leonard een rondleiding in de bunker aan Charles. Hij opent de deur en ze komen een werkplaats in van zo’n 6 bij 3,5 meter. Er staat een werkbank en alle apparatuur is netjes opgehangen aan een muur. In eerste instantie lijkt dit een gewone werkplaats, maar Charles weet wel beter. Hij heeft gezien, dat de buitenkant van de bunker een stuk groter is dan de binnenkant. ‘Waar is de rest?’ vraagt hij glimlachend aan zijn vriend. Leonard loopt naar de wand van multiplex, waar alle elektrische apparatuur hangt. Trots schuift hij deze opzij en showt Charles een verborgen deur. Leonard opent de deur en daarachter bevindt zich een kamer met een bed, nachtkastje en een boekenkast met boeken over wapens, chemicaliën en oorlogsvoering. Op de muur staat met grote letters Operation Miranda. Leonard heeft nog een verrassing. Achter de boekenkast zit nog een verborgen deur, waar een volgende verborgen kamer achter zit. Deze kamer ziet eruit als een kleine gevangeniscel. Hij is slechts 1 bij 2 meter groot. Het bed, de chemisch toilet en de watertank passen er net in. Er zijn een paar gaten in de muur geboord die dienen als ventilatie. Verder zit er een klein raam met een doorkijkspiegel tussen de grotere slaapkamer en de gevangeniscel. Via deze spiegel kun je vanuit de slaapkamer wel zien wat er in de gevangeniscel gebeurt, maar andersom niet.
Het enige wat ze nu nog moeten doen is op zoek naar hun eigen Miranda. Hiervoor moeten ze terug naar de stad, waar het makkelijker is om een slachtoffer te zoeken. Leonard is opgegroeid in San Francisco en weet al snel een appartement te huren in de buurt van Golden Gate Park. Soms zijn Leonard en Charles samen in het appartement, maar om niet te veel op te vallen logeert Charles soms ook bij kennissen. Regelmatig neemt hij een andere identiteit aan. Hij heeft een rijbewijs gestolen van ene Mike Kimoto en gebruikt ook deze naam.
Rond de tijd, dat Charles en Leonard in San Francisco wonen, pleegt Charles zijn eerste moord. Hij ziet een advertentie in de krant staan, waarin Don Giuletti orale seks aanbiedt bij hem thuis. Charles reageert op deze advertentie en gaat op 11 juli 1984 langs bij Don. Eenmaal binnen blijkt ook Dons huisgenoot Richard Carrazza aanwezig te zijn. Charles pakt zijn pistool en schiet op beide mannen. Hij berooft hen van hun waardevolle spullen en gaat er vandoor. Don Giuletti is op slag dood, maar Richard Carrazza overleeft de aanval. Richard wordt als getuige gehoord door de politie. Hij beschrijft zijn aanvaller als een jonge Aziatische man met een bril. De politie heeft echter te weinig sporen om de dader op te pakken.
Twee weken later reageert Charles op een advertentie, waarin een man, Harvey Dubs, zijn diensten als bruidsfotograaf en filmer. Ook verhuurt hij video- en audioapparatuur. Charles belt naar Harvey en vraagt of hij op 25 juli langs kan komen om de apparatuur te bekijken. Harvey zegt, dat hij die dag zelf niet thuis is, maar dat zijn vrouw Deborah hem de apparatuur wel kan laten zien. Charles komt langs op 25 juli 1984. Deborah laat hem binnen en Charles ziet, dat hun 1-jarige zoontje Sean in de hoek van de kamer aan het spelen is. Hij stelt Deborah wat technische vragen over de apparatuur en wacht tot zij met de rug naar hem toe gaat staan. Op het moment dat dat gebeurt, pakt Charles de kleine peuter op en zegt tegen zijn moeder, dat hij Sean zal vermoorden als zij niet precies doet wat hij zegt. Doodsbang gaat ze akkoord en staat toe dat Charles haar vastbindt. Even later komt Harvey thuis en Charles bedreigt hem op dezelfde manier. Ook Harvey wordt vastgebonden. Harvey, Deborah en Sean worden gedrogeerd en meegenomen naar de bunker in Wilseyville.
De buurvrouw van de familie Dubs is bezorgd. Ze heeft al dagen niets van haar bovenburen gehoord. Ze heeft al een paar keer op de deur geklopt, maar niemand deed open. Nu, twee dagen nadat het stil werd boven haar, hoort ze voetstappen vanuit het appartement boven haar. Ze gaat meteen kijken. Maar in plaats van haar buren treft ze een Aziatische man aan op de trap, die twee grote tassen met spullen meesleept. Ze roept hem nog na, maar de man reageert niet. Weer een dag later ziet ze de man weer en opnieuw sjouwt hij spullen uit het appartement. Deze laadt hij in een Volkswagen busje, waar een andere witte man zit te wachten. Ze besluit de politie te bellen en geeft een beschrijving van de Aziatische man en het busje.
Charles en Leonard hebben alle waardevolle spullen van de familie Dubs naar de hut in Wilseyville gebracht. Voor hun zijn Harvey en Sean overbodig, dus zij worden al snel vermoord. De 33-jarige Deborah wordt de eerste gast in hun gevangeniscel. Dagen-, misschien wel wekenlang wordt ze verkracht en gemarteld wanneer het de mannen uitkomt. Hoe lang het precies heeft geduurd is niet bekend. Zodra ze genoeg van haar hebben wordt ze gewurgd. De drie lichamen worden dichtbij de bunker begraven.
Hoogstwaarschijnlijk hebben de mannen in de zomer van 1984 nog meer vrouwen naar hun bunker gebracht. In dagboekaantekeningen van Leonard, die later zijn gevonden, schrijft hij in september van 1984, dat ze een heerlijke zomer hebben gehad, waar hij maar beter niets over kan schrijven. Niet al hun slachtoffers zijn begraven, een aantal van hun lichamen zijn verbrand, waardoor er geen stoffelijk overschotten te vinden zijn.
In september 1984 is hun geld op. Ze moeten terug naar San Francisco voor werk. Charles vindt een baan bij een verhuisbedrijf en Leonard gaat drugs dealen. Hij levert de drugs bij zijn klanten thuis af. Zo ook bij de 35-jarige oorlogsveteraan Randy Jacobsen. Op 15 oktober 1984 komt Leonard bij hem thuis om wat marihuana te brengen. Randy heeft PTSS overgehouden aan zijn uitzending naar Vietnam en leeft nu van een uitkering. Leonard lokt Randy mee door hem een baan als dealer aan te bieden. Randy rijdt met Leonard mee naar zijn nieuwe job en wordt nooit meer gezien. Leonard begraaft hem dichtbij zijn bunker en int in de maanden erna de uitkering van Randy.
Begin November ziet Leonard een advertentie in de krant staan, waarin iemand zijn bruine Honda Prelude wil verkopen. Hij spreekt met de verkoper, Paul Cosner, af dat hij op 2 november langs wil komen om een proefrit te maken en de deal rond willen maken. Als Paul de deur opent richt Leonard een pistool op hem. Hij maant Paul om met hem naar een pinautomaat te rijden buiten de stad. Eenmaal bij de pinautomaat weigert Paul zijn pincode te geven. Leonard schiet hem dood. Hij neemt Pauls bruine Honda mee.
Charles is nog steeds als verhuizer aan het werk, maar heeft het niet naar zijn zin. Hij heeft het idee, dat zijn collega’s hem maar raar vinden. Dat zou goed kunnen, aangezien hij vaak tegen zichzelf praat en dan vreemde uitspraken doet als: zonder gun geen fun en zonder kill geen thrill. Vooral zijn 23-jarige collega Clifford Peranteau fronst zijn wenkbrauwen als hij Charles hoort murmelen. Clifford wordt voor het laatst gezien op 20 januari 1985. Zijn baas krijgt daarna nog wel een ontslagbrief, die op naar staat van Clifford met het verzoek om zijn laatste looncheque te sturen naar een adres in Wilseyville.
Een maand later op 24 februari 1985 raakt een andere collega van Charles vermist, de 25-jarige Jeffrey Gerald. Charles vraagt hem om te helpen bij een zwart verhuisklusje die avond. Er wordt nooit meer iets van Jeffrey vernomen.
Het moorden bevalt Charles goed, vooral mensen die hij kent en uit de weg kan ruimen. Hij laat zijn oog vallen op een oud-celgenoot, die samen met hem in de militaire gevangenis zat, de 22-jarige Michael Carroll. Hij belt Michael en zegt hem, dat hij mooie video-apparatuur in de aanbieding heeft. Michael vertelt zijn vriendin Kathleen Allen, dat hij even weg moet, maar zo weer terug is. Maar Michael komt niet terug. Twee dagen later krijgt de 18-jarige Kathleen een telefoontje op haar werk. Een man vertelt haar, dat hij een vriend is van Michael en dat Michael is neergeschoten dichtbij de Sierra Nevada. Hij wil haar daar wel naartoe brengen. Kathleen vertelt haar baas, dat ze wegmoet. Collega’s zien haar instappen bij een man van midden veertig in een bruine Honda. Het is Leonard. Hij brengt haar naar de bunker, waar Charles al op hun wacht. Ze sluiten Kathleen op in de gevangeniscel, waar ook een videocamera staat. Op camera bedreigt Leonard haar, dat ze mee moet werken. Als ze dat niet doet zullen ze haar door haar hoofd schieten en naast haar vriendje Michael begraven. Daarna vertelt hij haar, dat hij haar leuk vindt. Hij zegt dat hij nerveus is en dit nooit eerder heeft gedaan. Hij zegt, dat ze seks met hen moet hebben en dat dan alles goedkomt. Dagenlang wordt Kathleen verkracht door de mannen. Alles wordt opgenomen met de videocamera. Na een paar dagen zijn Charles en Leonard haar zat. Ze schieten haar dood en begraven haar naast haar vriend.
Hun laatste moorden plegen Charles en Leonard op 19 april 1985. Dit keer zoeken ze het dichtbij huis. De hut in Wilseyville is uitgekozen door Leonard omdat de dichtstbijzijnde buren honderden meters verderop wonen. Deze buren, die hun hut als vakantiehuisje gebruiken, zijn de 27-jarige Lonny Bond sr, de 20-jarige Brenda O’Connor en hun 1-jarige zoontje Lonny Bond jr. Ook hun huisvriend Robin Stapley is daar regelmatig te vinden. Leonard heeft regelmatig ruzie met zijn buren. Niet alleen over geluidsoverlast en een gezamenlijk hek dat niet wordt afgesloten, maar ook om vreemde voorstellen, die Leonard ooit aan Brenda heeft gedaan. Zo heeft hij haar ooit eens gevraagd naakt voor hem te poseren.
Op 19 april 1985 rijdt Robin Stapley zijn vrienden Lonny, Brenda en hun zoontje vanuit hun woonplaats San Diego naar Wilseyville. Onderweg worden ze aangereden Leonard en Charles. Zij dwingen het viertal onder bedreiging van een geweer in hun auto plaats te nemen en rijden met hun naar de bunker. Als ze daar aankomen worden Lonny sr, Lonny jr en Robin doodgeschoten en in de tuin begraven. Brenda wordt in de gevangeniscel opgesloten. Ze wordt door de mannen gemarteld en verkracht en alles wordt weer op video opgenomen. Charles vertelt haar, dat ze kan huilen, zoals voorgaande slachtoffers hebben gedaan, maar dat haar dat niet zal helpen. Brenda probeert zoveel mogelijk mee te werken met wat de mannen willen, in de hoop dat ze het zal overleven. Dat mag niet baten, een paar dagen later wordt ook zij vermoord.
Dan is het 2 juni 1985. Leonard en Charles zijn in het zuiden van San Francisco. Ze gaan even langs bij de bouwmarkt South City Lumber voor gereedschap. Ze hebben een bankschroef nodig en Charles neemt deze zonder te betalen mee, verstopt in zijn jas. Hij wordt echter betrapt door een klant, die hem hierop aanspreekt. Charles rent de winkel uit, gooit de bankschroef in de auto en vlucht te voet. Leonard, die bij de bruine Honda staat wachten, ziet de bui al hangen. Hij heeft geen zin in gedoe en gaat de winkel in om de bankschroef af te rekenen. Maar als hij terugkomt bij de auto staan agenten hem al op te wachten. Leonard zegt meteen, dat niet hij, maar zijn vriend de bankschroef gestolen heeft en dat hij hem inmiddels heeft afgerekend. Helaas voor hem hebben de agenten zijn auto al onderzocht en een pistool met geluidsdemper gevonden. Deze is verboden in Californië, waardoor Leonard alsnog mee moet naar het bureau.
Arrestatie en rechtszaak
Zijn droom om een vrouw voor altijd op te sluiten in zijn gevangeniscel is voor hemzelf zijn grootste nachtmerrie. Leonard is als de dood om opgesloten te zitten en nooit meer vrij te komen. Hij weet, dat als politie erachter komt van wie de auto is, van wie de kentekenplaten zijn en erger nog zijn hut en bunker gaan onderzoeken, dat hij nooit meer vrij zal komen. Daarom heeft hij ooit al eens cyanide-pillen in zijn jas genaaid. Voordat hij bij de agenten in de auto stapt pulkt hij de cyanide-pil uit de zoom van zijn jas en neemt hem in.
Onderweg in de auto vertelt hij de politie, dat zijn naam Leonard Lake is, dat hij op de vlucht is voor de politie en dat hij een verklaring wil afleggen. Ook zegt hij hen, dat de vriend die te voet is gevlucht Charles Ng heet. Eenmaal op het bureau vraagt hij om pen en papier, zogenaamd om zijn verklaring af te leggen. Hij weet echter, dat het niet lang meer zal duren dat de cyanide zijn werk zal doen en schrijft, zodra hij even alleen gelaten wordt door de agent, nog snel een afscheidsbriefje voor zijn moeder en zijn ex-vrouw Claralyn. ‘Lieve Lynn, ik hou van je en vergeef je. Vrijheid is beter dan al het andere. Het spijt me, mama en iedereen. Sorry voor alle problemen. Liefs Leonard.’ Daarna valt hij kronkelend van de pijn op de grond.
Als de agent terugkomt in de verhoorkamer ziet hij Leonard spastische bewegingen op de grond. Hij belt meteen een ambulance. Pas in het ziekenhuis komen ze erachter, dat hij cyanide in zijn bloed heeft. Leonard Lake sterft vier dagen later op 6 juni 1985 op 39-jarige leeftijd in het ziekenhuis.
De politie onderzoekt de bruine Honda, waar Leonard en Charles mee naar de bouwmarkt zijn gereden. Ze komen erachter dat de auto op naam staat van Paul Cosner, die op 2 november 1984 spoorloos verdween, nadat hij zijn auto via een advertentie in de krant te koop had aangeboden. Ook zien ze, dat de kentekenplaten die erop geschroefd zijn horen bij een auto, die op naam staat van Robin Stapley, die sinds april 1985 vermist wordt, samen met de familie Bond. In de auto vinden ze een oude energierekening die toebehoort aan Claralyn Balazs. Zou zij de Lynn uit het achtergebleven briefje zijn?
Na het overlijden van Leonard gaan agenten naar Leonards moeder Gloria om haar het nieuws over haar zoon te vertellen. Verrassend genoeg blijkt Claralyn daar ook te zijn. Zij vertelt, dat ze de ex-vrouw van Leonard is. Als ze haar vragen naar de energierekening vertelt ze, dat dit een rekening van haar vaders vakantiehuisje in Wilseyville, waar Leonard de laatste jaren verbleef.
De volgende dag gaat de politie samen met Claralyn naar het huisje in Wilseyville. Daar vinden ze een videocamera die eigendom is van Harvey Dubs, die samen met zijn vrouw Deborah en zoontje Sean al een jaar worden vermist. Er valt hen nog iets op. Naast het huisje staat een bunker. Ze gaan de bunker binnen en zien een grote ruimte, die ingericht lijkt te zijn als klushok. Op de werkbank ligt een dagboek van Leonard. Hierin lezen ze over The Collector en de wens van Leonard om zelf vrouwen als seksslavinnen te hebben.
Als één van de agenten aan de planken op multiplex wand schudt, gaat er plotseling een verborgen deur open. Daar zien ze een kleine gevangeniscel. Op de muur hangt een A4tje met daarop een reglement, waar de gevangene zich aan moet houden. Zo staat er onder meer: ‘Ik moet altijd klaar staan om mijn meester te dienen. Ik mag niet praten, tenzij me iets gevraagd wordt. Ik moet begrijpen dat elk disrespect dat ik mijn meester bezorg zal zorgen voor straf.’ De politie is verbijsterd en ze vrezen het ergste.
Hun vrees wordt buiten de bunker bevestigd. Op zeven verschillende plekken zijn brandplekken te zien, waar ooit een groot vuur is aangestoken. Ze vrezen dat hier misschien lichamen in zijn verbrand. De politie laat kadaver-honden komen. Al snel wordt duidelijk, dat hier minstens acht lichamen begraven liggen. Verder vinden ze begraven vuilniszakken met honderden items, die wellicht van slachtoffers afkomstig zijn.
Als klap op de vuurpijl vinden ze, begraven in een plastic bak, videobanden. Als ze deze gaan bekijken kunnen ze hun ogen niet geloven. Ze zien hoe een aantal vrouwen worden gemarteld en verkracht door zowel Leonard als Charles.
Ondertussen is ook de klopjacht naar Charles Ng gestart. Claralyn wordt als getuige opgeroepen. Ze wil wel samenwerken met de politie, maar alleen als zij volledige immuniteit krijgt. Als dit verzekerd is vertelt ze, dat Charles Ng vanuit de bouwmarkt naar Claralyns huis is gegaan. Hij vertelt haar dat hij de stad uit moet en misschien wel naar Chicago wil vluchten. De politie komt er al snel achter dat hij zich daar inderdaad schuil houdt onder de naam Mike Kimoto. Maar ze horen ook al snel, dat hij gevlucht is naar Canada. Wekenlang wordt er niets van hem vernomen, totdat ze op 6 juli 1985 een telefoontje krijgen van een jongen uit Toronto. Toen hij wilde spelen in een park zag hij dat iemand daar zijn tentje had opgezet en dat de man wel erg leek op de gezocht Charles Ng. Hij had hem herkend van Wanted Posters. Als de politie aankomt bij de tent, blijkt de vogel al gevlogen.
Maar nog diezelfde dag krijgen ze een telefoontje vanuit Calgary. Een Aziatische man is door een beveiliger betrapt op het stelen van goederen uit een warenhuis. Als hij hem aan wil spreken trekt de man een pistool en schiet op de beveiliger. Deze raakt licht gewond, maar kan de man vasthouden totdat de politie arriveert. Charles wordt overgebracht naar de gevangenis van Calgary en vastgehouden voor diefstal en poging tot moord op de beveiliger. Hij krijgt hiervoor vier en een half jaar gevangenisstraf.
Er is echter een probleem. Canada levert geen mensen uit aan de VS als tegen hen de doodstraf kan worden geëist. Er zou echter een uitzondering gemaakt kunnen worden, als ze kunnen bewijzen, dat Charles Ng verantwoordelijk is voor meerdere moorden. Deze bewijzen liggen op tafel. Ze moeten echter wachten tot hij zijn straf in Canada heeft uitgezeten. Als Charles zijn straf in Canada er bijna op heeft zitten gaat hij tegen zijn uitlevering in beroep, maar dit verliest hij.
Uiteindelijk wordt hij in september 1991 overgebracht naar Californië. Omdat de misdaden zijn gepleegd in Wilseyville moet hij worden vastgehouden in een gevangenis in die county. Daar zijn ze echter niet voorbereid om een gevaarlijke gevangene als Charles. Er wordt zelfs een extra cel gebouwd voor hem zodat hij elke seconde van de dag in de gaten gehouden kan worden.
In 1992 is de eerste hoorzitting tegen Charles Ng. Hij wordt aangeklaagd voor twaalf moorden. Er is echter vooral indirect bewijs tegen hem. Er zijn geen wapens, vingerafdrukken of bloedmonsters die hem direct aan de slachtoffers linkt. Het belangrijkste bewijs zijn de videobanden waarop Brenda O’Conner en Deborah Dubs worden gemarteld en verkracht.
Pas in 1998 begint de uiteindelijk rechtszaak. Deze neemt meer dan twee maanden in beslag. Daarna trekt de jury zich terug om hun oordeel te beraadslagen. Zij hebben hier drie weken voor nodig. Op 24 februari 1999 krijgt Charles Ng zijn vonnis te horen. Hij krijgt de doodstraf voor elf moorden.
In de jaren erna pakt Charles elke mogelijkheid aan om zijn vonnis aan te vechten. In 2022 heeft het Hooggerechtshof van Californië zijn doodsvonnis opnieuw bevestigd. De kans dat hij geëxecuteerd zal worden is erg klein aangezien Californië sinds 2019 een moratorium heeft voor de doodstraf. Charles Thomas Ng zit nog steeds vast in de California Medical Facility in Vacaville. Hij is nu 65 jaar oud.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire en onze eigen podcast geven een goed beeld van de misdaden van Charles Ng en Leonard Lake.
