
Naam: Dennis Andrew Nilsen
Bijnaam: The Kindly Killer
Geboren: 23 november 1945, Fraserburgh Schotland
Overleden: 12 mei 2018
Aantal moorden: 12-15
Straf: Levenslang
Jeugd
Dennis Andrew Nilsen wordt geboren op 23 november 1945 in Fraserburgh Schotland. Zijn moeder Betty White is een vrome christen en zorgt voor de kinderen. Ze wordt gezien als een koude afstandelijke vrouw. Zijn vader Olav Moksheim is een Noorse soldaat. Hij komt in 1940 in Schotland aan als soldaat van het Noorse Verzet na de Duitse bezetting van Noorwegen. Eenmaal in Schotland neemt hij de naam Nilsen aan. Niet lang na hun ontmoeting in 1942 trouwen Betty en Olav en trekken in bij de ouders van Betty in Fraserburgh. Olav is nauwelijks thuis. Hij is veel weg zijn werk voor het Noorse verzet. Als hij wel thuis is, heeft hij geen aandacht voor zijn vrouw en kinderen, maar zit vooral te drinken. Ze krijgen drie kinderen, Olav jr, Dennis en Sylvia. Deze zijn verwekt tijdens de korte periodes dat Olav wel thuis is. Na de geboorte van Sylvia besluit Betty, dat het genoeg is geweest. In 1948 gaan ze scheiden. Olav verlaat het gezin en zijn kinderen zien hem nooit meer.

Betty blijft met haar kinderen bij haar ouders Andrew en Lily White wonen. Net als Betty zijn Andrew en Lily christelijk en dragen dit ook over aan hun kleinkinderen. Dennis heeft nauwelijks een band met zijn moeder. De warmte die hij nodig heeft krijgt hij wel van zijn grootouders, vooral van zijn opa. Andrew is een visser en is trots op zijn werk. Hij neemt Dennis vaak mee naar de zee en leert hem veel over het leven in en op zee. Urenlang lopen ze langs het strand en Andrew vertelt honderduit over hoe mooi de natuur is. Dennis geniet van de aandacht die hij van zijn opa krijgt. Andrew is voor hem meer een vader, dan Olav ooit is geweest.
In het najaar van 1951 kan Dennis niet wachten tot zijn opa weer terug is van zijn werk. Hij is vaak dagenlang van huis om te vissen. Elke keer als hij terugkomt is het feest voor Dennis. Maar dit keer loopt het anders. Nog voordat zijn opa terug is van zee, komt zijn moeder naar hem toe. ‘Wil je je grootvader zien?’ Dennis is verbaasd, maar blij. Als ze naar de kamer van zijn grootvader gaan, ligt hij daar in een open kist. De vijfjarige Dennis staart naar de kist en kijkt zijn moeder aan. Zijn moeder vertelt hem, dat zijn grootvader slaapt en dat hij naar een betere plek is gegaan. Zijn opa is tijdens het vissen op zee overleden aan een hartaanval op 62-jarige leeftijd. Dennis is van streek. Hij snapt niet, waarom zijn opa naar een betere plek is gegaan en hem niet heeft meegenomen. Dennis is te jong om te begrijpen dat zijn op overleden is en nooit meer terugkomt.
Na de dood van zijn opa wordt Dennis stil en teruggetrokken. Hij gaat nu alleen naar de haven en strand. In zijn eentje kijkt hij urenlang naar de vissersboten die vertrekken en binnenkomen. Tijdens één van zijn eenzame wandelingen langs het strand verdrinkt hij bijna. Hij raakt in paniek en spartelt om boven water te blijven. Dan krijgt hij een gevoel van rust over zich. Hij heeft het idee, dat zijn grootvader hem gered heeft. Dennis is inderdaad gered, maar niet door zijn opa. Een onbekende jongen heeft hem uit zee gered.
Als Dennis negen jaar is, krijgt zijn moeder een nieuwe relatie. Ze verhuizen met het hele gezin naar een flat in Strichen, een dorp zo’n 15 km verderop. Betty en haar nieuwe man Andrew Scott krijgen samen vier kinderen. Dennis voelt zich zo mogelijk nog meer alleen. Zijn moeder heeft het druk met haar vier jongste kinderen en heeft nauwelijks nog oog voor Dennis. Zijn moeder heeft het idee, dat Dennis een normale jongen is in zijn jeugd, die gewoon wat stiller is. Ze heeft niet het idee, dat Dennis zijn vader heeft gemist. Volgens haar heeft ze al haar kinderen hetzelfde opgevoed. Dennis ziet dat anders. Hij voelt zich anders en heeft het idee, dat hij achtergesteld wordt en minder aandacht krijgt. Hij heeft wel een vader gemist. Ook vindt hij het lastig dat hij in een vrij arm gezin is opgegroeid.
Op de middelbare school wordt hij vaak gepest. Hij wordt in elkaar geslagen door oudere scholieren. Kinderen in zijn klas vinden hem te vrouwelijk en laten hem links liggen. Hij wordt regelmatig uitgescholden voor ‘hen’ wat meisje betekent in het Schots.
In zijn puberteit komt Dennis erachter, dat hij homoseksueel is. Hij verbergt voor zijn familie en klasgenoten dat hij op jongens valt. Hij schaamt zich en binnen het christelijke gezin waar hij vandaan komt zal dit nooit getolereerd worden. Dat geldt niet alleen voor zijn gezin, maar ook voor het dorp waar hij vandaan komt. Hij weet niet wat hij met zijn gevoelens aanmoet. Dennis kan niet zichzelf zijn en trekt zich daarom nog meer terug.
Op zijn vijftiende stopt hij met school. Hij wil graag het leger in om zo te kunnen ontsnappen aan zijn benauwende familie en dorp. In 1961 doet hij een opleiding voor leerling kok in het Britse leger. Hij geniet zijn opleiding in Aldershot, in het zuiden van Engeland, ver weg van zijn familie. Dennis smult van zijn vrijheid. Hij doet hard zijn best en doet het uitstekend. Hij heeft het gevoel dat hij ergens bijhoort. De structuur en discipline binnen het leger doen hem goed. Door deze opleiding reist hij regelmatig en hij leert hoe hij dieren moet slachten. Hij heeft het echt naar zijn zin.
Ondanks dat zijn leven de goede kant op lijkt te gaan, worstelt hij met zijn homoseksualiteit. Hij vertelt niemand binnen zijn opleiding dat hij op jongens valt, uit angst dat hij alles zal verliezen. Hij durft niet samen te douchen, uit angst dat hij een erectie krijgt. Het maakt hem eenzaam. In 1964 slaagt hij voor zijn opleiding als kok in het leger en wordt hij officieel toegelaten tot het Britse leger. Dennis geniet van het vele reizen. Hij gaat van Osnabrück naar Noorwegen en weer terug naar Engeland. Wel blijft hij moeite hebben met sociaal contact, uit angst dat zijn collega’s erachter komen, dat hij homoseksueel is. Hij begint steeds meer te drinken.
In 1967 komt hij in als kok in het Engelse leger in Jemen terecht. Daar ziet hij hoe collega’s vermoord worden. Ook raakt hij zelf in een benarde situatie terecht. Dennis wordt ontvoerd door een Arabische taxichauffeur. Hij wordt bewusteloos geslagen en in de kofferbak van de taxi gelegd. Op het moment, dat hij uit de kofferbak wordt gehaald, pakt hij een krik en slaat de taxichauffeur bewusteloos. Voor hem is de enerzijds een traumatische ervaring. Anderzijds is hij gefascineerd door de bewusteloze taxichauffeur. Hij heeft volledig de macht over hem en zou met hem kunnen doen wat hij wil. Dat doet hij niet, maar het zorgt voor erotische fantasieën. Als hij alleen in zijn kamer op de kazerne is, wrijft hij zijn lichaam in met talkpoeder en maakt zijn lippen blauw. Vervolgens gaat hij voor de spiegel liggen, alsof degene in de spiegel een bewusteloze of dode man, die hij aan het bevredigen is.
In 1971 is Dennis gestationeerd op de Shetlandeilanden. Daar ontmoet hij een 18-jarige jongen, waar hij helemaal verliefd op wordt. Hij maakt foto’s en filmpjes van de jongen, zodat hij hem altijd bij zich kan houden. Als Dennis de jongen probeert te verleiden, wordt hij afgewezen. Hij is bang nooit een fijne relatie met een man te kunnen krijgen. Na elf jaar in het leger te hebben gewerkt, stopt hij ermee.
Hij gaat weer bij zijn moeder Betty wonen. Zij dringt er bij hem op aan, dat hij een vriendin moet zoeken en een gezin moet stichten. Op een avond komt zijn broer Olav langs. Met zijn drieën kijken ze naar een documentaire over homoseksualiteit. Zowel Betty als Olav spreken er schande van en drijven de spot met homoseksualiteit. Dennis probeert een vurig pleidooi te houden voor de homorechten. Dit mondt uit in een gevecht met zijn broer, waarna Olav tegen zijn moeder zegt, dat Dennis homo is. Dit is de laatste keer dat Dennis zijn broer spreekt.
Niet veel later verhuist Dennis naar London om daar de politie-opleiding te doen. Vanaf dan heeft hij ook met zijn moeder en andere broertjes en zusje nauwelijks nog contact. Hij gaat aan de slag bij de Metropolitan Police. Dennis voelt zich thuis in Londen. Eindelijk kan hij experimenteren met homoseksuele contacten. In de jaren erna heeft hij meerdere one-night-stands en maakt hij af en toe gebruik van mannelijke sekswerkers. Toch komen zijn beroep en zijn identiteit met elkaar in conflict. Tijdens een dienst betrapt hij twee mannen in een auto die seks hebben. Homoseksualiteit is verboden in Engeland, dus hij zou de mannen moeten arresteren. Dat kan hij niet. Niet veel later stopt hij bij de politie. Hij gaat aan de slag als beveiliger en niet veel later gaat hij werken bij Jobcenter, een uitzendbureau.

Na een paar jaar te hebben genoten van de oppervlakkige sekscontacten verlangt Dennis naar een echte relatie. Iemand die voor altijd bij hem blijft, met wie hij een diepe band kan opbouwen en die hem nooit zal verlaten. In november 1975 komt hij de 20-jarige David Gallichan tegen. Ze besluiten vrijwel meteen te gaan samenwonen en betrekken een begane grond woning aan de 195 Melrose Avenue in Cricklewood, in het noorden van Londen. Ze hebben het fijn samen en kopen zelfs een hondje, een boldercollie die ze Bleeb noemen. Ze zijn allebei dol op hem. Hun relatie wordt in de loop der jaren steeds minder. Ze leven meer naast elkaar dan met elkaar. Dennis is controlerend en dominant en heeft kritiek op de kleinste dingen, die David doet. In 1977 besluiten ze uit elkaar te gaan. Dennis blijft samen met Bleeb in het huis wonen.
Hij voelt zich eenzaam. Al jaren heeft hij nauwelijks tot geen contact met zijn familie, zijn relatie is uit en de vluchtige contacten die hij daarna heeft gehad geven hem niet de bevrediging die hij wil. Zijn leven bestaat uit overdag werken en ’s avonds drinken. Hij is bang, dat hij voor altijd alleen zal blijven, dat niemand in staat is voor altijd bij hem te blijven.
Misdaden
In de zomer van 1978 neemt Dennis een sekswerker mee naar huis. Hij heet Martyn. Op zijn veertiende loopt hij weg van huis. Hij komt erachter dat hij homo is, iets wat in de jaren 80 in het conservatieve Engeland verafschuwd werd. De jonge puber trekt naar Londen en slaapt in zijn eentje in parkeergarage onder Piccadilly Circus. Om te overleven biedt hij zich op straat aan als sekswerker. Op een avond wordt hij aangesproken door Dennis. Martyn vindt hem aardig. Hij lijkt daadwerkelijk geïnteresseerd in hem en vraagt over zijn familie en achtergrond. Na een paar uur in bed te hebben gelegen wordt Martyn wakker van een sterke brandlucht. Overal is rook in het huis. Hij voelt hoe Dennis hem het vuur in wil duwen. Als hij Dennis ernaar vraagt zegt Dennis dat Martyn de kachel van de muur heeft getrokken. Dat is vreemd, het is een warme nacht, dus waarom zou de kachel aan zijn. Dan beseft Martyn, dat Dennis hem waarschijnlijk heeft willen vermoorden. Hij vlucht het huis uit, maar weet niet wat te doen. Hij kan niet naar de politie. Zij zullen een homofiele sekswerker niet serieus nemen. Hij zou waarschijnlijk zijn eerste slachtoffer zijn geweest.
De kerst van 1978 brengt hij in zijn eentje door in zijn huis aan de Melrose Avenue. Hij is al een tijdje depressief en denkt ook oud en nieuw in zijn eentje door te moeten brengen. Dan is het 30 december 1978. Die avond heeft hij doorgebracht in verschillende gay-bars en heeft al aardig wat drank achter de kiezen. Aan het eind van de avond zit hij in de Cricklewood Arms pub. Daar ziet hij, dat een jonge jongen, hij schat hem een jaar of 17, aan de bar alcohol wil bestellen. Dit wordt hem geweigerd, omdat hij te jong is. Dennis spreekt hem aan en bestelt een biertje voor hem. De tiener stelt zichzelf voor als Stephen Holmes en zegt dat hij oorspronkelijk uit Ierland komt. Stephen vertelt, dat hij van voetbal en muziek houdt. Die avond is hij in Londen, omdat hij naar een rockconcert is geweest. De jongen vindt het stoer, dat hij in een kroeg in Londen bier zit te drinken en dat een volwassen man graag naar zijn verhalen luistert. Na nog een paar biertjes stelt Dennis voor om naar zijn huis te gaan en daar verder te drinken. Stephen vindt het prima. Daar drinken ze verder. Ze worden zo dronken, dat ze beiden in slaap vallen. Dennis is als eerste wakker. Hij ziet de jonge Stephen naast hem liggen en streelt zijn lichaam. Hij wil dat Stephen bij hem blijft. Dennis raakt in paniek als hij bedenkt, dat Stephen weg zal gaan als hij straks wakker wordt. Hij wil dat hij bij hem blijft. Het liefst voor altijd. Zijn hart bonst in zijn keel. Hij moet ervoor zorgen dat Stephen blijft. Met trillende handen pakt hij een stropdas en draait deze om de nek van Stephen. Hij trekt de stropdas stevig aan, maar dan wordt Stephen wakker en verzet zich. Hij begint te schoppen en probeert de stropdas weg te trekken. De volwassen Dennis is sterker en niet veel later voelt hij Stephens lichaam slap worden. Hijgend leunt Dennis achterover tegen de muur, zijn hart klopt in zijn keel. Dan ziet hij, dat Stephen nog ademt. Hij is niet dood, alleen bewusteloos. Dennis gaat naar de keuken en vult een emmer met water. Hij duwt het hoofd van Stephen onder water, totdat hij verdronken is.
Voorzichtig, teder bijna, tilt Dennis het lichaam op. Stephens gezicht ziet er vredig en ontspannen uit. Het is het mooiste gezicht dat hij ooit heeft gezien. Dit is zijn nieuwe gezelschap. Hij zal niet verlaten worden. De rest van de dag spendeert Dennis met het verzorgen van zijn nieuwe vriend. Hij doet hem in bad, wast hem zorgvuldig en kleedt hem netjes aan. Daarna legt hij hem op bed, kijkt naar hem en bevredigt zichzelf. De rest van de dag en nacht slaapt hij zijn roes uit. Als hij de volgende dag wakker wordt, raakt hij in paniek. Straks wordt Stephen als vermist opgegeven en meerdere mensen hebben hun samen weg zien gaan bij de pub. Wat als hij wordt opgepakt? Hij wikkelt het lichaam van Stephen in een laken, schroeft een paar planken van zijn vloer los en legt zijn lichaam daar neer. Niemand zal hem hier ooit vinden.
Hij heeft genoten van zijn samenzijn met Stephen, zowel levend als dood. Maar dit wil hij niet nog een keer. Hij ziet zichzelf niet als een moordenaar en wil dit zo snel mogelijk vergeten. Dennis neemt zich voor dat dit nooit meer mag gebeuren. Volgens hem komt het door de alcohol, dus hij neemt zich voor niet meer te drinken. Dit houdt hij een paar maanden vol. Maar hij blijft zich eenzaam voelen en gaat na een tijdje weer naar gay-bars en begint ook weer te drinken.
Op 11 augustus 1979, na de nodige drank, besluit Dennis dat het lichaam van Stephen voorgoed moet verdwijnen. Of dit komt door de stank van de ontbinding of dat er een andere reden is, is niet bekend. In zijn tuin maakt hij een groot vuur en hierin verbrandt hij het lichaam van Stephen Holmes. Om geen argwaan te wekken door een eventuele vreemde geur die van het vuur zou af kunnen komen, gooit hij er ook een paar autobanden bij.
Dan is het 3 december 1979. Dennis zit in een pub in West End om te lunchen en raakt aan de praat met de 23-jarige Kenneth Ockenden. Kenneth is een Canadese student, die naar Engeland is gekomen om familie te bezoeken. Als Dennis hoort, dat hij Londen niet goed kent, biedt hij aan om hem de leukste plekken van de stad te laten zien. De rest van de dag lopen ze samen door Londen en genieten van alle bezienswaardigheden. Ondertussen vertelt Dennis hem verhalen over zijn tijd in het leger en maakt Kenneth constant aan het lachen. Dennis voelt zich gezien. Het lijkt of ze elkaar al jaren kennen. Wat zou het fijn zijn om langer van hem te kunnen genieten. Als het donker begint te worden, stelt Dennis voor om bij hem thuis een hapje te gaan eten. Eenmaal thuis maakt Dennis in de keuken een simpele maaltijd met eieren en ham, terwijl Kenneth in de woonkamer met een koptelefoon op naar de platencollectie van Dennis luistert. Het verlangen om Kenneth langer bij zich te houden groeit. Maar Kenneth heeft al aangegeven, dat hij de volgende dag terug zal vliegen naar Canada. Dennis wil niet weer alleen zijn, zeker niet vlak voor kerst. Hij loopt naar Kenneth toe, pakt de kabel van de koptelefoon en wikkelt deze om zijn nek. Hij trekt de kabel van de hoofdtelefoon uit de platenspeler en de luide muziek van The Who schalt door de woonkamer, terwijl Dennis hem wurgt met de kabel. Niet veel later verslapt het lichaam van Kenneth en valt op de grond. Hij is dood. Dennis schenkt zichzelf een glas rum in, zet de koptelefoon op en luistert naar de rest van het album, kijkend naar het lichaam van Kenneth. Als het glas leeg is en het album is afgeluisterd, tilt hij het lichaam van Kenneth op en brengt het naar de badkamer. Daar wast hij zijn lichaam zorgvuldig in de badkuip. Hij droogt hem af en legt hem op bed. Dennis gaat naast hem liggen en valt vredig in slaap.
In de weken erna geniet Dennis van zijn nieuwe gezelschap. Regelmatig tilt hij het lichaam van Kenneth op, wast het in bad en trekt hem schoon ondergoed en sokken aan. Hij scheert alle lichaamsbeharing van Kenneth af, zodat hij wat jonger lijkt. Ook doet hij make-up op de wurgplekken rond zijn nek en de blauwe plekken van de val. Elke dag wrijft hij het lichaam in met talkpoeder zodat het lichaam fris blijft ruiken. Hij koopt een polaroid camera en maakt een reeks foto’s, waarbij hij het lijf in verschillende poses legt. Ook misbruikt hij de torso regelmatig seksueel, maar zonder het te penetreren. Hij vindt het lichaam te mooi en te perfect om er platte seks mee te hebben. Ook vertelt hij hele verhalen tegen zijn nieuwe vriend. Als hij terugkomt van werk posteert hij het lichaam op een stoel aan tafel en vertelt hoe zijn dag is geweest, waar hij zich aan irriteerde of waar hij om moest lachen. ’s Avonds neemt hij de torso mee naar bed, streelt het en wenst het goedenacht.
Maar al snel wordt Kenneth als vermist opgegeven en dit wordt groots uitgemeten in de media in Engeland. Terwijl het lichaam van Kenneth naast hem op de bank zit kijkt hij naar het nieuws, waarin er aandacht voor de zaak wordt gevraagd. Dennis is nooit als verdachte opgedoken in deze zaak. Voor Dennis is Kenneth inmiddels niet meer Kenneth. Hij heeft van hem zijn nieuwe vriend gemaakt, waarbij de identiteit van Kenneth er niet meer toe doet. Hij heeft de kleding en andere bezittingen van hem verbrand en laat zijn eigen fantasie een nieuw persoon van hem maken. Zo hoeft hij zich niet schuldig te voelen over de moord of het misbruiken van het lichaam.
Na een paar weken gebeurt het onvermijdelijke. Het lichaam van Kenneth begint te rotten. Zijn fantasie is voorbij. Alles wat hij op de torso heeft geprojecteerd is weg. Hij snijdt het lichaam zorgvuldig in stukken en legt het, net als bij Stephen Holmes, onder de vloer.
Dennis valt weer terug in zijn eenzame bestaan. Hij wordt depressief. Nu weet hij hoe hij dit kan verhelpen: Nieuw gezelschap. Dit vindt hij een paar maanden in Martyn Duffey. De 16-jarige scholier is van huis weggelopen en vanuit zijn woonplaats Birkenhead naar Londen gereisd. Dennis komt hij tegen op het treinstation op 17 mei 1980. Daar heeft Martyn dan al zo’n vier dagen en nachten doorgebracht. Hij heeft nauwelijks gegeten en geslapen. Als Dennis de vermagerde jongen ziet, lijkt dit voor hem het ideale nieuwe gezelschap. Een jonge jongen, die graag eten en een slaapplaats zal willen. Hij stap op Martyn af en hoort, dat hij van huis is weggelopen. Dennis biedt hem aan om met hem mee naar huis te gaan voor een maaltijd en een bed. Martyn maakt dankbaar gebruik van zijn aanbod. Dennis maakt een warme maaltijd voor hem klaar en geeft hem een paar biertjes. Martyn is uitgeput en vraagt of het goed is, dat hij in Dennis bed gaat liggen om te gaan slapen. Een paar uur later loopt Dennis de slaapkamer binnen waar Martyn vredig ligt te slapen. Hij kijkt een tijdje naar de tiener, zonder hem wakker te maken. Daarna gaat hij boven op hem zitten en wurgt hem met een stuk touw, totdat hij bewusteloos is. Hij maakt het af door hem te verdrinken in een emmer water. Net als bij Stephen en Kenneth doet hij de jongen in bad, droogt hem af en geniet van zijn lichaam. Een paar weken later ontleedt hij ook Martyns lichaam en legt de lichaamsdelen onder zijn vloer.
Dennis leeft in een roes. Hij drinkt veel en is constant bezig met niet alleen willen zijn. In de maanden erna vermoordt hij in korte tijd vijf slachtoffers. Geen van hen wordt ooit geïdentificeerd. Achteraf kan hij zich nauwelijks herinneren wat er precies is gebeurd. Hij weet niet wie de mannen zijn, hij weet alleen dat hij bij alle mannen weer hetzelfde ritueel gebruikt. Vermoorden, het lichaam in bad, een tijdje als gezelschap gebruiken en daarna het lichaam onder de vloer stoppen bij de rest. Hij moordt niet om het moorden, maar om gezelschap te hebben. Het mooiste van dit ritueel vindt hij het optillen van de lichamen. De ander is zo passief, dat hij de macht heeft. Ook het verzorgen vindt hij prettig. Wat hij ook met hen gedaan heeft, hij heeft het gevoel dat hij op een bepaalde manier spiritueel met hen verbonden is.
Eind 1980 krijgt Dennis steeds meer last van de ontbonden lichamen onder zijn vloer. Ze beginnen te stinken en het stikt inmiddels van de vliegen in zijn huis. Hij probeert dit nog een tijdje te bestrijden met insectenspray en luchtverfrisser, maar dit blijkt niet meer te helpen. De lichamen moeten weg. Hij besluit ze in zijn tuin te verbranden. Hij maakt een groot vuur en één voor één legt hij de ontbonden lichamen in de vlammen. Om te voorkomen dat buren achterdochtig worden van de geur van brandend vlees, gooit hij er een paar autobanden bij. Als het vuur gedoofd is kijkt hij of er nog botresten aanwezig zijn, die hem zouden kunnen verraden. Dan ziet hij, dat er één schedel nog intact is. Deze verpulvert hij met zijn hark en vermengt het met het overgebleven as.
In 1981 gaat Dennis gewoon door met moorden. Elke paar weken maakt hij een slachtoffer, die een tijdlang zijn gezelschap is. Als diegene onbruikbaar wordt, ontleedt hij het lichaam, stopt hij deze weer onder de vloer en gaat hij op zoek naar een nieuwe.
Zijn laatste slachtoffer op de Melrose Avenue is de 23-jarige Malcolm Barlow. Op 18 september 1981 laat Dennis zijn hond Bleep uit, als hij tegen een muurtje bij zijn flat een jongeman ziet zitten. Het gaat duidelijk niet goed met hem. Dennis loopt naar hem toe en de jongen spreekt hem aan. Hij vertelt hem, dat hij een epileptische aanval heeft gehad en dat hij hulp nodig heeft. Dennis neemt de jongen mee naar zijn huis en belt een ambulance. Malcolm wordt naar het ziekenhuis gebracht. De volgende dag belt hij aan bij Dennis om hem te bedanken. Dennis is verrast en nodigt hem uit binnen te komen. Hij maakt eten klaar en na het eten drinken ze samen een paar glazen rum. Dennis vindt het gezellig, maar Malcolm valt in slaap. Dat maakt hem zo kwaad, dat hij hem wurgt met zijn blote handen. Hij snijdt hem in stukken en legt hem bij de rest van de lichamen onder de vloer.
Niet veel later krijgt hij slecht nieuws van zijn verhuurder. Zijn woning wordt gerenoveerd en Dennis moet verhuizen. Hij raakt lichtelijk in paniek, wetend wat er onder zijn vloerdelen ligt. Maar als hij duizend pond vergoeding krijgt, is hij al lang tevreden. Voor de derde keer maakt hij een groot vuur in zijn tuin en verbrandt de lichamen van zijn laatste slachtoffers. Voor de zekerheid gooit hij er weer een paar autobanden bij. Zijn totaal aantal moorden ligt nu op twaalf.
Op 5 oktober 1981 verhuist Dennis naar een appartement op de bovenste verdieping op 23 Cranley Gardens in de wijk Muswell Hill in Noord-Londen. Hij heeft hier geen tuin om lichamen te verbranden en ook geen ruimte onder zijn vloerdelen om lichamen op te bergen. Hij hoopt, dat dit kan zorgen voor een nieuw begin. Een leven zonder moorden. Dit houdt hij een paar maanden vol.

In maart 1982 gaat Dennis naar een pub. Daar ontmoet hij de 26-jarige John Howlett. Na een paar drankjes besluiten ze samen naar Dennis appartement te gaan om daar verder te drinken en een film te kijken. Halverwege de film is John zo dronken, dat hij in slaap valt. Er knapt iets in Dennis. Hij wil niet meer moorden, maar als hun samenzijn wordt afgekapt door het in slaap vallen van zijn gezelschap wordt hij zo boos, dat hij hem wil vermoorden. Hij begint hem te wurgen, maar John vecht terug. Hij verdedigt zichzelf door Dennis te gaan wurgen. Na een lang gevecht wint Dennis. John is dood. Dennis is opgelucht. Even was hij bang zelf vermoord te worden. Hij snijdt het lichaam in stukken en stopt het in plastic tassen. Deze legt hij onderin zijn kledingkast.
Twee maanden later in mei 1982 ontmoet Dennis de 21-jarige Carl Stotter in een gaybar. Carls relatie is net uit en hij is verdrietig. Dennis luistert naar zijn verhaal. Even later gaan ze samen naar zijn appartement. Na een paar drankjes valt Carl in slaap. Als hij wakker wordt, ziet hij dat Dennis over hem heen gebogen zit. Dennis mompelt iets over de rits van een slaapzak en Carl valt weer in slaap. Even later wordt hij weer wakker en heeft het steenkoud. Hij zit in een bad met koud water. Boven hem is Dennis, die hem onder water duwt. Carl denkt dat hij dood gaat. Als hij een tijd later weer bijkomt, zit hij in een stoel. Hij leeft nog. Carl weet te ontkomen en gaat gelijk naar de politie. Hij vertelt zijn verhaal, maar de politie gelooft hem niet.
In augustus 1982 ziet Dennis een jongen op straat die hem wel aanspreekt. Hij ziet dat de jongen verslaafd is en biedt hem aan om bij hem thuis te komen eten. De jongen is de 27-jarige Graham Allen. Graham geniet van de omelet, die Dennis zojuist voor hem heeft gemaakt. Terwijl hij zit te eten wurgt Dennis hem dood. Hij brengt het lichaam van Graham naar zijn badkuip. Daar ligt hij drie dagen. Daarna snijdt Dennis zijn lichaam in stukken, stopt ze in plastic tassen en legt deze bij de tassen waar zijn vorige slachtoffer in zit.
Onvermijdelijk beginnen de lichaamsdelen in de plastic tassen te stinken. Hij moet er vanaf, maar heeft geen tuin én geen vloer waarin hij ze kan verstoppen. Dennis bedenkt zich, dat hij de lichaamsdelen stuk voor stuk gaat koken, waardoor het vlees zacht wordt en hij ze door het toilet kan spoelen. De botten verpulvert hij tot zulke kleine stukjes, dat hij ook deze in de wc kan gooien en door kan spoelen. Het is arbeidsintensief, maar het werkt.
Een half jaar na zijn laatste moord ziet Dennis de 20-jarige Stephen Sinclair staan op straat. Hij is drugsverslaafd en verdient zijn geld als sekswerker. Op 26 januari 1983 neemt hij Stephen mee naar zijn huis. Na een paar gezellige uren valt Stephen in slaap in zijn stoel. Dennis gaat voor hem staan en fluistert: ‘O Stephen, daar ga ik weer’. Hij wurgt hem dood met een stropdas. Hij past weer het ritueel toe, die hij bij veel vorige slachtoffers ook toepaste. Stephen wordt door Dennis in bad gedaan, afgedroogd en ingewreven met talkpoeder. Daarna legt hij Stephen in zijn bed, kust hem goedenacht en valt naast hem in slaap.
Een paar dagen later snijdt het Stephens lichaam in stukken. Zijn ingewanden spoelt hij door het toilet en de rest van zijn lichaam stopt hij in plastic tassen. Deze bewaart hij in zijn kledingkast.
Arrestatie en rechtszaak
Dan merkt Dennis, dat zijn riool verstopt is. Hij schrijft een brief aan zijn huisbaas en vraagt hem om dit op te lossen.
Op 8 februari 1983 komt loodgieter Michael Cattran van loodgietersbedrijf Dyno-Rod langs. Hij denkt aan het eind van de dag nog even een routineklusje te hebben, namelijk een verstopt riool. De leidingen van alle appartementen komen uit in een rioolput aan de achterkant van het huis. Als Michael daar gaat kijken, ziet hij iets vreemds. Er liggen stukken vlees in de put. Hij weet niet veel van biologie, maar hij is er vrijwel zeker van, dat dit geen dierlijk vlees is.
Hij praat met een aantal huurders, waaronder Dennis, dat het erop lijkt dat er menselijk vlees in de rioolput ligt. Dennis antwoordt: ‘Het lijkt wel alsof iemand zijn Kentucky Fried Chicken heeft doorgespoeld.’ Michael belt met zijn baas en samen besluiten ze om de volgende verder te gaan met de klus. Als ze de volgende ochtend met zijn tweeën bij de rioolput aankomen, is het grootste gedeelte van het vlees daar verwijderd. Dat wekt argwaan bij de loodgieters. Ze doen verder onderzoek en zien, dat er stukjes bot en restjes vlees zitten in de rioolbuis, die naar de bovenste verdieping leidt. Dit is het appartement van Dennis Nilsen. Ze bellen de politie.
Rechercheur Peter Jay komt langs met twee collega’s. Als Peter naar het vlees en de botjes in de rioolbuis kijkt, denkt hij dat het inderdaad van een mens is. Hij neemt een stukje mee en laat het onderzoeken door een patholoog. Deze bevestigt, dat het om een stuk van een menselijke nek gaat en dat die persoon waarschijnlijk gewurgd is. Peter besluit te wachten tot Dennis terug is van zijn werk. Als Dennis terug is stelt Peter zichzelf en zijn collega’s voor en zegt dat ze graag zijn appartement willen onderzoeken omdat de verstopping vanuit zijn appartement komt. Als ze zijn woonkamer binnenlopen ruikt Peter meteen de geur van rottend vlees. Hij komt meteen terzake. ‘Waar is de rest van het lichaam?’ vraagt hij. Dennis zegt, dat hij ze heeft opgeborgen in twee plastic tassen in zijn kledingkast. Peter vraagt of er nog andere lichaamsdelen te vinden zijn. Dennis zegt, dat hij hen het hele verhaal zal vertellen op het bureau. Hij wordt gearresteerd en meegenomen naar het politiebureau van Hornsey. Onderweg in de auto vraagt Peter hem of de lichaamsdelen van één of twee personen zijn. Dennis antwoordt rustig: ’15 of 16.’
Op het bureau wordt hij meteen verhoord. Dennis besluit alles te bekennen. Hij vertelt over de moorden op zowel 23 Cranley Garden als die op Melrose Avenue. Het probleem is, dat Dennis zich van de meeste slachtoffers weinig herinnert. De politie moet een soort omgekeerd onderzoek doen. Ze hebben de moordenaar al, maar weten nog niet wie de slachtoffers zijn. Als de politie hoort over de verbrande lijken in de tuin van Melrose Avenue gaan ze daar uitgebreid onderzoek doen. Ze zijn volledig afhankelijk van wat Dennis hen vertelt. Elke keer als ze zijn verhaal vergelijken met een persoon dat als vermist was opgegeven, laten ze Dennis een foto zien en moeten ze op zijn eerlijkheid afgaan of dit inderdaad het slachtoffer was. Dennis werkt aan alles mee, maar toont geen enkele spijt. Sterker nog, hij vertelt aan Peter, dat hij waarschijnlijk net zolang door was gegaan, tot hij gestopt werd.
Eén van de namen, die Dennis zich wel herinnert is die van Stephen Sinclair. De politie vindt genoeg aanwijzingen om aan te nemen, dat Stephen inderdaad een slachtoffer was van hem. Ze kunnen hem officieel aanhouden. Dit gebeurt op 11 februari 1983. Hij wordt overgebracht naar de gevangenis van Brixton in afwachting van zijn proces. Dennis is geen mak lammetje in de gevangenis. Al bij aanvang weigert hij om gevangeniskleding te dragen. Hij vindt dat dit tegen de rechten van de mens is. Als gevolg daarvan moet hij in zijn cel blijven, zolang hij deze kleding niet draagt. Bij een ander incident gooit hij de toilet die in zijn cel zit naar een bewaarder. Hij wordt aangeklaagd voor het aanvallen van personeel en moet hiervoor acht weken in de isoleercel.
In aanloop naar zijn proces ontslaat hij zijn advocaat Ronald Moss meerdere keren. Elke keer neemt hij hem een paar weken later weer aan.
De rechtszaak begint op 24 oktober 1983. Dennis wordt aangeklaagd voor zes moorden en twee pogingen tot moord. Op advies van zijn advocaat pleit Dennis onschuldig te zijn wegens ontoerekeningsvatbaarheid. Er zijn een aantal getuigen, die zijn aanval overleefd hebben. Twee van hen zijn Carl Stotter en Martyn. Verder getuigen er meerdere psychiaters. Twee psychiaters die door de verdediging zijn opgeroepen zeggen dat hij leidt aan borderline en een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Dit zou komen door een gebrekkige emotionele ontwikkeling in zijn jeugd. De psychiater die door de aanklager is ingehuurd zegt, dat Dennis weliswaar manipulatief gedrag vertoont, maar geen stoornis zou hebben.

Op 3 november 1983 krijgt hij zijn straf te horen: levenslang. Dennis wordt overgebracht naar de Wormwood Scrubs gevangenis. Op een dag wordt hij daar aangevallen door een medegevangene. Hij wordt meerdere keren met een scheermes in zijn gezicht en borst gesneden. Dit levert hem 89 hechtingen op. Om zijn veiligheid te garanderen wordt hij overgeplaatst naar de gevangenis van Full Sutton. In de gevangenis is Dennis vertaalt hij boeken in braille. Ook brengt hij veel tijd door met het schrijven en maken van muziek op een synthesizer.
Dennis schrijft een autobiografie, waarin hij zijn leven beschrijft. De titel van het boek is The History of a Drowning Boy. Zijn boek zelf wordt niet uitgebracht, maar in 2021 wordt een aangepast boek onder dezelfde titel uitgebracht. Dit boek bevat gedeeltes van het boek dat Dennis ooit schreef, gecombineerd met stukken uit een briefwisseling, die hij jaren heeft gehad met een penvriend, Mark Austin. De Netflix documentaire ‘Memories of a Murderer: The Nilsen Tapes’ is gebaseerd op dit boek.
Op 10 mei 2018 wordt Dennis naar het ziekenhuis gebracht met ernstige maagklachten. Hij blijkt een aneurysma in zijn aorta te hebben. Hieraan wordt hij geopereerd, maar na de operatie hij een bloedstolsel te hebben. Dennis Nilsen overlijdt hieraan op 12 mei 2018 op 72-jarige leeftijd.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire en onze podcast geven een goed beeld van Dennis Nilsen.
