
Naam: Steven Brian Pennell
Bijnaam: The Route 40 Killer
Geboren: 22 november 1957, Wilmington Delaware VS
Overleden: 14 maart 1992
Aantal moorden: 5
Straf: doodstraf
Jeugd
Steven Brian Pennell wordt geboren op 22 november 1957 in Wilmington Delaware. Zijn ouders Elaine en William hebben dan al een éénjarig dochtertje Susan. Elaine en William zijn vrome katholieken. Moeder Elaine is huisvrouw en zorgt voor de kinderen terwijl vader William werkt als belastingaccountant bij de lokale bank Wilmington Trust. Hij is een man van de cijfers, strakke regels en structuur. Naast zijn werk is hij lid van Knights of Columbus, ’s werelds grootste conservatieve katholieke broederschap voor mannen. Hierbij staat het vergroten van de katholieke gemeenschap, hulp bieden aan katholieke gezinnen en patriottisme centraal.
Voor de buitenwereld is de familie Pennell een keurig stabiel christelijke gezin. Achter de voordeur ziet het er anders uit. William is de patriarch van het gezin. Hij is een hardwerkende man, maar regeert zijn huishouden met ijzeren vuist. Het contact tussen Steven en zijn vader is kil en afstandelijk. William stelt hoge eisen aan zijn zoon en duldt geen van zwakte of tegenspraak. De kinderen worden streng en hardhandig gestraft als ze niet gehoorzamen. Steven is bang voor hem en probeert constant zijn best te doen om zijn vader tevreden te stellen.
Waar zijn vader William de openlijke, hardhandige tiran is, hanteert zijn moeder Elaine een andere vorm van controle. Zij is een perfectionist die haar kinderen constant, vaak op een subtiele, passief-agressieve manier, bekritiseert. Niets wat haar zoon doet is in haar ogen goed genoeg. Steven is een verlegen timide jongen en weet niet wat hij met deze kritiek moet. Als zowel zijn vader als zijn moeder hem duidelijk maakt dat hij niet goed genoeg is, móet dat wel waar zijn. Hij voelt zich machteloos en in opstand komen durft hij niet. De enige manier die hij kent om hiermee om te gaan is alles inslikken, nog harder zijn best doen om toch een goede jongen te zijn en zo onzichtbaar mogelijk te blijven. Elke keer blijkt dit zijn best niet genoeg, wat zijn gevoel van machteloosheid en minderwaardigheid weer doet groeien.
Het katholieke geloof speelt een grote rol in het gezin. Het gezin gaat meerdere keren per week naar de kerk. Thuis wordt er dagelijks gebeden en de bijbel wordt letterlijk genomen. Steven wordt opgevoed met een zwart-wit wereldbeeld: je bent een dienaar van god of je bent een zondaar die naar de hel gaat. Seksualiteit is een taboe en wordt gezien als iets smerigs en zondigs.
Steven gaat naar de St. Anthony of Padua School, een streng katholieke parochieschool. De combinatie van de discipline op deze school en de verwachtingen van zijn ouders drukken op hem. In het eerste jaar van de lagere school blijft hij zitten. Zijn ouders schamen zich voor hem en laten hem dat ieder op hun eigen wijze merken. Steven krijgt faalangst en probeert nog meer onzichtbaar te zijn.
Als Steven zeven jaar is verhuist het gezin naar Elsmere, een dorp in het noorden van Delaware. Steven gaat daar naar de plaatselijke basisschool. Leraren zien hem als een kind dat onzichtbaar probeert te zijn. Hij is timide, gehoorzaamt altijd braaf en is extreem beleefd. Hij doet zijn best om geen negatieve aandacht te trekken. Waar andere kinderen op het schoolplein samen spelen en ruziën, houdt Steven zich volledig afzijdig.
In Elsmere wonen ze naast een buurman, waar Steven erg van onder de indruk is. Buurman Harry Manelski is politieagent bij de Wilmington Police Department. De jonge, verlegen Steven is totaal gefascineerd door hem. Telkens als Harry in zijn officiële politieauto de oprit opdraait, zoekt Steven hem op. Ze zitten dan samen urenlang op de trap voor de deur. Steven bestookt hem met vragen over het politievak, hoe het is om boeven te vangen en hoe de politie te werk gaat. Om indruk te maken op zijn idool, gedraagt Steven zich als de ideale buurjongen. Hij helpt Harry altijd met het maaien van het gazon en als zijn vrouw thuiskomt met zware tassen, staat de jonge Steven direct klaar om de boodschappen naar binnen te dragen.
Na de lagere school gaat hij naar de John Dickinson High School, een reguliere openbare middelbare school in Wilmington. Daar staat hij bekend als een gemiddelde, onopvallende leerling, die nergens in uitblinkt en nooit problemen veroorzaakt. Steven is fysiek een gigantische verschijning. Tijdens zijn tienerjaren groeit hij uit tot een lengte van bijna twee meter en weegt hij zo’n 130 kilo. Vanwege zijn postuur, gecombineerd met zijn rustige houding geven klasgenoten hem de bijnaam de Gentle Giant, de vriendelijke reus. Ook hier is hij een eenling. Hoewel hij niet gepest wordt vinden leeftijdsgenoten hem een tikkeltje vreemd en sociaal onhandig.
Steven studeert in 1976 af en probeert hij zijn droom na te jagen om bij de politie te gaan. Hij schrijft zich in bij een lokaal college en studeert hier twee semesters criminologie. Daarna solliciteert hij bij de politie van Wilmington. Hij faalt vanwege zijn grote brede postuur echter voor de fysieke testen. Ook komt hij niet door de psychologische screenings. Dit is een enorme klap voor Steven. Zijn grote droom ligt in duigen. Teleurgesteld stroomt hij door naar de elektrotechniek.
Tijdens zijn studie heeft hij een bijbaantje als uitsmijter. Vanwege zijn postuur lijkt hij hiervoor de perfecte kandidaat. Hij mist echter de natuurlijke autoriteit en sociale vaardigheden om professioneel te communiceren met collega’s en klanten. Door zijn sociale onhandigheid dwingt hij simpelweg geen respect af.
Na zijn studie gaat hij aan de slag als elektricien. Technisch gezien is hij goed in zijn vak. Steven vindt het echter lastig om met zijn leidinggevenden om te gaan. Als zijn baas hem vertelt wat hij moet doen of kritiek op hem levert, schiet dit bij hem direct in het verkeerde keelgat. Hij durft niets te zeggen, maar reageert zijn frustraties af door zijn werk te verwaarlozen of simpelweg niet meer op te komen dagen. Zo hopt hij van de ene werkgever naar de andere.
In 1979 leert de 22-jarige Steven de 27-jarige Vera Huber kennen in een bar in New Jersey. Steven bewondert Vera om haar zelfvertrouwen en directheid. Ze is het tegenovergestelde van zijn moeder, die alleen maar via steken onder water laat weten wat ze vindt. Vera is op haar beurt geraakt door de grote knuffelbeer, die verlegen en timide is. Vera heeft al een dochtertje uit een eerder huwelijk. Dit is tegen het zere katholieke been van Stevens ouders. Zijn moeder Elaine weigert Vera te accepteren als haar nieuwe schoondochter. Dit veroorzaakt een breuk binnen de familie. Na een felle ruzie tussen Vera en Elaine besluit Steven in 1981 om te breken met zijn ouders. De stress van een nieuwe afwijzing door moeder hangt als een donkere wolk boven het jonge stel. Steven zit klem tussen de liefde voor zijn vrouw en de morele goedkeuring die hij nog steeds zoekt bij zijn moeder.
Als Steven en Vera trouwen adopteert Steven Vera’s dochter. Ze verhuizen naar het Glasgow Pines Trailer Park in Glasgow, een keurig trailerpark waar vooral jonge gezinnen uit de arbeidersklasse wonen. Als Vera zwanger raakt van hun eerste zoon, besluiten ze het contact toch weer te herstellen met Stevens ouders. Ze vinden het beter voor zowel grootouders als kleinkinderen, dat ze contact hebben met elkaar. Een paar jaar later krijgen ze nog een zoon en is het gezin compleet.
Er komen echter al snel scheurtjes in de relatie tussen Steven en Vera. Vooral het feit, dat Steven geen baan kan vasthouden zorgt voor ruzies. Steeds vaker zijn er periodes dat er geen inkomsten zijn. Vera heeft al gezegd, dat zij wel wil werken, maar dat wil Steven niet. Uit angst om zijn grote liefde en steun en toeverlaat te verliezen houdt Steven zijn vrouw zoveel mogelijk thuis. Zolang Vera financieel van hem afhankelijk is, zal ze hem niet verlaten. Hij verbiedt haar niet alleen om te werken, maar bepaalt ook hoe ze zich kleedt , zeer conservatief, en dat ze geen make-up mag dragen. Vera mag nauwelijks sociale contacten buiten de trailer onderhouden. De ruzies gaan er dan ook vaak over dat Vera snakt naar meer vrijheid en zelfstandigheid, terwijl Steven elke poging daartoe direct in de kiem smoort.
Vera is echter geen willoos slachtoffer maar bijt zowel fysiek als verbaal van zich af. Fysiek kan ze hem niet de baas, maar verbaal laat ze wel van zich horen. Als Steven weer eens ontslagen is, kunnen alle buren meegenieten van de vele felle ruzies. Als Steven door haar bekritiseerd wordt en haar verbaal niet kan domineren, doet hij dat fysiek. Vera belandt regelmatig met kneuzingen en in één geval zelfs met een gebroken arm op de eerste hulp.
Het stel kampt ook met seksuele problemen. Steven houdt van BDSM. Hij zou graag zijn vrouw domineren in bed en tijdens de seks volledige controle over hebben. Vera wil dit niet. Om toch zijn behoeftes te kunnen bevredigen koopt Steven, zonder medeweten van zijn vrouw, een kleine tv met videorecorder. Deze zet hij in zijn schuur, een plek waar alleen hij de sleutel van heeft.
Steven voelt zich steeds ongelukkiger. Hij kan geen baan vasthouden, kan zijn gezin geen financiële zekerheid bieden, is constant bang om zijn vrouw te verliezen en probeert nog steeds de goedkeuring van zijn ouders te krijgen. Dat laatste lukt nog steeds niet. Met name zijn moeder blijft kritiek op hem leveren. Op een avond in 1986 bereikt zijn frustratie naar zijn moeder een hoogtepunt. Elaine is op bezoek en levert kritiek op Steven en Vera over hoe ze hun kinderen opvoeden. Dan zegt Elaine denigrerend tegen Steven: ‘Ik zou je eigenlijk een pak op je broek moeten geven en naar je kamer moeten sturen.’ Steven is het zat. Hij verbreekt alle contact met zijn familie.
Steven is opgelucht. Eindelijk hoeft hij niet meer op eieren te lopen om goed genoeg te zijn. De financiële problemen in zijn eigen gezin blijven echter. Steven doet de financiën thuis en vult het ene gat met het andere. Elke keer als er weer een periode geen geld binnenkomt, snoept hij geld van hun spaarpotje. Steven en Vera willen graag verhuizen van hun trailer naar een normaal huis en proberen elke maand geld opzij te zetten om dit in de toekomst te kunnen doen. Vera weet niet, dat er geen geld meer in dit potje zit. Sterker nog, ze hebben inmiddels fikse schulden, omdat Steven meerdere schulden op creditcards niet heeft afbetaald.
In de zomer van 1987 overlijdt de moeder van Vera. Dit is dé kans om relatief goedkoop haar huis te kopen. Voor een hypotheek kijkt de bank naar de kredietwaardigheid van het gezin en dan krijgt Vera voor het eerst te horen, dat hun spaarpotje leeg is en ze zelfs schulden hebben. Haar droom om uit nog van het trailerpark af te komen en hun kinderen in een normaal huis op te kunnen voeden valt in duigen. Ze is woest. Steven weet dat het zijn fout is. Hij kan echter niet omgaan met de woede van zijn vrouw. Haar kritiek is terecht, maar drukt op alle knoppen in hem die hem doen terugdenken aan de constante kritiek van zijn ouders.
Het gaat steeds slechter met Steven. Hij weet niet meer hoe hij met zijn problemen om moet gaan. Elke nacht ligt hij te woelen in bed en slaapt op een gegeven moment helemaal niet meer. De enige manier die hij kent is vluchten. Nachtenlang rijdt hij met zijn auto uren rond. In zijn auto alleen met zichzelf hoeft hij even niet na te denken. Meestal rijdt hij simpelweg rondjes op de Route 40 en Route 13 die direct naast het trailerpark lopen.
Hij is opgegroeid in deze omgeving, dus hij weet dat dit de werkplek is voor sekswerkers. Steven minacht de vrouwen, die daar werken. In zijn streng katholieke opvoeding is een sekswerker een zondaar, die naar de hel gaat. Tegelijk vindt hij het een opwindend idee, dat zo’n zondaar volledig zou kunnen domineren. Dat hij volledig de macht en controle heeft en dat hij bepaalt wat deze vrouw allemaal moet ondergaan.
Misdaden
Shirley vindt het fijn om voor mensen te zorgen, vooral mensen die wat minder geluk in het leven hebben. Dat heeft ze financieel al voor haar familie gedaan door haar vorige werk en straks wil ze dat gaan doen als verpleegkundige. Ondertussen doet ze vrijwilligerswerk door aidspatiënten te bezoeken. In de jaren 80 is er nog weinig bekend over de ziekte, waardoor patiënten aan hun lot worden overgelaten. Zelfs verpleegkundigen en artsen weigeren soms kamers binnen te gaan. Patiënten krijgen hun eten op een dienblad dat buiten de deur wordt gezet. Daarom heeft Shirley besloten om wekelijks een aantal patiënten te bezoeken, waardoor ze niet altijd alleen zijn. Vandaag gaat ze naar het Wilmington Hospital en neemt ze een stuk kalkoen mee om samen Thanksgiving te kunnen vieren. Voor haar patiënt zal het de laatste Thanksgiving zijn.
Wilmington ligt zo’n 20 kilometer verderop en Shirley heeft geen auto. Geen probleem, met een beetje geluk heeft ze direct een lift en is ze binnen een half uurtje in het ziekenhuis. Dat is inderdaad het geval, rond vijf uur komt ze aan bij haar patiënt. Shirley geniet ervan als ze ziet hoe haar patiënt smult van haar maaltijd. Een uurtje later neemt ze tevreden afscheid. Als de lift voor de terugweg net zo makkelijk gaat, is ze nog ruim op tijd voor het Thanksgiving Diner met haar familie.

De Route 40 loopt dicht langs het ziekenhuis, gaat richting Bear en is een drukke weg. De ideale plek om te gaan liften. Ze staat er nog maar net als er al een auto stopt. Een vriendelijk ogende jongeman stopt en vraagt waar ze naartoe moet. Hij blijkt dezelfde kant op te moeten, dus Shirley stapt in. Wat een mazzel, denkt ze.
Ze had er niet meer naast kunnen zitten. Even later gaat de telefoon bij 911. Twee verliefde tieners willen wat privacy en gaan naar een afgelegen industrieterrein om van elkaar te kunnen genieten. Daar komt het niet van. Als ze daar aankomen zien ze het lichaam van een jonge vrouw. Haar broek is naar beneden getrokken en haar groene shirt is opengeknoopt. Haar benen liggen gespreid en haar handen zijn vastgebonden met tape. De tieners bellen meteen de politie.
Even later komt rechercheur Joe Swiski aan op het Old Baltimore Pike Industrial Park in Newark, zo’n 180 kilometer ten noorden van Wilmington. Hij ziet dat het slachtoffer is overleden, maar haar lichaam is nog warm, dus de moord heeft niet meer dan twee à drie uur geleden plaatsgevonden. Door de positionering van het halfnaakte lichaam denkt hij in eerste instantie dat ze seksueel misbruikt is, maar dat blijkt na onderzoek niet het geval. Haar lichaam is vreselijk toegetakeld. Ze heeft meerdere knijp- en kneuswonden op haar buik. Deze blijken te zijn aangebracht met een combinatietang. Haar borsten en tepels zijn bewerkt met een mes en rond haar hals zitten diepe striemen. Deze zijn aangebracht via verwurging met een touw. Uit onderzoek blijkt, dat ze is overleden door een hoofdtrauma, dat is aangebracht met een klauwhamer. Alle verwondingen hebben blauwe plekken, wat aangeeft, dat de martelingen hebben plaatsgevonden toen ze nog leefde.
Het slachtoffer heeft geen ID bij zich, dus moet de politie proberen haar op een andere manier te identificeren. Dan zien ze twee kleine tatoeages. Ze kijken in hun politiedossiers en daar blijkt een dame, die in het verleden meerdere keren is aangehouden wegens sekswerk, dezelfde tattoo’s te hebben. Het slachtoffer is Shirley Anna Ellis. Rechercheur Joe Swiski wacht de moeilijke taak om haar familie op de hoogte te stellen. Joe vertelt moeder Nancy en zus Renee dat ze Shirleys lichaam hebben gevonden. Nancy en Renee zijn geschokt. Ze hebben geen idee wie dit gedaan zou kunnen hebben. Shirley had geen vijanden. Ze vertellen de rechercheur, dat Shirley na een moeilijke periode van weglopen van huis en het werken als sekswerker net een nieuwe weg in was geslagen. Nancy en Renee vertellen hem, dat ze naar het ziekenhuis in Wilmington was gegaan om aidspatiënten te bezoeken en hen eten te brengen. Dit heeft ze liftend gedaan.
Rechercheur Joe Swiski heeft met de familie te doen. Hij heeft echter geen enkele aanwijzing die naar een dader kan leiden. Hij blijft contact met hen houden, maar de zaak belandt al snel op de plank.
Zeven maanden later op 29 juni 1988 zijn een paar bouwvakkers aan het werk op een braakliggend terrein, waar een appartementencomplex moet komen. Rond half zeven die ochtend vinden ze op het terrein in Glasgow, dat dichtbij de Route 40 ligt, het lichaam van een vrouw. Ze is naakt en zwaar toegetakeld. De bouwvakkers bellen meteen de politie.
Een paar minuten later komt rechercheur James Hedrick ter plaatse. Hij ziet, dat de vrouw ernstige knijp- en kneuswonden heeft op haar romp, die zijn aangebracht met werkgereedschap. Haar handen en voeten zijn vastgebonden. Dit is gedaan met industriële tape, die vaak in de bouw wordt gebruikt. Haar borsten zijn verminkt met een mes en één tepel is eraf gesneden. Ze is gewurgd met een touw en heeft een flinke wond op haar hoofd, die waarschijnlijk is aangebracht met een klauwhamer. Ze blijkt niet seksueel misbruikt te zijn. James ziet, dat er kleine blauwe vezels op het hele lichaam zitten. Deze worden meegenomen voor onderzoek.
Er liggen geen persoonlijke spullen of ID kaart naast het lichaam, dus James Hedrick neemt vingerafdrukken af. Als ze deze door het politiesysteem halen zien ze, dat het slachtoffer de 31-jarige Catherine DiMauro is. Catherine is bij de politie bekend, omdat sekswerker is langs de Route 40. Ze is een alleenstaande moeder van twee kinderen. Na haar scheiding komt ze in de armoede terecht. Om zichzelf en haar kinderen in hun levensonderhoud te kunnen verzien, gaat ze aan de slag als sekswerker. Ze is de avond ervoor door haar collega’s nog gezien langs de Route 40.
Nu ze weten wie het slachtoffer is, gaat de recherche verder met het onderzoek naar de tapijtvezels. De vezel blijkt een unieke, driehoekige vorm te hebben en is gemaakt van een specifiek type nylon. Omdat de staat Delaware de thuisbasis is van de beroemde chemie-fabriek The DuPont Company, stappen de rechercheurs naar dit bedrijf. DuPont-experts herkennen het nylon onmiddellijk: het is een door henzelf gepatenteerde polymeer-vezel. Dit specifieke type blauwe garen is onder de kleurnaam ‘Imperial Blue’ verkocht aan slechts een paar tapijtweverijen. De rechercheurs ontdekken, dat het in de regio Delaware alleen maar is verkocht aan Airbase Carpet in New Castle. De eigenaar van deze winkel ziet in zijn administratie, dat hij dit tapijt heeft verkocht aan een paar klanten, waaronder iemand, die zijn busje ermee wilde bekleden.
Als James Hedrick ziet, dat Catherine is bewerkt met gereedschap, dat ze op haar hoofd is geslagen met een klauwhamer, gewurgd is met een touw en niet seksueel misbruikt is, moet hij meteen denken aan een zaak van een half jaar geleden. Hij neemt contact op met zijn collega Joe Swiski, die de zaak van Shirley Anna Ellis heeft onderzocht. Zij had dezelfde verwondingen en werd ook in de buurt van de Route 40 gevonden. De rechercheurs zijn ervan overtuigd, dat ze te maken hebben met een seriemoordenaar. In de staat Delaware hebben ze in de afgelopen decennia niet te maken gehad met zoiets, dus ze nemen contact op met een FBI-profiler.
De FBI stelt dat de dader een blanke man moet zijn, in de leeftijd van 25 tot 35 jaar. Hij woont of werkt waarschijnlijk binnen een straal van 10 kilometer van de dumpplaatsen om zo snel en onopgemerkt de lichamen te kunnen dumpen. Omdat de slachtoffers zijn vastgebonden met industriële ducktape en ernstig zijn mishandeld met werkgereedschap als tangen, concludeert de FBI dat de dader in de bouw- of techniek werkt. De FBI denkt dat de dader zich verplaatst in een bestelbus of een pick-uptruck. Hij heeft immers een afgesloten ruimte nodig waarin hij de vrouwen buiten het zicht van voorbijgangers urenlang kan vasthouden en martelen. Het ontbreken van seksueel misbruik, gecombineerd met de verminkingen, wijst volgens de FBI op een seksueel sadist. Dit type moordenaar haalt zijn seksuele bevrediging niet uit de daad zelf, maar uit de absolute controle, de macht, en het toebrengen van pijn. De dader zal in zijn privéleven waarschijnlijk controlerend, dominant en verbaal of fysiek gewelddadig zijn tegenover de vrouwen in zijn directe omgeving. Hij heeft een escalerend patroon. Zijn fantasieën worden steeds gewelddadiger en hij zal niet stoppen met moorden totdat hij wordt gepakt.
De FBI geeft het rechercheteam het advies om proactief te werk te gaan. Omdat de dader een opportunistische jager is die zijn slachtoffers willekeurig vanaf de straat plukt, stellen ze voor om een lokaas te gebruiken: een undercoveragente die zich voordoet als sekswerker om hem zo uit zijn tent te lokken. De recherche staat onder grote maatschappelijke druk na de twee moorden, dus ze zetten een taskforce op van zo’n 60 mensen om de actie goed te laten verlopen. Een jonge agente, de 23-jarige Renee Taschner, meldt zich vrijwillig aan om als lokaas te dienen. Ze is nog maar net afgestudeerd van de politieacademie en weet dat ze te maken heeft met een sadistische moordenaar. Renee krijgt de opdracht om zich voor te doen als een sekswerker langs de Route 40. Ze krijgt een zendertje om en moet letten op mannen die voldoen aan de profielschets van de FBI.
Ze mag onder geen beding instappen bij iemand. Renee loopt langs de Route 40, doet zich voor als sekswerker en weet wat ze de mannen die voor haar stoppen moet vragen. Hee, hoe gaat het, hoe heet je, wat voor werk doe je? Sommigen geven haar zelfs hun adres. Ondertussen luisteren agenten mee naar de gesprekken die Renee voert. Als een gesprek de interesse wekt bij de meeluisterende collega’s schrijven ze het kenteken van de auto op en doen ze onderzoek naar de bezitter van de auto. Wekenlang loopt Renee langs de weg, maar het levert niets op.
Dan krijgt de politie een telefoontje van nog een vrouw, die wordt vermist in de buurt van de Route 40. Het gaat om de 27-jarige sekswerker Margaret Lynn Finner. Ze is verdwenen vanaf de Route 13. De Route 40 en de Route 13 komen in New Castle County samen en zijn zo’n 5 kilometer lang dezelfde snelweg. In de buurt van Wilmington splitsen de wegen zich weer. Margaret Lynn Finner wordt in 1961 geboren in Wilmington Delaware. Ze groeit op in een warm maar arm gezin uit de arbeidersklasse. Als ze zelf moeder wordt, moet ze constant de eindjes aan elkaar zien te knopen. Net als Catherine DiMauro dwingt de armoede haar ertoe om als sekswerker haar geld te verdienen om haar gezin te kunnen onderhouden. Ze verricht haar diensten langs de Route 40 en de Route 13. Haar familie weet van haar kwetsbare situatie, maar heeft geen idee dat ze haar geld verdient op deze manier. Margaret leeft een dubbel leven. Als haar ouders haar op 23 augustus 1988 niet kunnen bereiken, bellen ze vrienden van haar. Zij brengen haar ouders op de hoogte van haar sekswerk. Iedereen in Delaware weet over de eerdere twee moorden op jonge vrouwen in de buurt van de Route 40, dus haar ouders zijn doodsbang.
Op 22 augustus 1988 wordt Margaret voor het laatst levend gezien bij Route 13. Getuigen verklaren dat ze haar hebben zien instappen in een blauwe Ford-bestelbus met ronde koplampen. Deze werd bestuurd door een witte man van rond de 30 jaar oud. Dit is voor politie aanleiding om meteen de jacht op dit specifieke busje te openen. Ze besluiten om Renee Taschner in te zetten op de plek, waar Margaret voor het laatst is gezien. Niet lang daarna stopt er een blauw busje. Renee spreekt de bestuurder aan en de man begint gelijk seksueel getinte opmerkingen te maken. Terwijl Renee met hem aan het praten is, valt haar direct iets op wat alle alarmbellen bij haar doen afgaan. Er ligt blauw tapijt op de vloer van het busje. Renee slaat de uitnodiging om bij hem in te stappen af en agenten schrijven zijn kentekenplaat op. Nog diezelfde dag gaat de recherche bij hem langs. Ze nemen wat vezels mee van zijn blauwe tapijt in de bus en vergelijken dit met de vezels die zijn gevonden op het lichaam van Catherine DiMauro. Dit blijkt geen match, ze moeten weer van voren af aan beginnen.
Renee blijft dag in dag uit struinen langs de Route 40. Zo ook op 14 september 1988. Terwijl ze op een donkere plek langs de kant van de weg staat, ziet ze dat een blauw busje al voor de zoveelste keer langs haar rijdt, haar aanstaart en toch weer doorrijdt. Voor Renee voelt het alsof ze omsingelt wordt door een haai, die haar elk moment kan aanvallen. Haar collega’s die haar in de gaten houden zien het ook. Het is een blauw Ford busje en de bestuurder gedraagt zich vreemd. Het zou ideaal zijn, als hij wel bij haar zou stoppen. Renee overlegt even met haar collega’s. Het kan zijn, dat de bestuurder haar beter wil bekijken of bang is, dat híj wordt aangevallen op zo’n donkere plek. De politie besluit om Renee iets verderop onder een lantaarnpaal te laten staan. Dat heeft effect. Het blauwe busje komt weer langs en nu stopt hij wel.
De man draait zijn autoraam open en Renee spreekt hem aan. Ze zegt dat hij er leuk uit ziet en vraagt hoe het met hem gaat. De man zegt, dat hij weer eens ruzie heeft gehad met zijn vrouw. Renee vraagt hem wat hij doet voor de kost. Als de man zegt, dat hij elektricien is, is Renee meteen alert. Een elektricien gebruikt industrieel tape en bezit het gereedschap waarmee de verwondingen op de lichamen van de vrouwen zijn aangebracht. Ze wil zeker weten dat de man alleen is en vraagt of hij de binnenverlichting van zijn auto aan wil doen. Zodra de binnenkant van het busje is verlicht ziet Renee, dat de vloer en wanden van de auto bekleed zijn met blauw tapijt. Ze vraagt hem waarom hij zijn auto heeft bekleed met blauw tapijt. De man zegt, dat dit er al in lag toen hij de auto kocht. Terwijl Renee door blijft praten met de man plukt ze stiekem wat vezels van het tapijt en stopt het in haar zak. Dit was niet afgesproken met haar collega’s maar in een opwelling lijkt dit haar een goed idee.
Plotseling schiet de man naar voren. Zijn hoofd is op centimeters afstand van Renee’s gezicht. Verschrikt doet ze een stapje naar achteren. Zijn ogen zijn steenkoud, het lijken de ogen van een haai die jaagt op zijn prooi. ‘Stap in’, commandeert de man. Renee zegt, dat hoofdpijn heeft van de hele dag hier staan en poeiert hem af. De man rijdt weg, maar niet voordat haar collega’s zijn kenteken hebben genoteerd. Als ze dit natrekken blijkt het nummerbord te staan op naam van Steven Brian Pennell.
Rechercheurs Joe Swiski en James Hedrick rijden meteen naar het adres, waar Steven Pennell woont. Ze zien, dat hij in een mobile home, een soort stacaravan woont op het Glasgow Pines Trailer Park in Glasgow Delaware. Dit is een netjes onderhouden, rustig trailerpark, een typische, rustige woongemeenschap voor de arbeidersklasse. De gazons zijn strak gemaaid, de stacaravans staan netjes naast elkaar en de sfeer is dorps en gezellig. De rechercheurs zien het blauwe Ford busje op de oprit staan. Even later gaan de lichten uit in de caravan en gaat de man slapen.
Joe en James gaan terug naar het bureau om Steven Pennell na te trekken in hun dossiers. Hij blijkt nooit in aanraking te zijn geweest met politie. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen en het enige wat in de politieregistratie staat over hem is, dat hij ooit gesolliciteerd heeft bij de politie, maar is afgewezen. Toch willen ze hem niet uitsluiten. Ze sturen de blauwe vezels, die Renee heeft meegepikt uit zijn busje naar het lab van de FBI om deze te vergelijken met de vezels die zijn gevonden op het lichaam van Catherine DiMauro. In de jaren tachtig duurt zo’n onderzoek weken.
Zes dagen later, op 20 september 1988 komt er een telefoontje binnen bij de politie, dat er een lichaam is gevonden op de rotsen langs het Chesapeake-Delaware-kanaal. Dit kanaal loopt vanaf de Atlantische Oceaan dwars door Delaware en stroomt evenwijdig aan de Route 40. Blauwe plekken op haar lichaam geven aan, dat ze gemarteld is en haar linkertepel is verwijderd. De patholoog stelt vast, dat ze in tegenstelling tot de vorige slachtoffers niet is gewurgd of met een hamer op haar hoofd is geslagen. Haar doodsoorzaak is een hartstilstand. Door de combinatie van een hoge dosis cocaïne in haar bloed en de hevige pijn die ze tijdens de martelingen moest ondergaan is haar hart ermee gestopt.
Via vingerafdrukken komen ze erachter dat het gaat om de 22-jarige Michelle Gordon. Ze is twee dagen eerder door haar familie als vermist opgegeven. Michelle woont nog bij haar ouders en broer thuis en kampt sinds haar tienerjaren met een cocaïneverslaving. Om dit te kunnen bekostigen werkt ze als sekswerker langs de Route 40. Met steun van haar familie heeft ze meerdere pogingen gedaan om af te kicken, maar telkens viel ze toch weer terug.
Hoewel Michelle niet gewurgd is of met een hamer op haar hoofd is geslagen, lijkt het erop, dat ze wel het derde slachtoffer is van de seriemoordenaar, die inmiddels de Route 40 Killer wordt genoemd. Haar collega’s hebben gezien, dat ze op 18 september rond half tien ’s avonds is ingestapt in een blauw Ford busje. De politie krijgt de opdracht hun taskforce nog verder uit te breiden. Geld is geen probleem, ze mogen alle middelen gebruiken, die ze nodig hebben. Toch krijgen ze niet helemaal wat ze willen. De rechercheurs hameren erop om Steven Pennell per direct 24 uur per dag in de gaten te houden. Hier krijgen ze echter geen toestemming voor. De openbaar aanklager is bang, dat er tijdens een eventuele rechtszaak kan worden gezegd, dat er te vroeg onterecht bewijs is verkregen, wat niet gebruikt mag worden.
Dat wordt een volgende vrouw fataal. De 26-jarige Kathleen Meyer staat deze avond te liften langs de Route 40. Ze komt, net als Shirley Anna Ellis, uit de arme arbeiderswijk Brookmont Farms in Bear. En net als Shirley heeft Kathleen geen geld voor een auto en gaat ze vaak liften als ze ergens naartoe moet. De drukke Route 40 loopt vlak langs deze wijk, dus voor Kathleen een ideale plek om dit te doen. Zo ook op 23 september 1988. Rond half tien die avond wordt ze opgepikt door een blauw Ford busje. Hoewel Steven Pennell nog niet constant geobserveerd wordt, zijn agenten in Delaware allemaal op de hoogte van het beruchte blauwe busje, dat vrouwen oppikt. Een agent, die die avond niet in dienst is, maar privé toevallig op de Route 40 aanwezig is, ziet een vrouw in een blauw busje stappen. Voor de zekerheid noteert hij het kenteken. Dit geeft hij door aan zijn collega’s. Het blijkt het kenteken te zijn van het busje van Steven Pennell.
Arrestatie en rechtszaak
Een paar weken later komt de uitslag binnen van de vezels, die de FBI heeft onderzocht. De vezels, die zijn gevonden op het lichaam van Catherine DiMauro komen overeen met de vezels die Renee Taschner heeft mee gegrist uit het busje van Steven Pennell. Nu krijgen ze wél toestemming om Steven Pennell 24 uur per dag te observeren. Ze zien een opmerkelijk patroon. Overdag lijkt hij een normaal leven te lijden, maar ’s nachts als iedereen slaapt sluipt hij zijn huis uit en rijdt met zijn busje de Route 40 af. Daar blijft hij rondjes rijden, elke nacht weer. Vaak rijdt hij meer dan 200 kilometer per nacht rondjes in dit gebied.
De recherche vraagt meteen een huiszoekingsbevel aan en op 23 oktober 1988 krijgen ze deze. Ze gaan ze langs bij de trailer van Steven Pennell. Hij ziet er nerveus uit. Het eerste wat de rechercheurs opvalt is, dat er gaten zitten in meerdere deuren. Ze vragen aan zijn vrouw Vera Pennell hoe dit kan. Vera vertelt hen, dat haar man nogal temperamentvol is en zich dan uitleeft op de deuren en het meubilair in huis.
Naast de trailer bevindt zich een houten schuurtje. Als de rechercheurs binnenkomen zien ze een tv met een videorecorder. De videoband die erin zit is genaamd The Taming of Rebecca. Dit is een was een extreem gewelddadige, hardcore BDSM-pornoproductie die alleen illegaal verkrijgbaar is. De film is gericht op vrouwelijke onderwerping, sadisme en fysieke dominantie. Het is een expliciete weergave van marteling als vorm van seksuele bevrediging. In de scène die als laatste is bekeken, is te zien hoe een man met brute kracht een veiligheidsspeld gebruikt om de tepel van een jonge vrouw te doorboren. Deze scène vertoont een parallel met de autopsierapporten van de slachtoffers. Zoals eerder besproken, vertoonden de lichamen van met name Shirley Anna Ellis en Catherine DiMauro gerichte verminkingen en knijpwonden aan hun borsten en buikstreek, toegebracht met scherpe gereedschappen. Rechercheurs Joe en James weten dat ze de juiste man te pakken hebben.
Als ze verder kijken zien ze meerdere gereedschappen in de schuur liggen. Er zijn echter een aantal stukken gereedschap apart gelegd. Dit zijn ondermeer een klauwhamer en een combinatietang. In zijn busje vinden ze een rol industrieel ducktape. Maar dat is niet het enige. Ze vinden haren en kleine groene vezels van kleding. Deze worden veilig gesteld voor onderzoek. Als ze het tapijt van de bodem van de bus optillen, zien de rechercheurs meerdere bloedvlekken. Alle gereedschappen en andere sporen worden opgestuurd naar de FBI.
Als de resultaten van het onderzoek door de FBI binnenkomen wordt hun vermoeden bevestigd. De ducktape die bij de slachtoffers is gevonden komt van de rol, die ze in de bus van Steven Pennell hebben gevonden. De combinatietang uit zijn schuur blijkt inderdaad de tang te zijn, waarmee de wonden op de borsten en buik van de slachtoffers zijn aangebracht. De groene vezels in zijn bus zijn afkomstig van het groene shirt van Shirley Anna Ellis, het meisje dat op 29 november 1987 na een bezoek van een aidspatiënt stond te liften langs de Route 40. Het bloed op de bodem van de bus is van Catherine DiMauro, de vrouw die als sekswerker haar diensten verleende om haar kinderen te kunnen onderhouden. Het haar dat in de bus wordt gevonden is waarschijnlijk van Michelle Gordon, het meisje dat overleed door een combinatie van te veel pijn en cocaïne. Dit kan echter niet met zekerheid worden vastgesteld.
Dit resultaat is genoeg om Steven Pennell te arresteren. Op 29 november 1988, precies 366 dagen na zijn eerste moord op Shirley Anna Ellis, gaan rechercheurs Joe Swiski en James Hedrick naar het Glasgow Pines Trailer Park in Glasgow. ‘Steven, het is klaar’, zegt James als Steven de deur van zijn trailer opent. Hij wordt geboeid afgevoerd naar het bureau. Zowel de rechercheurs als de nabestaanden van de slachtoffers zijn opgelucht, dat ze eindelijk weten wie Delaware de afgelopen 366 dagen in zijn greep hield, maar zijn ook benieuwd naar het waarom.
Steven doet wat hij altijd heeft gedaan als hij in moeilijkheden zit: zwijgen. Hij zegt dat hij een advocaat wil en geeft geen antwoord op de vragen van de rechercheurs. In afwachting van zijn rechtszaak wordt hij opgesloten in de Gander Hill Prison in Wilmington.
Een dag later, op 30 november 1988 wordt het lichaam gevonden van zijn derde slachtoffer, Margaret Lynn Finner. Een jager vindt haar lichaam in een bosgebied nabij het Chesapeake-Delaware-kanaal. Op haar lichamen worden dezelfde verminkingen aangetroffen als bij zijn andere slachtoffers. Haar lichaam is echter in verre staat van ontbinding, waardoor een doodsoorzaak niet kan worden vastgesteld. Hoewel de politie er zeker van is, dat Steven de dader is, besluiten ze om haar zaak niet mee te nemen in de rechtszaak. Datzelfde geldt in eerste instantie voor zijn laatste slachtoffer Kathleen Meyer, omdat haar lichaam nooit is gevonden.

De rechtszaak tegen Steven Brian Pennell begint op 26 september 1989. Hij wordt aangeklaagd voor de moord op Shirley Ellis, Catherine DiMauro en Michelle Gordon. Om levenslang te kunnen eisen is er in Delaware een unanieme jury nodig. Over de moord op Shirley Ellis en Catherine DiMauro is de jury het snel eens. Daarvoor achten ze Steven Pennell schuldig. Bij de zaak van Michelle Gordon is verdeeldheid bij de juryleden, een zogenaamde ‘Hung Jury’. Bij de autopsie wordt vastgesteld, dat ze is overleden door een combinatie van extreme pijn door marteling en een grote hoeveelheid cocaïne in haar bloed. Bovendien kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat het gevonden haar in de bus van Steven daadwerkelijk van Michelle is. Als de jury het niet eens is, kan er geen levenslang worden geeist. Daarom besluit de aanklager om de zaak van Michelle Gordon nietig te laten verklaren en niet mee te nemen in het juryoordeel. Op 23 november 1989 komt de jury tot een oordeel. Steven Pennell krijgt twee keer levenslang voor de moord op Shirley Ellis en Catherine DiMauro. Steven wordt opgesloten in het Delaware Correctional Center.
Terwijl Steven vastzit, komen er ontwikkelingen in de zaak van Michelle Gordon en Kathleen Meyer. Via nieuwe ontwikkelingen in de DNA-techniek kan definitief worden vastgesteld, dat de haren, die in de bus van Steven zijn gevonden, van Michelle zijn. Ook kan worden vastgesteld, dat er bloedvlekken in de bus zaten, die van Kathleen Meyer zijn. De openbaar aanklager besluit om een nieuwe tweede rechtszaak te starten tegen Steven.
Als Steven dit hoort, neemt hij een drastisch besluit. Hij wil zijn vrouw en kinderen een tweede slepende rechtszaak besparen. Over de familie van zijn slachtoffers spreekt hij niet. Verder ziet hij het niet zitten om de rest van zijn leven in de gevangenis door te brengen. Hij besluit zijn advocaat te ontslaan en zichzelf te verdedigen. Daarna verandert hij zijn standpunt van ‘onschuldig’ in ‘no contest’. Hiermee geeft hij niet toe dat hij het gedaan heeft, maar gaat hij de beschuldigingen en het bewijs van de staat ook niet aanvechten. Voor de wet staat dit gelijk aan een schuldbekentenis. Omdat hij de feiten niet ontkent, hoeft er geen volledige rechtszaak met getuigenverhoren en een jury aan te pas te komen.
Tijdens de zitting op 30 oktober 1991 pakt Steven zelf het woord. Hij leest het vers van Genisis 9:6 uit de bijbel voor: ‘Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt.’ Daarna vraagt hij om de doodstraf. Een dag later wordt hij hier inderdaad tot veroordeeld.
Maar niet iedereen is het hiermee eens. Zijn vrouw Vera Pennell gaat in hoger beroep tegen deze veroordeling. Vera heeft als zijn echtgenote de unieke wettelijke status om namens hem een verzoek in te dienen, ook al heeft hij zelf gevraagd om deze straf. Steven heeft tot aan de tweede rechtszaak altijd volgehouden onschuldig te zijn. Vera heeft hem altijd geloofd, zelfs nadat ze alle bewijzen tijdens de eerste rechtszaak heeft gehoord. Ze kan en wil niet geloven, dat haar Gentle Giant een seriemoordenaar is. Ze heeft al die tijd samen met haar kinderen bezocht in de gevangenis. Ze wil haar kinderen beschermen. Ze weet dat haar kinderen getekend zullen zijn als hun vader als een ter dood veroordeelde seriemoordenaar zal worden geëxecuteerd. Als hij levenslang zou krijgen zou ze tegenover hen kunnen volhouden dat hij onschuldig is en kunnen ze hem blijven bezoeken.
Haar belangrijkste juridische argument is dat Steven psychisch incompetent was ten tijde van de tweede rechtszaak. Ze voert aan dat zijn gedrag in de rechtbank, het feit dat hij zijn eigen advocaten ontsloeg, in de derde persoon over de moordenaar sprak en de rechter smeekte om hem te doden, het ultieme bewijs is dat hij de realiteit volledig kwijt was. Ze eist dat de executie wordt opgeschort zodat Steven een uitgebreid psychiatrisch onderzoek kan ondergaan.
Steven is woedend op zijn vrouw. Vanuit zijn dodencel vecht hij Vera’s pogingen actief aan. Hij verklaart tegenover de rechter dat hij juist wil sterven omdat de levenslange gevangenisstraf en de constante media-aandacht zijn gezin te veel angst en pijn bezorgen. Deze juridische strijd houden Steven en Vera tot op de ochtend van zijn executie vol.
Toch blijven Steven, Vera en de kinderen elkaar zien in die maanden. Ze houden nog steeds van elkaar en Vera is ervan overtuigd, dat ook het tegenstribbelen van Steven tegen haar acties bewijst dat hij in de war is. Zelfs op 13 maart 1992, een dag voor de executie-datum bezoekt Vera hem nog. Steven maakt haar voor de laatste keer duidelijk, dat hij echt dood wil.
Op 14 maart 1992 staat zijn executie gepland. Voor de staat Delaware is het een uniek moment. Voor het eerst in 46 jaar wordt hier weer iemand terechtgesteld. Tot 9 uur in de ochtend blijven de advocaten van Vera bellen om de executie te voorkomen. Pas dan krijgt de staat Delaware definitief groen licht van het Amerikaanse Hooggerechtshof.
Als laatste maaltijd bestelt Steven krabkoekjes, biefstuk medium-rare gebakken, maïskolven, frietjes, brood met boter en een cola. Als zijn maaltijd in zijn cel wordt bezorgd weigert hij er ook maar één hap van te nemen. In plaats daarvan gebruikt hij dit moment om via zijn advocaat een verklaring naar buiten te brengen. Hij claimt dat hij zijn laatste maaltijd weigert ‘ter nagedachtenis aan de miljoenen geaborteerde baby’s in de wereld’.
Rond half tien die ochtend wordt hij vanuit zijn cel overgebracht naar een speciaal ingerichte trailer op het terrein van het Delaware Correctional Center. Als hij vastgegespt wordt ligt op de brancard krijgt hij van een priester het laatste sacrament toegediend. Tien minuten later gaat het gordijn naar de getuigen-kamer open. Daar zijn ondermeer rechercheurs Joe Swiski en James Hedrick en een aantal nabestaanden van zijn slachtoffers aanwezig om de executie te aanschouwen. Steven heeft geen laatste woorden. Op 14 maart 1992 om tien voor tien in de ochtend wordt Steven Brian Pennell dood verklaard. Hij is 34 jaar oud geworden.
Aanbevolen
Onderstaande vijfdelige reeks geeft een goed beeld hoe de opsporing en arrestatie van Steven Pennell is verlopen.
