
Naam: Gary Leon Ridgway
Bijnaam: Green River Killer
Geboren: 18 februari 1949, Salt Lake City, Utah VS
Aantal slachtoffers: 49-70+
Straf: Levenslang
Jeugd
Ridgway was de middelste zoon van Mary en Thomas Ridgway. Zijn vader was weinig thuis. Als hij wel thuis was hadden zijn ouders constant ruzie. Als zijn moeder zijn vader uitschold of sloeg bleef zijn vader gelaten. Ridgway haatte de gelaten houding van zijn vader tegen zijn moeder.
Hij was aangewezen op zijn moeder. Zijn moeder was een dominante vrouw die niet alleen zijn vader uitschold, maar ook hem en zijn broers. Zijn moeder wilde controle over alles. Ridgway mocht niet zomaar met vriendjes spelen, niet zomaar zakgeld besteden, niet zomaar buitenspelen. Zijn moeder regelde en controleerde alles. De haat voor zijn moeder werd een haat tegen vrouwen
Als hij in bed had geplast begon zijn moeder hem eerst uit te schelden waar zijn broers bij waren. Daarna moest Ridgway in een koud bad. Vervolgens waste zijn moeder hem, terwijl ze zelf nauwelijks kleding droeg. Ze waste vooral uitgebreid zijn genitaliën. Verder vertelde zijn moeder hem regelmatig erotisch geladen verhalen over wat ze meemaakte als verkoopster in een winkel voor mannenkleding. Ze vertelde Ridgway over hoe mannen opgewonden werden als zij hen hielp de kleding te passen. Ze vertelde zelfs over hoe hun genitaliën roken.
Dit zorgde voor een conflicterende relatie tot zijn moeder. Ridgway kreeg fantasieën over seks hebben met zijn moeder, maar ook over haar willen vermoorden. Hij zei hierover: ‘Als ik mijn moeder als seksobject zag hield ik van haar. Als ze in de rol van controlerende moeder zat haatte ik haar.’
Ridgway vond het vreselijk om naar school te gaan. Hij had een IQ van rond de 80 en kon niet goed meekomen op school. Hij haatte het dat hij niet mee kon komen, dat hij altijd de mindere was met prestaties. Hij wilde ook ergens de beste in zijn. Ondanks dat was hij wel geliefd op school. Zijn moeder bleef aandringen dat hij beter zijn best op school moest doen, dat hij niets waard was en dat ze zich voor hem schaamde. Ze dreigde regelmatig dat ze hem op zou laten sluiten in een gesticht voor verstandelijk beperkten. Het maakte hem bang en kwaad.

Op zijn 11e verhuisden ze naar King County Washington. Ze woonden dichtbij de Pacific Highway waar veel sekswerkers stonden. Zijn vader vertelde constant over hoe hij sekswerkers haatte en op hen neerkeek. Zijn vader werkte in een mortuarium. Hij vertelde regelmatig over collega’s die seks zouden hebben met de lichamen die er lagen.
Ridgway reageerde zich af door brandstichting en dierenmishandeling. Hij vermoordde vogels en mishandelde katten en honden. Daar bleef het niet bij. In zijn puberteit bood hij een meisje aan om haar naar huis te brengen met de auto. Hij reed echter naar een afgelegen weg en gooide haar daar uit de auto. Rond diezelfde tijd stak hij een zesjarig jongetje met een mes in zijn zij. Het was zonder aanleiding. Later vertelde hij, dat hij ‘wilde weten hoe het was om iemand neer te steken’.
Op zijn 20e trouwde hij met zijn jeugdliefde Claudia Kraig. In diezelfde tijd diende hij in het leger. Tijdens zijn verblijf in het leger op de Filipijnen had hij regelmatig seks met sekswerkers. Naar eigen zeggen haatte hij ze. Toen hij terugkwam bleek niet alleen hij vreemd te zijn gegaan, maar ook zijn vrouw. Ridgway was woedend en ging scheiden.
Twee jaar later trouwde hij met Marcia Brown. Hij was inmiddels schilder van beroep. Ze kregen een zoon Matthew. Volgens zijn zoon was hij een ‘normale vader die vaak met mij ging voetballen.’ Ridgway werd in die tijd een fanatiek christen die langs de deuren ging om het geloof te verkondigen. Tegelijk bleef hij sekswerkers bezoeken. Ook wilde hij meerdere keren per dag seks met zijn vrouw, het liefst in de buitenlucht. Ze hadden regelmatig ruzie, wat uiteindelijk eindigde in een scheiding in 1981. Ridgway was woedend dat hij alimentatie moest betalen.
Na zijn scheiding begon hij nog vaker sekswerkers te bezoeken. Het maakte hem echter woedend dat hij moest betalen om seks met hen te hebben. Dat vond hij respectloos naar hem toe.
Misdaden
Zijn eerste bevestigde moord pleegde Ridgway op 8 juli 1982. Zijn slachtoffer was de zestienjarige Wendy Lee Coffield. Ze zat in een pleeggezin en liep regelmatig weg van huis. Ridgway pikte haar op toen ze als sekswerker langs de Pacific Highway aan het werk was. Hij nam haar mee naar een bos in de buurt en had seks met haar in zijn auto. Hij zorgde dat hij achter haar zat. Hij wurgde haar met haar broek. Daarna dumpte hij haar lichaam in de Green River. Een week later werd haar lichaam gevonden door twee jongens.
Het zou kunnen dat zij niet zijn eerste slachtoffer was. Ridgway had drie keer eerder een vrouw verkracht en proberen te verdrinken in de Green River. Omdat hij geen berichten in de krant had gelezen ging hij ervan uit dat ze nog leefden. Hij kon zich niet herinneren wie deze vrouwen waren.

In datzelfde jaar vermoordde hij nog eens vijftien vrouwen, allemaal sekswerkers die hij oppikte langs de highway. Hij werd in 1982 aangehouden wegens het bezoeken van sekswerkers, maar was toen nog geen verdachte voor de moorden.
Tot 1985 vermoordde hij 44 vrouwen. Alle vrouwen waren sekswerkers die hij oppikte langs de Pacific Highway. Hij vermoordde ze bij hem thuis, in het bos of in zijn auto. Hij probeerde hun vertrouwen te winnen door speelgoed van zijn zoon in de auto te laten liggen. Ook was zijn zoon er een paar keer bij toen zijn vader een vrouw oppikte en vermoordde. Terwijl zijn vader seks had en moordde in het bos zat hij in de auto te wachten.

Ridgway had altijd dezelfde modus operandi: sekswerker oppikken, meenemen naar een plek waar geen getuigen zijn, zorgen dat hij tijdens de seks zich achter de vrouw bevond, waarna hij haar wurgde. Hij had een aantal plekken waar hij de vrouwen dumpte, vooral in de Green River en rondom het vliegveld van Seattle. Vaak dumpte hij de vrouwen in ‘clusters’ zoals hij het zelf noemde. Hij legde meerdere lichamen bij elkaar in de buurt, zodat hij ze makkelijk terug kon vinden. Hij reed dan regelmatig langs deze plekken en had soms seks met de lichamen. Toen de eerste slachtoffers gevonden werden en de lichamen opgeborgen, had Ridgway het gevoel dat er iets van hem werd afgenomen. De lichamen waren van hem, vond hij.
Ridgway deed van alles om de politie op een dwaalspoor te brengen. Zo versleepte hij twee lichamen van zijn slachtoffers naar Oregon, zodat de politie zou denken dat er meerdere moordenaars zouden zijn. Ook legde hij regelmatig sigarettenpeuken bij de slachtoffers (hij rookte zelf niet).

In 1983 werd hij voor het eerst verdachte in de Green River moorden. De politie hield regelmatige bezoekers van sekswerkers op de highway sterk in de gaten en één ervan was Ridgway. In 1984 moest hij zelfs een polygraaftest doen en hier slaagde hij voor. In datzelfde jaar riep de politie de hulp in van Ted Bundy. Bundy zei onder meer dat hij dacht dat de moordenaar de lichamen van zijn slachtoffers zou blijven bezoeken om er seks mee te hebben. Later bleek dat hij hier gelijk in had. Hij adviseerde de politie om bij de vondst van nieuwe slachtoffers te blijven posten tot de dader terug zou keren.
In het voorjaar 1984 stopte Ridgway (tijdelijk) met moorden. Het zou te maken kunnen hebben met het feit dat hij als verdachte op de hielen wordt gezeten door de politie. Het kan ook te maken hebben met zijn nieuwe liefde. Hij ontmoette toen Judith Lorraine Mawson. Ze kregen een liefdevolle relatie. In 1988 trouwden ze. In een interview vertelde Judith over haar liefdevolle relatie met Ridgway en hoe verbaasd ze was toen hij in 1987 een haar- en speekselmonster moest afgeven aan de politie. Toen hij uiteindelijk werd opgepakt kon ze niet geloven dat de man hoe zij die kende de moorden kon hebben gepleegd.
Sinds de ontmoeting met Judith pleegde Ridgway nog tenminste vier moorden. Waarschijnlijk pleegde hij zijn laatste moord in 1998, maar er zijn ook bronnen die melden dat hij ook in 2001 nog een slachtoffer heeft gemaakt.
Arrestatie en rechtszaak
Hoewel de politie al sinds 1982 onderzoek deed naar de ‘Green River moorden’ kwam de doorbraak pas in 2001. Dit kwam door de ontwikkelingen op het gebied van DNA. Het haar- en speekselmonster dat Ridgway in 1987 moest afstaan kon nu getest worden op DNA.
Op 30 november 2001 werd Ridgway aangehouden. Zijn DNA bleek overeen te komen met DNA dat gevonden was in het sperma dat bij vier slachtoffers gevonden was. Na zijn aanhouding werd hij aan nog drie moorden gekoppeld. De verf die hij gebruikte bleek zijn werk als schilder van vrachtwagens bleek gevonden te zijn bij nog drie andere slachtoffers. Zijn vrouw vroeg de scheiding aan en heeft hem nooit meer bezocht in de gevangenis.
In 2003 sloot Ridgway een pleidooi-overeenkomst. In ruil voor de bekentenis en alles wat hij wist over de moorden die hij had gepleegd, zou bleef hem de doodstraf bespaard. Ridgway bekende 48 moorden.
Op 18 december 2003 vond de rechtszaak plaats. Vele nabestaanden van slachtoffers maakten gebruik van hun spreekrecht. Ridgway kreeg 48 keer levenslang en nog 10 jaar voor knoeien met bewijsmateriaal. Hij werd opgesloten in de Walla Walla gevangenis in Washington. In 2005 kwam er nog een levenslange straf bij nadat er nog een slachtoffer geïdentificeerd was als een slachtoffer van hem. In interviews die hij in de jaren erna gaf vertelde hij dat hij 71 slachtoffers had gemaakt. Ook vertelde hij in die interviews over necrofilie die hij pleegde bij een deel van zijn slachtoffers. Hij vertelde dat hij sekswerkers als slachtoffer koos omdat hij ze haatte, maar ook omdat ze een makkelijk slachtoffer waren. Ze waren makkelijk te pakken en zouden minder snel gemist worden.
Sinds zijn rechtszitting zijn er meerdere slachtoffers alsnog geïdentificeerd. In 2023 werd zelfs 40 jaar na haar dood de destijds 15-jarige Lori Anne Razpotnik via DNA geïdentificeerd.
Aanbevolen
Onderstaande podcast en documentaire geven een goed beeld van het leven van Gary Ridgway.
