
Naam: John Edward Robinson
Geboren: 27 december 1943, Cicero Illinois
Aantal moorden: 8+
Straf: doodstraf
Jeugd
John Edward Robinson wordt geboren op 27 december 1943 in Cicero Illinois, een stad zo’n 15 kilometer ten westen van Chicago. Cicero staat bekend als de stad van waaruit Al Capone zijn misdaden pleegde. Hoewel Al Capone al uit de stad was vertrokken toen John werd geboren, speelt de georganiseerde misdaad in de stad een grote rol. Het geboortehuis van John is slechts een paar blokken verderop. Vader Henry is een machinewerker en moeder Alberta huisvrouw. John is de middelste van vijf kinderen. Henry jr en Donald zijn ouder dan hij en Joanna en Mary Ellen zijn zijn jongere zusjes. Zijn vader is een gewelddadige alcoholist met een kwade dronk. Henry mishandelt zijn vrouw en kinderen met de regelmaat van de klok, vooral als hij weer dronken is. Alberta is een strikte disciplinaire vrouw, die weinig affectie toont naar haar kinderen.
Op zijn twaalfde gaat John bij de scouting en klimt al snel op tot Eagle Scout. Eagle Scout is de hoogste en meest prestigieuze rang binnen de Boy Scouts of America, en behaald door slechts 4% van de scouts. Het vereist leiderschap, je moet minstens 21 insignes behalen en een grootschalig gemeenschapsproject organiseren. Het symboliseert toewijding en karakter en biedt voordelen bij vervolgopleidingen en militaire carrières. In 1957 mag hij met een groep Eagle Scouts naar Engeland om daar op te treden voor koningin Elizabeth.
Op zijn veertiende schrijft hij zich in voor een voorbereidingsschool voor het seminarie. Hij overweegt om een katholieke priester te worden. Na een paar jaar stopt hij hiermee, of eigenlijk wordt hem dringend verzocht om te stoppen. John spijbelt veel en is regelmatig betrokken bij ruzie’s en vechtpartijen op school. Hij gaat verder op een andere middelbare school om voor medisch radiograaf te studeren, maar staakt na twee jaar ook deze studie. Dat weerhoudt hem er niet van om toch als radiograaf aan de slag te gaan. Hij heeft diploma’s vervalst en verhalen verzonnen, waardoor hij toch gewoon aan de slag gaat in het ziekenhuis.
Op zijn 20e verhuist hij naar Kansas City en gaat ook daar aan de slag als medisch radiograaf. Daar ontmoet hij Nancy Jo Lynch. Al na een paar dates vraagt John haar ten huwelijk. Nancy raakt al snel zwanger, dus ze trouwen nog datzelfde jaar. Anders zouden ze niet in de katholieke kerk mogen trouwen, waar ze beiden toch wel waarden aan hechten. Een paar manden later wordt hun zoon John jr. en twee jaar later volgt dochter Kimberley. Nog weer twee jaar later krijgen ze een tweeling, Christopher en Christine.
Misdaden
John laat het niet bij het vervalsen van schooldiploma’s. In 1969 wordt hij gearresteerd, als hij $33.000,- verduistert in de medische praktijk waar hij werkt. Hij krijgt drie jaar voorwaardelijk en mag niet meer werken in de medische sector. Hij schendt echter zijn voorwaarden, als hij met zijn gezin naar Chicago verhuist, zonder toestemming te vragen van zijn reclasseringsambtenaar. In Chicago wordt hij al snel weer gearresteerd voor verduistering. Tijdens de rechtszaak belooft hij het verduisterde geld terug te betalen en de zaak wordt geseponeerd. Hij wordt weer teruggestuurd naar Kansas City. Daar gaat hij gewoon door met zijn fraudepraktijken. Hij richt zogenaamd een medisch adviesbureau op en krijgt investeerders zo ver om hier tienduizenden dollars in te investeren. Hij wordt opgepakt en krijgt een boete van $2.500,-.
In 1979 gaat hij aan de slag als manager personeelszaken bij Guys Foods, een bedrijf, dat snacks produceert voor fastfoodrestaurants. Hij verzint namen van zogenaamd nieuwe personeelsleden en laat hun salarissen overmaken naar zijn rekening. John begint een affaire met een secretaresse van het bedrijf en zij helpt hem met zijn frauduleuze praktijken. Maar dan eist de vrouw, dat John bij zijn vrouw weggaat en met haar trouwt. Als John dit weigert, geeft ze hem aan. In totaal heeft John zo’n $30.000,- van Guys Food verduisterd. Hij krijgt twee maanden gevangenisstraf.
Hij fraudeert niet alleen voor financieel gewin, maar ook om zijn ego op te vijzelen. John treedt toe tot de raad van bestuur van een liefdadigheidsinstelling in Kansas City. Hij vervalst brieven van de directeur van de instelling en stuurt deze naar de burgemeester van de stad. In deze brieven staat, dat John Robinson verkozen is tot Man van het Jaar van de organisatie. Hij organiseert vervolgens zelf een feest om dit heugelijke feit te vieren.
John blijft frauderen waar hij kan. Hij richt meerdere zogenaamde lege vennootschappen op. Dit zijn bedrijven zonder significante activa of activiteiten, vaak gevormd om financiering te verkrijgen. Hierbij blijft de identiteit van de eigenaar vaak verborgen. Eén van zijn bedrijven is een managementadviesbureau, dat hij Equit II noemt.
In september 1984 werd Paula Godfrey als vermist opgegeven. Paula Guylene Godfrey wordt geboren op 19 juni 1965 net buiten Kansas City. Als kind houdt ze van schaatsen en ze droomt ervan om ooit een professioneel kunstschaatsster te worden. Als ze klaar is met de middelbare school doet ze auditie voor de Walt Disney World on Ice show, maar net op die dag is ze ziek en kan ze niet laten zien wat ze echt in huis heeft. Ze gaat echter niet bij de pakken neerzitten. Ze neemt zich voor het komende jaar elke dag te gaan oefenen en het volgend jaar nog eens te proberen. Tot die tijd wil ze een baantje in de buurt. Ze regeert op een vacature in de krant als secretaresse bij een bedrijf genaamd Equit II en na een sollicitatiegesprek met de directeur krijgt ze de baan. Ze vertelt haar ouders, dat ze samen met een paar andere vrouwen naar San Antonio Texas zal vliegen om een cursus administratieve vaardigheden te volgen. De reis en de cursus worden betaald door haar baas John Robinson.
Op 1 september 1984 haalt John Paula op bij haar ouderlijk huis. Sinds die tijd horen haar ouders niets meer van haar. Dat is niets voor hun dochter. Als ze na vier dagen nog geen contact met haar kunnen krijgen, vliegt haar vader Bill naar San Antonio om te kijken of het wel goed gaat met Paula. Daar komt hij erachter, dat Paula nooit is ingecheckt in het hotel waar ze zou verblijven. Hij keert terug naar Kansas City en geeft zijn dochter als vermist op. Daarna gaat hij naar het kantoor van Equit II om John Robinson te confronteren. Bill dreigt, dat als hij niet snel iets van Paula hoort, hij andere maatregelen zal treffen. Binnen een paar dagen ontvangen Paula’s ouders een getypte brief, waarin staat geschreven dat ze even wat afstand wil van haar familie. De brief is ondertekend met hun dochters handtekening, maar haar ouders geloven niet, dat Paula dit heeft geschreven, aangezien ze een hele hechte band heeft met haar familie. Ze overhandigen de brief aan de politie. Zij ondervragen John Robinson, maar hij ontkent iets te weten van de verblijfplaats van Paula. De politie laat het hierbij, omdat Paula meerderjarig is en het recht heeft om te verdwijnen.
Een paar maanden later, in januari 1985, worden een moeder en haar dochtertje als vermist opgeven. Op 12 januari 1985 belt een vrouw naar de politie van Overland Park in Kansas om haar schoonzus en diens dochtertje als vermist op te geven. Het gaat om Lisa Stasi en haar 3 maanden oude baby Tiffany. Lisa werd geboren op 11 april 1965 in Huntsville Alabama. Haar vader en broer overleden toen zij nog jong was. Dit heeft de rest van haar jeugd getekend. In 1983, als Lisa 17 jaar is stopt ze met school en verhuist naar Kansas City om een nieuw leven te beginnen. Ze kent hier niemand en heeft dan ook geen onderdak. Op een avond zit ze in een bar en bestelt een biertje. Hoewel de barvrouw weet dat ze nog geen 21 is, geeft ze het haar toch. Ze heeft medelijden met het meisje, dat eenzaam en verloren aan de bar zit en biedt haar een plek aan om te overnachten. Al snel wordt Lisa vaste klant in de bar en daar ontmoet ze een man genaamd Carl Stasi. Lisa raakt zwanger van hem en in augustus 1984 trouwen ze. Op 3 september 1984 wordt hun dochtertje Tiffany geboren. Al snel na hun trouwen wordt Lisa mishandeld door haar man en een maand na de geboorte van Tiffany gaat ze bij hem weg. Ze gaat samen met haar baby naar Hope House, een vrouwenopvang in Kansas City. De missie van Hope House is om de cyclus van huiselijk geweld te doorbreken door een veilige toevluchtsoord en ondersteunende diensten te bieden voor degenen die getroffen zijn door huiselijk geweld. Een medewerker van het Hope House vertelt Lisa, dat ze deel kan nemen aan een hulpprogramma. Ze kan intrekken in een woning van de stichting en weer terug naar school gaan. Deze medewerker, die zichzelf voorstelt als John Osborne, vraagt welk vak ze graag wil leren. Lisa zegt dat ze wel interesse heeft om zeefdrukken te leren. John zegt een prima school voor het te weten in Dallas Texas. Hij zegt, dat Hope House het schoolgeld zal betalen, dat ze een maandelijkste toelage van $800,- krijgt en dat de stichting de kinderopvang zal bekostigen. Ook zullen ze haar na haar afstuderen helpen om een baan te vinden. Het lijkt te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. Lisa logeert de laatste paar dagen voordat ze naar Dallas zal gaan bij haar schoonzus en zwager Cathy en David in Overland Park in Kansas. Daar wordt ze op 9 januari 1985 opgehaald door John Osborne. Hoewel Cathy een vreemd gevoel heeft bij de hele situatie en bij John, helpt ze Lisa inpakken en wenst haar succes.
John brengt Lisa en Tiffany naar naar het Rodeway Inn Hotel in Overland Park. Daar kletsen ze de rest van de dag over haar leven. John probeert zoveel mogelijk over haar te weten te komen. Haar verleden, familie, haar korte huwelijk en haar financiële situatie.
Diezelfde avond belt Lisa met haar schoonmoeder Betty en vraagt haar in paniek waarom haar schoonmoeder probeert de voogdij van Tiffany te krijgen. Beth vindt het een vreemde vraag, aangezien ze dit helemaal niet wil. Lisa vertelt haar, dat ze ondertekende verklaringen heeft gezien waaruit blijkt dat ze dat wel van plan is. Ook zegt Lisa, dat ze vier lege vellen papier heeft ondertekend, die ‘zij’ hebben meegenomen. Het blijft onduidelijk wie ‘ze’ zijn. Dan zegt Lisa: ‘Ze zijn hier, ik kan niet praten’, en hangt op. Dit is de laatste keer dat iemand van Lisa’s familie van haar heeft gehoord. De volgende dag checkt Lisa uit uit het hotel en verdwijnt spoorloos. Een dag later belt Bethy het hotel en hoort dat Lisa al is vertrokken. Ze vraagt wie de rekening heeft betaald en de hotelmedewerker geeft aan, dat er is afgerekend met een zakelijke creditcard, die op naam staat van een bedrijf genaamd Equit II. De naam, die op de kaart staat is John Robinson.
Lisa’s zwager David laat het er niet bij zitten. Hij zoekt het bedrijf op en gaat naar het kantoor van Equit II. Daar vraagt hij waar Lisa en Tiffany zijn gebleven. Een onbekende man heeft hem het kantoor uitgezet. Een paar uur later staat er een bericht op het antwoordapparaat van David en Cathy. Ene pater Martin van de City Union Mission vertelt dat het goed gaat met Lisa en Tiffany en laat zijn telefoonnummer achter. Dit telefoonnummer werkt niet en als ze naar de City Union Mission bellen hebben zij geen idee wie pater Martin is. De volgende dag krijgt schoonmoeder Bethy een getypte brief, met de handtekening van Lisa eronder. In de brief staat, dat ze Kansas City heeft verlaten en ergens anders een nieuw leven start. Ze zegt dat ze binnenkort wel weer contact op zal nemen. Bethy weet, dat deze brief niet van Lisa komt. Zij zou een brief nooit typen, maar met de hand schrijven. De toon van de brief is ook niet des Lisa’s. Bethy herinnert zich nog dat Lisa haar aan de telefoon had verteld, dat ze vier blanco vellen papier moest ondertekenen voor ‘hen’. David, Cathy en Bethy geven al deze informatie door aan de politie.
De politie hoort hun verhaal aan, maar doet er weinig mee. Ze ondervragen nog wel John Robinson. Hij zegt dat hij met haar in het Rodeway Inn hotel is geweest, maar dat Lisa een nieuwe man heeft leren kennen, met wie ze een nieuw leven wil beginnen. De politie vindt het een plausibel verhaal. Bovendien heeft elke volwassene het recht om te verdwijnen. Ze vinden de aanwijzingen van Lisa’s schoonfamilie niet sterk genoeg om een diepgaander onderzoek te starten.
Het is 15 juni 1987 als de 27-jarige Catherine Frances Clampitt van de aardbodem lijkt te zijn verdwenen. Catherine wordt geboren op 29 mei 1960 in Korea en al snel geadopteerd door een familie in Wichita Falls in Texas. Als Catherine in de puberteit komt, gaat ze drugs en alcohol gebruiken en raakt al snel verslaafd. Op haar 26e raakt ze plots zwanger en krijgt een zoontje. Dat is voor haar een reden om af te kicken en te proberen iets van haar leven te gaan maken. Ze laat haar zoontje achter bij haar ouders en Wichita Falls en verhuist naar haar broer Robert Bales en zijn vrouw in Overland Park, een stad ten zuiden van Kansas City. Eenmaal daar solliciteert ze op een baan als administratief medewerkster bij een bedrijf genaamd Equit II. Ze krijgt de baan en haar baas, die zich aan haar voorstelde als John Dawson, belooft haar al snel promotie. Ze mag nieuwe kleding uitzoeken en het hele land doorreizen voor haar nieuwe functie.
Op 15 juni verdwijnt Catherine plotseling tijdens één van haar vele reizen voor haar werk. Een paar dagen later ontvangt haar moeder in Wichita Falls een getypte brief met Catherines handtekening eronder, maar de toon van de brief herkent ze niet als die van haar dochter. Bezorgd belt ze haar zoon Robert en stelt hem op de hoogte van de brief. Robert belt naar het kantoor van Equit II en vraagt naar John Dawson. Er blijkt echter niemand met die naam bij het bedrijf te werken. Daar laat Robert het niet bij zitten. Hij belt naar één van de hotels waar zijn zusje verbleef voor haar werk en vraagt wie de rekening van haar kamer heeft betaald. De creditcard waarmee is betaald, is van het bedrijf Equit II en de naam op de kaart is John Robinson. Dus geen John Dawson, zoals Catherine haar baas kende. Robert gaat naar het kantoor van Equit II, op zoek naar John Robinson. Hij zou meer moeten weten van de verdwijning van haar zusje. Als hij bij het kantoor aankomt blijkt John Robinson daar niet te zijn. Hij zit in de gevangenis voor fraude en diefstal. Robert gaat naar de politie om zijn zusje als vermist op te geven. Zij kunnen echter weinig voor hem doen. Catherine is volwassen en heeft het recht om te verdwijnen. Maar de naam John Robinson komt de politie bekend voor. In de afgelopen jaren zijn er al twee keer eerder vrouwen als vermist opgegeven, waarbij de naam John Robinson viel.
In 1987 komt John vast te zitten voor fraude en verduistering. Zowel de staat Kansas als de staat Missouri zijn onderzoeken begonnen tegen zijn frauduleuze praktijken van de afgelopen jaren. Hieruit blijkt, dat hij meerdere particulieren en bedrijf heeft opgelicht. John wordt veroordeeld als veelpleger en krijgt een gevangenisstraf van vijf tot negentien jaar opgelegd.
John zit de eerste jaren van zijn straf uit in de Hutchison Correctional Facility in Kansas. Terwijl hij hier vastzit, overlijdt zijn vader. In deze gevangenis krijgt John een herseninfarct, wat resulteert in permanente neurologische schade. De rechterkant van zijn gezicht raakt gedeeltelijk verlamd.
In 1991 wordt hij overgebracht naar de Western Missouri Correctional Facility om daar zijn straf uit te zitten die hem door de staat Missouri is opgelegd. Hij doet meerdere verzoeken om vervroegd vrijgelaten te worden. Volgens hem is de gevangenis niet geschikt voor iemand die een herseninfarct heeft gehad. Hij haalt meerdere artsen over om een brief te schrijven aan de Parole board, maar deze trappen er niet in. In de gevangenis krijgt hij een affaire met de 49-jarige Beverly Bonner. Zij is bibliothecaresse in de gevangenisbibliotheek.
Zijn vrouw Nancy kon hun huis niet meer betalen en is met hun tweeling verhuisd naar een trailer. De oudste twee kinderen zijn al het huis uit. Om de trailer te kunnen betalen is Nancy aan de slag gegaan als verpleegkundige. Als John in 1993 vrijkomt trekt hij bij zijn vrouw en kinderen in in de trailer. Beverly Bonner heeft andere plannen. Zij is van haar man gescheiden en wil met John verder. Ze gaat voor John werken bij Equit II en verhuist naar Kansas. Haar alimentatiecheques à $1000,- per maand worden naar een postbus in Kansas City gestuurd. Van Beverley Bonner wordt nooit meer iets vernomen.
Op 25 maart 2000 belt Dawn Trouten naar de politie van Overland Park om haar zus Suzette als vermist op te geven. Suzette Trouten wordt geboren op 13 april 1972 in Monroe Michigan, een kleine stad net ten zuiden van Detroit. Als ze elf jaar is gaan haar ouders scheiden. Dit hakt erin bij haar, waardoor ze in haar puberteit last krijgt van depressies. Na haar middelbare school gaat haar relatie stuk. Dit kan ze er niet bij hebben. Ze doet een zelfmoordpoging door zichzelf in haar buik te schieten. Na dit dieptepunt lijkt het beter met haar te gaan. Ze gaat werken als verpleegkundig assistent en gaat tegelijk volgt ze een studie om een volleerd verpleegkundige te worden. Om stoom af te blazen van de stress van werken en leren tegelijk bezoekt ze regelmatig chatrooms waar mensen chatten over BDSM. Suzette voelt zich prettig bij een onderdanige rol in relaties en tijdens seks. In de chatroom is ze op zoek naar een dominante partner. Begin 1999 heeft ze online contact met een man, die zichzelf JR noemt. Deze afkorting staat niet voor de slechterik uit de tv-serie Dallas, maar voor John Robinson. Als John meer te weten komt over Suzettes leven, vertelt hij haar, dat hij een rijke zakenman is en dat hij een verpleegkundige nodig heeft om voor zijn vader te zorgen, die diabetes patiënt is, als hij op zakenreis is. Hij wil haar $65.000,- per jaar betalen en ook zorgen voor een appartement en een auto. Suzette zegt, dat ze eerst naar Kansas wil komen om zijn vader te ontmoeten voordat ze de baan aanneemt. John gaat akkoord. Hij huurt een limousine om haar van het vliegveld te halen, laat haar een enorm landhuis zien, waarvan hij zegt dat dat zijn woning is en neemt haar mee om zogenaamd zijn vader te ontmoeten. Hij heeft een aantal mensen geregeld, die net doen alsof ze zijn vader, zijn vrouw en wat andere verpleegkundigen zijn die voor hem werken. Zij vertellen uiteraard hoe fantastisch het is om voor John te werken. Suzette is onder de indruk. Ze gaat terug naar Michigan om haar spullen te pakken en verhuist, samen met haar twee hondjes, naar Kansas City om de nieuwe werknemer van John te worden. Er wordt nooit meer iets van Suzette vernomen. De hondjes worden later teruggevonden en naar een asiel gebracht. De familie van Suzette ontvangt emails, dat ze op een lange zeilreis gaat met haar nieuwe baas en dat ze voorlopig geen internet heeft om contact op te nemen. Haar moeder ziet meteen, dat deze mailtjes niet door haar dochter zijn geschreven. Suzette heeft moeite met taal en de mailtjes bevatten geen taalfouten. Dan krijgt Suzettes moeder een telefoontje van John. Hij vertelt haar, dat Suzette haar baan heeft opgezegd en er vandoor is gegaan met een nieuwe vriend. Ook zegt John, dat Suzette van hem zou hebben gestolen en hij vraagt haar moeder dat als ze iets hoort van haar dochter of ze dan contact met hem op wil nemen. Haar moeder weet dat er iets goed mis is en laat haar andere dochter contact opnemen met de politie.
Arrestatie en rechtszaak
Als de politie hoort, dat Suzettes baas John Robinson heet, weten ze dat ze deze naam eerder hebben gehoord. Als ze in zijn dossier duiken zien ze vergelijkbare vermissingszaken van zo’n vijftien jaar geleden. Ze nemen contact op met de al gepensioneerde rechercheurs die hem destijds hebben ondervraagd bij deze zaken en met zijn vroegere reclasseringsambtenaar. Ze proberen te achterhalen of de vermiste vrouwen van toen opgespoord zijn en nog in leven zijn. Ze komen erachter dat van geen van de vrouwen ooit nog iets is vernomen. De politie schat in, dat als er nog iemand zou leven, dat dat Tiffany zou zijn. Tiffany is het drie maanden oude babytje, dat samen met haar moeder Lisa Stasi naar Dallas Texas zou gaan waar haar moeder een opleiding zeefdrukken zou volgen. Als Tiffany nog zou leven, zou ze nu ongeveer vijftien jaar oud moeten zijn. De politie acht John in staat tot babyhandel.
Dat hij met de vermissing van vier vrouwen en een baby in verband wordt gebracht is voldoende reden om hem een tijdje te volgen. Agenten zien, dat hij een dubbelleven leidt. Thuis is hij een doorsnee gezinsman, die in een buitenwijk woont. Als hij van huis weggaat hangt hij in het centrum van de stad rond met louche figuren en spreekt hij af met vrouwen in hotels. ’s Avonds gaat hij weer naar huis en is de nette echtgenoot en vader. De politie krijgt toestemming om zijn telefoon af te tappen en zijn internetgegevens in te kijken. Ze zien, dat hij online vrouwen zoekt, die als seksslaaf willen werken en dat hij hen vraagt naar Kansas City te komen. Als ze daar aankomen, is hij hun BDSM-meester en hebben ze ontmoetingen in lokale hotels. Het goede nieuws is, dat niet al deze vrouwen zijn verdwenen. Rechercheurs vinden zeventien schuilnamen, die John in de loop der jaren heeft gebruikt.
Eén van de vrouwen, Brenda, komt ook naar de stad voor een BDSM-sessie in een hotel. Tijdens de sessie krijgen ze ruzie en de man slaat haar harder, dan ze hadden afgesproken. Brenda kent alleen zijn schuilnaam. Als ze woedend de hotelkamer verlaat vraagt ze de receptioniste op welke naam de kamer is verhuurd. Het is John Robinson. Brenda gaat naar de politie en doet aangifte van aanranding. Een paar dagen later doet nog een vrouw aangifte van aanranding en ook van diefstal. Haar verhaal is identiek aan dat van Brenda en ook bij haar was John Robinson degene, die voor de kamer heeft betaald.
Op 1 juni krijgt de familie van Suzette Trouten getypte brieven met haar handtekening eronder. De brieven zijn in Mexico op de bus gedaan. In de brief staat, dat ze gelukkig is en is gestopt met roken. Ook staat er, dat haar twee hondjes het heerlijk vinden op de boot. Suzettes familie weet inmiddels dat de hondjes helemaal niet op de boot zijn, maar terug zijn gevonden en naar een asiel zijn gebracht. De familie overhandigt de brief aan de politie.
Deze brief, waar duidelijk leugens in staan, samen met de twee aangiftes van aanranding, zorgt ervoor dat de politie eindelijk écht actie gaat ondernemen. Op 2 juni 2000 gaat politie naar de trailer van John om hem te arresteren. Zijn vrouw Nancy is op dat moment niet thuis en zij moet later van een buurman horen, dat haar man is gearresteerd. Hun trailer wordt van top tot teen onderzocht. Computers, faxapparatuur, documenten en nog wat andere voorwerpen die van belang kunnen zijn worden meegenomen.
In de in beslag genomen documenten zien ze, dat John twee opslagplaatsen huurt. De één is gehuurd op zijn naam, de andere op Nancy’s naam. Er is nooit bewijs gevonden, dat Nancy wist wat haar man buitenshuis allemaal uitspookt. Ze zien ook, dat John eigenaar is van een boerenerf in La Cygne, een dorp zo’n 75 kilometer ten zuiden van Kansas City. Ze gaan als eerste kijken bij de dichtstbijzijnde gehuurde opslagplaats, die zich op nog geen vijf kilometer van hun trailer bevindt. Daar vinden ze aktetas, waar de verzekeringspas, geboorteakte en paspoort van Suzette Trouten in zit. Ze vinden ook een BDSM-contract, die ze beiden ondertekend hebben en waarin Suzette bevestigd dat John haar meester is.
In een plastic bak vinden ze een ID-kaart, van een vrouw, waar de politie nog niet eerder van heeft gehoord, Izabela Lewicka. Ook vinden ze blanco papieren, met onderaan de handtekening van Izabella en Suzette. Er liggen lege enveloppen bij waar de adressen van hun familie al opstaat. Ze hebben nu bewijs, dat John betrokken is bij de verdwijning van meerdere vrouwen. Maar ze hebben nog steeds niet de zekerheid of de vrouwen nog leven, laat staan eventuele lichamen die het tegendeel bevestigen. Op dit moment wordt John alleen vastgehouden voor twee aanrandingen en diefstal, maar de borgsom is zo hoog, dat hij dit niet op vrije voeten kan afwachten. Hij weigert met de rechercheurs te praten. Nancy wordt ook ondervraagd. Zij vertelt de rechercheurs, dat ze haar man verdenkt van een affaire, maar heeft verder geen idee of er nog meer speelt.
De volgende dag gaan de rechercheurs naar het boerenerf in La Cygne, waar ze elke centimeter onderzoeken. Er staa een trailer en een klein schuurtje op het erf, maar die zijn helemaal leeg. Naast het schuurtje staan een aantal ijzeren vaten, waarvan er twee vrij groot zijn. Als ze één van de vaten willen verplaatsen zien ze dat er bloed uitsijpelt. Als ze de deksel van het vat halen zien ze daarin het lichaam van Suzette Trouten.
In een ander vat zit ook lichaam, maar ze kunnen niet gelijk zien om wie het gaat. Na autopsie blijkt het te gaan om Izabela Lewicka, de dame van wie de politie een dag eerder de ID-kaart had gevonden in een plastic bak in de gehuurde opslagruimte van John. Izabela Lewicka is geboren in 1978 in Polen, waar haar ouders werken in de wetenschap. In 1993 verhuist het gezin naar Lafayette in Indiana. Izabella leert al snel de Engelse taal. Ze is creatief en wil graag modeontwerper worden. Na de middelbare school gaat ze naar de kunstacademie. Ze is een verlegen meisje en vindt het lastig om contacten aan te gaan. Online gaat dat makkelijker. Ze is geïnteresseerd in BDSM en chat er lustig op los in de verschillende BDSM-communities online. Hier ontmoet ze John Robinson. Ze stopt met de kunstacademie en verhuist naar Kansas City. Daar krijgen John en Isabella een relatie. Ze wordt vormgever van een tijdschrift, dat John is gestart over het leven op een trailerpark. Een paar maanden later gaat het stel naar het gemeentehuis om huwelijksakte aan te vragen. Deze akte halen ze echter nooit op. Izabella vertelt wel aan haar ouders dat ze getrouwd is, maar heeft nooit de naam van haar man genoemd. In het voorjaar van 1999 verdwijnt ze plotseling. Na haar verdwijning ontvangen haar ouders meerdere brieven, die ondertekend zijn door Izabella, waarin ze schrijft dat ze de wereld rondreist.
Bij autopsie blijkt, dat zowel Izabella als Suzette zijn overleden door een harde klap op hun hoofd, waarschijnlijk met een hamer. Ze hebben geen afweerwonden, dus ze zijn plotseling overvallen door de klap.
Een paar dagen later gaan rechercheurs kijken bij de twee opslagruimte. Deze ligt net over de grens in de staat Missouri, dus ze moesten wachten op een huiszoekingsbevel van deze staat. Als ze opslag openen, zien ze drie ijzeren vaten staan. Ze hebben al enig vermoeden wat de inhoud zal zijn. Elk vat blijkt een lichaam te bevatten. Het eerste lichaam is van Beverly Bonner, de bibliothecaresse, die haar man verliet om met John verder te gaan, toen hij vrijkwam uit de gevangenis waar zij werkte.
In de andere twee vaten bevinden zich de lichamen van vrouwen, die de politie niet kent. Na autopsie blijken dit de lichamen te zijn van de 45-jarige Sheila Faith en haar 15-jarige dochter Debbie Faith. Ook zij zijn vermoord door een harde klap op hun hoofd. Sheila Faith werd geboren in 1948 in Dallas Texas. Als Sheila vijf jaar is gaan haar ouders scheiden en gaat ze met haar moeder bij haar grootouders wonen. Niet lang daarna moet haar moeder naar de gevangenis en wordt ze opgevoed door haar oma en opa. In de jaren 70 trouwt ze en krijgen ze dochter Debbie. Debbie wordt geboren met spina bifida, waardoor ze van jongs af aan gekluisterd is aan een rolstoel. Debbie is enthousiast en extravert, waardoor ze veel vrienden heeft op school. In 1991 overlijdt de vader van Debbie, waardoor Sheila in de bijstand belandt. Door de zorg voor Debbie heeft ze geen ruimte voor een baan, terwijl de medische kosten voor haar dochter hoog zijn. Sheila voelt zich eenzaam hoopt dit via internet te verbreken. Ook hoopt ze hier iets of iemand te vinden die haar van haar leven in armoede kan bevrijden. In 1994 komt ze via een chatroom op internet in contact met John Robinson. Hij maakt haar het hof en al snel bellen ze dagelijks met elkaar. Als John hoort over haar dochter en vooral over de uitkering die haar dochter krijgt vanwege haar handicap, stelt hij Sheila voor om naar Kansas City te verhuizen. Hij zegt, dat hij Sheila aan een baan kan helpen en kan zorgen voor goede medische ondersteuning voor Debbie. Sheila en Debbie reizen af naar Kansas City en er is nooit meer iets van hen vernomen.
De broer van Sheila ontvangt kort na haar verdwijning brieven, waar Sheila’s handtekening onderstaat. In de brieven wordt vermeld, dat het goed met ze gaat en dat ze gelukkig zijn. Sheila’s broer krijgt argwaan en neemt contact op met het Sociale Zekerheidskantoor, een soort Amerikaans UWV, om te vragen waar de uitkeringscheques van Debbie naartoe worden gestuurd. Zij zeggen, dat ze dit niet door mogen geven. Later wordt duidelijk, dat het Sociale Zekerheidskantoor een brief heeft ontvangen van een arts, die schreef, dat Debbie voor de rest van haar leven invalide zou blijven en er geen kans op verbetering meer is. Hierdoor werd haar uitkering verhoogd. Deze brief ontvingen ze vlak na de verdwijning van moeder en dochter. Na onderzoek wordt duidelijk, dat de uitkeringscheques naar dezelfde postbus zijn gestuurd als de cheques van de alimentatie van bibliothecaresse Beverley Bonner.
Op 13 juni 2000 wordt John aangeklaagd voor de moord op Suzette Trouten, Izabella Lewicka, Beverly Bonner en Sheila en Debbie Faith. Hij zal berecht worden in de staat waar het lichaam gevonden is, dus zowel in Kansas als Missouri. Beide staten hebben al aangegeven de doodstraf te zullen eisen. Niet lang daarna voegt de staat Kansas ook beschuldiging toe voor de moord op Lisa Stasi, de moeder die samen met haar baby Tiffany spoorloos verdween, ondanks dat haar lichaam nooit is gevonden.
Op 7 oktober 2002 staat John Robinson in Kansas terecht voor de moord op Lisa Stasi, Suzette Trouten en Izabella Lewicka. John Robinson zegt onschuldig te zijn. Hij wordt echter schuldig gevonden aan alle drie de moorden. Hij krijgt de doodstraf voor de moord op Suzette en Izabella. Voor de moord op Lisa krijgt hij levenslang, aangezien ten tijde van deze moord de staat Kansas de doodstraf niet kende.
In tegenstelling tot de staat Kansas is de staat Missouri minder terughoudend als het gaat om de daadwerkelijke uitvoering van de doodstraf. Daarom is de verdediging van John er alles aan gelegen om hier niet de doodstraf te krijgen voor hun client. De aanklager in deze zaak wil, dat John vertelt waar de lichamen Lisa Stasi, Paula Godfrey en Catherine Clampitt zijn. In ruil hiervoor zal de aanklager niet de doodstraf eisen. John Robinson weigert hier iets over te zeggen. Uiteindelijk wordt er in oktober 2003 toch een deal gesloten. John wil niet de doodstraf en de aanklager heeft geen bewijs dat de moorden op Lisa, Paula en Catherine in Missouri hebben plaatsgevonden. Het compromis is dat John Robinson erkent, dat de aanklager genoeg bewijs heeft om hem te veroordelen voor doodslag op Lisa Stasi, Paula Godfrey, Catherine Clampitt en Sheila en Debbie Faith. Technisch gezien is dit een schuldbekentenis. John Robinson krijgt levenslang zonder de mogelijkheid op vervroegde vrijlating voor elk afzonder slachtoffer. Deze straffen zou hij alleen moeten uitzitten als hij om welke reden dan ook vrij zou komen uit de gevangenis in Kansas, wat hoogstonwaarschijnlijk is.

John Robinson blijft in de jaren erna in hoger beroep gaan tegen zijn veroordelingen. Voor twee zaken blijkt dit succesvol. In 2015 wordt zijn veroordeling voor de moord op Lisa Stasi en Suzette Trouten ingetrokken. Dit gebeurt op grond van technische gegevens. Wat deze gegevens zijn, blijft onduidelijk. Omdat de moord op Izabella Lewicka gehandhaafd blijft, blijft John in de dodencel zitten van de El Dorado Correctional Facility in Kansas. De kans dat hij geëxecuteerd zal worden is niet groot. De laatste executie in Kansas vond plaats in 1965. John Edward Robinson is inmiddels 81 jaar oud.
De lichamen van Lisa Stasi, Paula Godfrey en Catherine Clampitt zijn nooit teruggevonden. De kans is groot, dat John meer slachtoffers heeft gemaakt, maar waar nooit iets over bekend zal worden.
John Robinson is nooit aangeklaagd voor de moord op baby Tiffany Stasi. Ook wordt haar naam niet genoemd bij de slachtoffers waarvan hun lichaam nooit is teruggevonden. De reden hiervoor is, dat Tiffany Stasi nog leeft. Ze heet nu Heather Robinson.
In 1985 toen Lisa en Tiffany verdwenen, waren de broer van John, Donald en zijn vrouw al vijf jaar bezig om zwanger te worden. Aangezien dit steeds niet lukt overwegen ze adoptie. Ook zijn broer John is hiervan op de hoogte. In januari 1985 komt John bij zijn broer Donald en zegt misschien een baby voor hen te hebben. Hij vertelt, dat in een hotel waar hij weleens zaken doet een vrouw zelfmoord heeft gepleegd en dat ze adoptieouders zoeken voor haar baby. De volgende dag staat John met de baby bij Donald op de stoep. Hij heeft een naar later blijkt vervalste geboortecertificaat bij zich en vervalste adoptie-papieren. Als Donald en zijn vrouw dit ondertekenen en John $5.500,- administratiekosten geven, zijn zij de nieuwe ouders van de baby. Ze noemen hun dochter Heather. De papieren zien er zeer professioneel uit. De namen van de rechter, advocaat en notaris lijken allemaal te kloppen. Hieruit blijkt weer hoe goed John is in oplichting.
Later blijkt, dat John op zoek is gegaan naar een moeder en kind, toen hij hoorde dat zijn broer een kind wilde adopteren. Voor hem was dit een makkelijke manier om wat geld op te strijken. Hij gaat op zoek naar instellingen waar kwetsbare jonge moeders met hun kinderen wonen. Zo komt hij bij het Hope House, waar Lisa en Tiffany op dat moment verblijven. Tiffany moet de nieuwe dochter van zijn broer worden en Lisa moet uit de weg worden geruimd.
Al die tijd zijn Donald en zijn vrouw in de veronderstelling, dat Heather hun wettelijke adoptiekind is. Als Donald vijftien jaar later hoort, dat zijn broer is opgepakt voor moord en hij ook aangeklaagd wordt voor de moord op Lisa Stasi, die een drie maanden oude baby bij zich had, gaan bij hem alarmbellen af. Zou hun dochter Heather Tiffany Stasi zijn? Als hij kijkt naar de datum van de adoptie zou dit goed kunnen. Maar als dat zo is, betekent dit dat adoptie-papieren vals zijn en Heather bij hen weggehaald zou kunnen worden.
Na lang aarzelen besluit hij toch naar de politie te gaan. Hij vertelt zijn verhaal en de politie is er al snel van overtuigd, dat Donald en zijn vrouw niets met de moord op Lisa te maken hebben en dat ze alleen het beste willen voor Heather. Zij zorgen voor een DNA-test en er wordt al snel duidelijk, dat Heather Robinson inderdaad Tiffany Stasi was.
Voor Heather is dit een grote klap. Ze moet niet alleen verwerken dat haar oom John een seriemoordenaar is, maar ook dat hij haar biologische moeder vermoord heeft. Daar komt nog bij, dat ze niet officieel geadopteerd is en dus elk moment weggehaald kan worden bij de familie Robinson.
Ook heeft ze er opeens een biologische familie bij. Wil ze haar grootouders ontmoeten? Haar ooms en tantes, neefjes en nichtjes? En haar biologische vader? Heather wil graag meer weten over haar biologische moeder, dus besluit ze uiteindelijk contact op te nemen met haar oma Pat Sylvester, de moeder van Lisa en met haar biologische vader Carl Stasi. Als Carl hoort dat zijn dochter nog leeft, wil hij invloed op de opvoeding van haar. Heather ziet dat niet zitten. Zij ziet Donald als haar vader en dat is voor haar genoeg. Het contact met Carl verwaterd snel. Ze hoopt dan ook snel officieel geadopteerd te worden. Dat gebeurt in 2003 als Heather 18 jaar oud is.
Met haar oma Pat bouwt ze een warme band op. Zij vertelt haar veel over haar moeder Lisa en leert haar zelfs om John Robinson te vergeven. In de jaren erna zien ze elkaar regelmatig, ook al woont Pat ver weg. Samen blijven ze hoop houden, dat het lichaam van Lisa ooit nog gevonden wordt. In 2018 overlijdt Pat Sylvester. Op de begraafplaats waar ze ligt, staat naast de grafsteen van Pat een grafsteen voor Lisa. Mocht ze ooit gevonden worden, dan zal ze begraven worden naast haar moeder.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire en onze eigen podcast geven een goed beeld van de misdaden van John Edward Robinson. Klik hier om een kaartje met cruciale adressen te zien.
