
Naam: Arthur John Shawcross
Bijnaam: The Genesee River Killer
Geboren: 6 juni 1945 Watertown New York
Overleden: 10 november 2008
Aantal moorden: 13+
Straf: 250 jaar gevangenisstraf
Jeugd
Arthur John Shawcross wordt geboren op 6 juni 1945 in een ziekenhuis in Kittery in Maine. Hij wordt een maand te vroeg geboren en moet nog drie weken in een couveuse voordat zijn ouders hem mee mogen nemen naar hun woonplaats Watertown in New York. Vader Arthur is 21 en moeder Betty 18 als ze hun eerste kind krijgen. Betty vindt het lastig om voor haar eerste baby te zorgen. Arthur heeft nauwelijks expressie in zijn gezicht en huilt of lacht nooit. Daardoor vindt ze het moeilijk om liefde voor haar zoon te voelen en hem de warmte en veiligheid te geven die hij nodig heeft. Na Arthur krijgt het echtpaar nog drie kinderen, Donna, Jean en Jimmy. Deze kinderen krijgen wel de liefde van hun moeder. De affectie voor Arthur is ook later nooit ontstaan.

Arthur heeft het XYY-syndroom. Dit beteken dat hij een extra Y-chromosoom heeft. Dit hoeft geen klachten te veroorzaken, maar het kan concentratie- en gedragsproblemen veroorzaken.
Als Arthur een jaar of vijf is, stopt hij met praten. Hij maakt alleen nog babygeluiden. Hij wil op deze manier de aandacht van zijn moeder trekken. Het heeft echter het omgekeerde effect. Betty neemt meer afstand van hem. De enige aandacht die hij van haar krijgt zijn scheldpartijen of een pak slaag. Vervolgens verstopt hij zich en kijkt toe hoe zijn familie naar hem zoekt. Uren later komt hij tevoorschijn en lacht hen uit.
De eerste paar jaar doet Arthur het goed op school. Vanaf een jaar of acht gaan zijn prestaties flink omlaag en gaat hij zich vreemd gedragen. Hij maakt constant grappen en babygeluiden, zodat alle ogen steeds op hem gericht zijn. Zijn klasgenoten vinden hem vreemd. Sommigen vermijden hem, anderen gaan hem pesten. Om zich niet alleen te voelen, maakt hij fantasievriendjes. Een jongen en een meisje, die wel met hem willen spelen. Om zich af te reageren gaat hij jongere kinderen pesten. Hij geniet ervan als hij ze kan laten huilen. Als hij een jaar of acht is, slaat hij een aantal kinderen met de krik van de schoolbus. De schoolleiding grijpt in. Arthur moet met een psycholoog gaan praten. Hij antwoordt inconsequent op de vragen van de hulpverlener en spreekt zichzelf tegen in de verschillende verhalen die hij vertelt. Dit gebeurt ook regelmatig bij zijn moeder. Hij wil zo graag de liefde van zijn moeder dat hij telkens gokt wat zij wil horen. De enige conclusie die de psycholoog kan trekken is, dat Arthur verbitterd is naar zijn moeder toe. De school besluit om hem een jaar te laten zitten, zowel om zijn gedragsproblemen als zijn prestaties.
Arthur zegt, dat hij vanaf zijn achtste seksueel misbruikt is door zijn moeder. Zij zou aan hem hebben gezeten en hij zou haar oraal moeten bevredigen. Aan het begin van zijn puberteit loopt hij daarom weg korte tijd van weg huis. Zijn moeder heeft altijd ontkent dat dit gebeurd is, maar dat is in zijn ogen logisch. Een dader zal nooit bekennen als er geen bewijs is. Seksueel misbruik zou wel kunnen verklaren waarom hij tot aan zijn puberteit regelmatig in bed plast.
Zijn verbittering naar zijn moeder toe slaat langzaam om in woede. Niet alleen naar haar, maar naar meisjes en vrouwen in het algemeen. Hij wil niet meer dat zijn leven bepaald wordt door een vrouw. Als een nicht van hem hem ‘stom’ noemt, wacht hij urenlang tot ze thuiskomt en slaat haar met een honkbalknuppel. Naast deze agressie ontwikkelt hij twee verontrustende hobby’s: brandjes stichten en dieren mishandelen. Steeds meer mensen worden bang voor hem.
In zijn puberteit raakt hij geobsedeerd door seks. Hij fantaseert erover, dat hij een vrouw domineert en vernedert tijdens de seks. Op een dag grijpt hij een meisje, met wie hij een date heeft bij haar kruis en knijpt zo hard, dat ze begint te huilen. Arthur geniet ervan. Naast vrouwen probeert hij ook seks te hebben met dieren. Verder boort hij gaatjes in de muur om te kunnen gluren als familieleden seks hebben en gluurt hij bij de buren naar binnen als ze intiem zijn.
Als hij zeventien is gaat hij van school. Hij heeft verschillende baantjes, maar houdt het nooit lang vol. Arthur wordt twee keer gearresteerd voor inbraak en krijgt beide keren een voorwaardelijke gevangenisstraf. Rond diezelfde tijd ontmoet hij Sarah Chatterton op zijn werk in een kringloopwinkel. Sarah vindt Arthur een knappe man met leuke humor. Het paar trouwt in 1964. Na hun huwelijk verandert Arthur. Hij is nauwelijks thuis, is altijd aan het vissen en flirt constant met andere vrouwen. Ook wordt hij bij elk baantje al snel ontslagen. De enige baan, die hij langer volhoudt en ook echt leuk vindt is bij een slager. Sarah moet al zijn verhalen over bloed en messen aanhoren, waar ze misselijk van wordt. Ze krijgen een zoon, Michael. Misschien dat dat ervoor kan zorgen dat het paar dichter naar elkaar toegroeit. Dan doet zich een incident voor, waar Sarah van schrikt. Als een jongen een sneeuwbal naar Arthur gooit, wordt hij zo boos, dat hij de jongen in elkaar slaat. Sarah heeft hem nog nooit zo meemaakt. Dit is voor haar de druppel. Ze vraagt de scheiding aan. Arthur doet afstand van zijn zoon en heeft hem nooit meer gezien.
In 1966 moet hij in dienst bij het Amerikaanse leger. Rond diezelfde tijd ontmoet hij Linda Neary in een bar. Linda heeft al een zoontje uit een eerdere relatie en geniet ervan hoe lief Arthur voor hem is. Arthur voelt zich goed bij Linda. Hij vertelt haar zelfs over zijn moeilijke relatie met zijn moeder en zijn eerdere veroordelingen. Een jaar later wordt Arthur opgeroepen om in Vietnam te gaan vechten. Ze besluiten nog voor zijn vertrek te trouwen.
In 1967 gaat hij naar Vietnam. Zijn werk is om voor de benodigdheden te zorgen. Volgens zijn collega’s heeft hij nooit aan het front gevochten. Toch vertelt Arthur, dat hij heel wat heeft meegemaakt tijdens zijn tijd daar. Volgens hem heeft hij collega’s zien sneuvelen en heeft hij zelf een vrouw onthoofd en haar lichaamsdelen daarna gekookt en opgegeten. Na zijn tijd in Vietnam verblijft hij korte tijd op Hawaï. Daar krijgt hij een affaire met een vrouw, waar een dochter uit geboren wordt. Zowel zijn dochter Maggie als Arthur weten niet van elkaar bestaan. Pas 32 jaar later zullen ze elkaar ontmoeten.
Na zijn terugkeer uit Vietnam vestigt hij zich met zijn vrouw in Clayton New York. Zijn gedrag is veranderd sinds zijn terugkeer. Op een nacht als Arthur ligt te slapen raakt Linda hem zachtjes aan. Arthur schrikt en slaat haar. Hij biedt onmiddellijk zijn excuses aan, maar er is een barst ontstaan tussen hen. Arthur gaat naar een psycholoog van het leger. Hij krijgt medicatie om zijn stress te verminderen maar dit lijkt niet te helpen. Linda raakt zwanger en loopt nog meer op haar tenen als haar man in de buurt is, uit angst dat ze onbewust een knopje indrukt waardoor hij ontploft. Toch gaat het mis. Tijdens een ruzie in juni 1969 slaat Arthur haar in elkaar tot ze bewusteloos is. Ze wordt naar het ziekenhuis gebracht en daar blijkt dat ze een miskraam heeft gekregen door de mishandeling. Arthur probeert het goed te maken, maar Linda kan en wil niet meer met hem verder. Ze vraagt de scheiding aan. Arthur is zijn enige stabiele factor in zijn leven kwijt.
Misdaden
Daarna gaat het bergafwaarts met hem. Hij pleegt meerdere inbraken en sticht branden. Als hij opgepakt wordt bekent hij meteen. Hij vertelt dat hij heeft ingebroken omdat hij overstuur is dat zijn relatie voorbij is. Hij weet niet wat hij moet zonder Linda. Over de branden zegt hij dat een stem in zijn hoofd hem de opdracht gaf. Arthur krijgt vijf jaar gevangenisstraf. In de gevangenis ondergaat hij verschillende psychiatrische onderzoeken. De psychiater ziet dat Arthur meerdere stoornissen heeft, maar het is te complex om te labelen. Hij geeft het advies, dat hij bij vrijlating goed in de gaten gehouden moet worden en therapie nodig heeft.
Na twee jaar komt hij in de herfst 1971 vervroegd vrij. Niemand houdt hem in de gaten en hij krijgt geen therapie. Hij gaat in zijn geboortedorp Watertown wonen. Daar komt hij al snel een nieuwe vriendin tegen, een meisje dat hij nog van de middelbare school kent, Penny Sherbino. Na vijf keer op date te zijn geweest raakt Penny zwanger. Het stel trouwt in april 1972 en Penny en haar twee kinderen trekken bij Arthur in. Niet lang daarna krijgt Penny een miskraam. Haar kinderen kunnen het prima vinden met Arthur. Sterker nog, Arthur speelt bijna dagelijks met hen en de buurkinderen. Hij lijkt dan zelf weer een kind te worden. Als hij niet met de kinderen speelt gaat hij graag vissen bij de Black River.

Op een dag ontmoet hij tijdens het vissen twee jongens uit de buurt, Jack en Peter Blake. De jongens willen graag samen met hem vissen, maar Arthur wil dat ze eerst toestemming van hun moeder krijgen. Hun moeder wil niet dat de jongens met een vreemde omgaan en weigert. Jack en Peter zijn boos, maar Arthur zegt hen, dat ze naar zijn moeder moeten luisteren. Maar de jongens blijven terugkomen naar de Black River en gaan toch vissen met Arthur. Hij vindt het wel gezellig. Hij vertelt de jonge jongens over zijn tijd en Vietnam en laat hen foto’s van naakte vrouwen zien.
Op 7 mei 1972 ziet Arthur de tienjarige Jack buiten spelen in de buurt van zijn appartement. Hij overtuigt Jack om met hem mee te gaan vissen. Terwijl ze door de bossen richting de Black River lopen, wil Jack toch weer terug naar huis. Er knapt iets in Arthur. Hij slaat hem in elkaar. Dan beseft Arthur, dat deze vechtpartij niet aan het licht mag komen, hij zit nog in zijn proeftijd van zijn eerdere veroordeling voor inbraak en brandstichting. Arthur vermoordt Jack door wurging. Hij legt wat bladeren over Jacks lichaam en gaat weg. Op weg naar huis gaat hij nog even langs een benzinestation en kletst daar wat met de eigenaar, alsof er niets gebeurd is.
Als Jacks moeder doorheeft, dat haar zoon niet thuiskomt, weet ze meteen wie daar voor gezorgd heeft. Ze geeft Jack als vermist op en zegt tegen de politie, dat ze Arthur moeten onderzoeken. Getuigen hebben gezien, dat Arthur en Jack samen zijn weggelopen vanaf het appartementencomplex, dus de politie gaat bij hem langs. Arthur ontkent iets met de vermissing van Jack te maken te hebben. Omdat er geen lichaam is gevonden is er geen bewijs dat hij iets met de vermissing te maken heeft. Arthurs leven gaat gewoon door. Hij speelt met Penny’s kinderen en gaat regelmatig vissen.
Op 2 september 1972 is Arthur weer aan het vissen bij de Black River. Hij ziet een blond meisje lopen op de brug van de rivier. Het is de achtjarige Karen Hill. Arthur vraagt haar of ze samen met hem wil vissen. Dat wil ze wel. Als ze na een tijdje weer wil gaan knapt er weer iets in Arthur. Hij slaat haar en Karen valt op de grond. Hij stopt haar mond vol met bladeren en modder zodat ze niet gaat schreeuwen. Daarna wurgt hij haar met haar t-shirt. Hij legt wat stenen op haar lichaam en gaat ervandoor. Om een alibi te hebben spreekt hij een buurjongen aan en vraagt hem om met hem een ijsje te gaan eten.
Nog diezelfde dag wordt Karen Hill als vermist opgegeven. Een getuige vertelt dat ze haar op een brug bij de rivier hebben zien staan. De politie is bang, dat ze is verdronken in het waterrijke gebied en kammen de oevers van de Black River uit. Onder een brug zien ze een stapel stenen, waar een voetje uitsteekt. Daar ligt het lichaam van Karen. Een politiehond leidt de politie naar de Cloverstreet, waar Arthur woont. Omdat hij ook verdachte was in de zaak van Jack en hij een fiks strafblad heeft nodigen ze hem uit op het bureau voor verhoor. Arthur reageert geagiteerd. De politie heeft een naar gevoel bij hem, niemand wil alleen met hem in een ruimte zijn. Na drie dagen verhoor is Arthur het zat, hij is moe. Hij zegt tegen de politie, dat hij het misschien gedaan zou kunnen hebben, maar dat hij het zich niet kan herinneren. Dat zou kunnen, aangezien Arthur vaker kleine black-outs heeft gehad.
Vier maanden eerder verdween Jack Black. De politie weet, dat Arthur weleens ging vissen met Jack, maar ze hebben geen bewijs dat hij de jongen wat heeft aangedaan. Omdat de politie met beide zaken niet verder komt bieden ze hem een deal aan. Als hij vertelt wat hij met Jack heeft gedaan krijgt hij een mildere straf voor het vermoorden van Karen. De rechercheur zegt tegen Arthur, dat hij zich goed voor kan stellen, dat hij zich dat misschien ook niet meer herinnert, maar als hij hen kan vertellen waar hij met Jack is geweest, dan kan hij hem misschien een deal aanbieden. Arthur voelt zich gezien door de rechercheur en vertelt hem dat ze dichtbij de treinrails net buiten de stad zijn geweest. Daar vindt de politie zijn lichaam, naakt en door verwurging om het leven gebracht. De politie hoopt, dat ze meer aanwijzingen hebben dat Arthur hem heeft vermoord, maar het lichaam is zo vergaan, dat dit niet meer mogelijk is.
De politie geeft Arthur een deal. Als hij beide moorden bekent, zal hij alleen voor doodslag op Karen worden aangeklaagd. Dat is een lichter vergrijp dan moord. Arthur accepteert en krijgt de maximum straf hiervoor, 25 jaar gevangenisstraf, met de kans op vervroegde vrijlating. De politie en de inwoners van Watertown zijn woedend dat er geen moord, maar doodslag ten laste is gelegd. De politie had geen andere keus. Het enige bewijs was een halve bekentenis van Arthur.
Hij heeft tijdens latere interviews nooit willen praten over de moorden op de kinderen. De enige met wie hij er wel over heeft gesproken is zijn dochter Maggy, zo’n 30 jaar later. Tegen haar vertelt hij, dat hij de kinderen wel heeft vermoord maar niet heeft verkracht. Hij zegt tegen haar, dat hij de kinderen wilde redden. Hij heeft het idee, dat de kinderen het niet zouden redden in de wereld zoals hij nu is.
De eerste jaren in de gevangenis is Arthur tegendraads. Hij is regelmatig betrokken bij vechtpartijen en weigert groepstherapie met andere gevangenen. Na een paar jaar heeft hij wel een aantal gesprekken met een psychiater maar wederom weet de psychiater niet hoe hij hem moet labelen. Zijn rapporten variëren van milde depressie en angsten tot een gevaarlijke schizofrene psychopaat. Arthur vraagt verschillende keren vervroegde vrijlating aan maar dit wordt elke keer geweigerd. Vanaf dan gaat hij zich beter gedragen. Hij haalt in de gevangenis alsnog zijn middelbare schooldiploma en heeft meerdere baantjes in de gevangenis.
Na vijftien jaar oordeelt het parole board, dat hij geen gevaar meer is voor de samenleving. Ze negeren het advies van psychiaters, die hem te gevaarlijk vinden. In april 1987 wordt hij vrijgelaten.
Hij staat onder toezicht van de reclassering. Zij zorgen ervoor, dat hij opgevangen wordt in een opvang in Binghamton in de staat New York. Daar heeft hij wekelijks een afspraak met zijn reclasseringsambtenaar en met een psycholoog. Ook mag hij niet in de buurt komen van plekken waar veel kinderen zijn. Daar houdt hij zich niet aan. Vanaf dat hij vrijkomt is hij in speeltuinen te vinden en neemt hij kinderen mee om te gaan vissen. Als de lokale politie hoort dat een kindermoordenaar in hun gemeente is geplaatst zijn ze woedend. Elke keer als ze hem zien in de buurt van kinderen wordt hij aangesproken. Arthur houdt zich rustig, maar is woedend. In zijn ogen heeft hij net zoveel rechten als ieder ander. Wat gebeurt is ligt in het verleden. Daar mogen ze hem niet meer over lastigvallen.
Niet veel later horen ook de inwoners van Binghamton over zijn verleden. Hij wordt uitgescholden en belaagd, waardoor het onmogelijk is om zijn leven opnieuw op te bouwen. De reclassering besluit hem over te plaatsen naar een andere plek, Delhi, ook in New York. Tijdens zijn tijd in de gevangenis had hij een penvriendin, Rose Marie Walley. Zij woont in Delhi, dus hij trekt bij haar in. Dat duurt niet lang. Zodra de politie en inwoners op de hoogte zijn van het verleden van Arthur staan er mensen bij hem voor de deur en krijgt hij doodsbedreigingen. Een week later verhuizen ze en worden in Fleischmann geplaatst, een paar kilometer verderop. Daar gebeurt hetzelfde, waardoor ze niet veel later verhuizen naar Rochester New York. De reclassering besluit de politie niet op de hoogte te stellen van Arthurs misdaden.
In oktober 1987 verhuizen naar hun definitieve adres aan de 241 Alexander Street in Rochester. Rose Marie gaat aan de slag als thuiszorgmedewerkster en Arthur gaat werken op de markt. Arthur geniet van zijn nieuwe vrijheid. Bijna dagelijks gaat hij vissen bij de Genesee River en hij is regelmatig te vinden bij de plaatselijke Dunkin Donuts. Hij maakt praatjes met andere bezoekers en beschouwt hen al snel als vrienden. Ook de politie komt daar vaak voor de lunch en ook met hen maakt hij grapjes of een kletspraatje.
Hij geniet van de sociale contacten en merkt hoe makkelijk hem het afgaat. Hij vindt het zelfs leuk om mensen te helpen. Zo helpt hij met het sneeuwvrij maken van de stoep of geeft eten aan mensen die het nodig hebben. Ook als hij vis heeft gevangen geeft hij dit aan mensen die het nodig hebben. Hij geniet van de waardering en aandacht die hij hierdoor krijgt. Hij heeft niet door, dat mensen niet altijd zitten te wachten op hem. Vooral vrouwen vinden hem opdringerig met alles wat hij voor ze doet en de aandacht die hij vraagt. De complimenten die hij vrouwen geeft zijn vaak seksueel getint en grensoverschrijdend. Ook betast hij vrouwen ongepast. Als een vrouw dit tegen hem zegt wordt hij boos en bedreigt haar. Zo pakte hij eens een vrouw bij haar borst, terwijl haar man ernaast stond. Toen ze zei, dat ze dit niet wilde, schreeuwde hij tegen haar, dat ze zich niet aan moest stellen en dat als ze nog een keer zo tegen hem zou praten, dat hij wel raad met haar wist. Arthur lijkt niet door te hebben wat gepast of ongepast is en wil hier niet in gecorrigeerd worden.
Rose Marie corrigeert hem nooit. Ze adoreert hem. En dat maakt weer dat Arthur zich goed voelt bij haar. Rose Marie is in sociaal opzicht op hem afgewezen. Toen haar familie hoorde over het verleden van Arthur hebben ze alle contact met haar verbroken. Het enige wat voor problemen zorgt binnen hun relatie is de seks. Arthur kan geen orgasme krijgen als hij met haar vrijt. Volgens hem is dat haar schuld.
In december 1987 komt hij tijdens zijn werk op de markt Clara Neal tegen. Ze is een stuk ouder dan hij, maar ze beginnen een affaire. Toch ziet Arthur haar meer als een moederfiguur. Hij ligt graag bij haar op schoot terwijl zij over zijn rug wrijft. Het kan zijn dat zij het gat kan vullen die zijn moeder heeft achtergelaten. Ondanks alles wil Arthur contact met zijn moeder houden en belt haar vaak. Aan de telefoon blijft ze koud en afstandelijk en als Arthur met haar wil afspreken, weigert ze naar Rochester te komen en Arthur mag niet naar haar in Watertown komen omdat ze zich schaamt voor hem. Hij voelt zich na elk telefoontje afgewezen, net als vroeger. Clara overlaadt hem met liefde als hij weer met zijn moeder heeft gebeld.
Dit is niet genoeg voor Arthur. Hij probeert nog meer liefde te halen op de Lyell Avenue in Rochester. Dit is de straat waar sekswerkers hun diensten verlenen.
Op 18 maart 1988 rijdt Arthur met de auto van Clara over de Lyell Avenue. Daar ziet hij de 27-jarige Dorothy Blackburn naar hem zwaaien. Arthur draait zijn raampje open en Dorothy vraagt hem verleidelijk of hij een ‘date’ met haar wil. Arthur geeft haar $30,- voor orale seks. Dit loopt uit de hand. Volgens Arthur bijt Dorothy hem in zijn penis. Arthur is kwaad en bijt vervolgens in haar schaamlippen. Daarna wurgt hij haar bewusteloos. Hij rijdt met haar naar een afgelegen plek aan de Salmon Creek. Daar wil hij haar verkrachten, maar Dorothy komt bij bewustzijn. Ze scheldt hem uit en schreeuwt dat hij moet stoppen. Arthur klemt haar nek vast en knijpt haar keel dicht, net zo lang tot ze dood is. Hij dumpt haar lichaam in de Salmon Creek en rijdt naar huis. Volgens Arthur is het haar eigen schuld.
Een week later wordt haar lichaam gevonden door mensen die bij de beek aan het werk zijn. Eventueel bewijs is van haar lichaam gewassen door de tijd die ze in het water heeft gelegen. De politie verdenkt als haar vriend, maar hij heeft een alibi. Er zijn geen aanknopingspunten om verder onderzoek te doen, dus haar dood wordt afgedaan als een tragisch incident.
Het leven van Arthur gaat verder alsof er niets gebeurd is. Hij werkt op de markt en is veel te vinden op Lyell Avenue. Zijn collega’s op de markt vinden hem een vreemde snuiter. Hij vertelt gruwelijke verhalen over zijn tijd in Vietnam en neemt in niets een blad voor zijn mond. Zijn collega’s vinden het vreemd, dat hij alles verteld, maar nooit heeft gezegd waarom hij vast heeft gezeten. Ze doen navraag bij de politie. Als de politie hem natrekt, komen zij erachter, dat hij twee kinderen heeft vermoord. Arthur wordt meteen ontslagen. Al snel vindt hij een andere baan, waarbij hij avond- en nachtdiensten draait. Dit geeft hem de gelegenheid om vaak gebruik te maken van sekswerkers. Hij is inmiddels een vertrouwd gezicht voor de dames.
Op 9 juli 1988 pikt hij de 28-jarige sekswerker Anna Marie Steffen op. Ze hebben seks op een afgelegen terrein. Terwijl ze seks hebben ziet Arthur een groep kinderen aankomen. Hij weet, dat als hij in de buurt van kinderen komt en er gebeurt iets, dat hij in de problemen komt. Hij zegt tegen Anna Marie, dat ze stil moet zijn, maar dat gebeurt niet. Arthur klemt zijn handen rond haar keel en wurgt haar. Na een paar minuten is ze dood. Hij dumpt haar lichaam aan de oever van de Genesee River. Arthur vindt, dat hij niet anders kon. Als de kinderen hun hadden betrapt en dit tegen hun ouders of politie zouden vertellen, zou hij in de problemen komen. Hij moest haar wel wurgen. Haar lichaam wordt pas twee maanden later gevonden en is al in verre staat van ontbinding. Daardoor is er geen bewijs die naar een dader zou kunnen leiden.

In juli 1989 leert Arthur de 59-jarige Dorothy Keeler kennen. Ze is dakloos en Arthur biedt aan, dat ze wel bij hem en Rose Marie mag wonen. Ze kan wat bijverdienen met het schoonmaken van hun huis. Rose Marie vindt het geweldig hoe barmhartig haar vriend is voor mensen die het moeilijk hebben. Wat Rose Marie niet weet is dat Arthur een affaire begint met Dorothy. Op 29 juli 1989 liggen Arthur en Dorothy wat te foezelen aan de oever van de Genesee River. Maar dan krijgen ze ruzie. Volgens Arthur heeft Dorothy geld gestolen. Als hij haar hiermee confronteert dreigt Dorothy om hun affaire aan Rose Marie op te biechten. Arthur pakt een stuk hout en slaat Dorothy dood. Hij verbergt haar lichaam onder wat bladeren en gaat naar huis. Pas drie maanden later worden haar overblijfselen gevonden.
Twee maanden later op 29 september 1989 pikt Arthur de 25-jarige Patricia Ives op op de Lyell Avenue. Ze hebben seks, maar volgens Arthur zou Patricia daarna iets uit zijn portemonnee hebben gehaald. Hij wurgt haar dood.
Een paar weken later ontmoet hij de 30-jarige June Stott. June is een kwetsbare vrouw met een verstandelijke beperking. Hij vraagt haar of ze met hem wil picknicken. Tijdens de picknick beginnen ze met elkaar te vrijen. Het lukt Arthur niet om een erectie te krijgen. Uit frustratie wurgt hij haar dood. Hij trekt haar kleding uit en gooit deze in de Genesee River. Haar lichaam laat hij aan de oever liggen. Twee dagen later keert hij terug naar het lichaam. Hij pakt een mes en snijdt haar middel open van borstbeen tot schaambeen. Daarna snijdt hij haar schaamlippen eraf en eet hiervan. Haar lichaam wordt een maand later gevonden.
Na de moord op Juni Stott wordt het de politie van Rochester duidelijk dat het om een seriemoordenaar gaat. Ze zien dat de moordenaar steeds gruwelijker te werk gaat, kijkend naar het opengereten lichaam van Juni. De politie gaat meer controleren rondom Lyell Avenue en de FBI wordt ingeschakeld. Het wordt de FBI al snel duidelijk, dat het om een regelmatige bezoeker van sekswerkers gaat. Er heerst inmiddels een enorme angst onder de sekswerkers en toch lukt het de moordenaar om elke keer weer om een sekswerker mee te nemen en te vermoorden. Dit laat zien, dat de sekswerkers hem kennen en vertrouwen en hij dus een klant is die regelmatig gebruikt maakt van hun diensten.
Arthur weet ook, dat er een intensief onderzoek gaande is naar de moordenaar. Op een dag zit hij op een stoepje en komt er een agent in burger naast hem zitten, denkend dat Arthur een collega is. Hij praat over de zaak en wat ze tot nu toe gevonden hebben. Arthur vindt het hilarisch. Hij gaat regelmatig naar de Dunkin Donuts, omdat de politie daar vaak zit om te bespreken wat ze gevonden hebben. Arthur zit een tafeltje verderop mee te luisteren en mengt zich in het gesprek door te zeggen, dat hij zijn vriendin al gewaarschuwd heeft dat ze voorzichtig moet zijn op straat.
In de weken erna vermoordt Arthur binnen zes weken vijf sekswerkers. Hij dumpt hun lichamen rondom de Genesee River. Al vrouwen zijn geslagen en gewurgd.
Op 17 december 1989 verdwijnt Juni Cicero. Zij is alom bekend en berucht op Lyell Avenue. Ze staat bekend als een vrouw die haar mannetje staat en nooit met zich laat sollen. Arthur heeft haar opgepikt met de auto van zijn maîtresse Clara, een Chevrolet Celebrity. Hij vermoordt haar door met één hand te wurgen. Dit lukt hem door op een bepaald punt in haar keel te drukken. Hij neemt haar lichaam mee de stad uit, dichtbij Northampton Park. Zodra hij ziet dat er geen andere auto’s op de weg zijn duwt hij haar de auto uit en rijdt verder.
Arrestatie en rechtszaak
De politie moet op zoek naar weer een vermiste vrouw. In hun zoektocht naar Juni Cicero maken ze gebruik van een helikopter. Als ze boven het Northampton Park vliegen zien ze bij de brug over Salmon Creek een lichaam liggen. Het lichaam ligt half in het bevroren water van de beek. Het is het lichaam van Juni Cicero. Ze zien meer. Op de brug staat een auto, een Chevrolet. De deur aan de passagierskant is open. Het lijkt erop, dat de bestuurder is uitgestapt om te gaan plassen. Even later stapt degene weer in en rijdt weg. Dit is het moment waar de politie op heeft gewacht. Ze weten inmiddels dat de moordenaar regelmatig terugkeert naar de slachtoffers die hij gemaakt heeft. Ze besluiten de auto te volgen.
Niet veel later wordt Arthur Shawcross aangehouden op een parkeerplaats. De agenten vragen hem wat hij deed op de brug. Arthur zegt dat hij nodig moest plassen. Ze vragen hem ook naar zijn criminele verleden. Omdat hij weet dat ze er toch wel achter zullen komen vertelt hij over de moorden, die hij begin jaren 70 heeft gepleegd. Ze zijn er steeds meer van overtuigd, dat ze de juiste man hebben en vragen of hij bereid is mee te gaan naar het bureau. Arthur is ervan overtuigd, dat ze niets tegen hem hebben en rijdt met hen mee.
Tijdens het verhoor zegt de rechercheur tegen hem, dat er meerdere vrouwen worden vermist en dat zij weten dat hij ze vermoord heeft. Na een verhoor van tien uur laten ze hem een stapel foto’s zien. Arthur pakt de stapel foto’s en in razend tempo legt hij sommige foto’s aan de ene kant en sommige aan de andere kant. Hij geeft de rechercheur de stapel foto’s van de vrouwen die hij vermoord heeft. Hij is er klaar mee. Al een tijdje zit de politie hem de hielen en hij is moe van het vluchten. Hij bekent elf moorden en vertelt hoe hij elke vrouw vermoord heeft.
De vraag is niet of hij de moorden heeft gepleegd maar of hij toerekeningsvatbaar is of niet. Hij wordt onderzocht door forensisch psychiater Dorothy Lewis. Zij heeft in haar carrière meerdere seriemoordenaars gediagnosticeerd en behandeld. Tijdens één van de sessies die ze met Arthur heeft gaat hij terug naar zijn jeugd. Hij krijgt herbelevingen. Hij beschrijft, dat zijn moeder hem kust en aan hem zit, dat ze hem knijpt en dat hij wil dat ze stopt, maar dat ze gewoon doorgaat.
Zijn rechtszaak begint in november 1990. Arthur Shawcross zegt onschuldig te zijn wegens ontoerekeningsvatbaarheid. Psychiater Dorothy Lewis getuigt tijdens de rechtszaak en zegt, dat Arthur lijdt aan PTSS, een dissociatieve stoornis en hersenschade door seksueel misbruik in zijn jeugd. De verdediging voert verder aan, dat hij PTSS heeft opgelopen door zijn tijd in Vietnam. Volgens de aanklagers is er geen enkel bewijs voor een zware tijd in Vietnam. Na een proces van drie weken is de jury niet overtuigd van zijn ontoerekeningsvatbaarheid. Hij wordt schuldig bevonden aan elf moorden en veroordeeld tot 250 jaar gevangenisstraf. Hij wordt opgesloten in de Sullivan Correctional Facility in Fallsburg, New York.
Hij krijgt tientallen brieven van studenten, psychiaters en doktoren die hem willen onderzoeken en meer willen weten over hoe het zover heeft kunnen komen, dat hij elf vrouwen heeft vermoord.

In 2001 komt Arthur erachter dat hij nog een dochter heeft. Tijdens een korte affaire in de jaren 60 op Hawaï is ze verwekt. Zowel hij als zijn dochter Maggie Deming hebben jaren lang niet van elkaars bestaan geweten. Pas toen de man die Maggie heeft opgevoed overleed vertelde haar moeder wie haar biologische vader is. Ze wil hem graag ontmoeten. Bij hun eerste ontmoeting is ze heel nerveus. Het klikt al snel tussen hen, ook als Maggie haar dochter meeneemt. Ook Arthur voelt die klik. Hij voelt zich zo vertrouwd bij haar, dat hij haar wel kan vertellen over de moord op de twee kinderen, iets wat hij met niemand verder wil bespreken.
Ook als Arthur al jaren vast zit, heeft hij geen enkele spijt van de moorden. Hij begrijpt zelf ook niet, dat hij wel affectie kan voelen bij zijn dochter en kleinkinderen en geen spijt voelt over wat hij zijn slachtoffers en nabestaanden heeft aangedaan. Volgens hem heeft hij twee kanten in zichzelf. Er zal altijd een slechte man in hem huizen. Deze wil hij niet meer naar buiten laten komen, zodat hij nooit meer iemand kwaad zal doen.
Op 10 november 2008 klaagt Arthur over pijn aan zijn been. Hij wordt naar een ziekenhuis gebracht waar hij dezelfde dag nog overlijdt aan een hartstilstand. Arthur Shawcross werd 63 jaar.
Aanbevolen
In onderstaande video wordt Arthur Shawcross geïnterviewd over zijn misdaden. In onze podcast kun je zijn levensverhaal beluisteren.
