
Naam: Graham Frederick Young
Bijnaam: Teacup Poisoner, St Albans Poisoner
Geboren: 7 september 1947, Neasden Engeland
Overleden: 1 augustus 1990
Aantal moorden: 3+
Straf: Levenslang
Jeugd
Young was de jongste zoon van Molly en Frederick Young. Hij had een oudere zus Winifred. Toen hij veertien was stierf zijn moeder aan tuberculose. Young werd bij zijn oom en tante ondergebracht. Een paar jaar later trouwde zijn vader opnieuw en werd het gezin weer herenigd. Zijn stiefmoeder heette ook Molly.
Als kind was Young geïnteresseerd in Adolf Hitler, het nazisme en gif. Op zijn elfde ging hij naar het gymnasium. Daar begon hij steeds meer boeken te lezen over scheikunde en alle mogelijkheden van gif en vergiftiging.
Misdaden (deel 1)
In 1961 kocht Young antimoon, een zwaar giftig middel, bij een plaatselijke farmaceut. De farmaceut dacht dat Young ouder was omdat hij zoveel van scheikunde wist en gaf het hem mee. Hij begon zijn stiefmoeder, vader en zus ermee te vergiftigen. Alledrie werden ziek. Ze kregen diaree, buikkrampen en heftige pijnen. Ook Young zelf werd ziek.
In november van dat jaar werd zijn zus na een kop thee van Young zo ziek dat ze begon te hallucineren. Ze ging naar het ziekenhuis. Daar werd geconstateerd dat ze vergiftigd was met een giftig kruid. Ze maar één slok van de thee van haar broertje gedronken. Youngs vader verdacht zijn zoon en onderzocht zijn kamer. Hij vond daar niets wat kon wijzen op vergiftiging.
Op 21 april 1962 stierf de stiefmoeder van Young. Haar dood werd in eerste instantie niet gelinkt aan Young. Young had een oom van hem vergiftigd met een augurk ingesmeerd met antimoon. Kort daarna ging zijn vader ziek naar het ziekenhuis. Daar constateerden ze dat hij bijna was gestorven aan een vergiftiging met antimoon.
Arrestatie en rechtszaak (deel 1)
Een tante van Young en zijn natuurkundeleraar werden achterdochtig door zijn fascinatie voor scheikunde en gif. Ze overlegde met het hoofd van die school en hij schakelde een psychiater in. Deze psychiater vond zijn fascinatie dermate verontrustend dat hij de politie inschakelde. Op 23 mei 1962 werd Young gearresteerd. Young bekende zijn vader, zus, stiefmoeder en een klasgenoot te hebben vergiftigd. Ook werden er flesjes thallium en antimoon gevonden in zijn kamer. Hij werd aangeklaagd voor de vergiftigingen maar niet voor de dood van zijn stiefmoeder. Hij werd opgesloten in het Broadmoor Hospital, een psychiatrisch centrum voor gevangenen. De eis was minimaal vijftien jaar. Young werd hiermee de jongste gevangene ooit van dit centrum.
Tijdens zijn verblijf in dit centrum waren er een aantal vergiftigingsincidenten. Kort nadat Young daar aankwam stierf een medegevangene aan een cyanidevergiftiging. Young vertelde daarna enthousiast hoe je cyanide kon verkrijgen uit laurierbladeren. Er bevonden zich meerdere laurierstruiken op het terrein. Hij werd hier nooit voor aangeklaagd, de dood werd afgedaan als zelfmoord. Een paar jaar later werd er toiletreiniger gevonden in de koffie van een verpleegster en schoonmaakmiddel in de theepot.
Young vroeg meerdere keren om vrijlating maar dit werd telkens afgewezen. Zijn vader en zus zeiden tijdens deze rechtszittingen dat hij nooit meer vrij mocht komen en dat hij levensgevaarlijk was. In februari 1971 kwam hij vrij. Volgens de gevangenispsychiater was hij ‘genezen’. Young zelf had tegen een verpleegster gezegd: ‘Ik ga minstens zoveel mensen vermoorden als het aantal jaren dat ik hier heb doorgebracht.’
Misdaden (deel 2)
Young ging in een hostel wonen. Daar ontmoette hij Trevor Sparkes die daar ook woonde. Young gaf hem een glas water. Diezelfde avond werd Sparkes ziek. Hij kreeg buikkrampen en diarree. Hij overleefde het wel maar was niet meer in staat te sporten.
Young ging werken bij John Hadland Laboratories, een bedrijf dat infraroodlenzen maakte. Hij was verantwoordelijk voor de thee en koffie van zijn collega’s. Steeds meer collega’s werden ziek. Ze werden misselijk, kregen buikkrampen en diarree. Young had thallium of antimoon in hun koffie en thee gedaan. Bij zijn chef Bob Egle had hij zoveel thallium in de thee gedaan dat hij stierf. Young werd daarna hoofd van het magazijn waar hij werkte.
Na het overlijden van Egle vergiftigde hij nog vier collega’s. Alle vier overleefden het. De vergiftigingen werden bekend omdat hij Young in een dagboek zijn acties bijhield. Over één collega, die impotent was geworden door zijn vergiftiging schreef hij: ‘Ik schaam me achteraf wel dat ik hem (Jethro Batt) schade heb toegebracht’. Over een andere collega schreef hij: ‘Zij (Diana Smart) irriteerde me gisteren dus ik heb haar een middeltje gegeven. Ik heb er spijt van dat ik haar geen grotere dosis heb gegeven.’
Op 30 oktober 1971 deed hij drie doses thallium in de thee van raadslid en collega Fred Biggs. Een paar dagen later werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Naast diarree had hij uitvalsverschijnselen waardoor hij niet meer kon lopen. Ook kon hij niet meer praten en had hij moeite met ademhalen. Young informeerde regelmatig bij de vrouw van Biggs hoe het met hem ging. Drie weken later stierf hij.
Arrestatie en rechtszaak (deel 2)
Collega’s van Young begonnen argwaan te krijgen. Sinds Young bij hun bedrijf werkte waren de ziektes en vergiftigingen begonnen. Hij was één van de weinigen die hier geen last van had gehad. Zij vertelden dit hun baas en hij schakelde de politie in. De politie zag als snel dat Young eerder vast had gezeten voor vergiftigingen. Op 20 november 1971 werd hij gearresteerd bij zijn oom en tante. Young ontkende in eerste instantie alles. Bij een huiszoeking vond de politie talloze flesjes thallium en antimoon en nog een aantal andere gifstoffen. Ze zagen zijn kamer volhangen met foto’s van hakenkruizen, Hitler en andere nazi’s. Verder vonden ze zijn dagboek waarin hij uitgebreid elke vergiftiging had beschreven. De naam van het slachtoffer stond erin, de hoeveelheden en welk gif hij had gebruikt en wat hem was opgevallen tijdens elke vergiftiging. Toen dit eenmaal bekend was bekende hij alle vergiftigingen en moorden. Toen de politie hem vroeg waarom hij familie, collega’s en vrienden vergiftigde zij hij: ‘Ik zag ze niet meer als mensen, meer als proefkonijnen.’
Op 19 juni 1972 begon zijn rechtszaak. Young ontkende alles. Hij trok al zijn bekentenissen in en deed ze af als: ‘Ik wilde gewoon rust.’ Zijn verklaring voor het dagboek met beschrijvingen van alle vergiftigingen was dat hij een roman aan het schrijven was over gif. Tien dagen later sprak de jury haar oordeel uit: schuldig voor twee moorden, twee pogingen tot moord en twee keer toedienen van gif om iemand te beschadigen. Hij kreeg levenslang.
Op 1 augustus 1990 stierf Young op 42-jarige leeftijd. De gegeven doodsoorzaak was een hartaanval. Omdat hij niet eerder hartklachten had gehad werd er gespeculeerd dat de doodsoorzaak wellicht anders was. Er werd gedacht aan zelfmoord, moord door bange medegevangenen of personeel of dat hij toch was gestorven omdat hij zo veel met gif in aanraking was geweest.
Aanbevolen
Onderstaande documentaire en podcast geven een goed beeld van het leven van Young.
